← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2014:1300

RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle Parketnummer: 08.770226-13 (P) Uitspraak: 17 maart 2014 VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN: het openbaar ministerie tegen [verdachte], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], [woonplaats]. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 maart 2014. De verdachte is niet in persoon verschenen. De verdachte is ter terechtzitting verdedigd door mr. J.M. van Dam, advocaat te ‘s-Gravenhage, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. Als officier van justitie was aanwezig mr. S.J.S. Koekkoek. TENLASTELEGGING Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 25 december 2012 te Kampen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand, gelegen op/aan de [adres 2], heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lucardi juwelier, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming. VOORVRAGEN De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. BEWIJSOVERWEGINGEN Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van wat verdachte is ten laste is gelegd. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken. Het oordeel van de rechtbank De verdachte zal van het ten laste gelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. Met name acht de rechtbank de uit het onderzoek door het NFI naar voren komende bevindingen omtrent de aangetroffen DNA-sporen onvoldoende om als bewijs te kunnen dienen aangezien het hier gaat om onvolledig DNA-profielen. De wetenschappelijke bewijswaarde van een match met een dergelijk profiel is immers lager dan die van een match met een volledig DNA-profiel. Ten aanzien van een van deze sporen (AAFT3526NL#01) heeft het NFI zelfs niet meer kunnen vaststellen dan: ”onvolledig DNA-profiel van minimaal één man - onbekende man B (gekoppeld aan [verdachte]) kan niet worden uitgesloten”. Van dat spoor kon geen matchkans berekend worden. Voorts acht de rechtbank van belang dat de betreffende DNA-sporen zijn aangetroffen op verplaatsbare voorwerpen. Dat verdachte zich heeft beroepen op zijn zwijgrecht, doet daaraan niet af, te meer niet nu de broer van verdachte heeft verklaard dat verdachte hem soms helpt bij kabels trekken of kozijnen plaatsen, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, het hanteren van een (vuist)moker – waarop een van de DNA-sporen is aangetroffen – niet behoeft uit te sluiten. Daarnaast geldt dat het dossier naar het oordeel van de rechtbank in de overigens aanwezige informatie onvoldoende objectieve aanknopingspunten bevat die overtuigend wijzen op enige feitelijke betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde feit. Het uit het dossier naar voren komende gegeven dat verdachte en de medeverdachte, die inmiddels voor het plegen van de inbraak is veroordeeld, elkaar lijken te kennen, acht de rechtbank niet doorslaggevend. Benadeelde partij De benadeelde partij Lucardi Juweliers B.V. zal in diens vordering niet-ontvankelijk worden verklaard nu de verdachte van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Beslissing De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Lucardi Juweliers B.V. in haar vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Aldus gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.