Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/997002-13 Datum vonnis: 8 september 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 augustus
(3)node gemist wordt door het bedrijf waar hij werkzaam is. De raadsman wijst wat betreft de hoogte van een eventuele straf naar een tweetal arresten waarin het Hof Arnhem-Leeuwarden onder meer heeft overwogen dat de opvatting van het Openbaar Ministerie dat elk stuk vuurwerk tot verhoging van de strafmaat dient te leiden, niet wordt gedeeld door het Hof. Voorts dient rekening te worden gehouden met de volgende omstandigheden: verdachte is first offender, hij is mede-eigenaar van een bedrijf dat hem moeilijk kan missen, hij gaat gebukt onder de grote negatieve media-aandacht en hij is geëmotioneerd door de aangetroffen hoeveelheid en het feit dat hij het vuurwerk (onder meer) bij zijn zuster - die nergens vanaf wist - had ondergebracht. Voorts zal hij bij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf als internationale motorcrosser zijn sponsor verliezen. Gelet hierop is de raadsman van mening dat wat de aan verdachte op te leggen straf betreft kan worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel in combinatie met een taakstraf en/of een boete. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk voorhanden gehad, die hij op zijn bedrijfsterrein en in de kelder van een woning had opgeslagen. Het betrof deels massa-explosief vuurwerk, zoals blijkt uit de rapportage van het NFI. Verdachte beschikte niet over de bijzondere expertise die professionele, speciaal gecertificeerde gebruikers van dergelijk vuurwerk hebben. Bij ondeskundige en niet-professionele opslag kunnen de gevolgen bij een ongecontroleerde detonatie, rampzalig zijn. Ook bij het tot ontsteking brengen van dit vuurwerk door niet ter zake kundigen is het verre van denkbeeldig dat er ernstige ongelukken gebeuren. Niet voor niets gelden er strenge regels met betrekking tot het voorhanden hebben van dit soort zwaar explosief vuurwerk. Deze regels zijn opgesteld met het doel om fysiek letsel aan personen en materiële schade door het gebruik van vuurwerk zoveel mogelijk te voorkomen. Vuurwerk dat verdachte voorhanden heeft gehad, voldeed niet aan de Nederlandse vuurwerkvoorschriften. Dat hij anderen, puur voor geldelijk gewin, aan groot gevaar heeft blootgesteld, valt hem zwaar aan te rekenen. De rechtbank neemt bij de strafoplegging tevens in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door hem en door zijn raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. Met name wordt rekening gehouden met het feit dat hij niet eerder voor een dergelijk delict is veroordeeld, dat hij vanaf het begin van het strafrechtelijk onderzoek openheid van zaken heeft gegeven en dat de publiciteit over deze zaak hem persoonlijk en zakelijk heeft getroffen. Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank - anders dan de officier van justitie - termen aanwezig om te volstaan met een werkstraf van na te melden duur en een geldboete van de hieronder genoemde hoogte, met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Om verdachte er van te weerhouden zich opnieuw met illegaal vuurwerk in te laten - dan wel om zich aan een ander strafbaar feit schuldig te maken - acht de rechtbank een proeftijd voor de duur van drie jaar geïndiceerd. 8.4 De inbeslaggenomen voorwerpen Van het inbeslaggenomen vuurwerk ontbreekt een beslaglijst in het dossier. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat het inbeslaggenomen, niet nader te duiden vuurwerk vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – de feiten met betrekking tot dit vuurwerk zijn begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 22c, 22d, 27, 36b, 36c, 57 en 91 Sr. 10De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feiten 1 primair en 3 het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 150 uren; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen; beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt; veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 5.000,-- (vijfduizend euro); beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen; - bepaalt, dat de veroordeelde de geldboete mag voldoen in 20 opeenvolgende maandtermijnen van 250 euro, telkens uiterlijk te voldoen op de dag, waarop de betaling volgens mededeling van het openbaar ministerie behoort te zijn gedaan; de inbeslaggenomen voorwerpen - verklaart onttrokken aan het verkeer het onder verdachte inbeslaggenomen vuurwerk; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. Bloebaum, voorzitter, mr. Melaard en mr. Bouma, rechters, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 september
- Buiten staat Mr. Bloebaum en Bouma zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland bureau milieu Twente met nummer
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant], brigadier, (blz.1 tot en met 6), inhoudende als zakelijk weergegeven verklaring van verbalisant: Op 4 november 2013 gingen de collega’s [verbalisant] en [verbalisant] naar aanleiding van een anonieme melding dat op het perceel [adres] te Daarlerveen containers met vuurwerk opgeslagen zouden staan, naar datadres. Op dat adres is gevestigd [bedrijf verdachte]. We hebben op aanwijzingen van [verdachte], die zei dat hij verantwoordelijk was voor het vuurwerk, een aantal aanhangwagens aangetroffen met dozen waarin vuurwerk was verpakt. Er werden door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] het volgende inbeslaggenomen en afgevoerd:
- 316 dozen Z46 Thundercracker knalvuurwerk.
