RECHTBANK OVERIJSSEL Team familierecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/154271 / FA RK 14-745 (SL(O) Beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 29 juli 2014, in de zaak van: [verzoeker], verder ook de man te noemen, wonende te[woonplaats 1], [adres 1], verzoeker, advocaat: mr. M. Cupido, tegen [belanghebbende], verder ook de vrouw te noemen, wonende te [woonplaats 2], [adres 2], belanghebbende, advocaat: mr. M.H. van der Linden. Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 31 maart 2014; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, binnengekomen op 27 juni 2014. Ter griffie van de rechtbank zijn binnengekomen: - op 19 juni 2014 een brief van mr. van der Linden met bijlagen; - op 20 juni 2014 een brief van mr. Cupido met bijlagen; - op 25 juni 2014 een brief van mr. Cupido met bijlagen. De minderjarigen [zijn] op 23 april 2014 door de kinderrechter gehoord. Van dit verhoor is proces-verbaal opgemaakt. De zaak is behandeld ter zitting van 30 juni 2014. Ter zitting zijn verschenen: partijen, beiden bijgestaan door hun advocaat. Namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder ook de Raad te noemen, is verschenen de heer [G.]. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt. De feiten Partijen zijn op 7 september 2000 met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk zijn geboren de navolgende minderjarige kinderen: [naam 1], geboren te[geboorteplaats] op[geboortedatum], [naam 2], geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum], [naam 3], geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum]. Partijen zijn gezamenlijk belast met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Partijen hebben de gevolgen van hun echtscheiding geregeld en neergelegd in het door hen beiden op 6, respectievelijk 13 november 2013 ondertekende echtscheidingsconvenant. In dit convenant zijn partijen, voor zover thans van belang, als volgt overeengekomen:- onder 3.1 Er bestaat tussen de vader en de kinderen een zorg- of contactregeling, inhoudende dat de vader een weekend per veertien dagen van vrijdag 15.30 uur tot zondag 15.30 uur omgang met de kinderen zal hebben. - onder 7.1 De kosten van de kinderen komen volgens de ouders op dit moment neer op € 797, - per maand en de ouders zullen naar rato van hun draagkracht daaraan bijdragen. Met ingang van 1 november 2013 (datum levering echtelijke woning) en zolang de minderjarige kinderen minderjarig zijn en bij moeder wonen, betaalt de vader aan de moeder alimentatie voor de minderjarige kinderen van € 477, - per maand, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 159, - per kind per maand. Bij beschikking van 20 november 2013 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, welke echtscheidingsbeschikking op 9 december 2013 is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. Bij voormelde echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank voorts, voor zover thans van belang, bepaald dat de inhoud van het door partijen opgestelde ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking en dat de man met ingang van 1 november 2013 en zolang de kinderen minderjarig zijn aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie minderjarige kinderen een bedrag van € 159,- per kind per maand. Ingevolge de wettelijke indexering beloopt voormelde bijdrage met ingang van 1 januari 2014 een bedrag van respectievelijk € 481,29 per maand en € 160,43 per kind per maand. Het verzoek De man verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: I. de zorgregeling zodanig wordt gewijzigd dat de kinderen van partijen - aansluitend aan het omgangsweekeinde - voortaan ook de maandag tot en met dinsdagavond 19 uur bij de man verblijven en de woensdagmiddag in de week daarna vanuit school tot 19 uur met ingang van een door de rechtbank te bepalen datum; II. de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van partijen met ingang van datum indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van een door rechtbank te bepalen datum, wordt gewijzigd in een bijdrage van € 80,- per kind per maand. De man stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De man is 27 januari 2014 gehuwd met [naam 4] (hierna [T.]), die uit een eerder huwelijk twee minderjarige kinderen heeft. Als gevolg van dit huwelijk is hij (mede) onderhoudsplichtig geworden voor de kinderen van [T.]. Bovendien is [T.] momenteel in verwachting van een tweeling. Uit de overgelegde zwangerschapsverklaring blijkt dat de tweeling omstreeks 13 oktober 2014 zal worden geboren. Het verweer tevens zelfstandig verzoek De vrouw verzoekt de rechtbank de man in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren dan wel dit verzoek af te wijzen, kosten rechtens. Daartoe stelt zij dat de man door zijn houding en gedrag het onmogelijk maakt dat de vrouw en de kinderen een rustig en gestructureerd bestaan opbouwen en somt zij enkele incidenten op. Wat betreft het verzoek tot wijziging van de onderhoudsbijdrage stelt zij dat de man al vanaf het begin weigert de afgesproken bijdrage te betalen. Zij stelt dat het betalen van de kinderalimentatie voor de eigen kinderen voorrang geniet boven het betalen voor de stiefkinderen. Uit de