RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/901364-11 en 05/701326-12 (ttz.gev.) Datum zitting : 15 mei 2012, 07 augustus 2012, 09 oktober 2012, 04 januari 2013, 22 januari 2013 Datum uitspraak : 05 februari 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] adres : [adres] plaats : [woonplaats] thans gedetineerd in PI [adres] raadsman : mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na een toegewezen vordering aanvulling tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Ten aanzien van parketnummer 05/901364-11 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 7 februari 2012 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) hoeveelheden of een hoeveelheid cocaïne en/of XTC en/of LSD en/of speed en/of heroïne, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine en/of heroïne(telkens) (een) middel(
(1x). Tijdens observaties is het volgende waargenomen: Op 21 november 2011 ging [verdachte] twee keer naar de internationale supermarkt aan de [adres] (Moneygram) en ging hij naar het postkantoor in het winkelcentrum en bood hij twee enveloppen en 1 postpakket aan. Op 13 januari 2012 is waargenomen dat [verdachte] de internationale supermarkt aan de [adres] binnenging. Vervolgens reed hij naar de [adres] en kwam later die woning uit met een blanke man die in een Skoda Fabia stapte. [verdachte] werd voorts op 20 januari 2012 gezien in de internationale supermarkt aan de [adres]. [verdachte] maakte gebruik van de volgende telefoonnummers: [x] en [x]. Gedurende het onderzoek bleek dat [verdachte] ook gebruik maakte van het nummer [x]. [verdachte] maakte gebruik van het mobiele nummer [x]. In diverse tapgesprekken c.q. verzonden sms-berichten in de periode 2 februari 2012 tot 5 februari 2012 noemt [verdachte] zich [alias verdachte]. Uit de mailanalyse van [adres] is vastgesteld dat de gebruiker van dat email adres ([verdachte]) zichzelf [alias verdachte] noemt en dat bestellers/kopers hem ook aanspreken met [alias verdachte]. Uit de analyse van het mailaccount [adres] is vastgesteld dat op verzoek prijsopgaven en bestellijsten doorgemaild werden. Op die lijsten werd mdma 84%, lsd krishna’s 170ug, xtc pills armani’s, amph 60%, weed skunk (Dutch quality), weed haza, hash afghaan, orange jumbo’s, mdma 84% crystals, lsd krishna’s en weed aangeboden. Uit diverse taps en sms berichten, in combinatie met observaties kan het volgende worden vastgesteld. In diverse telefoons zijn internationale telefoonnummers aangetroffen. In een Nokia 1616-2, aangetroffen in de woning [adres] (woning [medeverdachte]) zijn telefoonnummers uit Italië, Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Indonesië, Indië en Israël gevonden. Een simkaart, aangetroffen in een kas[adres] bevat internationale telefoonnummers uit Engeland, Duitsland, Portugal en Ierland. Een tweede simkaart bevat internationale telefoonnummers uit Finland, Denemarken, Duitsland, Engeland alsmede een telefoonnummer [x] MDMA. Onder [verdachte] is een Nokia 1280 inbeslaggenomen waarin internationale contacten uit Duitsland, Italië, Myan Mar, Denemarken en Israël voorkomen. Voorts zijn diverse sms-berichten veiliggesteld, inhoudende (4 februari 2012) “Einer meine freunde sagtte das er nexte woche zu dir fahrt. Kannst du mir nicht bescheid geven so das ich weniger stress und abwarten muss bis this alls gesendet ist. Ging das faster wan wir immer zusamen einkaufen. Weniger stress fur alle.” (4 februari 2012) “bo cola krishna u bergcrystall ist mein bereich.” (7 februari 2012) “Du wollte dir bescheid geven das die bestellung sich verspatet.” Uit de Nokia 2630 werd op 26 januari 2012 een sms bericht ontvangen van ene [naam] “heb je morgen tijd voor 10g mdma?” van ene Hicham “heb je toevallig Kamag? en van [naam] “zou je misschien 1g al in zakje kunnen doen want moek gelijk wegbrengen en heb geen weegschaal bij? Daarnaast bevinden zich in het dossier diverse tapgesprekken en/of sms-berichten waarvan de rechtbank vaststelt dat deze, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, als drugsgerelateerde gesprekken kunnen worden aangemerkt, te weten: 31 januari 2012 waarbij [verdachte] belt met NN-man: [verdachte] ja maar, ik kom net terug uit Suriname (…..) [verdachte] (naam) toch of zo? NN Dat zetten we er gewoon op. [verdachte] Ja, maar ik moet zeker weten dat het die gozer is (….) NN. Maar euh, dat gaat gewoon door de brievenbus. [verdachte] Als het goed is wel ja. Anders zullen ze wel een belletje doen of een kaartje door de brievenbus douwen dat we het op kunnen halen en dan gaan we het gewoon ophalen. 