RECHTBANK OVERIJSSEL Team familierecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/146205 / FA RK 13-2153 (HA) Beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 19 februari 2014, in de zaak van: [verzoeker], verder ook de man te noemen, wonende te [woonplaats], [adres], verzoeker, advocaat: mr. M. Tijken, tegen [verweerster], verder ook de vrouw te noemen, wonende te [woonplaats], [adres], belanghebbende, in persoon verschenen. Het procesverloop De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van de navolgende stukken: een op 22 oktober 2013 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de man; de brief van de griffie waaruit blijkt dat op 22 oktober 2013 een afschrift van het verzoekschrift aan de vrouw is toegestuurd, en waarbij zij in de gelegenheid is gesteld een verweerschrift in te dienen. Op 5 februari 2014 heeft een mondelinge behandeling ter zitting plaatsgehad. Hiervan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Er zijn verschenen: de man, bijgestaan door mr. Tijken en de vrouw in persoon. De vaststaande feiten Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren: - [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] [1999], - [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] [2001]. Bij uitspraak van het Amtsgericht Nordhorn van 27 mei 2010 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Bij uitspraak van het Amtsgericht Nordhorn van 15 juni 2009 (verder te noemen: de Duitse uitspraak of de Duitse alimentatieuitspraak) is bepaald dat de man met € 290,34 dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De standpunten van partijen het verzoek De man verzoekt -voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad- de uitspraak van het Amtsgericht Nordhorn van 15 juni 2009 in te trekken, althans te wijzigen met dien verstande dat de door hem aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met ingang van 15 juni 2009, althans met ingang van de datum van indiening van het verzoek, althans met ingang van een datum die de rechtbank juist acht, wordt vastgesteld op nihil, althans op een zodanig bedrag dat de rechtbank juist acht. De man stelt daartoe dat de uitspraak van het Amtsgericht Nordhorn van 15 juni 2009 van meet af aan niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan omdat bij de uitspraak van onjuiste en onvolledige gegevens is uitgegaan, althans is de man van mening dat deze uitspraak nadien door wijziging van omstandigheden is opgehouden aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Voorts stelt de man dat de onderhoudsverplichting in de Duitse uitspraak is gebaseerd op zijn inkomen 2008 maar dat zijn arbeidsovereenkomst met zijn werkgever van destijds is geëindigd in 2009. Vanaf juni 2011 heeft hij een tijdelijk arbeids-contract elders gehad en vanaf juni 2013 ontvangt hij een ziektewetuitkering van het UWV. Ten slotte stelt de man dat hij geen draagkracht heeft om een bijdrage te leveren omdat hij een inkomen heeft dat ver onder de bijstandsnorm voor een alleenstaande is. Hij doet daarbij een beroep op de aanvaardbaarheidstoets omdat hij bij betaling van een onderhoudsbijdrage niet langer in staat is om in eigen kosten van levensonderhoud te voorzien. het verweer De vrouw is in persoon verschenen en zij heeft verweer gevoerd. Volgens de vrouw klopt het door de man geschetste arbeidsverleden en zij betwist niet dat de man een uitkering van het UWV ontvangt. De vrouw betwist echter dat die uitkering de enigste inkomstenbron van de man is. Volgens de vrouw heeft de man ongeveer twee jaar geleden een nabetaling ontvangen van € 30.000,= en voorts dat de man enkele paarden houdt en hij kennelijk in staat is om die paarden te onderhouden. De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing 1. De rechtbank is van oordeel dat allereerst de vragen dienen te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek en vervolgens of het de rechtbank is toegestaan de uitspraak van het Amtsgericht Nordhorn van 15 juni 2009 (hierna: de Duitse uitspraak of de Duitse alimentatiebeslissing) in te trekken of te wijzigen, zoals door de man is verzocht. Daartoe wordt het volgende overwogen. 2. Buitenlandse alimentatiebeslissingen vallen sinds 18 juni 2011 onder het formele toepassingsgebied van de Alimentatieverordening EG nr. 4/2009 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen van 18 december 2008 (Ali-vo), als zij afkomstig zijn uit een EU-lidstaat. Zowel Nederland en Duitsland zijn EU-lidstaat, zodat naar het oordeel van de rechtbank het beantwoorden van de vragen dient plaats te vinden aan de hand van de bepalingen van de Ali-vo. Nederland en Duitsland zijn (als gebonden lidstaat) voorts gebonden door de bepalingen in het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (Protocol). 3. Nu gebleken is dat de vrouw (de crediteur) op het moment van indiening van het verzoek in Nederland haar gewone verblijfplaats heeft, kan de man op grond van het bepaalde in artikel 8 lid 1 Ali-vo in Nederland de onderhavige procedure bij de Nederlandse rechter aanhangig maken. 4. Ingevolge artikel 17 lid 1 Ali-vo wordt de Duitse uitspraak echter zonder vorm van proces in Nederland erkend. Nu niet is gesteld of gebleken dat de Duitse uitspraak volgens de bepalingen van de Ali-vo (artikel 19 Ali-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.