vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/161867 / KG ZA 14-328 Vonnis in kort geding van 3 oktober 2014 in de zaak van [eiseres] , wonende te [plaats], eiseres, advocaat mr. R. Grijpstra te Almere, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CREDITPAY B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle, gedaagde, vertegenwoordigd door haar directeur [naam 1] Partijen zullen hierna [eiseres] en CreditPay genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 19 producties; het faxbericht van [eiseres] van 26 september 2014 (productielijst); het faxbericht van CreditPay van 26 september 2014 met 4 producties; de mondelinge behandeling op 29 september 2014; de pleitaantekeningen van CreditPay. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. CreditPay is een kredietinformatie- en incassobureau dat zich bezighoudt met het verrichten van werkzaamheden en het verlenen van diensten op het gebied van creditmanagement en incasso, zomede het voorfinancieren van debiteuren (factoring). 2.2. 12 Easy BV is een organisatie- adviesbureau dat zich bezighoudt met bemiddeling bij handel, huur of verhuur van onroerend goed. BenchMarker is een handelsnaam van 12Easy BV. Enig bestuurder is [naam 2] (hierna: [naam 2]). 2.3. Uit een e-mail bericht van BenchMarker van 17 september 2012 blijkt, voor zover hier van belang, het volgende: Tegenwoordig bieden wij onze kaarthouders de mogelijkheid om geld te lenen met hun auto als onderpand. Normaal gesproken moet u dan de auto inleveren, maar bij ons hoeft dat niet. U kunt gewoon in uw auto blijven rijden. Niemand komt zo te weten dat u uw auto als onderpand voor een lening heeft gebruikt. 2.4. Op 1 maart 2013 hebben CreditPay en 12Easy BV een factoringovereenkomst gesloten uit hoofde waarvan 12Easy BV al haar vorderingen op debiteuren aan CreditPay zal verkopen vanaf de datum van ingang van de overeenkomst (1 maart 2013). CreditPay betaalt 12Easy BV voor deze vorderingen een koopprijs gelijk aan het nominale bedrag van de vorderingen (100%). Deze overeenkomst heeft betrekking op vorderingen op natuurlijke personen en rechtspersonen voor zover deze voortvloeien uit de aankoop, verhuur en terugkoop/verkoop van personenauto’s. 2.5. [eiseres] is gebruiker van de auto van haar dochter ([naam 3]), een Hyundai Sante Fe met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). 2.6. Op 30 september 2013 en 4 oktober 2013 is [eiseres] c.q. de dochter van [eiseres] met BenchMarker een als huurovereenkomst aangeduide overeenkomst met betrekking tot de auto aangegaan. In deze 'huurovereenkomst' is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: (…) Koopprijs auto: 1250 (…). Ondergetekenden komen verder het volgende overeen: (…). Huurder heeft het recht om de gehuurde auto na afloop van de huurtermijn te kopen van CreditPay voor de bovengenoemde koopprijs van de auto. Dit doet men door de koopprijs over te maken op ABN AMRO rekening (…) van CreditPay B.V. te Zwolle. 2.7. Bij e-mail van 1 oktober 2013 met als onderwerp 'Auto verpanden' heeft [eiseres] aan BenchMarker gevraagd of haar mailtjes goed zijn aangekomen. 2.8. Op 10 oktober 2013 heeft CreditPay een bedrag van € 855,00 (€ 1.250,00 minus de eerste huurtermijn, kilometervergoeding en administratiekosten) op de bankrekening van [eiseres] overgemaakt onder vermelding van 'inkoop [kenteken]'. 2.9. In de periode van 15 november 2013 tot en met 28 april 2014 heeft [eiseres] uit hoofde van gemelde overeenkomst een totaalbedrag van € 1.908,00 aan BenchMarker overgemaakt. 2.10. Bij brief van 26 mei 2014 heeft CreditPay aan [eiseres] meegedeeld dat BenchMarker aan haar heeft aangegeven dat de huurperiode uiterlijk 30 juni 2014 zal eindigen en dat zij de mogelijkheid heeft om de auto terug te kopen van CreditPay tegen een prijs van € 1.730,00. 2.11. Op 20 juni 2014 heeft CreditPay een overeenkomst 'Terugkoop voertuig' aan [eiseres] verzonden. 2.12. Op 27 juni 2014 heeft CreditPay tegen [eiseres] aangifte van verduistering gedaan. 2.13. Naar aanleiding van de brief van de advocaat van [eiseres] van 4 juli 2014 heeft CreditPay zich bij e-mail van 14 augustus 2014 bereid verklaard de auto op naam van [eiseres] te zetten en de aangifte in te trekken onder de voorwaarde dat [eiseres] een schuldbekentenis ondertekent en een totaalbedrag van € 1.943,00 (inclusief € 693,00 motorrijtuigenbelasting) aan haar betaalt. 2.14. Bij brief van 5 september 2014 heeft [eiseres] verklaard een bedrag van maximaal € 217,00 te willen betalen, vermeerderd met de door CreditPay betaalde motorrijtuigenbelasting. 