31 januari 2012 waarbij [verdachte] naar [medeverdachte] belt: [verdachte]: Waar liggen die 1000 voor [naam]: [medeverdachte]: Die heb ik nog niet daar liggen. [verdachte]: Die zou ik s’middag tellen; [medeverdachte]: Ben om half 5 klaar, kwart over 4. [verdachte]: Oke dan spreek ik met hem af voor vanavond 19.00 uur. Is dat goed? [medeverdachte]: Oke. Een sms van [verdachte] naar [x] d.d. 1 februari 2012: Heb je nog hits? Beter dan die krishnas? Want die zijn wel heel erg onpuur en kan je nog 200 gr wiet opsturen? 2 februari 2012 waarbij [medeverdachte] naar [verdachte] belt: [medeverdachte]: Deze heb ik vanmorgen 12,5 meier voor betaald, maar zijn in principe dezelfde. [verdachte]: Wat? [medeverdachte]: Dezelfde print. Wat hadden we laatst betaald? [verdachte]: Eh, een vijf en dertig volgens mij. [medeverdachte]: Deze waren een vijftien toch of een tien zelfs. [verdachte]: Oke, wat heb je nou betaald? [medeverdachte]: Een vijf en twintig. Maar hoe heet dat, het zijn wel dezelfde vellen, maar andere dingen als het goed is. [verdachte]: Maar je heb er maar 1000? [medeverdachte]: Ja, maar zeg even precies hoe of wat. Als het kan dat ie zelf eentje doet vanavond. [verdachte]: Ja dat hij even test: [medeverdachte]: ja, dat hij even kan zeggen. Dan pakken we er 10. Ik wou eigenlijk 2, maar dit had hij nog liggen. Ze moeten eigenlijk per 10. [verdachte]: is goed. Ik zal hem een bellen nou; [medeverdachte]: Dat is goed. Die om 12 uur komt. Die knakker [naam]? [verdachte]: [naam] weet ik niet die heb ik nog niet gebeld. Maar die zal wel tegen 11 uur komen meestal. [medeverdachte]: Die andere komt om 12 uur. Maar daar zit ook Elf meijer op. Dat is best. Is nogal wat. [verdachte]: Is goed man. Ik wist niet meer precies wat ik jou moest geven. Dus ik heb maar 6 meier mee gegeven. [medeverdachte]: Ja was zes veertig. We zien elkaar vanavond. Een sms van [verdachte] naar [x] d.d. 2 februari 2012: Sorry voor de late reactie maar zat in Zuid Amerika. Hoeveel wil je hebben? Haze of gewone weed. Laat maar weten hoeveel en welke soort dan stuur….. 23 december 2011, [verdachte] belt naar [ex verdachte]: [verdachte]: Die hele zak die we dicht hadden geplakt, wat was nog over, dat kunnen we toch niet meer verkopen. Ik denk nou, dat is gewoon goeie, kun je gewoon roken; Jenny: Nou lekker; [verdachte]: Twee grammetjes Hees; Jenny: Ja mooi [verdachte]: 1,2 snats en een paar lekkere centen. Heb je al geproefd van die snats? Een sms van [x] aan [verdachte] d.d. 31 januari 2012: What pills r in mate? De reactie van [verdachte] op voornoemd sms-bericht d.d. 31 januari 2012: Still Quaters mate. Een sms-bericht als reactie op een gesprek tussen [verdachte] en een Duitse man d.d. 2 februari 2012: Denk daran das wieder so zu verpacken wie letztes mal. 3 februari 2012 waarbij [verdachte] belt met een NN: [verdachte]: Niet over die Keta; NN. Ik heb ook waarschijnlijk weer van die kleine dingetjes. Ik heb 2 mensen in Wijchen die 100 willen van die kauwe (fon). Diie ene kent het al die andere nog niet. (…) Een stuk of drie van die kleintjes en wat van die kruimeltjes je weet wel. [verdachte]: Je kunt toch ook wat komen? Waarom moet ik dat doen. Je kunt ook wat kopen. Koop je er 100 van allebei dan kun je daarmee werken. NN. Zoveel centjes heb ik niet. [verdachte]: Heb het er maar even over met [naam] 3 februari 2012 [verdachte] belt met NN: NN. Hij is nog niet helemaal droog. [verdachte]: Hij moet wel droog zijn. NN. Wat verlies je normaal gesproken. [verdachte]: tachtig procent. Wacht maar gewoon tot het droog is. Een sms waarbij [verdachte] een sms verstuurt naar een Engels nummer: I’ve got fat freddy’s lsd 230ug mate. 100 hits 450 euro. Een telefoongesprek waarbij [verdachte] naar [medeverdachte] belt op 5 februari 2012: [verdachte]: Ligt die Keta ook daar. [medeverdachte]: neen. [verdachte]: ik moet 100 hebben nou. Van [naam] weet je wel. [medeverdachte]: oke, oke. [verdachte]: Wil even 100 proberen vanmiddag en als dat goed is neemt hij de rest ook. [medeverdachte]: Oke, ik kan wel heef ff weg denk ik. Een tapgesprek d.d. 5 februari 2012 waarbij [verdachte] belt met [naam]: [verdachte]: Ik heb nog een bericht met de computer verstuurd. Heb je dat gelezen? [naam]: Ja heb ik gekregen. Heb geschreven wat ik meer wil krijgen. Is dat een probleem? [verdachte]: neen, waarom gaat het? [naam]: let op 3 witte (…) eh 3 kilo van die Pep. [verdachte]: Oke is geen probleem. Die krijg ik pas dinsdag. Dus dan wordt woensdag of donderdag. Op 2 februari 2012 ontvangt [verdachte] een sms van 0[x] inhoudende: “200 gr haze wiet of 200 gr gewone en 1 g keta en 2 g mdma en mss 100 g speed, kan je prijzen allemaal doorsturen?” Op 2 februari 2012 reageert [verdachte] op deze sms, inhoudende: “haze 300 euro. Skunk 1100 euro. Keta 25 euro. Mdma 600 euro. Speed 350 euro. Haze en andere producten samen voor 1600 euro. Skunk en andere producten 1400 euro.” Er wordt wederom gereageerd op 2 februari 2012, inhoudende: “wat zijn je prijzen voor 10g/25g/50g mdma? Zijn ze nog steeds topkwaliteit? [verdachte] reageert met de tekst: “10 gr 250 euro 25 500 euro en 50 800 euro. Reactie: “kan je 100 g speed en 150 gram amnesia opsturen (….) of kunnen we het zondag komen halen? En de prijs voor 500 bollen? [verdachte] reageert met: “ik kan het opsturen maar beter als je het komt halen. 500 pillen kost 1250 euro.” Er wordt gevraagd of het op zondag tussen 3 en 4 gehaald kan worden waarop [verdachte] reageert met: “kun je dan naar het station in Nijmegen komen? Als je er dan bijna bent kun je me bellen en dan kom ik ook daarheen.” Verbalisanten hebben op 4 februari 2012 de sms-berichten tussen [verdachte] en een Belgisch mobiel nummer gevolgd. De Belgische gebruiker van dit nummer bestelde diverse soorten drugs, waaronder harddrugs. Er werd een afspraak gemaakt om de drugs op zondag 5 februari 2012 op te halen op het treinstation in Wijchen. Op zondag 5 februari 2012 omstreeks 16.27 werd gezien dat een donkergrijze Mercedes met Belgisch kenteken Wijchen inreed, richting station. Gezien werd dat de Mercedes met Belgisch kenteken het parkeerterrein van het treinstation opreed. Vervolgens werd gezien dat de Mercedes van [verdachte] ook het parkeerterrein op reed. Conclusie Voorgaande bewijsmiddelen bevatten voor verdachte belastende aanwijzingen dat hij zich tezamen met zijn medeverdachte heeft schuldig gemaakt aan de handel in verdovende middelen, zowel soft- als harddrugs, zowel in binnen- als in buitenland. Verdachte verklaart ter terechtzitting dat het in de kluis op het adres [adres] aangetroffen geldbedrag van € 7.000,-- zijn eigendom is en verdiend is door de verkoop van nepdrugs. Dat verdachte, zoals hij stelt, na bestelling nepdrugs verstuurde acht de rechtbank, gelet op de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen ongeloofwaardig. Diverse afnemers refereren bij hun drugsbestelling aan eerdere leveranties, bijvoorbeeld het sms-bericht aan [verdachte] op 2 febr 2012 ("Denk daran das wieder so zu verpacken wie letztes mal") . Voorts kan uit het tapgesprek van [verdachte] naar [ex verdachte] op 23 dec 2011 worden afgeleid dat in de pakketjes daadwerkelijk drugs werd verpakt (“die hele zak die we hadden dichtgeplakt, dat was nog over. Kunnen we toch niet meer verkopen. Ik denk nou, dat is gewoon goeie, kun je gewoon roken…twee grammetjes hees erbij, 1,2 snats en een paar lekkere centen. Heb je al geproefd van de snats?’). Diverse afnemers komen meer dan één keer voor in de e-mails en plaatsen dan nieuwe bestellingen. Het is onaannemelijk dat iemand, die is opgelicht en nepdrugs heeft ontvangen, nogmaals bestellingen plaatst bij dezelfde leverancier. Evenmin blijkt uit het dossier niet dat bij en/of tijdens de zoekingen gras en/of hooi is aangetroffen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 en feit 7 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2010 tot en met 7 februari 2012 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) hoeveelheden of een hoeveelheid cocaïne en/of XTC en/of LSD en/of speed en/of heroïne, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine en/of heroïne(telkens) (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, door telkens opzettelijk (op bestelling) een hoeveelheid/hoeveelheden van één of meer van de voornoemde materialen in te pakken en/of (vervolgens) een (opgegeven) adres in het buitenland op de verpakking te noteren en/of (vervolgens) het pakket ten vervoer aan te bieden met als bestemming het buitenland (namelijk Duitsland en/of België en/of Frankrijk en/of Engeland en/of Ierland en/of Oostenrijk en/of Italië en/of Denemarken en/of Noorwegen en/of Finland en/of Griekenland en/of Portugal en/of Servië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Maleisië en/of Pakistan en/of Canada en/of de Verenigde Staten van Amerika en/of Australië en/of Brazilië en/of Aruba en/of Bonaire en/of Curaçao en/of andere landen); 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2010 tot en met 7 februari 2012 tezamen en in vereniging met een