← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2014:6482

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/955793-13 Datum vonnis: 9 december 2014 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. L. van der Werff, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: [slachtoffer] heeft gestalkt; feit 2: goederen heeft vernield en/of beschadigd. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2012 tot en met de maand juni 2013 te Losser en/of Hengelo (O) en/of Borne en/of Oldenzaal, in elk geval in Overijssel, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die persoon, in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers = heeft hij, verdachte, die persoon veelvuldig (sexueel getinte en/of beledigende) sms-jes gestuurd en/of meermalen gebeld en/of = heeft hij, verdachte, meermalen de afrastering van de bij die [slachtoffer] in gebruik zijnde weiland(

  1. en)vernield, althans geforceerd en/of het toegangshek van die/dat weiland(
  2. en)opengezet (o.a. forceren van een slot en/of doorknippen van een lint) en/of het in dat/die weilanden aanwezige (paarden)voer vermengd met middelen die ongeschikt zijn voor consumptie door dieren; 2. hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met de maand juni 2013 te Losser, althans in Overijssel, opzettelijk en wederrechtelijk = heeft hij, verdachte, meermalen de afrastering van de bij die [slachtoffer] in gebruik zijnde weiland(
  3. en)en/of = het toegangshek van die/dat weiland(
  4. en)en/of = het in dat/die weilanden aanwezige (paarden)voer en/of = een of meerdere hooibalen en/of = bedrading van een (paarden)trailer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake de feiten sub 1 en sub 2 wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest, en een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer] tot een bedrag van € 1000,-- wegens immateriële schade met oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel. [slachtoffer] dient voor de rest van het gevraagde bedrag in haar vordering volgens de officier van justitie niet ontvankelijk te worden verklaard. [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] dienen volgens de officier van justitie voor het gehele bedrag in hun vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, nu een causaal verband tussen deze vorderingen en de feiten op de tenlastelegging van verdachte ontbreekt. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De schade van benadeelden 6.1 De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer], [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4], allen wonende te [woonplaats] aan de [adres], hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen niet ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, nu verdachte van de tenlastegelegde feiten wordt vrijgesproken. 7De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; schadevergoeding - verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer], [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] niet ontvankelijk in hun vordering en bepaalt dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.