← Nederland

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2011

RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team Strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/720409-12, 05/721880-11 Datum zitting : 15 juni 2012, 8 februari 2013 Datum uitspraak : 22 februari 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] raadsvrouw : mr. L. Demmer, advocaat te IJsselstein.

  1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 05/720409-12 hij op of omstreeks 07 februari 2012 te Ede, in een winkel ([naam 1]) aan de [adres 1] aldaar, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (verkoopster bij [naam 1]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 180 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] ([naam 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een plastic tas, met daarin een pistool, althans een op een (echt) vuurwapen gelijkend voorwerp, op de toonbank in die slijterij heeft gelegd en geopend heeft gehouden/getoond aan voornoemde [slachtoffer 1] en deze vervolgens heeft toegevoegd: "Doe het grote geld hier maar in.", waarbij verdachte de loop van dat pistool in de richting van die [slachtoffer 1] draaide; 05/721880-11 hij op of omstreeks 02 november 2011 te Ede [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd :"jij moet je mond houden, anders maak ik je dood en/of laat me los, anders maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
  2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 8 februari 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. L. Demmer, advocaat te IJsselstein. Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [naam 1]. De officier van justitie, mr. T. Feuth, heeft geëist dat verdachte ter zake van onder 05/720409-12 tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het onder 05/721880-11 tenlastegelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.
  3. De beslissing inzake het bewijs Ten aanzien van het onder 05/720409-12 tenlastegelegde Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken. Ten aanzien van het onder 05/721880-11-12 tenlastegelegde De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen in het dossier. De verdediging bepleit vrijspraak. De rechtbank overweegt als volgt. Door de zoon van verdachte is aangifte gedaan van bedreiging. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard zich niet te kunnen herinneren dat hij bedreigingen heeft geuit tegen aangever. Getuige [getuige 1], die ter plaatse aanwezig was, heeft verklaard niet te hebben gehoord dat verdachte doodsbedreigingen heeft geuit richting slachtoffer. Nu het feit dat verdachte een strafbaar feit zou hebben gepleegd uit niets anders blijkt dan de aangifte van de zoon, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij afwijzen.
  4. De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Spreekt verdachte vrij van de onder 05/720409-12 en 05/721880-11 tenlastegelegde feiten. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1]. Wijst de vordering van de benadeelde partij af. Aldus gewezen door: mr. W.L.J.M. Duijst (voorzitter), mr. A.M. van Gorp en mr. R.M. Maanicus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.