te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) hoeveelheden of een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) hasjiesj en/of hennep, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, door telkens opzettelijk (op bestelling) een hoeveelheid/hoeveelheden van één of meer van de voornoemde materialen in te pakken en/of (vervolgens) een (opgegeven) adres in het buitenland op de verpakking te noteren en/of (vervolgens) het pakket ten vervoer aan te bieden met als bestemming het buitenland (namelijk Duitsland en/of België en/of Frankrijk en/of Engeland en/of Ierland en/of Oostenrijk en/of Italië en/of Denemarken en/of Noorwegen en/of Finland en/of Griekenland en/of Portugal en/of Servië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Maleisië en/of Pakistan en/of Canada en/of de Verenigde Staten van Amerika en/of Australië en/of Brazilië en/of Aruba en/of Bonaire en/of Curaçao en/of andere landen); 3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2010 tot en met 7 februari 2012 te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd een hoeveelheid cocaïne en/of XTC en/of LSD en/of speed en/of heroïne, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne MDA en/of MDMA en/of MDE en/of LSD en/of amfetamine (telkens) (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei januari 2010 tot en met 7 februari 2012 te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) hasjiesj en/of hennep, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2010 tot en met 7 februari 2012 te Wijchen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid geneesmiddelen (te weten ketamine), heeft uitgevoerd; 7. hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2010 tot en met 07 februari 2012 te Wijchen en/of Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 29, althans een (groot) aantal, identiteitsbewijzen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van dit verwerven, voorhanden krijgen of overdragen (telkens) wist dat deze identiteitsbewijzen van misdrijf afkomstig waren; ten aanzien van parketnummer 05/701326-12 : De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. In de periode van 31 december 2011 tot en met 01 januari 2012 is te Wijchen opzettelijk een ontploffing teweeg gebracht door een Cobra (vuurwerk) op het dak van sportschool [benadeelde partij] te gooien, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd dak van en voor de sportschool te duchten was. Verdachte maakte deel uit van mensen die ter plaatse vuurwerk aan het afsteken waren. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing. De officier van justitie komt tot deze conclusie aan de hand van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter plaatse was een grote groep personen vuurwerk aan het afsteken en uit niets blijkt dat het gat in het dak is ontstaan door het door verdachte afgeschoten vuurwerk. Beoordeling Uit een tapgesprek d.d. 2 januari 2012 tussen verdachte en (kennelijk) de buurman van verdachte wordt door verdachte het volgende opgemerkt: [verdachte]: hmm….ik wou je even laten weten er zat een klein gatje in het dak van de sportschool……(lacht); [naam]: een klein gatje in het dak……onverstaanbaar……ze lachen. (…..) [verdachte]: ja voor bij de luifel daar was een klein gatje (lacht) [naam]: Ja hoe groot was dat kleine gatje? [verdachte]: ja dat weet ik niet daar heb ik die cobra op gegooid (lacht) (…..) [naam]: ja het waren ook flinke bommen [verdachte]: ja dat waren goede ja. Ik heb tegen mijn schoonmoeder gezegd, doe hem maar de groeten van me. [naam]: ja dat dacht ik wel, ik zag dat ding op het dak komen. Ik hoorde een klap. Ik denk dat het hele dak naar de klote (ze lachen) ja dat zijn de beste; [verdachte] Ja, ik ben nou nog aan het bijkomen. Conclusie Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De stelling van verdachte dat het telefoongesprek tussen hem en zijn buurman niet serieus genomen mag worden omdat hij, zoals hij ter zitting verklaarde, de hele nieuwjaarsnacht feest gevierd heeft en dronken was legt de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde. Immers, het telefoongesprek is niet op 1 januari 2012, maar eerst een dag later op 2 januari 2012 in de ochtend gevoerd en verdachte heeft verklaard dat hij op 1 januari 2012 rond 7 uur in de ochtend is thuisgekomen. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat: hij in de periode van 31 december 2011 tot en met 01 januari 2012 te Wijchen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een Cobra, op het dak van sportschool [benadeelde partij] te gooien, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd(
