Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 07/993019-12 Datum vonnis: 20 oktober 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 september 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.P. Pomper en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 juni 2007 tot en met 23 juni 2007 samen met een ander valse leveringsovereenkomsten heeft opgesteld. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 juni 2007 tot en met 23 juni 2007, althans in de periode 01 juni 2007 tot 18 mei 2010, in de gemeente Zwolle, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens), één of meer overeenkomst(
- en)tussen [bedrijf 1] C.V. en [bedrijf 2] B.V. betreffende de levering van inventaris en/of goodwill met als ondertekeningsdatum 8 juni 2007 en/of 15 juni 2007 en/of 23 juni 2007 CD-22-02, 0-22-03, 0-22-04 en/of 0-22-05); - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens): doen voorkomen dat [bedrijf 1] C.V. niet zou zijn opgeheven en/of in deze overeenkomst(
- en)valselijk vermeld dat verkoper garandeert dat zij bevoegd tot levering zou zijn van de goodwill en/of gekochte zaken, terwijl per 1 juni 2007 de C.V. is opgeheven, zulks (telkens) met liet oogmerk om die/dat geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren, bij niet verrichten te vervangen door 15 dagen hechtenis. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte geheel moet worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte bij het ondertekenen van de genoemde overeenkomsten het oogmerk van misleiding heeft gehad. 5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank De tenlastelegging ziet op een viertal overeenkomsten betreffende de levering van inventaris en goodwill door [bedrijf 1] CV aan [bedrijf 2] BV, gedateerd op 8 juni 2007, 15 juni 2007 en 23 juni 2007. Deze overeenkomsten zijn valselijk opgemaakt omdat ze zijn gedateerd na 1 juni 2007, zijnde de datum van ontbinding van [bedrijf 1] CV. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte met het ondertekenen van deze overeenkomsten het oogmerk tot misleiding heeft gehad. De rechtbank zal verdachte derhalve van het tenlastegelegde vrijspreken. 5.3 De conclusie De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. Stam, voorzitter, mr. Lemain en mr. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2014.