← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2014:646

Rechtbank Overijssel Team strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/700056-09 Datum vonnis: 11 februari 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [1945] in [geboorteplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 28 november 2012, 3 april 2013, 1 juli 2013, 4 november 2013, 6 november 2013, 12 november 2013, 14 november 2013, 18 november 2013, 19 november 2013, 27 november 2013, 28 november 2013, 3 december 2013, 9 december 2013, 17 december 2013 en 28 januari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. van Eykelen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. F.H.J. van Gaal, advocaat te Wijchen, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Op de zittingen van 1 juli 2013 en 3 december 2013 is de tenlastelegging gewijzigd. De verdenking komt er thans, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: als arts een patiënt opzettelijk in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, welk feit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad; feit 2: als arts een patiënt heeft mishandeld of opzettelijk de gezondheid van die patiënt heeft benadeeld, terwijl dat feit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad; feiten 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 telkens: als arts een patiënt opzettelijk in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, welk feit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad; feiten 4, 6, 8, 10, 12, 14 en 16 telkens: als arts een patiënt heeft mishandeld of opzettelijk de gezondheid van die patiënt heeft benadeeld, terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad; feit 18: recepten of receptenblokken heeft gestolen; feit 19 in de eerste plaats: meermalen machtigingsformulieren voor de aanvraag of de vergoeding van een geneesmiddel valselijk heeft opgemaakt; feit 19 in de tweede plaats: meermalen vervalste machtigingsformulieren voor de aanvraag of de vergoeding van een geneesmiddel heeft afgeleverd, voorhanden heeft gehad of daarvan gebruik heeft gemaakt; feit 20 in de eerste plaats: meermalen receptenpapier valselijk heeft opgemaakt; feit 20 in de tweede plaats: meermalen vervalst receptenpapier heeft afgeleverd, voorhanden heeft gehad of daarvan gebruik heeft gemaakt; feit 21: meermalen een geldbedrag heeft verduisterd van een stichting waarvan verdachte voorzitter was. Voluit luidt de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte, dat: 1. hij, in de periode van 25 september 1997 tot en met 11 maart 2000, te Enschede en/of Barneveld, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 1], geboren [1938], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door - bij die [slachtoffer sub 1] de onjuiste (differentiaal)diagnose Multi Systeem Atrofie (MSA) te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijn(

  1. en)en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  2. e)en/of niet-geïndiceerd(
  3. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (IBZM) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose MSA en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 1] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose MSA aan haar, [slachtoffer sub 1], mede te delen en/of vast te houden aan de onjuiste (differentiaal)diagnose MSA, dit terwijl de/het uitgevoerde gevalideerd(
  4. e)(medisch(e)) onderzoek(
  5. en)geen althans geringe afwijking(
  6. en)liet(
  7. en)zien en/of de klinische (parkinsonistische) verschijnselen passend bij de ziekte MSA ontbraken, waardoor de diagnose MSA niet bevestigd en/of gesteld kon worden en/of in strijd met de geldende richtlijn(
  8. en)en/of het/de protocol(len) bij [slachtoffer sub 1] de onjuiste diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom te stellen en/of aan [slachtoffer sub 1] mede te delen, terwijl verdachte geen (aanvullend(e)) gevalideerd(
  9. e)onderzoek(
  10. en)heeft (laten) uitvoeren/uitgevoerd die de diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom kon(den) bevestigen dan wel ontkrachten en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 1] en/of met behulp van (een) vervalst(
  11. e)en/of valselijk opgemaakt(
  12. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 1] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 1] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 1] niet althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of aan [slachtoffer sub 1] het/de geneesmiddel(len) (Aurorix en/of Madopar en/of Exelon) voor te schrijven, (een) geneesmiddel(
  13. en)dat/die een (onderliggende) psychose en/of manie kan/kunnen doen manifesteren en/of verergeren en/of het risico op tentamen suïcide kan/kunnen vergroten, dit terwijl verdachte bekend was met depressieve klachten en/of suïcidaliteit van [slachtoffer sub 1] en/of geen, althans onvoldoende aandacht te besteden aan en/of zich onvoldoende rekenschap te geven van de bij [slachtoffer sub 1] manifesterende (bovengenoemde) bijwerking(
  14. en)en/of [slachtoffer sub 1] niet, althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit/die geneesmiddel(
  15. en)en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  16. en)en/of het/de protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of dementieel syndroom) en/of (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of de medebehandelaars (huisarts en/of psychiater en/of revalidatiearts) die betrokken waren bij de behandeling van [slachtoffer sub 1] niet, althans onvoldoende in staat te stellen de klachten van [slachtoffer sub 1] op de juiste wijze te interpreteren en/of te behandelen, door niet, althans onvoldoende met deze medebehandelaars te communiceren over de/het door hem, verdachte, bij [slachtoffer sub 1] gedane medische bevindingen en/of ingezette (medicatie)beleid en/of - [ [slachtoffer sub 1] (bij haar ontslag d.d. 10 maart 2000) niet te informeren over de uitslag(
  17. en)van de door hem, verdachte, verrichte onderzoek(
  18. en)(o.a. EMG) in verband met verdachtes verdenking op de ziekte A.L.S. en/of motor neuron disease en/of polyneuropathie, althans een (andere) spierziekte, welk(
  19. e)strafba(a)r(
  20. e)feit(
  21. en)de dood van [slachtoffer sub 1], althans zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of een combinatie van: (in de periode van februari 1997 tot en met maart 2000) (een combinatie van) depressiviteit, toenemende apathie, energieverlies, visuele en akoestische hallucinaties (zijnde bijwerkingen van het medicijn Madopar) en/of (in de periode van februari 1997 tot en met 2000) (een combinatie van) myopathische verschijnselen, hyperreflexie, spiertrekkingen, stijgende leverenzymwaarden, suïcidaliteit (zijnde bijwerkingen van het medicijn Aurorix en/of het gevolg van een serotonine overactiviteit/syndroom) en/of (in de periode van de maand oktober 1997) (een combinatie van huilerigheid, angstaanvallen, slaapproblemen en/of (in de periode van 1998 tot juni 1999) (een combinatie van) angstaanvallen, nachtzweten, hyperventileren en/of (in de periode van oktober 1999 tot en met november 1999) (een combinatie van) rusteloosheid, verwardheid, vermoeidheid, vergeetachtigheid, toename van angst (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van februari 1997 tot en met maart 2000) een (kortdurende en/of recidiverende) psychotische stoornis door een middel en/of (in de periode van februari tot en met maart 2000) rusteloosheid, somberheid, angst, hallucinaties, preoccupatie met de dood en/of een gegeneraliseerde angststoornis en/of angststoornis door een middel; 2. hij, in de periode van 25 september 1997 tot en met 11 maart 2000, te Enschede en/of Barneveld, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 1], geboren [1938] heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 1] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens), gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW), door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), - bij die [slachtoffer sub 1] de onjuiste (differentiaal)diagnose Multi Systeem Atrofie (MSA) te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijn(
  22. en)en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  23. e)en/of niet-geïndiceerd(
  24. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (IBZM) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose MSA en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 1] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose MSA aan haar, [slachtoffer sub 1], mede te delen en/of vast te houden aan de onjuiste (differentiaal)diagnose MSA, dit terwijl de/het uitgevoerde gevalideerd(
  25. e)(medisch(e)) onderzoek(
  26. en)geen althans geringe afwijking(
  27. en)liet(
  28. en)zien en/of de klinische (parkinsonistische) verschijnselen passend bij de ziekte MSA ontbraken, waardoor de diagnose MSA niet bevestigd en/of gesteld kon worden en/of in strijd met de geldende richtlijn(
  29. en)en/of het/de protocol(len) bij [slachtoffer sub 1] de onjuiste diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom te stellen en/of aan [slachtoffer sub 1] mede te delen, terwijl verdachte geen (aanvullend(e)) gevalideerd(
  30. e)onderzoek(
  31. en)heeft (laten) uitvoeren/uitgevoerd die de diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom kon(den) bevestigen dan wel ontkrachten en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 1] en/of met behulp van (een) vervalst(
  32. e)en/of valselijk opgemaakt(
  33. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 1] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 1] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 1] niet althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of aan [slachtoffer sub 1] het/de geneesmiddel(len) (Aurorix en/of Madopar en/of Exelon) voor te schrijven, (een) geneesmiddel(
  34. en)dat/die een (onderliggende) psychose en/of manie kan/kunnen doen manifesteren en/of verergeren en/of het risico op tentamen suïcide kan/kunnen vergroten, dit terwijl verdachte bekend was met depressieve klachten en/of suïcidaliteit van [slachtoffer sub 1] en/of geen, althans onvoldoende aandacht te besteden aan en/of zich onvoldoende rekenschap te geven van de bij [slachtoffer sub 1] manifesterende (bovengenoemde) bijwerking(
  35. en)en/of [slachtoffer sub 1] niet, althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit/die geneesmiddel(
  36. en)en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  37. en)en/of het/de protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer) en/of (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of de medebehandelaars (huisarts en/of psychiater en/of revalidatiearts) die betrokken waren bij de behandeling van [slachtoffer sub 1] niet, althans onvoldoende in staat te stellen de klachten van [slachtoffer sub 1] op de juiste wijze te interpreteren en/of te behandelen, door niet, althans onvoldoende met deze medebehandelaars te communiceren over de/het door hem, verdachte, bij [slachtoffer sub 1] gedane medische bevindingen en/of ingezette (medicatie)beleid en/of - door [slachtoffer sub 1] (bij haar ontslag d.d. 10 maart 2000) niet te informeren over de uitslag(
  38. en)van de door hem, verdachte, verrichte onderzoek(
  39. en)(o.a. EMG) in verband met verdachtes verdenking op de ziekte A.L.S. en/of motor neuron disease en/of polyneuropathie, althans een(andere) spierziekte, welk(
  40. e)strafba(a)r(
  41. e)feit(
  42. en)de dood, althans zwaar lichamelijk letsel van [slachtoffer sub 1] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of een combinatie van: (in de periode van februari 1997 tot en met maart 2000) (een combinatie van) depressiviteit, toenemende apathie, energieverlies, visuele en akoestische hallucinaties (zijnde bijwerkingen van het medicijn Madopar) en/of (in de periode van februari 1997 tot en met 2000) (een combinatie van) myopathische verschijnselen, hyperreflexie, spiertrekkingen, stijgende leverenzymwaarden, suïcidaliteit (zijnde bijwerkingen van het medicijn Aurorix en/of het gevolg van een serotonine overactiviteit/syndroom) en/of (in de periode van de maand oktober 1997) (een combinatie van) huilerigheid, angstaanvallen, slaapproblemen en/of (in de periode van 1998 tot juni 1999) (een combinatie van) angstaanvallen, nachtzweten, hyperventileren en/of (in de periode van oktober 1999 tot en met november 1999) (een combinatie van) rusteloosheid, verwardheid, vermoeidheid, vergeetachtigheid, toename van angst (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van februari 1997 tot en met maart 2000) een (kortdurende en/of recidiverende) psychotische stoornis door een middel en/of (in de periode van februari tot en met maart 2000) rusteloosheid, somberheid, angst, hallucinaties, preoccupatie met de dood en/of een gegeneraliseerde angststoornis en/of angststoornis door een middel; 3. hij, in de periode van 1 januari 2002 tot en met 19 maart 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 2], geboren [1944], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 januari 2002 tot 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in art. 7:453 BW) door, - bij die [slachtoffer sub 2] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  43. e)en/of niet-geïndiceerd(
  44. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab) dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 2] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab)dementie aan hem, [slachtoffer sub 2], mede te delen en/of zijn, verdachtes, eigen verdenking op (begeleidende) temporale epilepsie niet aan [slachtoffer sub 2] mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 2] en/of met behulp van (een) vervalst(
  45. e)en/of valselijk opgemaakt(
  46. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 2] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 2] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 2] niet, althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  47. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  48. e)medisch(
  49. e)onderzoek(
  50. en)– die/dat pleitte(
  51. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/ (preseniele en/of frontaalkwab)dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  52. en)en/of het/de protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose Alzheimer/ (preseniele en/of frontaalkwab)dementie en/of (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of geen (nader) onderzoek te verrichten naar de verdenking op temporale epilepsie en/of een epileptisch ziektebeeld bij [slachtoffer sub 2] onbehandeld te laten, welk(
  53. e)strafba(a)r(
  54. e)feit(
  55. en)zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer sub 2] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of een combinatie van: - ( (in de periode van april 2002 tot december 2002) (een combinatie van) lusteloosheid, vermoeidheid, angst, suïcidaliteit, slapeloosheid concentratieverlies, hallucinaties, maagklachten, kromlopen, delirium en parkinsonistische verschijnselen (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van april 2002 tot 4 augustus 2004) een aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of sympto(o)m(
  56. en)van een niet behandeld epileptisch ziektebeeld, waaronder (een) epileptische aanval(len) en/of (in de periode van 4 augustus 2004 van tot en met 19 maart 2009) een reactieve depressieve stoornis met langdurig beloop; 4. hij, in de periode van 1 januari 2002 tot en met 19 maart 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer sub 2], geboren [1944] heef mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 2] heeft benadeeld, immers heeft verdachte (telkens) in de periode van 1 januari 2002 tot 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW), door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), bij die [slachtoffer sub 2] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  57. e)en/of niet geïndiceerd(
  58. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab) dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 2] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele en/of frontaalkwab)dementie aan hem, [slachtoffer sub 2], mede te delen en/of zijn, verdachtes, eigen verdenking op (begeleidende) temporale epilepsie niet aan [slachtoffer sub 2] mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 2] en/of met behulp van (een) vervalst(
  59. e)en/of valselijk opgemaakt(
  60. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 2] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 2] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 2] niet, althans onvoldoende voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  61. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  62. e)medisch(
  63. e)onderzoek(
  64. en)– die/dat pleitte(
  65. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/ (preseniele en/of frontaalkwab)dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  66. en)en/of het/de protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose Alzheimer/ (preseniele en/of frontaalkwab)dementie en/of (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of geen (nader) onderzoek te verrichten naar de verdenking op temporale epilepsie en/of een epileptisch ziektebeeld bij [slachtoffer sub 2] onbehandeld te laten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 2] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of een combinatie van: (in de periode van april 2002 tot december 2002) (een combinatie van) lusteloosheid, vermoeidheid, angst, suïcidaliteit, slapeloosheid concentratieverlies, hallucinaties, maagklachten, kromlopen, delirium en parkinsonistische verschijnselen (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van april 2002 tot 4 augustus 2004) een aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of sympto(o)m(
  67. en)van een niet behandeld epileptisch ziektebeeld, waaronder (een) epileptische aanval(len) en/of (in de periode van 4 augustus 2004 van tot en met 19 maart 2009) een reactieve depressieve stoornis met langdurig beloop; 5. hij, in de periode van 01 maart 2000 tot en met 11 maart 2009, te Enschede en/of Rijssen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 3], geboren [1946] tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachten overeenkomst (artikel 7:446 BW verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft/hebben gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 maart 2000 tot 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door - bij die [slachtoffer sub 3] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  68. e)en/of niet-geïndiceerd(
  69. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 3] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 3], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 3] en/of met behulp van (een) vervalst(
  70. e)en/of valselijk opgemaakt(
  71. e)machtigingsformulier(
  72. en)aan [slachtoffer sub 3] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 3] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 3] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  73. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  74. e)medisch(
  75. e)onderzoek(
  76. en)– die/dat pleitte(
  77. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te her overwegen en/of in strijd met de/het (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  78. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of (preseniele dementie) en/of van (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(en), welk(
  79. e)strafba(r)(
  80. e)feit(
  81. en)zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer sub 3] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van oktober 2000 tot 6 januari 2005) (een combinatie van) vermoeidheid, misselijkheid, duizeligheid, evenwichtsstoornissen, hoofdpijn (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van oktober 2000 tot 6 januari 2005) een aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming en/of (in de periode van 6 januari 2005 tot en met 11 maart 2009) een aanpassingsstoornis met gemengde stoornis van emoties en gedrag en/of een dysthyme stoornis (zijnde een gemaskeerde depressie) en/of (een combinatie van) (snelle) vermoeidheid en lage inspanningstolerantie; 6. hij, in de periode van 01 maart 2000 tot en met 11 maart 2009, te Enschede en/of Rijssen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 3], geboren [1946], heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 3] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 maart 2000 tot 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW), door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), bij die [slachtoffer sub 3] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  82. e)en/of niet-geïndiceerd(
  83. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 3] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 3], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 3] en/of met behulp van (een) vervalst(
  84. e)en/of valselijk opgemaakt(
  85. e)machtigingsformulier(
  86. en)aan [slachtoffer sub 3] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 3] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 3] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  87. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  88. e)medisch(
  89. e)onderzoek(
  90. en)– die/dat pleitte(
  91. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de/het (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  92. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose en/of van (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(en), (diverse) (aanvullende) onderzoeken te gelasten zonder (duidelijke) indicatie/vraagstelling, (waaronder genetisch (DNA)onderzoek), ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 3] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of een combinatie van: (in de periode van oktober 2000 tot 6 januari 2005) (een combinatie van) vermoeidheid, misselijkheid, duizeligheid, evenwichtsstoornissen, hoofdpijn (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van oktober 2000 tot 6 januari 2005) een aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming en/of (in de periode van 6 januari 2005 tot en met 11 maart 2009) een aanpassingsstoornis met gemengde stoornis van emoties en gedrag en/of een dysthyme stoornis (zijnde een gemaskeerde depressie) en/of (snelle) vermoeidheid en lage inspanningstolerantie; 7. hij, in de periode van 01 april 1998 tot en met 10 maart 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 4], geboren [1946], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 april 1998 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door bij die [slachtoffer sub 4] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  93. e)en/of niet-geïndiceerd(
  94. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 4] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 4], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 4] en/of met behulp van (een) vervalst(
  95. e)en/of valselijk opgemaakt(
  96. e)machtigingsformulier(
  97. en)aan [slachtoffer sub 4] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 4] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 4] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  98. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  99. e)medisch(
  100. e)onderzoek(
  101. en)– die/dat pleitte(
  102. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  103. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of (preseniele) dementie) en/of van (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(
  104. en)en/of welk(
  105. e)strafba(a)r(
  106. e)feit(
  107. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 4] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van januari 1999 tot en met november 2002) (een combinatie van) nachtmerries, gebrek aan eetlust, opgeblazen gevoel, misselijkheid en obstipatie (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van januari 1999 tot en met 10 maart 2009) een ernstige angststoornis en/of (ernstige
  108. en)chronische aanpassingsstoornis met zowel angstige als depressieve kenmerken; 8. hij, in de periode van 01 april 1998 tot en met 10 maart 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 4], geboren [1946] heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 4] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens) in de periode van 1 april 1998 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), bij die [slachtoffer sub 4] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  109. e)en/of niet-geïndiceerd(
  110. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 4] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 4], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 4] en/of met behulp van (een) vervalst(
