RECHTBANK OVERIJSSEL Team strafrecht Zittingsplaats Almelo Klaagschriftnummer: 13/307 Beschikking van de meervoudige raadkamer op het klaagschrift, op grond van artikel artikel 552a van het wetboek van strafvordering (Sv) van: [klager], geboren op [geboortedag] in [geboortedag] [geboorteland], wonende in [woonplaats], aan het [adres], nu verblijvende in de P.I. Achterhoek te Zutphen, verder te noemen: klager. 1Het verloop van de procedure Het klaagschrift, gedateerd 19 maart 2013, is op 20 maart 2013 op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klager, door mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer. Het klaagschrift is ingediend door klager, onder wie het beslag is gelegd. Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een personenauto, merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] (verder: auto). Zakelijk weergegeven wordt geklaagd over het uitblijven van een last tot teruggave. Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 12 juni 2013. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, klager en de raadsman gehoord. Tevens is verschenen als belanghebbende: [belanghebbende], geboren op 13 oktober 1975 te Tbilisi, wonende te [woonplaats], [adres]. De rechtbank heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen klager, in welke strafzaak de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van een beschikking van de rechtbank Almelo d.d. 5 december 2012 waarin de rechtbank het door [belanghebbende] ingediende bezwaarschrift ongegrond heeft verklaard. 2De standpunten van de raadsman en de officier van justitie De raadsman stelt zich op het standpunt dat de rechtbank bij beschikking van 5 december 2012 heeft bepaald dat zich niet het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat [belanghebbende] als eigenaar van de auto moet worden aangemerkt, zodat de rechtbank daarmee impliciet heeft geoordeeld dat het strafvorderlijk belang zich niet tegen teruggave verzet. Klager was ten tijde van de inbeslagname houder en dus bezitter van de auto, waardoor hij geacht wordt eigenaar te zijn. Het standpunt van de officier van justitie luidt samengevat dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave en dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. De inbeslagneming is rechtmatig, klager is recidivist op het gebied van het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en ter zitting zal te zijner tijd de verbeurdverklaring van de auto worden gevorderd. De belanghebbende stelt dat de auto op zijn naam staat en hij, ondanks het rustende beslag op de auto, de verkoopprijs inmiddels heeft voldaan aan klager. 3De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4De ontvankelijkheid Het klaagschrift is ontvankelijk. 5De beoordeling Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de rechtbank het volgende vast. Maatstaf Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De rechtbank dient daarom
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.