2.15. Op of omstreeks 7 september 2014 is [eiseres] door de politie aangehouden en in bewaring gesteld. De auto is in beslag genomen en vervolgens aan CreditPay afgegeven. De auto is thans nog steeds bij CreditPay gestald. 2.16. Bij e-mail van 10 september 2014 heeft CreditPay de betaling van een bedrag van € 1.500,00 ineens tegen kwijting van het meerdere voorgesteld. [eiseres] is daarop niet ingegaan. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, CreditPay met onmiddellijke ingang zal bevelen de auto Hyundai Sante Fe, kenteken 30-JP-FL, en de originele autopapieren op de meest korte termijn, althans binnen een dag na de dag van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn kosteloos en onvoorwaardelijk aan [eiseres] af te geven dan wel, voor zover de auto met kenteken al verkocht is aan een derde, op de meest korte termijn, althans binnen een dag na de dag van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn kosteloos en onvoorwaardelijk aan [eiseres] een vervangende passende auto ter beschikking te stellen en zal bevelen dat CreditPay een dwangsom van € 1.000,00 per dag verschuldigd is voor iedere dag of een gedeelte van een dag dat CreditPay na betekening van dit vonnis in gebreke blijft aan de respectievelijke bevelen te voldoen, alles met veroordeling van CreditPay in de kosten van dit kort geding. 3.2. CreditPay voert gemotiveerd verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Van een spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen is in voldoende mate gebleken. 4.2. Aan haar vorderingen legt [eiseres], samengevat, ten grondslag dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij een geldlening van € 1.250,00 zou krijgen en dat zij tegenover die verbintenis de auto zou verpanden. [eiseres] veronderstelde een overeenkomst tot vestiging van een pandrecht met betrekking tot een roerende zaak (de auto) te zijn aangegaan, waarbij het onderpand ter beschikking bleef van [eiseres]. Volgens [eiseres] heeft door het ontbreken van wilsovereenstemming geen verkoop van de auto plaatsgevonden. 4.3. CreditPay voert, samengevat, als verweer dat de tussen haar en 12Easy BV/BenchMarker gesloten factoringovereenkomst was gericht op de koop van de auto. Dat de auto aan haar verkocht is, blijkt volgens CreditPay uit de beweerdelijk door [eiseres] op 30 september 2013 ondertekende inkoopverklaring. Vanaf dat moment kon [eiseres] weten dat het ging om een verkoop van de auto in plaats van een verpanding, aldus CreditPay. In dit verband verwijst CreditPay voorts naar de huurovereenkomst tussen de dochter van [eiseres] en BenchMarker waarin gesproken wordt over “koopprijs” en waarin het recht van de huurder is neergelegd dat hij de gehuurde auto na afloop van de huurtermijn van CreditPay kan terugkopen. 4.4. Allereerst stelt de voorzieningenrechter vast dat [eiseres] geen partij is geweest bij de tussen CreditPay en 12Easy BV gesloten factoringovereenkomst (als productie 1 ter gelegenheid van de zitting door CreditPay in het geding gebracht), zodat de inhoud daarvan niet aan haar kan worden tegengeworpen. 4.5. CreditPay heeft een kopie van een 'inkoopverklaring' (productie 2 van CreditPay) in het geding gebracht, waaruit volgens haar de verkoop van de auto blijkt. [eiseres] heeft evenwel stellig betwist dat zij deze verklaring met de door CreditPay gestelde inhoud heeft ondertekend. Gezien deze stellige betwisting van de ondertekening door [eiseres] in combinatie met het feit dat CreditPay de originele verklaring niet in haar bezit heeft, dient bewijslevering hier de benodigde duidelijkheid te brengen – waarbij het bewijsrisico op CreditPay rust – en niet is uitgesloten dat de door CreditPay in het geding gebrachte productie op grond van artikel 159 lid 2 Rv in een bodemprocedure geen bewijs zal opleveren, terwijl voor onderhavige bewijslevering in een kort geding geen plaats is. Daar komt bij dat evenmin is uitgesloten dat de bodemrechter – desgevorderd – zal oordelen dat voormelde inkoopverklaring in strijd is met de goede zeden, dan wel dat [eiseres] een geslaagd beroep zal doen op dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. 4.6. Aangezien CreditPay verder klaarblijkelijk veel betekenis toekent aan de tussen (de dochter van) [eiseres] en BenchMarker gesloten huurovereenkomst en ook [eiseres] uitgebreid op de (uitleg van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.