RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team belastingrecht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer : ZUT 12/1341 WOZ Uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geding tussen: [X] te [Z], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Oldebroek verweerder.
(1)kunnen worden aangemerkt, en zal een lichter onderscheidenlijk zwaarder gewicht dienen te worden gemotiveerd. De rechtbank zal een wegingsfactor 1 (gemiddeld) toepassen, omdat er onvoldoende aanleiding bestaat om de complexiteit van deze zaak anders dan als “gemiddeld” te beschouwen. 2.3.5 Voorts kan de rechtbank verweerder niet volgen in diens motivering dat 0,25 punt is toegekend voor het bijwonen van de hoorzitting omdat er op de hoorzitting geen nieuwe bezwaren naar voren zijn gebracht en het tijdsbestek slechts 23 minuten was voor de behandeling van drie bezwaarschriften Anders dan bij de beoordeling van het gewicht van de zaak, wordt in het kader van het toekennen van punten aan een proceshandeling als zodanig geen inhoudelijke beoordeling gemaakt van de aard van de proceshandeling, zodat ter zake van het door de gemachtigde ingediende bezwaarschrift en de bijgewoonde hoorzitting in beginsel telkens 1 punt dient te worden toegekend. Het maakt daarbij geen verschil dat de gemachtigde van eiser in deze zaak ook de gemachtigde in een of meer andere zaken was die werden behandeld op dezelfde hoorzitting. Het Bpb geeft geen aanknopingspunt voor het om deze reden toekennen van minder dan 1 punt voor het bijwonen van een hoorzitting door een gemachtigde. Verweerder dient dan ook in de onderhavige zaak het bijwonen van de hoorzitting volledig voor 1 punt te vergoeden. 2.3.6 De rechtbank stelt de vergoeding voor de proceskosten ter zake van verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase daarom vast op € 470 (bezwaarschrift 1 punt, bijwonen hoorzitting 1 punt, wegingsfactor 1, waarde per punt € 235). 2.4 Voorts heeft eiser betoogd dat verweerder de vergoeding voor de werkzaamheden van de taxateur ten onrechte heeft beperkt tot € 121,
- Eiser heeft verzocht om een vergoeding van € 320 (4 uren maal € 80 exclusief BTW). 2.4.2 Verweerder heeft ter motivering van dit bedrag verwezen naar de “Beleidsregels voor de bepaling van de hoogte van de proceskostenvergoeding in fiscale bezwaarprocedures”van de gemeente Oldebroek van 20 januari
- Uit artikel 4 van deze beleidsregels vloeit voort dat voor een ten behoeve van een bezwaarschrift door een deskundige met taxatietechnische kennis opgemaakt taxatierapport over een woning maximaal € 121,85 (1,5 uur) wordt vergoed. 2.4.3 De kosten van de deskundige dienen ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Bpb te worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Ingevolge artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) geldt voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn een tarief van ten hoogste € 81,23 per uur. Blijkens de Nota van Toelichting (Staatsblad 2003, nr. 330) is de vraag of voor deze werkzaamheden het maximum uurtarief of een lager tarief geldt afhankelijk van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden. Door een maximumtarief op te nemen is er ruimte voor marktwerking; om deze reden is eveneens afgezien van het opnemen van een minimumtarief. Op grond van artikel 15 van het Bts worden de bedragen, genoemd in dit besluit, verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. 2.4.4 De rechtbank stelt vast dat niet in geding is dat door eiser redelijkerwijs in de bezwaarfase een taxatierapport is ingebracht of dat eiser in aanmerking komt voor een vergoeding voor de kosten van het taxatierapport. Met betrekking tot het uurtarief overweegt de rechtbank dat voor het bepalen van het uurtarief niet moet worden gekeken naar het in rekening gebrachte of in de markt gangbare uurtarief, maar dient te worden gekeken naar de aard van de te taxeren onroerende zaak. Naarmate de taxatie van een object naar haar aard complexer is, kan toepassing van een hoger uurtarief gerechtvaardigd zijn. Toepassing van het maximale uurtarief van € 81,23 komt eerst in aanmerking indien het object van dien aard is dat de taxatie daarvan zeer complex is (zie Hoge Raad 13 juli 2012, nr. 11/02035, LJN: BX0904). In geval van een taxatie van een courante woning, zoals die van eiser, zijn de werkzaamheden niet in die mate van bijzondere aard dat een tarief uitgaande boven een vergoeding van € 50 exclusief omzetbelasting geboden is. Nu in de onderhavige zaak niet weersproken is dat een inpandige opname heeft plaatsgevonden en niet is gebleken van omstandigheden die de woning en daarmee de taxatiewerkzaamheden bijzonder maken, is de rechtbank van oordeel dat 4 uur maal € 50, exclusief omzetbelasting, redelijk is. Op grond hiervan zal de rechtbank de vergoeding voor de kosten van de deskundige vaststellen op € 238 inclusief omzetbelasting. 2.5 De proceskostenvergoeding in bezwaar komt derhalve uit op een bedrag van (€ 470 + € 238 + € 8,85 =) € 716,
- Uiteraard komt het reeds betaalde bedrag hierop in mindering. 2.6 Het beroep is gegrond. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank zal de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op de voet van het Besluit vaststellen op € 472 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 0,5 omdat sprake is van een lichte zaak, nu het beroep uitsluitend betrekking had op de proceskostenvergoeding in bezwaar). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.
- Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze de proceskostenvergoeding betreft; - stelt de proceskostenvergoeding voor de behandeling van het bezwaar vast op een bedrag van € 716,85; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar voor zover deze is vernietigd; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser voor het beroep ten bedrage van € 472; - gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 42 vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 februari
- Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Afschrift verzonden op: