← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2014:664

Rechtbank Overijssel Team strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/770012-12 Datum vonnis: 12 februari 2014 Tussenvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 januari 2014 en 29 januari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.H.J.M. Damen en van hetgeen door de verdachte en haar raadslieden mr. A.T. Stevens en mr. P.C. Knijp, beiden advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht. De griffier heeft na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 11 februari 2014 van de officier van justitie een e-mail ontvangen. De rechtbank heeft vervolgens kennis genomen van deze e-mail, met de volgende inhoud: “Hoewel ik mij terdege besef dat het onderzoek ter terechtzitting in de zaak [verdachte] is gesloten doet zich thans een omstandigheid voor waarvan ik vind dat ik u die moet melden. Tijdens de zittingen in de zaak [verdachte] was de mij bekende politiefunctionaris de heer [politiefunctionaris] aanwezig. Vorige week belde hij me met het volgende. Hij was van mening dat de ter zitting gehoorde getuige [getuige] hetgeen hij zegt waargenomen te hebben vanuit de door hem beschreven positie niet of slechts gedeeltelijk kon waarnemen. Omdat hij ter plaatse bekend is waren bij hem tijdens de zitting twijfels gerezen en is na de zitting ter plaatse van het ongeval gaan kijken. Door die waarneming werd zijn vermoeden bevestigd. Ik ben gisteren met [politiefunctionaris] ter plaatse gaan kijken. Uitgaande van de plaats van waarneming die [getuige] ter zitting aangeeft en uitgaande van de begroeiing met mais (zoals blijkt uit de in het dossier opgenomen foto's) bestaat mijns inziens twijfel aan de beschrijving van de waarnemingen van [getuige]. Tot vanochtend was mijn gedachte deze informatie te betrekken bij de vraag of eventueel hoger beroep zou moeten worden ingesteld tegen het (door de rechtbank nog te wijzen) vonnis. Om die reden is daarom ook (nog) geen proces-verbaal ter zake deze situatie opgemaakt. De raadsman van [verdachte] belde mij aan het eind van deze ochtend met het verzoek deze informatie aan uw rechtbank bekend te maken zodat eventueel het onderzoek zou kunnen worden heropend. Op deze wijze zou [verdachte] niet een instantie verliezen. Na intern beraad heb ik besloten u te bellen en vervolgens deze brief te schrijven. Een kopie zend ik aan de raadsman van [verdachte].” 2Nader onderzoek De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest en ziet in vorenstaande mededeling van de officier van justitie aanleiding om het onderzoek ter terechtzitting te heropenen. Het onderzoek ter terechtzitting zal worden geschorst tot de zitting van 7 mei 2014 te 13.00 uur. De rechtbank beveelt de oproeping van de verdachte met kennisgeving aan de raadslieden en de kennisgeving aan de benadeelde partijen. Daarnaast beveelt de rechtbank de oproeping van de getuigen: [getuige], geboren op [geboortedatum], wonende aan de [adres] te [woonplaats] en verbalisant de heer [politiefunctionaris], adresgegevens nader op te geven door de officier van justitie. De rechtbank geeft opdracht aan de officier van justitie om met betrekking tot de situatie ter plaatse een nader proces-verbaal te doen opmaken. 3De beslissing De rechtbank: heropening onderzoek ter terechtzitting - heropent het onderzoek ter terechtzitting; schorsing onderzoek ter terechtzitting voor bepaalde tijd - schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 7 mei 2014 te 13.00 uur; - beveelt de oproeping van verdachte voor die zitting en verzoekt de kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadslieden mr. Stevens en mr. Knijp en aan de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]; - bepaalt dat ter terechtzitting van 7 mei 2014 te 13.00 uur de na te noemen getuigen worden gehoord: [getuige], geboren op [geboortedatum], wonende aan de [adres] te [woonplaats]; verbalisant [politiefunctionaris], adresgegevens nader op te geven door de officier van justitie; - geeft opdracht aan de officier van justitie om met betrekking tot de situatie ter plaatse een nader proces-verbaal op te maken. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. B.C. Maresch-Evers, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.