  111. e)en/of valselijk opgemaakt(
  112. e)machtigingsformulier(
  113. en)aan [slachtoffer sub 4] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 4] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 4] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  114. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  115. e)medisch(
  116. e)onderzoek(
  117. en)– die/dat pleitte(
  118. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  119. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of (preseniele) dementie) en/of van (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(
  120. en)en/of (diverse) (aanvullende) onderzoeken te gelasten zonder (duidelijke) indicatie/vraagstelling (waaronder (een (of meer) lumbaalpunctie(s)), ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 4] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van januari 1999 tot en met november 2002) (een combinatie van) nachtmerries, gebrek aan eetlust, opgeblazen gevoel, misselijkheid en obstipatie (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van januari 1999 tot en met 10 maart 2009) een ernstige angststoornis en/of (ernstige
  121. en)chronische aanpassingsstoornis met zowel angstige als depressieve kenmerken; 9. hij, in de periode van 2 juli 1997 tot en met 2 april 2009, te Enschede en/of Beltrum, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 5], geboren [1956], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 2 juli 1997 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door bij die [slachtoffer sub 5] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  122. e)en/of niet-geïndiceerd(
  123. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 5] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 5], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 5] en/of met behulp van (een) vervalst(
  124. e)en/of valselijk opgemaakt(
  125. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 5] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 5] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 5] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  126. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  127. e)medisch(
  128. e)onderzoek(
  129. en)– die/dat pleitte(
  130. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  131. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 5] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon, welk(
  132. e)strafba(a)r(
  133. e)feit(
  134. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 5] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of combinatie van: - ( (in de periode van mei 2001 tot en met juli 2005) een depressieve stoornis, eenmalige episode en/of een ernstige depressieve episode dat zich heeft geuit in een depressieve stemming, duidelijk verlies van energie, interesse en plezier, extreme moeheid, gewichtsvermindering, slaapproblemen en gevoelens van waardeloosheid en/of (in de periode van augustus 2001 tot en met juli 2005) (een combinatie van) verminderd zicht, vermoeidheid, gebrek aan eetlust, depressieve stemming, angst, slaapproblemen, hoofdpijn en duizeligheid (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van augustus 2001 tot en met 2 april 2009) een chronische aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of een aanpassingsstoornis met angst; 10. hij, in de periode van 2 juli 1997 tot en met 2 april 2009, te Enschede en/of Beltrum, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 5], geboren [1956], heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 5] heeft benadeeld, immers heeft verdachte (telkens) in de periode van 2 juli 1997 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), - bij die [slachtoffer sub 5] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  135. e)en/of niet-geïndiceerd(
  136. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 5] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of (preseniele)dementie aan hem, [slachtoffer sub 5], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 5] en/of met behulp van (een) vervalst(
  137. e)en/of valselijk opgemaakt(
  138. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 5] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 5] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 5] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  139. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  140. e)medisch(
  141. e)onderzoek(
  142. en)– die/dat pleitte(
  143. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/(preseniele) dementie – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  144. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 5] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon, (diverse) (aanvullende) onderzoeken te gelasten zonder (duidelijke) indicatie/vraagstelling (waaronder (een (of meer) lumbaalpunctie(
  145. s)en/of genetisch (DNA)onderzoek), ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 5] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of combinatie van: - ( (in de periode van mei 2001 tot en met juli 2005) een depressieve stoornis, eenmalige episode en/of een ernstige depressieve episode dat zich heeft geuit in een depressieve stemming, duidelijk verlies van energie, interesse en plezier, extreme moeheid, gewichtsvermindering, slaapproblemen en gevoelens van waardeloosheid en/of (in de periode van augustus 2001 tot en met juli 2005) (een combinatie van) verminderd zicht, vermoeidheid, gebrek aan eetlust, depressieve stemming, angst, slaapproblemen, hoofdpijn en duizeligheid (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van augustus 2001 tot en met 2 april 2009) een chronische aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of een aanpassingsstoornis met angst; 11. hij, in de periode van 1 januari 2000 tot en met 7 april 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 6], geboren [1947], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 januari 2000 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door bij die [slachtoffer sub 6] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of CVA (multi infarcted brain) te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  146. e)en/of niet-geïndiceerd(
  147. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of CVA (Multi infarcted brain) en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 6] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of CVA (multi infarcted brain) aan haar, [slachtoffer sub 6], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 6] en/of met behulp van (een) vervalst(
  148. e)en/of valselijk opgemaakt(
  149. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 6] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 6] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 6] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  150. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  151. e)medisch(
  152. e)onderzoek(
  153. en)– die/dat pleitte(
  154. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/CVA (multi infarcted brain) – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  155. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer/CVA (multi infarcted brain) en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 6] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon, welk(
  156. e)strafba(a)r(
  157. e)feit(
  158. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 6] te gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van december 2000 tot en met juni 2004 (een combinatie van) misselijkheid, braken, vermoeidheid, lusteloosheid, somberheid (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van december 2000 tot en met juni 2004) een depressieve stoornis (eenmalige episode, thans in remissie) en/of (in de periode van december 2000 tot en met 7 april 2009) een chronische aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming; 12. hij, in de periode van 1 januari 2000 tot en met 7 april 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 6], geboren [1947], heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 6] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens) in de periode van 1 januari 2000 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), bij die [slachtoffer sub 6] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of CVA (Multi infarcted brain) te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  159. e)en/of niet-geïndiceerd(
  160. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of CVA (Multi infarcted brain) en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 6] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of CVA (Multi infarcted brain) aan haar, [slachtoffer sub 6], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 6] en/of met behulp van (een) vervalst(
  161. e)en/of valselijk opgemaakt(
  162. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 6] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 6] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 6] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  163. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  164. e)medisch(
  165. e)onderzoek(
  166. en)– die/dat pleitte(
  167. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer/CVA (Multi infarcted brain) – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  168. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer/CVA (Multi infarcted brain) en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) n/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 6] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon, ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 6] zwaar lichamelijk heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van december 2000 tot en met juni 2004 (een combinatie van) misselijkheid, braken, vermoeidheid, lusteloosheid, somberheid (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van december 2000 tot en met juni 2004) een depressieve stoornis (eenmalige episode, thans in remissie) en/of (in de periode van december 2000 tot en met 7 april 2009) een chronische aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming; 13. hij, in de periode van 1 augustus 2001 tot en met 31 maart 2004, te Enschede en/of Lichtenvoorde, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 7], geboren [1943], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 augustus 2001 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door, bij die [slachtoffer sub 7] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  169. e)en/of niet-geïndiceerd(
  170. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 7] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom aan haar, [slachtoffer sub 7], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 7] en/of met behulp van (een) vervalst(
  171. e)en/of valselijk opgemaakt(
  172. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 7] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 7] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 7] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  173. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  174. e)medisch(
  175. e)onderzoek(
  176. en)– die/dat pleitte(
  177. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer en/of dementieel syndroom – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  178. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of dementieel syndroom) en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 7] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon, welk(
  179. e)strafba(a)r(
  180. e)feit(
  181. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 7] ten gevolge heeft/hebben gehad, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van januari 2002 tot en met maart 2004) (een combinatie van) misselijkheid, hoofdpijn, lusteloosheid, forse gewichtstoename, somberheid en angstklachten (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van januari 2002 tot en met maart 2004) een aanpassingsstoornis met een gemengde stoornis van emoties en gedrag; 14. hij, in de periode van 1 augustus 2001 tot en met 31 maart 2004, te Enschede en/of Lichtenvoorde, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer sub 7], geboren [1943], heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 7] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens) in de periode van 1 augustus 2001 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), - bij die [slachtoffer sub 7] de onjuiste (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom te stellen, door (in strijd met de/het (destijds) geldende richtlijnen en/of protocol(len)) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  182. e)en/of niet-geïndiceerd(
