beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rekestnummer: 156265 / KG RK 1626-2014 Beslissing van 23 mei 2014 in de zaak van [verzoeker], wonende te [plaats], verzoeker tot wraking, strekkende tot wraking van - de kantonrechter die ter zitting van dinsdag 15 april 2014 te 10.00 uur de zaak (mede) heeft behandeld en (kennelijk) voornemens is de zaak geheel of gedeeltelijk verder (mede) te behandelen al dan niet tot en met het schriftelijke eindvonnis; - alle andere soorten rechters die de zaak in incidentele en/of structurele (mede)behandeling hebben (genomen), ongeacht de aard, wijze duur en intensiteit van die (mede)behandeling; - de griffier die het paraaf onder de sub 1.2. bedoelde rolbeschikking heeft geplaceerd - de heer en/of mevrouw [A], contactpersoon, indien hij/zij tot de sub 2.1. bedoelde duurzaam te verschonen ambtenaren behoort; - alle andere soorten ambtenaren, in of buiten het voorgerecht Overijssel, die de zaak in (mede) behandeling hebben (genomen) en tot de sub 2.1. bedoelde duurzaam te verschonen ambtenaren behoren; - alles soorten ambtenaren die weigeren het sub 2.1. bedoelde verschoningsverzoek te (mede)behandelen voorafgaand aan de (mede)behandeling van het wrakingsverzoek. 1De procedure 1.1. Op 13 mei 2014 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van de hiervoor genoemde gerechtsambtenaren en rechters die al dan niet zijn betrokken bij de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 2951849 CV EXPL 14-3663. 1.2. De wrakingskamer heeft, gelet op het navolgende, afgezien van een mondelinge behandeling. 2De feiten 2.1. In de procedure bij de kantonrechter in deze rechtbank in de zaak met nummer 2951849 CV EXPL 14-3663 heeft de rolrechter, naar aanleiding van de inhoud van een faxbericht van verzoeker van 9 april 2014, de zaak verwezen naar de rol van 13 mei 2014 voor conclusie van antwoord. 3. Het wrakingsverzoek 3.1. Verzoeker heeft de volgende grieven aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. “2.3.1. Een of meerderen van de gewraakte ambtenaren heeft/hebben (on)voorwaardeljk opzettelijk fictief geweigerd op de verzoeken 1, 2 (grotendeels) en 3 in de sub 1.2. bedoelde schriftuur te beschikken en geeft Teevens blijk het kennelijk geen ambtelijke bal te interesseren hetgeen ondergetekende sub II in zijn schriftuur terzake heeft aangevoerd. 2.3.2. In zijn/haar/hun sub 1.3. bedoelde beschikking blijkt de sub 2.3.1. bedoelde ‘interesse’ en eenzijdige zaakbetrokkenheid ten gerieve van de regiokartelmonopolistische GGN deurwaardersindustrie uit het opzettelijk schenden van elementaire schriftelijke beleefdheids- en zaakadministratieve zorgvuldigheidsnormen, ja ambtelijke onbeschoftheid jegens individuele natuurlijke personen als beweerdelijke schuldenaar, zoals het niet expliciet en normaal absoluut neutraal bezigen van de volledige persoons(gebonden) gegevens van en jegens ondergetekende in de adresseringsrubriek, de vermelding in de rubriek “onderwerp” en de aanhef, en afsluiting van de beschikking, het niet expliciet en juist invullen van de rubriek “uw kenmerk” en “bijlage(n)” en het niet vermelden van de volledige naamsgegevens van “De griffier” die behoort bij het geglaceerde paraaf. Toppunt van de door die gewraakte (mede)behandelende ambtena(a)r(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.