overgelegde financiële bescheiden blijkt volgens de vrouw dat ze onvoldoende inkomen heeft om in de behoefte van de kinderen te voorzien en dat de in het ouderschapsplan overeengekomen bijdrage van de man noodzakelijk is. De vrouw verzoekt de rechtbank bij zelfstandig verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man de kinderen in het omgangsweekend op de zondag om 15.30 uur terug dient te brengen, dat de man eenmaal per week de kinderen mag bellen en wel op de woensdag om 17.30 uur en dat de vrouw als enige het ouderlijk gezag over de kinderen zal uitoefenen. Het verweer op het zelfstandig verzoek De man verzoekt dat de rechtbank het zelfstandige verzoek zal afwijzen en persisteert voor het overige. De beoordeling Ten aanzien van de ontvankelijkheid Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een relevante wijziging van omstandigheden die een hernieuwd onderzoek naar de behoefte en de draagkracht noodzakelijk en gerechtvaardigd maakt nu de man gehuwd is met [T.] en als gevolg van dat huwelijk op grond van artikel 1:392 Burgerlijk Wetboek (BW) onderhoudsplichtig wordt voor haar minderjarige kinderen die behoren tot het gezin. De man kan daarom in zijn verzoek worden ontvangen. Ook ten aanzien van de zorg- en contactregeling is sprake van gewijzigde omstandigheden, zodat de man eveneens in dit verzoek kan worden ontvangen. Ten aanzien van de zorgregeling De rechtbank is van oordeel dat zij onvoldoende gegevens heeft om een beslissing te nemen op het voorliggende verzoek en het zelfstandige verzoek. Daarom verzoekt de rechtbank de Raad om de rechtbank te rapporteren en te adviseren over de voor de minderjarigen meest wenselijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken, alsmede over het verzoek van de vrouw tot wijziging van het gezag over de kinderen. De beslissing zal worden aangehouden. Ten aanzien van de verzochte bijdrage Niet betwist is dat de man en [T.] samen een tweeling verwachten, voor welke tweeling de man ook onderhoudsplichtig zal zijn. De beschikbare draagkracht van de man dient dan in beginsel ook over zowel [naam 1], [naam 2] en [naam 3] als zijn stiefkinderen als de thans nog ongeboren tweeling te worden verdeeld. De rechtbank zal daarom in haar beoordeling het verzoek splitsen in twee perioden: de periode tot aan de geboorte van de tweeling en de periode daarna. Bij de berekening van de draagkracht van de man voor een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen en de ongeboren tweeling houdt de rechtbank rekening met de norm voor een alleenstaande en het door de Expertgroep Alimentatienormen aanbevolen draagkrachtpercentage van 70. Ten aanzien van de verzochte bijdrage tot aan de geboorte van de tweeling Op grond van artikel 1:400 BW wordt bij de bepaling van het aandeel van een ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kinderen rekening gehouden met alle onderhoudsverplichtingen die deze ouder heeft jegens zijn of haar kinderen en stiefkinderen. Nu de man op 27 januari 2014 gehuwd is met [T.], is hij op grond van artikel 1:395 BW als stiefouder in beginsel verplicht om ook bij te dragen in de kosten van de tot zijn (nieuwe) gezin behorende minderjarige kinderen van [T.], te weten [naam 8] en [naam 6]. De vrouw heeft gesteld dat het betalen van de kinderalimentatie voor de eigen kinderen voorrang geniet boven het betalen voor de stiefkinderen. De rechtbank overweegt ten aanzien van dat verweer als volgt. De behoefte van de minderjarigen [naam 1], [naam 2] en [naam 3] De behoefte van [naam 1], [naam 2] en [naam 3] is tussen partijen niet in het geschil en kan worden vastgesteld op € 242,- per kind per maand. Uitgaande van een kindgebonden budget van de vrouw van € 54, - resteert een behoefte van € 188, - per kind per maand. De draagkracht van de man en de vrouw De rechtbank gaat bij de berekening van de draagkracht van de man en de vrouw voor een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen uit van de navolgende gegevens. De man heeft een netto besteedbaar inkomen € 2.320, - per maand. De draagkracht van de man kan worden berekend aan de hand van de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + 860)]. Op basis van voormelde formule berekent de rechtbank de draagkracht van de man op € 534, - per maand. De man maakt aanspraak op fiscaal voordeel in verband met de te betalen kinderalimentatie van € 102, - per maand, gezien de hoogte van de hierna vast te stellen bijdrage. De draagkracht van de man komt, met inachtneming daarvan, op € 636, - per maand. De vrouw heeft een netto besteedbaar inkomen van € 1.149, - per maand, wat, gelet op voornoemde formule, leidt tot een draagkracht van de vrouw van € 50, - per maand. Onderhoudsbijdrage voor de stiefkinderen? Uit de parlementaire geschiedenis van het hiervoor aangehaalde artikel 1:395 BW volgt dat, als de onderhoudsverplichting van de stiefouder samenvalt met die van de ouder van de kinderen, de verplichtingen ter zake van onderhoud in beginsel van gelijke rang zijn. De omvang van ieders onderhoudsverplichting hangt dan af van de omstandigheden van het geval waarbij als belangrijke factoren in het bijzonder gelden het gegeven dat tussen de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.