RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/135641 ha za 13-63 datum vonnis: 19 maart 2014 Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van: Mr. Mink Maurits Jan Severiens q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X], gevestigd te Enschede, eiser, verder te noemen de curator, advocaat: mr. M.M.J. Severiens, tegen 1 [gedaagde 1], wonende te [vestigingsplaats], 2de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lebufa Groep B.V., gevestigd te Neede, 3 [gedaagde 3], gevestigd te Enschede, 4 [gedaagde 4], wonende te [woonplaats], voorheen advocaat: mr. L.H.A.M. Andriessen te Breda, 5de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 5], gevestigd te [vestigingsplaats], voorheen advocaat: mr. L.H.A.M. Andriessen te Breda, 6 [gedaagde 6], wonende te [woonplaats], gedaagde. Procesverloop Severiens q.q. heeft alle gedaagden gedagvaard tegen de zitting van 6 maart 2013.Voor [gedaagde 4] en [gedaagde 5] heeft zich mr. L.H.A.M. Andriessen als advocaat gesteld en tegen de overige gedaagden is verstek verleend.Gedaagden sub 4 en 5 hebben een conclusie van antwoord genomen, Severiens q.q. een conclusie van repliek, waarna mr. Andriessen zich als advocaat aan de procedure heeft onttrokken zonder dat gedaagde sub 4 en 5 nadien zich door een andere advocaat ten deze hebben laten vertegenwoordigen.Severiens q.q. heeft vervolgens vonnis verzocht. De beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing Feiten (alles kort samengevat)
- Bij vonnis van 22 juni 2011 is in staat van faillissement verklaard de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X], die tot 25 maart 2011 aan [adres] te [plaats] een exclusieve damesmodezaak dreef.
- Per datum dagvaarding waren door crediteuren tot een bedrag van € 1.705.650,53 vorderingen ingediend, bedroeg het saldo op de faillissementsrekening € 952,60 en was volgens Severiens q.q. het faillissementstekort te stellen op € 1.704.697,93 althans€ 507.069,90 afhankelijk of vordering van [gedaagde 5] betwist wordt.Een verificatievergadering is (nog) niet gehouden, eerst nadien zal het werkelijke faillissementstekort vast komen te staan.
- Severiens q.q. wijt het ontstaan van dit boedeltekort aan onbehoorlijke taakvervulling van de verantwoordelijke bestuurders, het op paulianeuze wijze onttrekken door gedaagde sub 2 (Lebufa Groep B.V.) van activa aan [X] en een aantal paulianeus te achten financiële transacties, waarvan Severiens q.q. de nietigheid heeft ingeroepen. Vordering4.a Severiens q.q. vordert allereerst verklaringen voor recht ten aanzien van de aansprakelijkheid voor dat tekort van gedaagden (in diverse combinaties) als in het petitum van de inleidende dagvaarding onder I. tot en met XI. geformuleerd, gebaseerd op in de hoedanigheid van (indirect) bestuurder c.q. beleidsbepaler van [X] kennelijk onbehoorlijk vervullen van hun taken (artikel 2:248 lid 1 althans lid2 BW) zomede onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 e.v. BW) subsidiair verklaring voor recht van die aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).b. Daarnaast vordert Severiens q.q. veroordeling van de gedaagden tot betaling aan de boedel van voorschotten op die bedragen.c. Severiens q.q. vordert ook verklaring voor recht dat de overdracht van activa als omschreven in de akte van 25 maart 2011 nietig is ex artikel 3:40 BW althans rechtsgeldig is vernietigd door Severiens q.q. op grond van de faillissementspauliana althans die overdracht te vernietigen.d. Voorts vordert Severiens q.q. van alle gedaagden, hoofdelijk althans ieder afzonderlijk, een schadevergoeding ad € 792.298,-- althans € 186.966,86 ter zake van de aan Lebufa Groep B.V. bij die akte van 25 maart 2011 verkochte activa zomede een bedrag van € 25.000,-- wegens onterechte cessie alsmede betaling door Lebufa Groep B.V. van een in de akte levering aandelen d.d. 25 maart 2011 schuldig gebleven restantbedrag van € 29.387,06.e. Ter zake van [gedaagde 3] vordert Severiens q.q. staking van het gebruik van de handelsnaam [Y] met nevenvorderingen en een schadevergoeding ad € 25.000,-- althans een voorschot daarop van die hoogte.f. Een verklaring voor recht dat de akte van cessie van 17 maart 2011 wegens strijd met artikel 3:84 lid 3 BW nietig is althans rechtsgeldig door Severiens q.q. vernietigd is en [gedaagde 1] dienvolgens te veroordelen tot betaling van € 25.000,-- met rente.g. Veroordeling van gedaagden in de proceskosten. Het verweer
- [gedaagde 4] en [gedaagde 5] hebben bij conclusie van antwoord de vorderingen van Severiens q.q. bestreden en tot afwijzing geconcludeerd, na de conclusie van repliek van Severiens q.q. hebben deze gedaagden niet langer bij hun verweer gepersisteerd. De beoordeling
- De rechtbank constateert dat ten aanzien het dagvaarden van alle gedaagden de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen en de [gedaagde 4] en [gedaagde 5] zijn verschenen, zodat tegen de overige gedaagden sub 1 ([gedaagde 1]), sub 2 (Lebufa Groep B.V.), [gedaagde 3] h.o.d.n. [Y]) en [gedaagde 6] verstek wordt verleend en gezien het bepaalde in artikel 140 Rv tussen alle partijen één vonnis zal worden gewezen en dit vonnis als gewezen op tegenspraak wordt beschouwd.
