RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer / rekestnummer: 11962305 \ EJ VERZ 25-513 Beschikking van 12 februari 2026 in de zaak van VOTECH B.V., statutair gevestigd te Bladel en kantoorhoudende te Reusel, verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Votech B.V., gemachtigde: mr. F.M.A. Rooijakkers, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. P. de Boer. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties (genummerd 1 t/m 9), - het verweerschrift, met een tegenverzoek en producties (genummerd (1 t/m 45), - de brief met aanvullende producties (genummerd 46 t/m 48), ingebracht aan de zijde van [verweerder] ten behoeve van de mondelinge behandeling, - de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarbij partijen hun standpunten nader hebben toegelicht. De gemachtigde van [verweerder] heeft daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. Votech is actief op het gebied van (geautomatiseerde) verpakkingsoplossingen. 2.1.1. Begin 2021 heeft Duravant LLC (hierna genoemd: “Duravant”), een Amerikaanse onderneming actief op het gebied van automatiseringsoplossingen, een (indirect) meerderheidsbelang verworven in Votech en in de ondernemingen Fischbein/Saxon (hierna genoemd: “Fischbein”). Fischbein leverde producten onder twee merknamen, te weten Fischbein en Saxon. Momenteel bestaat Fischbein niet meer als separate entiteit. Haar activiteiten zijn ondergebracht bij Votech. Bij de overname van Votech door Duravant was al besloten tot het integreren van Votech met Fischbein. De CEO van Duravant was ten tijde van de indiening van het verzoekschrift: [A] (hierna genoemd: “ [A]”). 2.2. [verweerder] , geboren [geboortedatum] 1966, is sinds 24 juni 2024 in dienst bij Votech. De functie van [verweerder] is Managing Director met een loon van € 14.250,69 bruto per maand, inclusief vaste looncomponenten. 2.2.1. Bij zijn indiensttreding is afgesproken dat [verweerder] rechtstreeks rapporteert aan de CCO van Duravant, op dat moment [B] (hierna genoemd: “ [B] ”). Dit wordt bevestigd in het aanbod ‘Offer Term Sheet’ dat op 6 juni 2024 aan [verweerder] is gedaan Hierin staat onder meer vermeld: In het ‘Organization Announcement’ van [B] dat rond de indiensttreding intern binnen Votech en Duravant is verspreid staat het volgende: 2.2.2. Op 13 januari 2025 wordt binnen de relevante onderdelen van de Duravant Group bekend gemaakt dat [B] per diezelfde dag Duravant zal verlaten. In de bekendmaking staat dat alle ‘Packaging Operating Company leaders’ (vanaf diezelfde datum) rechtstreeks verantwoording zullen afleggen aan de CEO van Duravant, [A] . 2.3. Op 5 februari 2025 bezoekt [A] het kantoor van Votech in Reusel. Tijdens zijn bezoek wordt onder meer met [verweerder] en de overige leden van het MT gesproken. De gesprekken zien op diverse onderwerpen, waaronder de integratie van Fischbein. Enkele dagen later, op 9 februari 2025, stuurt [verweerder] een mail aan [A] ter bevestiging van hetgeen besproken was. [A] stuurt hierop per e-mail van 10 februari 2025 de volgende (korte) reactie: 2.4. Omstreeks 18 februari spreken [A] en [verweerder] telefonisch met elkaar over diverse zaken met betrekking tot Votech. Na het gesprek stuurt [verweerder] per e-mail een bevestiging aan [A] . 2.5. Op 7 maart 2025 stuurt [verweerder] aan [A] (en de CFO en CIO van Duravant) een strategisch plan namens Votech (inclusief MT) met betrekking tot de Bag Closing Business van Fischbein. Op deze email en bijbehorend plan heeft geen van de geadresseerden ooit gereageerd. 2.6. Op 10 maart 2025 ontvangt [verweerder] de bevestiging omtrent zijn ‘Annual Incentive Plan payout’ over 2024. Uit de brief blijkt dat de voor [verweerder] geldende targets zijn gehaald, waardoor hij een bonus van 127,9% ontvangt (€ 35.971,00 bruto). De brief is voorts met de hand beschreven door [A] en luidt als volgt: “Congratulations on Votech’s 2024 results and your resulting bonus! Let’s keep building on this success. The future is very bright. Best regards, [A] ” 2.7. Op 13 augustus 2025 stuurt [verweerder] het strategisch plan voor Votech/Fischbein in concept aan [A] . [verweerder] heeft hierop nooit meer enige reactie ontvangen. Op 19 augustus 2025 deelt [A] aan [verweerder] mee dat hij met onmiddellijke ingang op non-actief is gesteld. Tegelijk wordt zijn toegang tot de IT-systemen van Votech geblokkeerd en wordt hem een concept vaststellingsovereenkomst gegeven, met daarin de volgende reden voor beëindiging: De vaststellingsovereenkomst gaat uit van een einddatum van 1 oktober 2025 met een vergoeding gelijk aan de wettelijke transitievergoeding. [verweerder] heeft tegen deze maatregelen geprotesteerd bij e-mail van 22 augustus 2025, waarbij hij heeft verklaard dat hij per direct zijn werkzaamheden wil kunnen hervatten. Votech gaat daartoe niet over. Bij e-mail van 25 augustus 2025, stuurt [C] , CHRO van Duravant, naar zijn zeggen in naam van [A] , het volgende bericht: [verweerder] is hierop een kort geding procedure voor wedertewerkstelling gestart. 