← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2014:4035

vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/159905 / KG ZA 14-262 Vonnis in kort geding van 21 juli 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] CLIMATE SYSTEMS B.V., gevestigd te Staphorst, eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. R.R. Beuker te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOUWBEDRIJF [gedaagde] B.V., gevestigd te Rijssen, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. P.J. den Boef te Houten. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de pleitnota van [eiser] de pleitnota van [gedaagde], tevens houdende de eis in voorwaardelijke reconventie. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil in conventie 2.
  3. [eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. opheffing van het door [gedaagde] ingeroepen retentierecht; II. dat [gedaagde] wordt geboden om onmiddellijk na dit vonnis, althans uiterlijk binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, haar beroep op een retentierecht te staken, het gebouw onvoorwaardelijk en volledig vrij te geven aan [eiser], onder meer door de aangebrachte hekken te verwijderen en verwijderd te houden; III. dat [gedaagde] een onmiddellijk opeisbare dwangsom ter hoogte van € 1.000.000,- zal verbeuren indien zij niet aan de veroordeling voldoet; IV. dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot voldoening van de buitengerechtelijke kosten ad € 4.000,-; V. dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van dit geding. 2.
  4. [gedaagde] voert verweer. 3Het geschil in voorwaardelijke reconventie 3.
  5. [gedaagde] vordert in voorwaardelijke reconventie, indien de voorzieningenrechter het retentierecht geheel of gedeeltelijk opheft, betaling van de beide openstaande, opeisbare en niet betwiste facturen ten bedrage van € 440.132,75 (exclusief rente), te vermeerderen met de overeengekomen wettelijke handelsrente vanaf de dag van opeisbaarheid, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.
  6. [eiser] voert verweer. 4De beoordeling in conventie 4.
  7. Van een spoedeisend belang van [eiser] bij het gevorderde is in voldoende mate gebleken. 4.
  8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de vorderingen van [eiser] gedeeltelijk op na te melden wijze toewijsbaar. Bij eindvonnis zal de voorzieningenrechter deze beslissing motiveren. Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden. 5De beoordeling in voorwaardelijke reconventie 5.
  9. Nu aan de voorwaarde, te weten de gedeeltelijke staking van het retentierecht, is voldaan, dient ook beslist te worden op de reconventionele vordering. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient de vordering van [gedaagde] te worden afgewezen. Bij eindvonnis zal de voorzieningenrechter deze beslissing motiveren. Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden. 6De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 6.
  10. gebiedt [gedaagde] binnen één dag na betekening van dit vonnis [eiser] en haar medewerkers de vrije toegang te verlenen tot het parkeerterrein, door alle belemmeringen op te heffen, 6.
  11. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 400.000,- is bereikt, 6.
  12. houdt verder iedere beslissing aan, in voorwaardelijke reconventie 6.
  13. wijst de vorderingen af, 6.
  14. houdt verder iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.