  183. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende (klinisch) onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat (of ander) (klinisch) onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het stellen van de diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom en/of bij de inhoud van de daarop volgende behandeling en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 7] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer en/of dementieel syndroom aan haar, [slachtoffer sub 7], mede te delen en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 7] en/of met behulp van (een) vervalst(
  184. e)en/of valselijk opgemaakt(
  185. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 7] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 7] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 7] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of de uitslag(
  186. en)van de/het (nadien) uitgevoerde gevalideerd(
  187. e)medisch(
  188. e)onderzoek(
  189. en)– die/dat pleitte(
  190. n)tegen het bestaan van de ziekte Alzheimer en/of dementieel syndroom – te negeren, althans zijn (differentiaal)diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  191. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of dementieel syndroom) en/of van (een) door hem, verdachte (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of onvoldoende acht te slaan op de bijwerkingen die [slachtoffer sub 7] rapporteerde in verband met de inname van het geneesmiddel Exelon en/of (diverse) (aanvullende) onderzoeken te gelasten zonder (duidelijke) indicatie/vraagstelling (waaronder (een (of meer) lumbaalpunctie(
  192. s)en/of genetisch (DNA)onderzoek), ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 7] zwaar lichamelijk heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van januari 2002 tot en met maart 2004) (een combinatie van) misselijkheid, hoofdpijn, lusteloosheid, forse gewichtstoename, somberheid en angstklachten (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van januari 2002 tot en met maart 2004) een aanpassingsstoornis met een gemengde stoornis van emoties en gedrag; 15. hij, in de periode van 23 januari 2003 tot en met 6 oktober 2009, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 8], geboren [1966], tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers heeft verdachte (telkens), in de periode van 23 januari 2003 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door bij die [slachtoffer sub 8] de onjuiste (differentiaal)diagnose MS (Multiple Sclerose) en/of demyelinisatie te stellen, terwijl deze diagnose op basis van het/de (destijds) geldende protocol(len) en/of richtlijnen(
  193. en)(waaronder het protocol “Diagnostiek en behandeling Multiple sclerose”) en/of de uitslagen van de (medische) onderzoeken (MRI(‘s), bloedonderzoek(
  194. en)en/of lumbaalpunctie(
  195. s)niet gesteld had kunnen en/of mogen worden en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 8] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose MS (Multiple Sclerose) aan hem, [slachtoffer sub 8], mede te delen en/of de uitslagen van de/het (nadien) uitgevoerde (medische) onderzoek(
  196. en)(MRI(‘s), bloedonderzoek(
  197. en)en/of lumbaalpunctie(s)) – die/dat pleitte(
  198. n)tegen het bestaan van de ziekte MS (Multiple Sclerose) en/of demyelinisatie – te negeren, althans zijn (differentiaal) diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of - in strijd met het/de (destijds) geldende protocol(len) en/of richtlijn(
  199. en)(waaronder het protocol “Diagnostiek en behandeling Multiple Sclerose”) geen (nader) onderzoek te verrichten naar de verdenking op een discusherniatie in de cervicale wervelkolom en/of bij die [slachtoffer sub 8] een discusherniatie in de cervicale wervelkolom niet te behandelen, welk(
  200. e)strafba(a)r(
  201. e)feit(
  202. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 8] heeft/hebben veroorzaakt, te weten een cumulatie en/of combinatie van: (in de periode van 20 februari 2003 tot en met 9 april 2004) een (onbehandelde) cervicale hernia tussen de 6e en 7e halswervel met ziekelijke verandering in het ruggenmerg door compressie ter plaatse (myelopathie) en/of blijvende beschadiging van de ruggenmerg (en/of zenuwen tussen de 6e en 7e halswervel) en/of (in de periode 9 april 2004 tot en met 6 oktober 2009) (een combinatie van) krachtverlies in de benen, mictie stoornissen, stuurstoornissen (coördinatie), dove gevoelens over zijn benen, vermoeidheid, chronische pijn in de nek en onder in de rug en/of ernstige slaapproblemen en/of (in de periode van 9 april 2004 tot en met 6 oktober 2009) een aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of een chronisch depressieve stoornis; 16. hij, in de periode van 23 januari 2003 tot en met 26 januari 2004, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 8], geboren [1966], heeft mishandeld, althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer sub 8] heeft benadeeld, immers, heeft verdachte (telkens) in de periode van 23 januari 2003 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door (zonder informed consent, neergelegd in artikel 7:448 BW jo. 7:450 BW), - bij die [slachtoffer sub 8] de onjuiste (differentiaal)diagnose MS (Multiple Sclerose) en/of demyelinisatie te stellen, terwijl deze diagnose op basis van het/de (destijds) geldende protocol(len) en/of richtlijnen(
  203. en)(waaronder het protocol “Diagnostiek en behandeling Multiple sclerose”) en/of de uitslagen van de (medische) onderzoeken (MRI(‘s), bloedonderzoek(
  204. en)en/of lumbaalpunctie(
  205. s)niet gesteld had kunnen en/of mogen worden en/of (vervolgens) [slachtoffer sub 8] deze onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose MS (Multiple Sclerose) aan hem, [slachtoffer sub 8], mede te delen en/of de uitslagen van de/het (nadien) uitgevoerde (medische) onderzoek(
  206. en)(MRI(‘s), bloedonderzoek(
  207. en)en/of lumbaalpunctie(s)) – die/dat pleitte(
  208. n)tegen het bestaan van de ziekte MS (Multiple Sclerose) en/of demyelinisatie – te negeren, althans zijn (differentiaal) diagnose niet bij te stellen en/of te heroverwegen en/of in strijd met het/de (destijds) geldende protocol(len) en/of richtlijn(
  209. en)(waaronder het protocol “Diagnostiek en behandeling Multiple Sclerose”) geen (nader) onderzoek te verrichten naar de verdenking op een discusherniatie in de cervicale wervelkolom en/of bij die [slachtoffer sub 8] een discusherniatie in de cervicale wervelkolom niet te behandelen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer sub 8], zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, althans enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, te weten een cumulatie en/of combinatie van (in de periode van 20 februari 2003 tot en met 9 april 2004) een (onbehandelde) cervicale hernia tussen de 6e en 7e halswervel met ziekelijke verandering in het ruggenmerg door compressie ter plaatse (myelopathie) en/of blijvende beschadiging van de ruggenmerg (en/of zenuwen tussen de 6e en 7e halswervel) (in de periode 9 april 2004 tot en met 6 oktober 2009) (een combinatie van) krachtverlies in de benen, mictie stoornissen, stuurstoornissen (coördinatie), dove gevoelens over zijn benen, vermoeidheid, chronische pijn in de nek en onder in de rug en ernstige slaapproblemen en/of (in de periode van 9 april 2004 tot en met 6 oktober 2009) een aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of een chronisch depressieve stoornis; 17. hij, in de periode van 1 juni 2000 tot en met 2 mei 2012, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een persoon, te weten de heer [slachtoffer sub 9], geboren 18 augustus 1941, tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte krachtens overeenkomst (artikel 7:446 BW) verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers, heeft verdachte (telkens), in de periode van 1 juni 2000 tot en met 1 januari 2004, gehandeld in strijd met goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) door bij die [slachtoffer sub 9] de onjuiste en/of onvoldoende medisch onderbouwde en/of onvoldoende onderzochte (differentiaal)diagnose Alzheimer aan hem, [slachtoffer sub 9], mede te delen en/of (tegenover) die [slachtoffer sub 9] vast te houden aan de onjuiste (differentiaal) diagnose Alzheimer, door in strijd met de/het geldende richtlijn(
  210. en)en/of protocol(len) de diagnose (alleen) te baseren op één (of meer) niet-gevalideerd(
  211. e)en/of niet geïndiceerd(
  212. e)(medisch(e)) onderzoek(en), (te weten een (HMPAO) SPECT-scan) en/of onvoldoende klinisch onderzoek te verrichten dan wel de uitkomsten van dat klinisch onderzoek niet of onvoldoende te betrekken bij het toetsen van de (juistheid van
  213. de)diagnose Alzheimer en/of de daarop volgende behandeling en/of die [slachtoffer sub 9] niet de door hem, verdachte, gestelde diagnose multi infarcted brain mede te delen en/of in strijd met de (destijds) geldende (CVZ) richtlijn(
  214. en)en/of protocol(len) geen zorg te dragen voor een (adequate) follow-up van de gestelde diagnose (Alzheimer en/of multi infarcted brain) en/of van (een) door hem, verdachte, (voorgeschreven) geneesmiddel(len) en/of zonder voorafgaande (verplichte) MMSE-test bij die [slachtoffer sub 9] en/of met behulp van (een) vervalst(
  215. e)en/of valselijk opgemaakt(
  216. e)machtigingsformulier(en), aan [slachtoffer sub 9] het geneesmiddel Exelon voor te schrijven en/of [slachtoffer sub 9] met dit geneesmiddel te behandelen, terwijl dit geneesmiddel niet geïndiceerd was en/of [slachtoffer sub 9] niet, althans onvoldoende, voor te lichten over de risico’s en/of bijwerkingen van dit geneesmiddel en/of (diverse) (aanvullende) onderzoeken gelast zonder (duidelijke) indicatie/vraagstelling (waaronder (een (of meer) lumbaalpunctie(s)), welk(
  217. e)strafba(a)r(
  218. e)feit(
  219. en)zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer sub 9] heeft/hebben veroorzaakt, te weten een cumulatie en/of combinatie van (in de periode van juni 2001 tot en met november 2001) (een combinatie van) duizeligheid en/of ernstige diarree (zijnde bijwerkingen van het medicijn Exelon) en/of (in de periode van juni 2001 tot en met 2 mei 2012) een (ernstige) aanpassingsstoornis met stoornis van stemming en gedrag; 18. hij, op of omstreeks 8 december 2003, te Enschede, in elk geval in Nederland, uit het Medisch Spectrum Twente (afdeling neurologie), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere recept(
  220. en)en/of receptenblok(ken), geheel of ten dele toebehorende aan dr. [NN] (neuroloog), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte; 19. hij, in de periode van 12 mei 2000 tot en met 4 oktober 2003, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een (of meer) geschrift(
  221. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid, op tien, althans één of meer machtigingsformulier(
  222. en)benodigd voor de aanvraag en/of de vergoeding (door de zorgverzekeraar) van het geneesmiddel Exelon (Rivastigmine), een (of meer) valse c.q.. fictieve MMSE-score(