- Op zich komen alle vorderingen van Severiens q.q. strekkende tot verklaringen voor recht niet als onrechtmatig of ongegrond voor met dien verstande dat, vanwege het feit dat (nog) geen verificatievergadering is gehouden, de boedelomvang c.q. een eventueel boedeltekort nog niet vaststaat.Met name kunnen revenuen van schadevergoedingen van nietige, vernietigde c.q. andere paulianeuze acties, als door Severiens q.q. gevorderd, daarin aanzienlijke wijzigingen brengen.Zulks betekent dat met name de gevorderde voorschotten op het boedeltekort (thans) niet toewijsbaar zijn.
- De door Severiens q.q. gevorderde bedragen betreffende de akte van 25 maart 2011 ad € 792.298,-- en € 25.000,-- ter zake van cessie van 17 maart 2011 zomede de vordering tegen gedaagde [gedaagde 3] zijn als na te melden toewijsbaar.
- Gedaagden zullen als overwegend in het ongelijk gesteld en als zodanig veroordeeld in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van beslaglegging kunnen bij gebreke van daartoe overgelegde stukken thans niet worden toegewezen. De beslissing De rechtbank rechtdoende: I. Verleent verstek tegen de gedaagden sub 1, sub 2, sub 3, en sub 6.Voorts: II. Verklaart voor recht ten aanzien van gedaagden sub 1, sub 4, sub 5 en sub 6, dat deze gedaagden als (indirect) bestuurder c.q. medebeleidsbepaler van [X] hun taken kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement van [X] als bedoeld in artikel 2:248 lid 1 althans lid 2 BW als gevolg waarvan deze gedaagden hoofdelijk althans ieder afzonderlijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort in het faillissement van [X] III. Verklaart voor recht ten aanzien van gedaagden sub 4, sub 5 en sub 6 dat deze gedaagden als (indirect) bestuurder van [X] hun taken onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in artikel 2:9 e.v. BW als gevolg waarvan deze gedaagden hoofdelijk althans ieder afzonderlijk jegens de failliete boedel van [X] aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. IV. Verklaart voor recht ten aanzien van gedaagden sub 2 en sub 3, dat deze gedaagden tegenover [X] althans de gezamenlijke schuldeisers van [X] onrechtmatig hebben gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 BW als gevolg waarvan gedaagden hoofdelijk althans ieder afzonderlijk aansprakelijk zijn voor de schade die heeft althans de gezamenlijke schuldeisers van [X] hebben geleden, bestaande uit het boedeltekort in het faillissement van [X] althans gehouden zijn tot schadevergoeding. V. Verklaart voor recht dat de overdracht van activa als aangeduid in de akte van levering van aandelen van 25 maart 2011 nietig is op grond van artikel 3:40 BW. VI. Verklaart voor recht dat de cessie van 17 maart 2011, als omschreven in de dagvaarding, nietig is wegens strijd met artikel 3:84 lid 3 BW. VII. Veroordeelt gedaagden sub 1 tot en met 6 hoofdelijk, althans ieder afzonderlijk tot betaling aan Severiens q.q. van een schadevergoeding ad € 792.298,-- ter zake van de aan Lebufa verkochte activa en een bedrag ad € 25.000,-- ter zake van cessie van 17 maart
- VIII. Veroordeelt gedaagde sub 2 (Lebufa Groep B.V.) tot betaling aan Severiens q.q. van een bedrag van € 29.387,06, zijnde het restant-verschuldigde bedrag ingevolge de akte van 25 maart
- IX. Veroordeelt gedaagden tot betaling van wettelijke rente over hiervoor in dit dictum genoemde bedragen vanaf de dag der dagvaarding. X. Gelast [gedaagde 3] het gebruik van de handelsnaam [Y] en de goodwill van [Y] te staken en deze over te dragen aan Severiens q.q., één en ander op straffe van een dwangsom van € 100,-- voor elke dag dat gedaagde sub 3 hiermede in gebreke blijft.Verwijst voor het overige de zaak –met name wat betreft de schadevergoeding- naar de schadestaatprocedure. XI. Veroordeelt alle gedaagden hoofdelijk, althans ieder afzonderlijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd in de aan de zijde van Severiens q.q. gevallen kosten van deze procedure en tot op deze uitspraak begroot op € 191,30 ex BTW aan deurwaarderskosten, € 1.474,-- aan griffierechten en € 5.160,-- (VII) aan salaris voor de advocaat. XII. Verklaart dit vonnis op de punten VI, VII, VIII, IX uitvoerbaar bij voorraad.XIII. Wijst af enig meer of anders gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en op woensdag 19 maart 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.