Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/730467-14 Datum vonnis: 5 december 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1994 in Amersfoort, wonende in [woonplaats], nu verblijvende in P.I. Almelo, HvB “de Karelskamp” in Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 november
(2)jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; - omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, Houtwal 16 in Zutphen of een andere vestiging in overleg met Reclassering Nederland te Zutphen aan te wijzen reclasseringsinstelling, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d Sr. stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland, Houtwal 16 in Zutphen of een andere vestiging in overleg met Reclassering Nederland te Zutphen aan te wijzen reclasseringsinstelling, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats] aan de [adres] van een bedrag van € 1.781,35 (duizend zevenhonderd eenentachtig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2014, tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.781,35 (duizend zevenhonderd eenentachtig euro en vijfendertig eurocent) ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 27 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; de inbeslaggenomen voorwerpen - gelast de teruggave aan veroordeelde van een paar inbeslaggenomen schoenen van het merk Adidas ZX Flux; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. A.A. J. Lemain, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 december
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL05QB
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer] van 25 augustus 2014, pagina’s 3 en 4, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever: Ik doe aangifte van zware mishandeling dan wel poging doodslag. Ik heb niemand het recht of de toestemming gegeven mij zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Op 24 augustus 2014 lag ik in Enschede op de grond. Daarna werd ik wakker in het ziekenhuis. In het ziekenhuis bleek ik mijn kaak gebroken te hebben.
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 25 augustus 2014, pagina’s 12 t/m 14, in onderling verband en in samenhang bezien met het opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige van 17 november 2014 door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Overijssel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige: Op 24 augustus 2014 liepen mijn vriend, [getuige 2], en ik in Enschede. Ik zag dat een fietser ons tegemoet fietste. Ik zag een jongeman en een vrouw lopen. Ik zag dat iets lichts en kleins over de straat heen vloog. Direct nadat ik dat iets voorbij zag flitsen zag ik dat de fietser viel. Ik zag dat de jongeman samen met de oudere vrouw naar het slachtoffer liep. Ik zag dat de jongeman boos was. Hij was aan het vloeken en aan het schelden op het slachtoffer. Ik zag dat de jongeman het slachtoffer begon te trappen tegen zijn hoofd, meerdere keren. De dader stond naast het hoofd van de fietser. De jongeman heeft een keer of 10 tegen het hoofd van de fietser getrapt. De vrouw die bij de jongen hoorde stond er gewoon bij en deed niks. Toen het was gebeurd liep de jongen weg richting spoor. Toen hij werd geschopt probeerde de fietser zich te beschermen met zijn armen. Ik heb 112 gebeld.
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 27 augustus 2014, pagina’s 19 t/m 21, in onderling verband en in samenhang bezien met het opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige van 17 november 2014 door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Overijssel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige: Op 24 augustus 2014 liep ik samen met mijn vriendin, [getuige 1], in Enschede. Ik zag dat een fietser mij tegemoet fietste. Ik zag dat een donkere jongen iets wits gooide. Vlak hierna viel de fietser op de grond. Deze donkere jongen kwam samen met een vrouw ons tegemoet lopen. De donkere jongen begon de fietser direct na de val te trappen. Hij trapte de fietser rond de nekstreek, kaak en kin. Ik heb gezien dat hij in de richting van de kaak en kin schopte. De vrouw bij de donkere jongen deed niks. De jongen heeft de fietser meerdere malen geschopt. De fietser probeerde zich te verweren met zijn armen. Toen het trappen was gestopt liep de dader samen met de vrouw richting de Molenstraat.
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 26 augustus 2014, pagina 15 t/m 18, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige: Op 24 augustus 2014 kregen mijn zoon, genaamd [verdachte], en een man op de fiets een woordenwisseling. Mijn zoon gooide met een vol blikje cola naar de man op de fiets.
- Een proces-verbaal verhoor verdachte, inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven: Op 24 augustus 2014 was ik samen met mijn moeder in Enschede. Ik heb een blikje cola van mij afgegooid. Een man op de fiets viel op de grond. Ik heb de man twee of drie keer tegen de schouder getikt met mijn linkervoet.