Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/760059-14 Datum vonnis: 10 oktober 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] (Polen), wonende in [woonplaats], [adres]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 september 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. de Valk en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: samen met een ander een gewapende overval heeft gepleegd, dan wel dat zij daaraan medeplichtig is geweest; feit 2: een personenauto heeft geheeld. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: 1. zij op of omstreeks 17 februari 2014 te Glanerbrug, gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] tankstation en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat zij, verdachte, en/of haar mededader - ( in het bezit van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) dat tankstation is binnen gegaan en/of (vervolgens) - die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of voorgehouden en/of (vervolgens) - dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp (voortdurend afwisselend) op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen en/of geschreeuwd: "op de knieen, op de knieen", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen en/of geschreeuwd: "geld, geld, alles" en/of "dit is een overval", aldus woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens) - dat tankstation in het bezit van die hoeveelheid geld en/of die sigaretten heeft verlaten en/of (vervolgens) - ( nadat die [slachtoffer 1] een achtervolging had ingezet) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op en/of in de richting van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en/of (vervolgens) - in een reeds (met chauffeur) gereedstaand voertuig is/zijn vertrokken en/of gevlucht; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat [medeverdachte] op of omstreeks 17 februari 2014 te Glanerbrug, gemeente Enschede, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] tankstation en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat die [medeverdachte] - ( in het bezit van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) dat tankstation is binnen gegaan en/of (vervolgens) - die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of voorgehouden en/of (vervolgens) - dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp (voortdurend afwisselend) op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen en/of geschreeuwd: "op de knieen, op de knieen", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen en/of geschreeuwd: "geld, geld, alles" en/of "dit is een overval", aldus woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens) - dat tankstation in het bezit van die hoeveelheid geld en/of die sigaretten heeft verlaten en/of (vervolgens) - ( nadat die [slachtoffer 1] een achtervolging had ingezet) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op en/of in de richting van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 17 februari 2014 te Glanerbrug, gemeente Enschede, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door door die [medeverdachte] in de richting van dat tankstation te vervoeren en/of (vervolgens) door, in de door haar bestuurde vluchtauto, die [medeverdachte] op te wachten en/of (vervolgens) door die [medeverdachte] vanaf dat tankstation te vervoeren en/of (vervolgens) door met die [medeverdachte] van plaats te ruilen en/of te wisselen zodat hij, [medeverdachte], het voertuig en/of de vluchtauto verder kon besturen; 2. zij op of omstreeks 17 februari 2014 te Glanerbrug, gemeente Enschede,, in elk geval in Nederland, een personenauto (Fiat Punto, [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist, althans had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken en dat zij voor het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling bij JusTact. Daarnaast heeft de officier van justitie toewijzing van de civiele vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. 5.1 Feit 1 5.1.1 Het primair tenlastegelegde Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. 5.1.2 Het subsidiair tenlastegelegde De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. De verdediging heeft bepleit dat van medeplichtigheid alleen sprake kan zijn als iemand behulpzaam is geweest voorafgaand of tijdens het plegen van het misdrijf. Verdachte is de medeverdachte [medeverdachte] na de overval behulpzaam geweest door te fungeren als bestuurder van de auto. Dat is onvoldoende om te komen tot medeplichtigheid nu er geen sprake is van gedragingen van verdachte voorafgaand of tijdens de overval. De bewijsoverwegingen van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet gericht was op het opzettelijk behulpzaam zijn bij - in dit geval - het plegen van de overval, maar ook dat verdachtes opzet al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict), dan wel op een misdrijf dat voldoende verband houdt met het gronddelict. Vaststaat dat verdachte met de medeverdachte naar het tankstation [tankstation] in Glanerbrug is gereden, dat zij daar op verdachte heeft gewacht terwijl hij daar, naar eigen zeggen, sigaretten wilde halen en dat zij samen met verdachte, nadat hij weer richting de auto kwam rennen en haar vertelde dat ze moest rijden omdat hij een overval had gepleegd, is weggereden. Op grond van het onderhavige dossier en het verhandelde ter terechtzitting is evenwel niet komen vast te staan dat verdachte wist dat de medeverdachte een overval zou gaan plegen, zodat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het plegen van een overval door de medeverdachte. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het subsidiair tenlastegelegde. 5.2 Feit 2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft gesteld dat de onder 2 (impliciet primair) tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen is. De verdediging heeft bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling, nu het dossier enkel de verklaring van de medeverdachte hierover bevat en geen sprake is van enig ondersteunend bewijs. De bewijsoverwegingen van de rechtbank Verdachte heeft ontkend dat zij wist of moest vermoeden dat de auto van diefstal afkomstig was. De medeverdachte heeft weliswaar verklaard dat verdachte wel op de hoogte was van het feit dat de Fiat Punto gestolen was, maar zelfs als hij het haar verteld heeft, hoeft dat naar het oordeel van de rechtbank niet te betekenen dat verdachte die mededeling ook heeft begrepen nu aannemelijk is dat de communicatie tussen verdachte en haar medeverdachte niet altijd even duidelijk was. De verklaring van de medeverdachte wordt op geen enkele wijze ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier, zodat verdachte van het feit moet worden vrijgesproken. 5.3 De conclusie De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. 6De schade van benadeelden De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, nu verdachte van het schadeveroorzakende feit 1 wordt vrijgesproken. De benadeelde partijen kunnen hun vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 7De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij; schadevergoeding bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], aan de [adres] in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], aan de [adres] in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C. Verdoold en mr. F.C. Berg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.