  223. s)vermeld, te weten (onder andere): een machtigingsformulier op naam van mevrouw [X], geboren [1942], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 12 mei 2000 (pag. 12103 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 5], geboren op [1956], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 24 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 23 april 2001 (pag. 12208 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 2], geboren 0[1944], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 23 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 03 april 2002 (pag. 12167 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [Y], geboren op [1939], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 20 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 03 mei 2002 (pag. 12217 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 7 juli 2001 (pag. 12185 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 08 oktober 2002 (pag. 12186 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 23 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 15 december 2001 (pag. 12187 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 4], geboren [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 21 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] (pag. 12194 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 9], geboren op [1941], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] (verdachte) d.d. 8 juni 2001 (pag. 12270 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [Z] (verzekerde bij zorgverzekeraar Amicon, thans Menzis), geboren op [1932], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 20 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 4 oktober 2003 (pag. 12326 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van mevrouw [A] (verzekerde bij zorgverzekeraar Amicon thans Menzis), geboren op [1935], benodigd voor de aanvraag en/of de vergoeding (door de zorgverzekeraar) van het geneesmiddel Exelon (Rivastigmine) ondertekend d.d. 5 februari 2003 en/of voorzien van een stempel van [verdachte], terwijl verdachte in strijd met de door het CVZ op te stellen behandelprotocol “De ziekte van Alzheimer, diagnostiek en medicamenteuze behandeling; richtlijnen voor de praktijk” geen MMSE test heeft afgenomen (pag. 12309 van het proces-verbaal), zulks met het oogmerk om dat/die machtigingsformulier(
  224. en)en/of (aldus) dat/die geschrift(
  225. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; en/of hij, in de periode van 12 mei 2000 tot en met 4 oktober 2003, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad en/of gebruik heeft gemaakt van één of meer vals(
  226. e)of vervalst(
  227. e)geschrift(en), zijnde (een) geschrift(
  228. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten elf, althans een of meer machtigingsformulier(
  229. en)benodigd voor de aanvraag en/of de vergoeding (door de zorgverzekeraar) van het geneesmiddel Exelon (Rivastigmine) te weten onder andere: een machtigingsformulier op naam van mevrouw [X], geboren [1942], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 12 mei 2000 (pag. 12103 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 5], geboren op [1956], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 24 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 23 april 2001 (pag. 12208 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 2], geboren [1944], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 23 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 03 april 2002 (pag. 12167 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [Y], geboren op [1939], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 20 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 03 mei 2002 (pag. 12217 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op 0[1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 7 juli 2001 (pag. 12185 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 08 oktober 2002 (pag. 12186 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 3], geboren op [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 23 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 15 december 2001 (pag. 12187 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 4], geboren [1946], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 21 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] (pag. 12194 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [slachtoffer sub 9], geboren op [1941], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 22 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 8 juni 2001 (pag. 12270 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van de heer [Z] (verzekerde bij zorgverzekeraar Amicon, thans Menzis), geboren op [1932], voorzien van de (fictieve) MMSE-score 20 en/of ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 4 oktober 2003 (pag. 12326 van het proces-verbaal) en/of een machtigingsformulier op naam van mevrouw [A] (verzekerde bij zorgverzekeraar Amicon thans Menzis), geboren op [1935], ondertekend door hem, verdachte en/of voorzien van een stempel van [verdachte] d.d. 5 februari 2003 (pag. 12309 van het proces-verbaal), bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat vernoemd(
  230. e)machtigingsformulier(
  231. en)door hem, verdachte is/zijn voorzien van een valse/vervalste MMSE-score(
  232. s)en/of zijn voorzien van een valse/vervalste handtekening(
  233. en)en/of para(a)f(
  234. en)en/of stempel(
  235. s)(zulks ter bevestiging van de juistheid van de inhoud van dat/die geschrift(en)) en/of verdachte in strijd met de door het CVZ opgestelde behandelprotocol “De ziekte van Alzheimer, diagnostiek en medicamenteuze behandeling; richtlijnen voor de praktijk” geen MMSE test heeft afgenomen, bestaande dat gebruik maken en/of dat afleveren en/of dat voorhanden hebben hieruit, dat - voornoemde machtigingsformulier(en)door/namens verdachte is/zijn verzonden aan en/of zijn ingediend bij (een) (of meer) zorgverzekeraar(
  236. s)ten behoeve van de aanvraag en/of vergoeding van het geneesmiddel Exelon; zulks terwijl hij verdachte (telkens) wist en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(
  237. en)bestemd was/waren voor gebruik als ware dit/deze echt en onvervalst; 20. hij, in de periode van 29 maart 2003 tot en met 17 september 2004, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een (of meer) geschrift(
  238. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid, één of meer recept(
  239. en)uitgeschreven/opgemaakt - op receptenpapier van neuroloog dr. [B] en/of - op receptenpapier en/of op naam van psychiater(
  240. s)[C] en/of [D] en/of - op naam van (een) (of meer) (voormalig)(
  241. e)patiënt(en), kennis(sen) en/of echtgenote van hem, verdachte, ter verkrijging van (een) (of meer) geneesmiddel(
  242. en)(zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet) (voor eigen gebruik), te weten (onder andere): A. één

(1)recept afgegeven op naam van [B]: 1. een recept op receptenpapier van Neurologen MST en/of dr. [B] (en/of voorzien van (valse/vervalste) handtekening) d.d. 05 december 2003 voor Dormicum (p. 13091 van het proces-verbaal) en/of B. acht
(8), althans één of meer recept(en), afgegeven op naam van [E], waaronder:
  1. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 29 maart 2003 op naam van mevrouw [E] voor (o.a.) Dormicum en/of Noctamid (Lormetazepam) (p. 13093 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST en/of [verdachte] d.d. 27 juni 2003 op naam van mevrouw [E]voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13094 van het proces-verbaal) en/of
  3. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 10 juli 2003 op naam van mevrouw [E] voor Lormetazepam en/of Dormicum (p. 13095 van het proces-verbaal) en/of
  4. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 05 augustus 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13097 van het proces-verbaal) en/of
  5. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 01 september 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13098 van het proces-verbaal) en/of
  6. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 05 november 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum (p. 13099 van het proces-verbaal) en/of
  7. een recept op receptenpapier van dr. [NN], neuroloog d.d. 08 december 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum (p. 13100 van het proces-verbaal) en/of C. twee
(2), althans één of meer recept(en) afgegeven op naam van [F], waaronder:
  1. een (kopie van een) recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 23 juni 2003 op naam van de heer [F] voor Exelon en Parnate (p. 13152 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 07 oktober 2003 voor Dormicum en/of Nitrazepam op naam van de heer [F] (p. 13112) en/of D. drie
(3), althans één of meer recept(en) afgegeven op receptenpapier en/of op naam van [C] en/of [D], waaronder: 11. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 16
(17)september 2004 op naam van [verdachte] voor (o.a.) Temazepam (p. 13115 & 13126 van het proces-verbaal) en/of 11. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 14 september 2004 op naam van de heer [F] voor Temazepam (p. 13125 & 13172 van het proces-verbaal) en/of E. vier
(4), althans één of meer recept(en) afgegeven op naam van [G]:
  1. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 29 februari 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13230 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 04 april 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13232 van het proces-verbaal) en/of
  3. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 28 april 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13234 van het proces-verbaal) en/of
  4. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 24 mei 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13236 van het proces-verbaal), F. zes
(6), althans één of meer recept(
  1. en)afgegeven op naam van [H], waaronder: 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 14 augustus 2003 en/of 15 augustus 2004 op naam van [H], voor (o.a.) Temazepam (p. 13267 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 17 mei 2004 op naam van mevrouw [H], voor (o.a.) Paroxetine en/of Temazepam (p. 13268 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 17 juni 2004 op naam van [H], voor (o.a.) Temazepam (p. 13269 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 01 september 2004 op naam van mevrouw [H], voor Temazepam (p. 13265 van het proces-verbaal) bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat, voornoemd(
  2. e)recept(
  3. en)door verdachte is/zijn uitgeschreven/opgemaakt op receptenpapier en/of op naam van dr. [B] (neuroloog) en/of psychiater(
  4. s)[C] en/of [D] en/of en/of voornoemd(
  5. e)recept(
  6. en)door verdachte is/zijn voorzien van (een) valse/vervalste handtekening(
  7. en)en/of para(a)f(
  8. en)en/of (een) stempel(
  9. s)(ter bevestiging van de juistheid van de inhoud van dat/die geschrift(en)) en/of voornoemde recept(
  10. en)door verdachte is/zijn uitgeschreven/opgemaakt op naam van (een) patiënt(en), kennis(sen) en/of familie (terwijl dit/deze recept(
  11. en)niet voor deze perso(o)n(en), maar voor verdachte zelf was/waren bedoeld) zulks met het oogmerk om dat/die recept(
  12. en)en/of (aldus) dat/die geschrift(
  13. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; en/of hij, in de periode van 29 maart 2003 tot en met 17 september 2004, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad en/of gebruik heeft gemaakt van een één of meer geschrift(en), zijnde (een) geschrift(
  14. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten, een of meer recept(
  15. en)uitgeschreven/opgemaakt - op receptenpapier van neuroloog dr. [B] en/of - op receptenpapier en/of op naam van psychiater(
  16. s)[C] en/of [D] en/of - op naam van (een) (of meer) (voormalig)(
  17. e)patiënt(en), kennis(sen) en/of echtgenote van hem, verdachte, ter verkrijging van (een) (of meer) geneesmiddel(len) (zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet) (voor eigen gebruik), te weten onder andere: A. één
(1)recept afgegeven op naam van [B]: 1. een recept op receptenpapier van Neurologen MST en/of dr. [B] (en/of voorzien van (valse/vervalste) handtekening) d.d. 05 december 2003 voor Dormicum (p. 13091 van het proces-verbaal) en/of B. acht
(8), althans één of meer recept(en), afgegeven op naam van [E], waaronder:
  1. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 29 maart 2003 op naam van mevrouw [E] voor (o.a.) Dormicum en/of Noctamid (Lormetazepam) (p. 13093 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST en/of [verdachte] d.d. 27 juni 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13094 van het proces-verbaal) en/of
  3. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 10 juli 2003 op naam van mevrouw [E] voor Lormetazepam en/of Dormicum (p. 13095 van het proces-verbaal) en/of
  4. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 05 augustus 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13097 van het proces-verbaal) en/of
  5. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 01 september 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum en/of Nitrazepam (p. 13098 van het proces-verbaal) en/of
  6. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 05 november 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum (p. 13099 van het proces-verbaal) en/of
