Beschikking RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 2647547 EJ VERZ 7 107/13 Beschikking van de kantonrechter d.d. 23 december 2014 in de zaak van: Stichting Carint-Reggeland Groep statutair gevestigd te Hengelo
(0)verzoekster hierna te noemen Carint gemachtigde: mr. M.A.M. Oude Breuil advocaat te Enschede tegen [verweerder] wonende te [woonplaats] verweerder hierna te noemen: [verweerder] gemachtigde: mr. H. Dijks advocaat te Enschede Gezien het op 23 december 2013 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken. Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 23 december
- Overweegt: De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met enig in de Wet opgenomen opzegverbod. Dat is niet het geval. Tussen partijen staat onweersproken vast dat [verweerder] sedert 15 augustus 2004 in dienst is van Carint, laatsteljk in de functie van directeur tegen een salaris van € 9.293,77 bruto per maand, exclusief emolumenten. [verweerder] is geboren op [geboortedag]
- Partijen zijn het er over eens dat hun arbeidsverhouding, door verschil van inzicht over de wijze waarop de werkzaamheden door [verweerder] dienen te worden uitgevoerd, dermate is verstoord dat verdere vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk is. Op grond van het vorenstaande komt de kantonrechter tot de conclusie, dat er sprake is van een zodanige verandering van omstandigheden dat de dienstbetrekking billijkheidshalve behoort te eindigen en wel met ingang van 1 maart
- Omdat de opgetreden wijziging in de omstandigheden niet in overwegende mate aan [verweerder] kan worden verweten, komt naar het oordeel van de kantonrechter [verweerder] een vergoeding toe. Carint heeft in dat kader [verweerder] een ontbindingsvergoeding van € 120.000,00 aangeboden. [verweerder] is daarentegen van mening aanspraak te kunnen maken op een bedrag van € 195.000,
- Uit hoofde van de Wet Normering Topinkomens (WNT) is het tussen partijen niet toegestaan om een hogere ontslagvergoeding over een te komen dan een jaarsalaris, met € 75.000,00 als maximum. Blijkens het bepaalde in artikel 7:685 3W kan de kantonrechter in het geval van inwilliging van het verzoek tot ontbinding een vergoeding toekennen indien dat de kantonrechter met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt. Indien in de gegeven omstandigheden de billijkheid klaarblijkelijk eist, dat een hogere vergoeding wordt toegekend dan het in de WNT genoemde bedrag van € 75.000,00 dan staat de WNT daar naar het oordeel van de kantonrechter niet aan in de weg. De kantonrechter zal de ontbindingsvergoeding, alle omstandigheden in acht nemende, naar billijkheid vaststellen op € 120.000 bruto. Nu dit bedrag overeenkomt met het aanbod van Carint, kan toepassing van het bepaalde in het negende lid van artikel 7:685 3W achterwege blijven. De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren. Beschikt: Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 maart
- Kent aan [verweerder] ten laste van Carint een vergoeding toe van € 120.000,00 bruto en veroordeelt mitsdien Carint tot betaling van dit bedrag aan [verweerder]. Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt. Aldus gegeven door mr. G.G. Vermeulen, kantonrechter en op 23 december 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.