2.8. Op 24 september 2025 ontvangt [verweerder] een ongedateerde en ongetekende toelichting vanuit Votech op de aanzegging van zijn ontslag en op zijn op non- actiefstelling. [verweerder] heeft op de verwijten die aan hem in dit document worden gemaakt inhoudelijk gereageerd per e-mail van 2 oktober 2025. Op 10 november 2025 dient Votech het ontbindingsverzoek in onderhavige procedure in. 2.9. Op 12 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van het kort geding plaatsgevonden. Namens Votech zijn twee leden van het MT van Votech aanwezig, te weten [D] (hierna genoemd: “ [D] ”) en [E] , HR Manager (hierna genoemd “ [E] ”). Namens de Amerikaanse aandeelhouder Duravant is niemand verschenen. 2.10. Op 13 november 2025 stuurt [E] een e-mail aan [verweerder] , waarin zij hem oproept om op 17 november 2025 in gesprek te gaan met het MT van Votech. [verweerder] stuurt daarop op 14 november een e-mail aan [A] waarin hij voorstelt tot het voeren van een gesprek met hem, voordat met het MT wordt gesproken. [verweerder] is niet verschenen op het gesprek met het MT op 17 november 2025. Op 18 november 2025 stuurt [A] onder meer de volgende reactie: 2.11. Op 19 november 2025 vindt het gesprek plaats tussen het MT en [verweerder] . Tijdens het gesprek maakt [verweerder] desgevraagd kenbaar dat hij wenst terug te keren in zijn functie van Managing Director, met eindverantwoordelijkheid voor Votech. De bij het gesprek aanwezige leden van het MT hebben tijdens het gesprek toegelicht dat zij geen enkel vertrouwen hebben in de terugkeer van [verweerder] . 2.12. Op 26 november 2025 wijst de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding de door [verweerder] gevorderde wedertewerkstelling toe. Op vrijdag 28 november 2025 stuurt [E] een e-mail aan [verweerder] met een oproep voor een gesprek met het MT op de maandag 1 december 2025 om 08.00 uur. [verweerder] laat hierop aan het MT weten eerst met [A] te willen overleggen, omdat hij degene is aan wie [verweerder] verantwoording schuldig is, de beslissing om hem op non-actief te stellen ook van hem afkomstig is en hij ook degene is die uitvoering kan geven aan het vonnis. Hierop antwoordt [E] (op zondagavond 30 november om 20.09 uur): 2.13. Op 1 december 2025 stuurt [verweerder] een e-mail aan [A] , waarin hij vraagt wanneer het gesprek tussen hemzelf en [A] plaats kan vinden, nu [A] dit had toegezegd en inmiddels - volgens de wens van [A] - een gesprek tussen [verweerder] en het MT van Votech had plaatsgevonden (op 19 november 2025). In de avond van 1 december 2025 ontvangt [verweerder] vervolgens een e-mail van [E] met een officiële schriftelijke waarschuwing wegens werkweigering. Op deze waarschuwing reageert [verweerder] op 2 december 2025. 2.14. Op 2 december 2025 ontvangt [verweerder] een e-mail van [A], waarin hij onder meer het volgende schrijft: [verweerder] heeft zich vervolgens ziekgemeld. De arbodienst heeft hem daaropvolgend uitgenodigd voor een gesprek op maandag 8 december 2025. De arbo-arts acht [verweerder] niet medisch arbeidsongeschikt en adviseert om tot een gesprek met Votech te komen, eventueel met een externe bemiddelaar. Namens [verweerder] wordt hierop (op 10 december 2025) aan Votech voorgesteld om een mediation in te gaan, maar daarvoor eerst de mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek af te wachten. [verweerder] geeft tevens aan vakantie te willen nemen vanaf 18 december 2025 tot 9 januari 2026. Op 12 december 2025 reageert Votech. Zij gaat niet akkoord met mediation en wil ook niet wachten tot de mondelinge behandeling. Zij stelt voor een gesprek te voeren met als externe bemiddelaar [F] [bedrijfsnaam F] (hierna genoemd: “ [F] ”). [verweerder] maakt hiertegen bezwaar, omdat [F] de externe HR-adviseur van Votech is en daardoor niet onafhankelijk. 