  7. een recept op receptenpapier van dr. [NN], neuroloog d.d. 08 december 2003 op naam van mevrouw [E] voor Dormicum (p. 13100 van het proces-verbaal) en/of C. twee
(2), althans één of meer recept(en) afgegeven op naam van [F], waaronder:
  1. een (kopie van een) recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 23 juni 2003 op naam van de heer [F] voor Exelon en Parnate (p. 13152 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 07 oktober 2003 voor Dormicum en/of Nitrazepam op naam van de heer [F] (p. 13112) en/of D. drie
(3), althans één of meer recept(en) afgegeven op receptenpapier en/of op naam van [C] en/of [D], waaronder: 11. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 16
(17)september 2004 op naam van [verdachte] voor (o.a.) Temazepam (p. 13115 & 13126 van het proces-verbaal) en/of 11. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 14 september 2004 op naam van de heer [F] voor Temazepam (p. 13125 & 13172 van het proces-verbaal) en/of E. vier
(4), althans één of meer recept(en) afgegeven op naam van [G]:
  1. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 29 februari 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13230 van het proces-verbaal) en/of
  2. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 04 april 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13232 van het proces-verbaal) en/of
  3. een recept op receptenpapier van Neurologen MST d.d. 28 april 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13234 van het proces-verbaal) en/of
  4. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 24 mei 2004 op naam van de heer [G], voor Temazepam (p. 13236 van het proces-verbaal), F. zes
(6), althans één of meer recept(
  1. en)afgegeven op naam van [H], waaronder: 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 14 augustus 2003 en/of 15 augustus 2004 op naam van [H], voor (o.a.) Temazepam (p. 13267 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [verdachte] d.d. 17 mei 2004 op naam van mevrouw [H], voor (o.a.) Paroxetine en/of Temazepam (p. 13268 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 17 juni 2004 op naam van [H], voor (o.a.) Temazepam (p. 13269 van het proces-verbaal) en/of 17. een recept op receptenpapier van [C] en [D] d.d. 01 september 2004 op naam van mevrouw [H], voor Temazepam (p. 13265 van het proces-verbaal) bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat, voornoemd(
  2. e)recept(
  3. en)door verdachte is/zijn uitgeschreven/opgemaakt op receptenpapier en/of op naam van dr. [B] (neuroloog) en/of psychiater(
  4. s)[C] en/of [D] en/of en/of voornoemd(
  5. e)recept(
  6. en)door verdachte is/zijn voorzien van (een) valse/vervalste handtekening(
  7. en)en/of para(a)f(
  8. en)en/of (een) stempel(
  9. s)(ter bevestiging van de juistheid van de inhoud van dat/die geschrift(en)) en/of voornoemde recept(
  10. en)door verdachte is/zijn uitgeschreven/opgemaakt op naam van (een) patiënt(en), kennis(sen) en/of familie (terwijl dit/deze recept(
  11. en)niet voor deze perso(o)n(en), maar voor verdachte zelf was/waren bedoeld) bestaande dat gebruik maken en/of dat afleveren en/of dat voorhanden hebben hieruit, dat - voornoemde (valse/vervalste) recept(
  12. en)door verdachte zijn afgegeven/ingeleverd en/of verdachte deze/die recept(
  13. en)heeft laten afgeven en/of inleveren aan/bij (een) (of meer) apothe(e)k(
  14. en)ter verkrijging van de voorgeschreven medicatie; zulks terwijl hij verdachte wist en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(
  15. en)bestemd was/waren voor gebruik als ware dit/deze echt en onvervalst; 21. hij, in de periode van 8 februari 2000 tot en met 31 december 2005, te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk € 88.371,71, althans één of meer geldbedrag(en), welk(
  16. e)geldbedrag(
  17. en)(telkens) geheel of ten dele toebehoorde(
  18. n)aan de Stichting Lewy Body Project (thans: Stichting Human Brainstem Project) en/of Boehringer Ingelheim en/of Lundbeck en/of Novartis en/of Parexel, althans (een) medicijnfabrikant(
  19. en)en/of Stichting Neurologisch Onderzoek Twente en/of Stichting Wetenschappelijk onderzoek, in ieder geval een ander dan aan hem, verdachte, en welk(
  20. e)geldbedrag(
  21. en)verdachte (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als voorzitter/bestuurder van de Stichting Lewy Body Project, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht de civiele vordering van [J] toe te wijzen, met uitzondering van de verhuiskosten, nu die kosten onder de post “shockschade” vallen. De officier van justitie heeft voorts toewijzing gevraagd van de gevorderde proceskosten. Daarnaast heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 4De voorvragen 4.1 De geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak. 4.2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie 4.2.1 Verjaring De raadsman heeft gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor wat betreft de feiten: 1; 2, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr; 3, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 4, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 6 februari 2003; 5, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 6, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 6 februari 2003; 7, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 8, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 6 februari 2003; 9, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 10, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 8 mei 2003; 11, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 12, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 8 mei 2003; 13, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 14, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 8 mei 2003; 15, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 16, voor wat betreft het gronddelict van artikel 300 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 15 januari 2004; 17, voor wat betreft het gronddelict van artikel 255 Sr en voor wat betreft artikel 257 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 31 mei 2000; 21, voor wat betreft het gronddelict van artikel 321 Sr voor zover de tenlastelegging ziet op feiten gepleegd voor 15 maart 2003. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De raadsman heeft aan zijn verweer ten grondslag gelegd dat de stuitingshandelingen, die blijkens de opeenvolgende (nadere) vordering(
  22. en)gerechtelijk vooronderzoek hebben plaatsgevonden, enkel hebben te gelden als stuiting van het juridische feit (de kwalificatie) in strikte zin, zodat voor een groot deel van de feiten in de thans tenlastegelegde vorm een later in de tijd gelegen stuitingsdatum moet gelden, namelijk de datum waarop het gerechtelijk vooronderzoek is geopend ter zake van de juridische feiten opgenomen in de thans voorliggende tenlastelegging. De rechtbank verwerpt dit verweer. Onder het begrip ”feit” in de zin van de wet dient ook in het kader van verjaringsbepalingen (70 t/m 72 Sr) te worden verstaan het feitencomplex in de zin van artikel 68 Sr. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van eenzelfde feitencomplex heeft de rechtbank betrokken de juridische aard van de feiten, de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken, de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld en de verweten gedragingen van de verdachte. De rechtbank stelt vast dat er per patiënt telkens sprake is van eenzelfde feitencomplex in de opeenvolgende (nadere) vordering(
  23. en)gerechtelijk vooronderzoek en de daarop volgende (gewijzigde) tenlastelegging. Ook waar het gaat om delictsomschrijvingen van delicten uit de verschillende bepalingen, genoemd in de artikelen 255 juncto 257 Sr en artikel 300 Sr, is er telkens sprake van dezelfde gedragingen, waarbij het al dan niet uitdrukkelijk daaraan toevoegen van strafverzwarende kwalificaties met betrekking tot strafverhogende gevolgen niet leidt tot de conclusie dat van een ander feitencomplex sprake is. Daarnaast constateert de rechtbank dat zowel bij de artikelen 255 juncto 257 Sr als bij artikel 300 Sr het menselijk leven en de lichamelijk gezondheid als te beschermen belang gelden en de gedragingen van verdachte in dat verband niet verschillen. Aldus kan ook in dit verband niet worden gezegd dat de feiten zodanig uiteen lopen dat geen sprake is van “hetzelfde feit” in de zin van artikel 68 Sr. In aanmerking genomen dat de in de dagvaarding opgenomen feiten niet een ander feit in de zin van artikel 68 Sr zijn gaan inhouden, gelden de vervolgingsdaden ten aanzien van de oorspronkelijk in de opening van het gerechtelijk vooronderzoek genoemde misdrijven ook als vervolgingsdaden ten aanzien van de in de (gewijzigde) dagvaarding opgenomen feiten. De rechtbank zoekt hierbij aansluiting bij hetgeen de Hoge Raad heeft uitgemaakt aangaande de gevolgen van vervolgingsdaden bij wijziging van de tenlastelegging (HR 24 oktober 2000, NJ 2001/12) en verwerpt de stelling van de raadsman dat bij stuiting door een (nadere) vordering gerechtelijk vooronderzoek gevolgd door een (gewijzigde) dagvaarding, een ander wettelijk systeem geldt dan bij stuiting door een dagvaarding, gevolgd door een wijziging van de tenlastelegging. Een en ander leidt tot de navolgende conclusies. Ten aanzien van de feiten 1 en 2: De rechtbank stelt vast dat onder 1 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 255 juncto artikel 257 Sr (verlating van een hulpbehoevende, de dood ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van negen jaren gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 20 jaren (70 Sr). De rechtbank stelt vast dat onder 2 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 300 lid 3 Sr (mishandeling, de dood ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van zes jaren gesteld. Hiervoor geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat aan deze tenlasteleggingen ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 25 september 2009, ter zake van mishandeling, de dood ten gevolge hebbend van patiënte [slachtoffer sub 1]. In de tenlastegelegde periode 25 september 1997 tot en met 11 maart 2000 waren vorenbedoelde feiten dus niet verjaard. Ten aanzien van de feiten 3 t/m 8: De rechtbank stelt vast dat onder 3, 5 en 7 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 255 juncto artikel 257 Sr (verlating van een hulpbehoevende, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van zeven jaren en zes maanden gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank stelt vast dat onder 4, 6 en 8 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 300 lid 2 Sr (mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op deze strafbare feiten is een maximumstraf van vier jaren gesteld. Hiervoor geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat (per patiënt) aan deze tenlasteleggingen ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 6 februari 2009, ter zake van mishandeling van de patiënten [slachtoffer sub 2], [slachtoffer sub 3] en [slachtoffer sub 4]. In de tenlastegelegde periode 1 april 1998 tot en met 19 maart 2009 waren vorenbedoelde feiten dus niet verjaard. Ten aanzien van de feiten 9 t/m 14: De rechtbank stelt vast dat onder 9, 11 en 13 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 255 juncto artikel 257 Sr (verlating van een hulpbehoevende, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van zeven jaren en zes maanden gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank stelt vast dat onder 10, 12 en 14 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 300 lid 2 Sr (mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op deze strafbare feiten is een maximumstraf van vier jaren gesteld. Hiervoor geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat (per patiënt) aan deze tenlasteleggingen ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 8 mei 2009, ter zake van mishandeling van de patiënten [slachtoffer sub 5], [slachtoffer sub 6] en [slachtoffer sub 7]. In de tenlastegelegde periode 2 juli 1997 tot en met 7 april 2009 waren vorenbedoelde feiten dus niet verjaard. Ten aanzien van de feiten 15 en 16: De rechtbank stelt vast dat onder 15 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 255 juncto artikel 257 Sr (verlating van een hulpbehoevende, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van zeven jaren en zes maanden gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank stelt vast dat onder 16 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 300 lid 2 Sr (mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van vier jaren gesteld. Hiervoor geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat aan deze tenlasteleggingen ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 15 januari 2010, ter zake van mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend van patiënt [slachtoffer sub 8]. In de tenlastegelegde periode 23 januari 2003 tot en met 26 januari 2004 waren vorenbedoelde feiten dus niet verjaard. Ten aanzien van feit 17: De rechtbank stelt vast dat onder 17 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 255 juncto artikel 257 Sr (verlating van een hulpbehoevende, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van zeven jaren en zes maanden gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat aan deze tenlasteleggingen ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 31 mei 2012, ter zake van verlating van hulpbehoevende, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend, met betrekking tot de patiënt [slachtoffer sub 9]. In de tenlastegelegde periode 1 juni 2000 tot en met 2 mei 2012 was vorenbedoeld feit dus niet verjaard. Ten aanzien van de feiten 18, 19 en 20: Ten aanzien deze feiten heeft de raadsman geen verjaringsverweer gevoerd. De rechtbank heeft ambtshalve vastgesteld dat de feiten zoals tenlastegelegd niet zijn verjaard. Ten aanzien van feit 21: De rechtbank stelt vast dat onder 21 ten laste is gelegd het misdrijf als bedoeld in artikel 321 juncto 322 Sr (verduistering in dienstbetrekking). Op dit strafbare feit is een maximumstraf van vier jaren gesteld. Aldus geldt een verjaringstermijn van 12 jaren (70 Sr). De rechtbank is van oordeel dat de verjaringstermijn voor het feitencomplex dat aan deze tenlastelegging ten grondslag ligt is gestuit door een eerste daad van vervolging, zijnde de opening van het gerechtelijk vooronderzoek op 15 maart 2010, ter zake van verduistering, al dan niet in dienstbetrekking gepleegd. In de tenlastegelegde periode 8 februari 2000 tot en met 31 december 2005 was vorenbedoeld feit dus niet verjaard. 4.2.2 Redelijke en billijke belangenafweging Namens de verdachte heeft de raadsman gesteld dat het openbaar ministerie ten aanzien van de in de dagvaarding onder 18 tot en met 20 omschreven feiten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, op basis van het beginsel van de redelijke en billijke belangenafweging. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat deze feiten reeds in 2004 bekend zijn gemaakt bij het openbaar ministerie, waarop eerst in 2009 tot dagvaarding van de verdachte is overgegaan. Gelet op dit tijdsverloop had het openbaar ministerie in redelijkheid niet kunnen komen tot vervolging van de verdachte. De rechtbank overweegt daarover als volgt. Voorop staat dat het krachtens het in artikel 167, tweede lid Sv neergelegde opportuniteitsbeginsel aan het openbaar ministerie is om te beslissen of, en zo ja, wie vervolgd wordt. Hierbij heeft het openbaar ministerie een ruime discretionaire bevoegdheid. Slechts indien zou blijken dat het openbaar ministerie bij zijn vervolgingsbeslissing zou handelen in strijd met de wet, een verdrag of enig beginsel van een goede procesorde, zou dit de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie kunnen raken en kunnen leiden tot een verval van het recht tot strafvervolging. Hierbij zij aangetekend dat voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat die vervolging in strijd is met beginselen van een goede procesorde slechts plaats is in uitzonderlijke gevallen. De rechterlijke toetsing van de wijze waarop het openbaar ministerie is omgegaan met zijn discretionaire bevoegdheid dient dan ook marginaal te geschieden. Dit betekent dat de rechter zich dient te beperken tot de vraag of het openbaar ministerie in redelijkheid tot de vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Uit het dossier kan inderdaad worden afgeleid dat er, zoals door de raadsman gesteld, in 2004 telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van het Medisch Spectrum Twente (hierna: MST) en het openbaar ministerie over het vervalsen van recepten door de verdachte. De beslissing om verdachte ter zake valsheid in geschrift te vervolgen is vervolgens genomen op 25 februari 2009, toen de officier van justitie een nadere vordering gerechtelijk vooronderzoek bij de rechter-commissaris indiende, strekkende tot uitbreiding van dat vooronderzoek - dat zich op dat moment uitstrekte tot het stellen van onjuiste diagnoses bij vijf patiënten - met de feiten 6 en 7 betreffende het valselijk opmaken van machtigingsformulieren en recepten door de verdachte. De rechtbank stelt in dat verband voorop dat bij de beoordeling van de vervolgingsbeslissing van het openbaar ministerie niet louter het persoonlijk belang van de verdachte, maar ook het maatschappelijk belang van de onderhavige strafzaak dient te worden meegewogen. Wat er ook zij van het bovenomschreven tijdsverloop, naar het oordeel van de rechtbank is daarmee niet gezegd dat het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging, dan wel beginselen van een behoorlijke procesorde - voor zover hier van belang het verbod van willekeur - aan de vervolging van de verdachte in de weg staan. Het gaat er om dat de verdachte erop moet kunnen vertrouwen dat zijn belangen op redelijke en billijke wijze zullen worden meegewogen in de vervolgingsbeslissing. Van een schending in dat verband is de rechtbank echter niet gebleken. De mogelijke impact die het tijdsverloop op het persoonlijk welzijn van de verdachte heeft gehad, komt naar het oordeel van de rechtbank aan de orde bij het bepalen van de eventueel aan de verdachte op te leggen straf. 4.2.3 Conclusie m.b.t. de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Nu er ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan, is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging. 4.3 Schorsing van de vervolging Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 5.1 De feiten 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 (als arts patiënten opzettelijk in een hulpeloze toestand brengen of laten, met de dood (feit 1) dan wel met zwaar lichamelijk letsel (feiten 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17) tot gevolg) 5.1.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van deze feiten. De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu - kort gezegd - niet bewezen kan worden dat de patiënten in een hulpbehoevende toestand verkeerden in de zin van artikel 255 Sr. 5.1.2 Het bestanddeel “in hulpeloze toestand brengen en/of laten” Vooropgesteld moet worden dat de artikelen 255 en 257 Sr er onder meer toe strekken de lichamelijke gezondheid en het leven van hulpbehoevenden te beschermen. Tussen verdachte en de in de tenlastelegging genoemde patiënten bestond in de ten laste gelegde periode een behandelingsovereenkomst als bedoeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: de WGBO) op grond van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Op grond van het bepaalde in artikel 40 van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: de Wet BIG) bestond er daarmee voor de verdachte een gehoudenheid tot het verlenen van verpleging, dan wel verzorging, opgevat in de zin van een medische behandeling. Verdachte was dan ook krachtens wet onderscheidenlijk overeenkomst tot verpleging/verzorging van bedoelde patiënten gehouden. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 255 Sr en het daarmee samenhangende artikel 450 Sr blijkt dat sprake is van “hulpbehoevendheid”, wanneer er gevaar bestaat voor het leven of de gezondheid van een persoon, terwijl de hulpbehoevende zichzelf niet redden kan. De tekst van de wet noch de wetsgeschiedenis dwingt tot de opvatting dat aan het begrip “hulpeloze toestand” een andere betekenis dient te worden gegeven dan die naar algemeen spraakgebruik. In de literatuur wordt het in gevaar brengen van een hulpbehoevende uitgelegd als een gevaar voor het leven of de gezondheid, in verband staande met het feit dat de persoon die er door bedreigd wordt zichzelf niet redden kan. Anders gezegd: als die persoon van nature of door de omstandigheden werkelijk hulp in de vorm van onderhoud, verpleging of verzorging behoeft en zich zelf die hulp niet kan verschaffen. De twee begrippen “hulpbehoevend” en “hulpeloosheid” zijn overigens niet hetzelfde. Iedere hulpeloze is noodzakelijkerwijs hulpbehoevend, iedere hulpbehoevende is echter pas hulpeloos onder bepaalde omstandigheden. Hulpeloosheid is een species van het genus hulpbehoevendheid. Dat de patiënten in verband met hun ziekte/aandoening behandeling door deskundigen nodig hadden staat naar het oordeel van de rechtbank niet ter discussie. De vraag die hier beantwoord zal dienen te worden is echter of ten aanzien van de patiënten gedurende de periode dat zij bij verdachte onder behandeling waren sprake is geweest van hulpbehoevendheid in de door de wetgever bedoelde zin. Anders gezegd, of zij gedurende die periodes in staat waren zich alsnog - in het kader van een second opinion - onder adequate en effectieve geneeskundige diagnostiek en (medicamenteuze) behandeling te stellen. Bezien zal dus moeten worden of de patiënten in dit verband in staat waren tot een volwaardige uitoefening van hun zelfbeschikkingsrecht. Hetgeen daarover door de patiënten is verklaard komt er in de kern op neer dat zij geen second opinion hebben overwogen omdat zij vanwege de naam en faam die verdachte had op het vakgebied neurologie geen reden hadden om aan zijn deskundigheid te twijfelen. Hij was als het ware de autoriteit die niet met tegenspraak - voor zover de behoefte daartoe al bestond - diende te worden geconfronteerd. Wellicht bemoeilijkte deze omstandigheid een andere verantwoorde keuze, maar zij maakte deze naar het oordeel van de rechtbank niet onmogelijk. Weliswaar was sprake van hulpbehoevende patiënten, maar er was geen sprake van personen die zichzelf niet konden redden, waardoor zij niet in staat waren zichzelf adequate hulp te verschaffen. Het bovenstaande leidt ertoe dat ten aanzien van de onderhavige patiënten van “hulpeloosheid” als door de wetgever bedoeld geen sprake is en dat verdachte om die reden van de feiten 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 dient te worden vrijgesproken. 5.2 Feit 2 (mishandeling van patiënte [slachtoffer sub 1], met de dood dan wel met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg) 5.2.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van dit feit. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe overeenkomstig hetgeen daaromtrent is verwoord in zijn pleitnota - in de kern weergegeven - aangevoerd dat van opzettelijke benadeling van de gezondheid geen sprake kan zijn, nu verdachte zich niet bewust is geweest van de onjuistheid van zijn medisch handelen en evenmin bewust het risico van onjuist medisch handelen heeft aanvaard. Voor zover verdachte in het kader van de op hem rustende zorgplicht het verwijt treft dat hij zich van de onjuistheid van zijn handelen bewust had moeten zijn, kan hooguit sprake zijn van “schuld” of “culpa”, maar niet van opzet in voorwaardelijke zin. Daarnaast kunnen de tenlastegelegde (ernstige) psychische klachten als gevolg van het medisch handelen door verdachte bij patiënte niet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82, lid 2 Sr. Voor zover door de rechtbank een schending van de zorgplicht zal worden aangenomen, bestaat er, volgens de verdediging, geen causaal verband tussen de gezondheidsbenadeling en het overlijden c.q. het ontstane zwaar lichamelijk letsel, nu deze strafverzwarende omstandigheden niet met de vereiste aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank overweegt als volgt. 5.2.2 Diagnoses [J] verklaart bij de politie over zijn echtgenote [slachtoffer sub 1], dat zijn vrouw eerst bij een andere neuroloog in behandeling is geweest. De klachten van zijn vrouw bestonden er alleen uit dat zij raar begon te lopen. De neuroloog dacht aan een beginnende Parkinson, maar dat is nooit officieel bevestigd. Na een verhuizing in 1995 kwam zijn vrouw bij verdachte onder behandeling. [Slachtoffer sub 1] is in juni 1996 onder behandeling van verdachte gekomen vanwege klachten omschreven als: “passend bij Parkinson”. Het eerste consult bij verdachte was op 7 juni 1996. [Slachtoffer sub 1] is vervolgens in de periode van 13 augustus 1996 tot en met 21 augustus 1996 voor onderzoek opgenomen in het ziekenhuis. Op 28 augustus 1996 heeft verdachte een IBZM SPECT-scan aangevraagd. Op de aanvraag is vermeld: “MSA? Verminderde uptake basale ganglia?”