- e)dak en/of sportschool, te duchten was; Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. 4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van de feiten onder parketnummer 05/901364-11: Ten aanzien van feit 1: Het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 2: Het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 3: Het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 4: Het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 5: Het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 18 van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 7: Het medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd. Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/701326-12: Opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. De feiten zijn strafbaar. 5. De strafbaarheid van verdachte Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. 6. De motivering van de sanctie(
- s)Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden. Het standpunt van de verdediging Uit het requisitoir van de officier van justitie blijkt dat verdachte minimaal 1350 gram drugs zou hebben verzonden en komt vervolgens, kijkend naar de richtlijnen van het LOVS uit op een straf van 4 jaar en 6 maanden. Een dergelijke straf is passend wanneer het gaan om meer dan 10 kilo drugs. Een straf gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zou eerder passend zijn. Beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met: - de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan; - de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op: • het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 09 februari 2012; en • een tweetal voorlichtingsrapportage van de Reclassering IrisZorg d.d. 9 maart 2012 (beknopt) en 03 mei 2012 betreffende verdachte; De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft samen met zijn mededader gedurende een periode van ongeveer 21 maanden veelvuldig verdovende middelen verkocht aan gebruikers in binnen- en buitenland. De door hen verkochte verdovende middelen waren een groot aantal verschillende soorten harddrugs, alsmede softdrugs. Hun klantenkring bouwden zij op door via internet klanten te werven. Op die manier stonden zij in verbinding met een groot aantal afnemers in Nederland en in ruim twintig andere landen. Uit de gegevens, verstrekt door Moneygram en Western Union, blijkt dat de omzet van de handel van verdachte en zijn mededader in elk geval ruim € 110.000,-- was. Het is van algemene bekendheid dat het gebruik van verdovende middelen een gevaar is voor de gezondheid van de gebruikers en meer in het algemeen voor de volksgezondheid. Daarnaast leidt het gebruik van verdovende middelen veelvuldig tot zogenaamde verwervingscriminaliteit, hetgeen een ernstige verstoring van de openbare orde betekent. Verdachte en zijn mededader hebben door hun handelen hieraan bijgedragen. Bij zijn eis is de officier van justitie ervan uitgegaan dat verdachte en zijn mededader gehandeld hebben vanaf 1 januari 2010 en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen. De rechtbank veroordeelt verdachte voor handel gedurende een kortere periode en komt niet toe aan een oordeel ten aanzien van het tenlastegelegde witwassen. Desondanks acht de rechtbank de straf, zoals door de officier geëist passend en geboden. De lange duur waarin verdachte actief is geweest in de handel van verdovende middelen en de grootschaligheid daarvan, alsmede het gegeven dat een feit als witwassen bij in het geheel van de handel in verdovende middelen kan worden gezien als een onvermijdelijk gevolg daarvan, en derhalve als ondergeschikte kan worden beschouwd, is naar het oordeel van de rechtbank reden om deze straf op te leggen. 7. De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 91, 157 en 416 van het Wetboek van Straf¬recht, de artikelen 2, 3, 10, 11 en 13 van de Opiumwet, artikel 18 van de Geneeesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de Economische delicten. 8. De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Verklaart de dagvaarding in de zaak met parketnummer 05/901364-11 voor zover het betreft feit 6, nietig. Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot: een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden. Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht. Aldus gewezen door: mrs. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), F.J.H. Hovens en C. van Linschoten, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 05 februari 2013.