- 106 dozen Flowerbed/cakeboxen.
- 1000 stuks Cobra 6 lijst III.
- 43000 stuks knalvuurwerk met lont.
- 150 vlinders. Van het vuurwerk genoemd onder 3, 4 en 5 zijn monsters genomen en deze zijn inmiddels opgestuurd naar het NFI voor nader onderzoek. l. van een deel van het vuurwerk is voor nader onderzoek naar het NFI gestuurd. Op 6 november 2013 verklaarde verdachte [verdachte] ook eigenaar te zijn van vuurwerk dat hij geplaatst had in de kelder van de woning van zijn zwager en zus. Op die datum werden in de betreffende woning te Daarlerveen onder meer 12 cakeboxen aangetroffen. Deze partij is inbeslaggenomen geregistreerd onder PL05EQ2013112415-
- Een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk opgesteld door [verbalisant], brigadier, (volgnr. 21 tem. 23), inhoudende als zakelijk weergegeven verklaring van verbalisant: Op 6 november 2013 is door mij, werkzaam als materiedeskundige bij het Team Centraal Onderzoek Vuurwerk, het inbeslaggenomen vuurwerk onderzocht. Door mij werd het volgende aangetroffen: 34 flowerbeds TXB869, 150 vlinders zonder opdrukken, 43.000 knalvuurwerk met lont en 1000 Cobra 6 2G.
- De verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd, zakelijk weergegeven inhoudende: Het klopt dat ik op 4 november 2013 in Daarleveen opzettelijk een aantal flowerbeds, knalvuurwerk (merk Petarda), vlinders en Cobra’s 6 2G in mijn bezit had, terwijl ik niet over gespecialiseerde kennis over dat vuurwerk bezit. De op 6 november 2013 aangetroffen 12 flowerbeds heb ik gekocht en met toestemming van mijn zwager [naam] in de kelder van zijn woning te Daarlerveen opgeslagen. Ook met betrekking tot dit vuurwerk beschikte ik niet over gespecialiseerde kennis. Het door mij opgeslagen vuurwerk was niet ondergebracht in een speciaal daarvoor bestemde ruimte waarvoor een omgevingsvergunning was verleend.
- Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 11 december 2013, opgesteld door [verbalisant] voornoemd, voorzien van BHV-nummer 2013112415, subnummer 02, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant: BIJLAGE 2: De door mij onderzochte partij inbeslaggenomen vuurwerk nr. PL Code 05EQ BVH nummer 2013112415-02 bestaat uit: - 34 flowerbeds, artikelnummer TXB869, - 9 flowerbeds, artikelnummer TXB585, - 17 flowerbeds, artikelnummer TXB586, - 8 flowerbeds, artikelnummer TXB692, - 5 flowerbeds, artikelnummer TXB693, - 6 flowerbeds, artikelnummer TXB694, - 19 flowerbeds, artikelnummer UT4109, - 1 flowerbed, artikelnummer DHD003(A), - 1 flowerbed, artikelnummer RFC
- Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk en de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaringen en/of rapporten, stelde ik vast dat dit onderzochte vuurwerk geen consumentenvuurwerk betrof. BIJLAGE 4: Uit eigen waarneming bleek mij ter zake PL Code 05EQ BVH nummer 2013112415-02 het volgende: knalvuurwerk, te weten: 1000 stuks Cobra 6 2G; 1500 stuks Vlinder; 43.000 stuks merk Petarda.
- Als bijlage bij het onder
- genoemde proces-verbaal een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 december 2013, getiteld “Explosievenonderzoek vanwege het voorhanden hebben van betwist vuurwerk in Daarlerveen op 4 november 2013”, zakelijk weergegeven inhoudende: Kenmerk aanvrager: 05EQ BVH2013112415-
- Omschrijving onderzoeksmateriaal: vlinder zonder opdruk (kenmerk 4); knalvuurwerk Petarda (kenmerk 5); knalvuurwerk met lont Cobra 6 2G (kenmerk 7). Conclusie:
- Onder de aanname dat het vuurwerk (o.a. 4 en 5) is aangetroffen bij een particulier, is het op basis van Vuurwerkbesluit artikel 1.1.1, derde lid j “Tijdelijke regeling ex artikel 1.1.1, derde lid Vuurwerkbesluit” aan te merken als professioneel vuurwerk. Gezien de indeling van het vuurwerk