. Op de uitslag van de IBZM SPECT-scan van 28 augustus 1996 is door de nucleair geneeskundige [K] vermeld: “Symmetrisch verlaagde IBZM uptake in de basale ganglia. Kan passen bij MSA”. Als anamnese vermeldt verdachte in een brief van 2 oktober 1996 aan de huisarts: “Sinds 1993 heeft patiënte klachten. Lopen gaat moeizamer, stijver, langzamer, onzeker. Met name bij draaien valneiging. Al jaren krampen in de voeten, die de laatste jaren toegenomen zijn. Aan armen geen specifieke klachten. Geen gevoelsstoornissen. Draaien in bed gaat goed. De spraak is het laatste jaar onduidelijker en langzamer geworden, slikken moeizamer, vaker verslikken. Kauwen goed. Ze heeft het gevoel dat het linker oog niet goed meedraait. Mictie: al jaren weinig aandranggevoel, spontane urinelozing bij drukverhogende momenten. Geen klachten van orthostatische hypotensie, speekselvloed of defaecatie stoornissen. Episodes gehad met sombere buien, al jaren. Geen hallucinaties. Snel de draad in het verhaal kwijt, vergeetachtiger”. Blijkens die brief duiden de onderzoeksresultaten van laboratorium, röntgen en EEG niet op bijzondere afwijkingen. In de wervelkolom zijn wat artrose-verschijnselen waargenomen en de MRI-uitslag duidt op lichte cerebrale en cerebellaire atrofie. Daarnaast is in de brief als uitslag van de IBZM SPECT-scan zoals hierboven vermeld opgenomen: “Symmetrisch verlaagd IBZM uptake in de basale ganglia, kan passen bij multi system atrofie”. Naar aanleiding van vorenstaande vermeldt verdachte in vorenbedoelde brief aan de huisarts als zijn conclusie: “Beeld verdacht voor multi system atrofie”. [J] verklaart bij de politie dat hij bij alle consulten aanwezig is geweest. Over het mededelen van de diagnose MSA aan zijn vrouw, verklaart [J] dat dit al bij het tweede consult was op 28 augustus 1996. Zij krijgen dan van verdachte te horen dat dit een zeer ernstige vorm van Parkinson is, waarbij de hersencellen snel worden afgebroken. Verdachte heeft geen duidelijke uitleg gegeven over de grondslag van zijn diagnose. Wel heeft hij verteld dat de levensverwachting korter is dan bij "normale" Parkinson. Verdachte schrijft het medicijn Madopar voor om het ziekteproces te vertragen. [J] zegt dat zijn vrouw op dat moment nog goed functioneerde. [L], zoon van [slachtoffer sub 1], verklaart bij de politie dat hij mee was, maar op de gang bleef wachten toen zijn moeder te horen kreeg dat ze MSA had. Na het consult werd hem gezegd dat het een soort Parkinson+ was. Zijn zus heeft met verdachte gebeld. Uit dat gesprek is duidelijk geworden dat zijn moeder nog maar een paar jaar te leven had. Over het vervolg van de behandeling van [slachtoffer sub 1] door verdachte is uit het medische dossier het volgende af te leiden. Verdachte maakt op 11 april 1997 aantekeningen naar aanleiding van een consult. Deze aantekeningen houden in: “Verbetering stemming en dysarthrie -> pleit toch voor PD?”. Vervolgens tekent verdachte op 24 oktober 1997 op: “recidiverende depressie. Nu Anafranil”. [Slachtoffer sub 1] is vervolgens voor de tweede maal opgenomen in het ziekenhuis in de periode van 22 juni 1999 tot 5 juli 1999. In de ontslagbrief van 5 juli 1999 is als ontslagdiagnose opgenomen: “loopstoornis, geheugen minder, depressie, hallucinaties, vermoeidheid. IBZM => MSA. Apomorfinetest: geen verbetering. Poliklinisch nog HMPAO-scan”. In een brief van 3 augustus 1999 van verdachte aan de huisarts is vermeld: “Anamnese: in 1996 is bij patiënte een MSA vastgesteld. Decursus: Bij patiënte werd een apomorfinetest gedaan, waarbij gekeken werd naar verbetering in lopen of welbevinden. Dit alles bleef uit, waarbij wij daardoor toch denken dat deze loopstoornis niet geheel past binnen haar Parkinsonisme”. Op 4 augustus 1999 heeft op aanvraag van verdachte een HMPAO SPECT-scan plaatsgevonden. Als conclusie van de nucleair geneeskundige is opgenomen: “Links en rechts rond mid-lijn afname van frontale activiteit. Overige perfusie intact. Morbus Pick?”. Op 16 september 1999 bezoekt [slachtoffer sub 1] de revalidatiearts [M]. In een brief aan de huisarts schrijft [M] op 26 oktober 1999: “M.i. is het lopen m.n. beperkt door de heupproblematiek”. Op 11 oktober 1999 heeft verdachte op naam van [slachtoffer sub 1] een machtigingsformulier Exelon opgemaakt en ondertekend. In de aanvraag is vermeld: “medische indicatie: milde tot matig ernstige dementie van het Alzheimer-type; voorschrift door specialist met deskundigheid op het gebied van de behandeling van patiënten met de ziekte van Alzheimer”. In zijn aantekeningen heeft verdachte opgenomen: “6 december 1999 zie HMPAO: frontale stoornis”. [J] verklaart bij de politie over Exelon en de in verband daarmee gestelde diagnose dat verdachte in oktober 1999 dit medicijn aan zijn vrouw heeft voorgeschreven, omdat hij had gevraagd of zijn vrouw ook Alzheimer kon hebben, omdat zij dingen vergat en warrig was. [J] verklaart dat verdachte geen testen of andere onderzoeken heeft gedaan om deze diagnose ook te bevestigen. [N], dochter van [slachtoffer sub 1], verklaart bij de politie dat ook zij weet dat haar moeder Exelon heeft geslikt, omdat in een vrij laat stadium bij haar moeder ook Alzheimer is gediagnosticeerd. Zij verklaart daarover: “lk had het gevoel van; dat kan er ook nog wel bij”. De deskundige prof. Wolters schrijft in zijn deskundigenbericht dat de door verdachte gestelde diagnose MSA waarschijnlijk uitsluitend is gebaseerd op de IBZM SPECT-scan en dat verdachte ondanks de persisterende afwezigheid van parkinsonistische verschijnselen bleef vasthouden aan deze diagnose, waarna hij na de proefbehandeling met apomorfine wel moest besluiten dat de progressieve loopstoornis van betrokkene hier niet mee te verklaren was. In aanvulling daarop heeft prof. Wolters ter terechtzitting van 6 november 2013 verklaard: “Desgevraagd zeg ik u dat mijn conclusie in deze zaak is, dat de diagnostiek van [verdachte] op grond van wat ik ter beoordeling had, niet correct was. [Verdachte] spreekt voortdurend van een Multiple Systeem Atrofie. Er zijn spelregels die internationaal gelden voor wanneer je mag spreken van een Multiple Systeem Atrofie. Er zijn drie vormen: een “definite” vorm die je pas kunt stellen na het overlijden - deze vorm is hier ook na pathologie verworpen -, een “probable” vorm en een “possible” vorm. Maar zelfs aan de “possible” criteria voldoet deze casus niet. Het is volgens mij niet terecht dat er wordt gesproken van een Multiple Systeem Atrofie. Desgevraagd zeg ik u dat de spelregels inhouden dat, wil je spreken van een MSA, er sprake moet zijn van een ernstig neurologisch vegetatief lijden, in de zin van een urogenitaal probleem, bijvoorbeeld mictiestoornissen of ernstige orthostatische hypotensie. Deze patiënte leed al jaren aan mictiestoornissen, maar deze mictiestoornissen bestonden al sinds 1981. Vele jaren voordat ze bij [verdachte] onder behandeling kwam. Als zij deze mictiestoornissen zou hebben in het kader van een Multiple Systeem Atrofie, waarbij de levensverwachting gemiddeld negen jaar is, zou die vrouw dat niet overleefd hebben, die tijd. Dus het is zeer onwaarschijnlijk dat deze mictiestoornissen in deze casus betrokken moeten worden”. Wolters voegt daar nog aan toe: ”In de tweede plaats is het zo dat de parkinsonistische verschijnselen die beschreven zijn in de status zeer mager zijn en op basis daarvan ben je eigenlijk niet gerechtigd om te spreken van een Parkinsonisme”. Over de IBZM SPECT-scan zegt prof. Wolters dat dit een hulpmiddel is, dat niet als diagnostisch instrument is opgenomen in de richtlijnen voor de diagnostiek. De deskundige prof. Snoek schrijft in zijn deskundigenbericht dat er op zich tegen de aanvankelijk gestelde waarschijnlijkheidsdiagnose MSA weinig is in te brengen, maar dat de bevindingen van de IBZM SPECT-scan geen deel uitmaken van de diagnostische criteria voor MSA. Voorts verklaart hij dat het klinisch beloop slecht past bij de gestelde diagnose, omdat de cognitieve functies opvallend intact blijven. Hij signaleert dat ook verdachte blijkens het medisch dossier bij herhaling twijfel oppert. Voorts geeft hij aan dat bij neuropsychologisch onderzoek de steeds gehandhaafde klinische diagnose MSA had kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van neuropathologische afwijkingen van deze aandoening. In aanvulling daarop heeft prof. Snoek ter terechtzitting van 6 november 2013 verklaard: “In antwoord op de vraag of ik kan onderbouwen dat daar waar ik in mijn rapportage zeg dat op zich niet veel is in te brengen tegen de aanvankelijk gestelde diagnose Multiple Systeem Atrofie, kan ik zeggen dat ik daarbij refereer aan de eerste opname. Bij het polikliniek bezoek werd gesproken over parkinsonistische verschijnselen, licht cerebellaire verschijnselen, dus stoornissen die passen bij Parkinsonisme, en stoornissen die passen bij een ziekte van de kleine hersenen, plus mictiestoornissen. Als je die drie gegevens bij elkaar zet, mag je zeggen: “Ik denk aan een MSA”. Prof. Snoek verklaart dat hij er bij zijn conclusie vanuit is gegaan dat er parkinsonistische verschijnselen waren omdat verdachte dat met zijn jarenlange ervaring beweert. Op basis van de korte samenvattingen op papier kan prof. Snoek niet zeggen of die verschijnselen er ook werkelijk zijn geweest. Daarnaast valt hem op dat na 1996 de parkinsonistische verschijnselen niet meer beschreven worden in de brieven en de cerebellaire verschijnselen evenmin. De kernsymptomen worden niet meer vermeld. Prof. Snoek verklaart in dat verband: “De diagnose is aanvankelijk gesteld, ik denk dat de IBZM-spect daar niet bij heeft geholpen, maar het beloop maakt het steeds onwaarschijnlijker”. Prof. Snoek beaamt dat een IBZM SPECT-scan slechts een hulponderzoek is. Het stelt de diagnose niet. Er werd destijds mee geëxperimenteerd en men stond er wantrouwend tegenover. Prof. Snoek heeft verklaard dat er voorzichtig met de conclusie naar aanleiding van een IBZM SPECT-scan omgegaan dient te worden. Volgens prof. Snoek zou het in dit geval hooguit een “possible” diagnose geweest kunnen zijn. In het verslag van de neuropatholoog dr. [O] betreffende de obductie die op 14 maart 2000 heeft plaatsgevonden is opgenomen: ”Epicrise: Het betreft een 62-jarige patiënte die verdacht werd van een MSA. Ze was bekend met duidelijke loopstoornissen. Er zou ook toename van geheugenverlies zijn met depressies en hallucinaties. Bij neuropathologisch onderzoek hebben wij deze diagnose niet kunnen bevestigen. Er waren geen afwijkingen in het striatum en ook het cerebellum en de pons tonen niet de voor dit ziektebeeld zo kenmerkende afwijkingen. Ook de substantia nigra tonen een geheel normaal aspect. Gliale cytoplasmatische inclusies hebben wij niet gevonden. Al met al kunnen wij op grond van de morfologische bevindingen de klinische verschijnselen niet verklaren”. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte een onjuiste diagnose Multi Systeem Atrofie (MSA) heeft gesteld en deze aan [slachtoffer sub 1] heeft medegedeeld. Prof. Wolters verklaart dat op grond van de gegevens zoals die uit het medische dossier naar voren komen zelfs geen “possible” diagnose gesteld had kunnen worden. Het oordeel van prof. Snoek dat wat hem betreft tegen een aanvankelijke “possible”-diagnose niet veel is in te brengen, heeft deze deskundige op de terechtzitting genuanceerd in die zin dat zijn conclusie mede op een aanname berust, en staat aan vorenstaande conclusie van de rechtbank niet in de weg, temeer niet nu aan de door verdachte gestelde en aan [slachtoffer sub 1] medegedeelde diagnose, gelet op de stelligheid waarmee verdachte die mededeling heeft gedaan, moeilijk slechts de gradatie “possible” kan worden toegekend. De rechtbank acht op grond van het medische dossier in samenhang bezien met de deskundigenverklaringen zoals die ter terechtzitting zijn afgelegd, tevens bewezen dat verdachte vervolgens heeft vastgehouden aan de onjuiste diagnose MSA, terwijl de klinische (parkinsonistische) verschijnselen passend bij die ziekte ontbraken. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte een onjuiste diag

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.