2.15. Op 14 januari 2026, dus één dag voor de geplande mondelinge behandeling, heeft [verweerder] met de MT-leden [D] en [E] gesproken, waarbij [F] als externe bemiddelaar heeft opgetreden. 3Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek 3.1. Votech verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege een onoverbrugbaar verschil van inzicht over te voeren beleid binnen het managementteam (hierna: “MT”) van Votech, wat ziet op het door [verweerder] (als managing director zijnde) uit te voeren beleid en de visie, de doelen en de bedrijfsstrategie van Votech (de zogenoemde h-grond). Subsidiair verzoekt Votech de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (de zogenoemde g-grond). 3.2. Votech heeft aan het verzoek - kort weergegeven - ten grondslag gelegd dat [verweerder] herhaaldelijk is aangesproken op zijn verantwoordelijkheden en in de gelegenheid is gesteld om actie te ondernemen, maar zonder resultaat. Er is een verschil van inzicht over het te voeren beleid en de wijze van uitvoering daarvan tussen de leden van het MT en [verweerder] die de ‘aanvoerder’ zou moeten zijn. Hij pakt die rol niet, althans onvoldoende. Daarnaast is het vertrouwen in een constructieve voortzetting van de samenwerking dermate geschaad dat herstel niet meer mogelijk wordt geacht. Nu herplaatsing van [verweerder] in een passende functie niet mogelijk is alsook niet in de rede zou liggen, kan het redelijkerwijs niet van Votech gevergd worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voort te zetten. Tussen partijen is inmiddels sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, (mede) doordat sprake is van een dusdanig verschil in visie en inzicht over het te voeren beleid en de uitvoering daarvan, dat het vertrouwen in [verweerder] als managing director is opgezegd door het MT. 3.3. [verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. 3.3.1. [verweerder] betwist allereerst dat van een verschil van inzicht, zoals gesteld door Votech, sprake is. Volgens het door Votech ingediende verzoekschrift ligt aan het verzoek tot ontbinding mede ten grondslag dat [verweerder] zijn functie op onderdelen niet naar behoren zou vervullen. Gelet op deze verwijten is Votech aangewezen op een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 sub d BW, welk ontbindingsverzoek vervolgens zou moeten worden afgewezen omdat aan de voorwaarden van deze ontslaggrond niet is voldaan. Doordat Votech in het onderhavige geval de h-grond aanvoert, terwijl de door haar aangevoerde feitelijke grondslag onder art. 7:669 lid 3 sub d BW valt, moet de ontbinding reeds om deze reden worden afgewezen. [verweerder] betwist dat sprake is van een verschil van inzicht (laat staan onoverbrugbaar) tussen [verweerder] en [A] , aan wie hij als managing director rapporteert. Het standpunt van Votech dat sprake is van een onoverbrugbaar verschil van inzicht tussen de overige leden van het MT van Votech en dat [verweerder] ‘onder’ het MT en dus ondergeschikt aan het MT zou moeten werken en aan haar zou moeten rapporteren, is in het licht van de positie van [verweerder] , onbegrijpelijk. Dit standpunt is kennelijk voornamelijk gebaseerd op het feit dat [D] nog als statutair bestuurder staat ingeschreven in het handelsregister. Uit alle eerder geschetste feiten blijkt evenwel dat [D] als lid van het MT ondergeschikt is aan [verweerder] maar zich in de praktijk allerminst als zodanig gedraagt. Voor zover al sprake is van enig verschil van inzicht tussen [verweerder] en de leden van zijn MT, betwist [verweerder] dat dit verschil van inzicht fundamenteel en onoverbrugbaar is. Sterker nog: tot aan het moment van op non-actiefstelling is hiervan in het geheel niets gebleken. [verweerder] heeft altijd ruggenspraak gehouden met [A] en het beleid van Duravant uitgevoerd. Een verschil van inzicht vormde dan ook niet de toen aangekondigde reden voor het gewenste vertrek. 3.3.2. [verweerder] betwist verder dat sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Votech stelt dat diverse MT leden bij haar hebben aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in het leiderschap van [verweerder] . Voor zover dit al het geval is, hetgeen op basis van de door Votech aangedragen onderbouwing niet kan worden vastgesteld, had het vervolgens op de weg van Votech gelegen om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.