← Nederland

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2734

vonnis RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 839634 \ CV EXPL 12-5579 \ 199 \ 23rd uitspraak van vonnis in de zaak van

  1. [eisende partij sub 1]
  2. [eisende partij sub 2] beiden wonende te [woonplaats] eisende partijen gemachtigde mr. A. Jankie tegen de vennootschap naar Surinaams recht Surinaamse Luchtvaart Maatschappij N.V. (SLM) gevestigd te Paramaribo, Suriname, en kantoorhoudende te Amsterdam gedaagde partij gemachtigde mr. J.C.A. Froon Partijen worden hierna [eisende partij 1 en 2] en SLM genoemd.
  3. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 7 september 2012 met producties - de conclusie van antwoord met een productie - de conclusie van repliek - de akte van 14 december 2012 van SLM, houdende verzoek tot doorhaling - de antwoordakte van [eisende partij 1 en 2].
  4. De vordering en het verweer 2.
  5. [eisende partij 1 en 2] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, SLM zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 en met veroordeling van SLM in de proceskosten en de nakosten. 2.
  6. [eisende partij 1 en 2] baseren hun vordering op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen. Op grond van artikel 7 van de Verordening EG nr. 261/2004 van 11 februari 2004 hebben zij recht op een door SLM te betalen vergoeding. Zij hadden immers een vlucht bij SLM van Amsterdam naar Paramaribo geboekt, doch deze vlucht, met vluchtnummer PY993 die gepland stond op 20 november 2011 om 15.15 uur, heeft eerst plaatsgevonden op 22 november 2011 rond 13.00 uur. De reden hiervoor was gelegen in technische problemen. 2.
  7. Na aanvankelijk inhoudelijk verweer te hebben gevoerd tegen de door [eisende partij 1 en 2] ingestelde vordering, heeft SLM bij voornoemde akte van 14 december 2012 dit verweer prijsgegeven onder verwijzing naar het arrest van het HvJEG/EU van 23 oktober 2012, NJ 2013,
  8. Zij heeft voorts aangevoerd inmiddels op 13 december 2012 aan het kantoor van de gemachtigde van [eisende partij 1 en 2] een bedrag te hebben overgemaakt ten bedrage van € 1.448,17, bestaande uit een bedrag van € 1.200,-- aan hoofdsom, € 72,-- ter zake van wettelijke rente, € 76,17 ter zake van dagvaardingskosten en € 100,-- aan salaris gemachtigde. Zij heeft hier nog aan toegevoegd het in debet gestelde griffierecht afzonderlijk aan de rechtbank te zullen voldoen. Op grond hiervan is SLM van mening dat zij [eisende partij 1 en 2] volledig heeft gecompenseerd en verzoekt zij de procedure door te halen. 2.
  9. [eisende partij 1 en 2] hebben zich bij antwoordakte tegen doorhaling van de zaak verzet en aangevoerd niet bekend te zijn met enige betaling door SLM aan het kantoor van hun gemachtigde. Zij hebben hier nog aan toegevoegd dat SLM ten onrechte heeft aangenomen dat zij op basis van een toevoeging procederen.
  10. De beoordeling 3.
  11. Nu SLM haar verweer niet langer heeft gehandhaafd, zal de vordering van [eisende partij 1 en 2] als erkend worden toegewezen als hieronder bij de beslissing te vermelden. 3.
  12. SLM wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Hierbij tekent de kantonrechter aan dat niet is gesteld of gebleken dat [eisende partij 1 en 2] op basis van een toevoeging procederen. De nakosten worden eveneens toegewezen tot een bedrag van € 100,--. Dit is een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,
  13. De beslissing De kantonrechter veroordeelt SLM om aan [eisende partij 1 en 2] te betalen een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 november 2011 tot aan de voldoening en rekening houdend met de eventueel reeds in mindering hierop betaalde bedragen; veroordeelt SLM in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij 1 en 2] begroot op € 76,17 aan dagvaardingskosten, € 207,-- aan griffierecht en € 200,-- aan salaris voor de gemachtigde, alsmede € 100,-- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, eveneens rekening houdend met de eventueel reeds hierop in mindering betaalde bedragen; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.