← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2013:1798

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 140791 KG ZA 13-239 Uitspraak : 13 augustus 2013 (j) Vonnis in kort geding in de zaak van: stichting Woningstichting De Woonplaats gevestigd en kantoorhoudende te Enschede eisende partij hierna te noemen: De Woonplaats advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede tegen mevrouw [naam] wonende te [woonplaats] gedaagde partij hierna te noemen: [naam] niet verschenen 1De procedure 1.1 De Woonplaats partij heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 15 juli

  1. 1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 13 augustus
  2. De Woonplaats heeft haar standpunt doen toelichten door haar advocaat. 1.3 Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend. 1.4 Het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten, het geschil en de motivering van de beslissing 2.1 Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de navolgende feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij onvoldoende of niet zijn betwist of zijn erkend. 2.2 Tussen De Woonplaats als verhuurster en [naam] als huurster bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres]. 2.3 De Woonplaats vordert, kort weergegeven: I. veroordeling van [naam] om met al het hare en de haren binnen veertien dagen na de dag van betekening van het te wijzen vonnis het gehuurde te verlaten en te ontruimen, II. met machtiging aan De Woonplaats deze ontruiming zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie; III [naam] te veroordelen in de kosten rechtens. 2.4 De Woonplaats stelt daartoe, kort samengevat, het volgende. In de woning van [naam] is door de politie op 26 juni 2013 een professionele hennepkwekerij aangetroffen. [naam] is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de huurovereenkomst door in de woning een hennepkwekerij te hebben. 2.5 De voorzieningenrechter overweegt dat De Woonplaats voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening als gevorderd en dat de uitkomst van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. 2.6 De voorzieningenrechter is van oordeel dat [naam] dusdanig in strijd met het goed huurderschap als bedoeld in artikel 7: 213 BW heeft gehandeld dat dit de gevorderde ontruiming rechtvaardigt. In de woning was een hennepkwekerij aanwezig. De voorzieningenrechter machtigt De Woonplaats om de ontruiming zelf ten uitvoer te leggen als gedaagde nalatig is daaraan vrijwillig te voldoen. De gevorderde assistentie door de sterke arm van politie en justitie bij executie van de rechterlijke uitspraak zal worden afgewezen als zijnde overbodig aangezien de deurwaarder op grond van de artikelen 557 juncto 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een binnentredingsrecht heeft en zich zo nodig kan laten bijstaan door de politie. 2.7 [naam] dient als de meest in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten. Daarbij wordt overwogen dat niet duidelijk is waarom De Woonplaats de vordering heeft aangebracht bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank en niet bij de kantonrechter te Enschede. Deze zou in deze zaak immers ook bevoegd zijn en een gelijke voorziening kunnen treffen. Door de handelwijze van De Woonplaats moet [naam], als de in het ongelijk gestelde partij, € 589,00 aan griffierecht betalen, terwijl dit bij de kantonrechter slechts € 112,00 is. Ook het salaris gemachtigde is in civiele procedures veel hoger. In dat licht bezien is het onjuist de nadelige gevolg van de keuze van De Woonplaats op [naam] af te wentelen en is het billijk een gedeelte van het griffierecht als nodeloos veroorzaakt voor rekening van De Woonplaats te laten. 3De beslissing in kort geding 3.1 veroordeelt [naam], met het hare en de haren, om binnen 14 dagen na de dag van betekening van dit vonnis het gehuurde te verlaten en te ontruimen; 3.2 machtigt De Woonplaats om, bij gebreke van volledige voldoening hieraan, deze ontruiming zelf te bewerken; 3.3 veroordeelt [naam] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van De Woonplaats begroot op € 588,71 waaronder € 400,00 wegens het salaris van de gemachtigde; 3.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.5 wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en op 13 augustus 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.