vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer: C/08/138604 / HA ZA 13-198 Vonnis in hoofdzaak van 24 december 2014 in de zaak van 1. de naamloze vennootschap AMLIN EUROPE N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Amstelveen, 2. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, 3. de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, 4. de naamloze vennootschap AEGON SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, eiseressen, procesadvocaat mr. J.T. Fuller te Zwolle, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd en kantoorhoudende te [plaats], gedaagde, advocaat mr. J.H. Tuit te Almere, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SMICON B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Wanroij, gedaagde, procesadvocaat mr. D. Meulenberg te Zwolle, Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Verzekeraars genoemd worden. Afzonderlijk zullen zij worden aangeduid als Amlin Europe, Delta Lloyd, Allianz en Aegon. Gedaagden zullen [B] en Smicon genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in het incident van 9 oktober 2013 en het aanvullend vonnis in incident van 23 oktober 2013, waarin de oproeping in vrijwaring van [B] en [B] Staalbouw B.V. is toegestaan de conclusie van antwoord aan de zijde van [B] met producties de conclusie van antwoord aan de zijde van Smicon met producties de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis met producties de conclusie van dupliek aan de zijde van [B] met producties de conclusie van dupliek aan de zijde van Smicon met producties de akte uitlaten producties aan de zijde van Verzekeraars de producties 20 en 21 aan de zijde van Smicon, ontvangen op 7 oktober 2014 de producties 21 en 22 aan de zijde van [B], ontvangen op 20 oktober 2014 de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitaantekeningen. 1.2. De vrijwaringsprocedure is aangehouden in afwachting van deze procedure. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [A] (hierna: [A]) heeft in of omstreeks maart 2009 opdracht gegeven aan [B] tot ontwikkeling en bouw van een silopark aan de Haatlandhaven 22 te Kampen, bestaande uit vijf silo’s. Onderdeel van de overeenkomst was onder meer het aanbrengen van electro mixers in de silo’s. 2.2. [B] dan wel [B] Staalbouw B.V. heeft Smicon opdracht gegeven om de mixers te leveren en aan te brengen in de silo’s. 2.3. De silo’s zijn in oktober 2009 opgeleverd door [B] aan [A]. 2.4. Triferto B.V. (hierna: Triferto) houdt zich onder meer bezig met de import, export en opslag van kunstmeststoffen. Zij heeft met [A] een huurovereenkomst gesloten voor de huur van drie van voornoemde silo’s (genummerd 3 tot en met 5) voor de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juli 2019. 2.5. Op 16 december 2009 heeft Triferto 1100 ton Ammoniumnitraat-ureumoplossing 305 N (hierna: urean) in silo 3 opgeslagen. Op 18 december 2009 werd een lading urean gelost vanuit het schip Kralingen in silo 3. Tijdens het lossen is silo 3 bezweken en in elkaar gestort. Als gevolg daarvan zijn de silo’s 2 en 4 eveneens beschadigd geraakt en is urean uit silo’s 3 en 4 gestroomd. Het grootste deel van de urean is in het milieu terecht gekomen. 2.6. Triferto heeft met Verzekeraars een transport/verblijfsverzekering afgesloten. Daarnaast heeft Triferto met Amlin Europe een AVB-verzekering afgesloten. Een expert van Cunningham Lindsey, ing. W. Kingma, heeft op verzoek van Verzekeraars drie schaderapporten opgesteld. Rapport I dateert van 30 december 2009 en rapport II van 12 februari 2010. De schade aan de verloren urean is in rapport III d.d. 1 april 2010 vastgesteld op € 536.588,96. De bereddingskosten zijn berekend op € 28.773,00 en de misgelopen winst is geschat op € 53.658,90. Dit resulteert in een totaalbedrag van € 615.528,86, welk bedrag Verzekeraars met aftrek van een bedrag van € 2.500,00 wegens eigen risico aan Triferto hebben uitgekeerd. 2.7. Op verzoek van [A] heeft Stork FDO Inoteq (hierna: Stork) onderzoek gedaan naar het instorten van de silo. In het rapport van Stork van 6 juli 2010 is onder meer het volgende opgenomen: Stork was requested by Brokking Beheer to perform the investigation on behalf of all involved parties. (…) On basis of the above executed investigations (part 1 of scope of work) the silo failed due to an insufficient construction of the flange connection of the mixer. It is recommended redesigning this connection. This applies to all silos at the site of [A] at Kampen. Also the other fitting connections such as in- and outlet of the silos should be recalculated and probably redesigned. 2.8. Op verzoek van de verzekeraar van Smicon heeft TNO eveneens onderzoek gedaan naar de oorzaak van het instorten van de silo. In het rapport van 25 oktober 2011 concludeert TNO: Op basis van de foto’s alsmede de rapportage van Stork en de hierboven weergegeven aanvullende berekeningen is de meest waarschijnlijke primaire oorzaak van bezwijken het bezwijken van de silo wand bij de vulopening. (…) De oorzaak volgens Stork kan rekentechnisch niet volledig worden uitgesloten, maar komt niet overeen met het schadebeeld in de foto’s. 2.9. Verzekeraars hebben Smicon en [B] op respectievelijk 23 oktober 2012 en 8 februari 2013 aansprakelijk gesteld voor de door Triferto geleden schade en gesommeerd om tot betaling daarvan over te gaan. 2.10. [B] heeft Smicon aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade en haar bij dagvaarding van 9 februari 2012 in rechte betrokken. Deze zaak is aanhangig bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s Hertogenbosch onder zaaknummer 243531 / HA ZA 12‑180. In die procedure heeft de rechtbank Oost-Brabant een gerechtsdeskundige benoemd, prof. ir. H.H. Snijder (hierna: Snijder). In zijn concept-rapport van 31 maart 2014 beantwoordt Snijder de vragen van de rechtbank Oost-Brabant als volgt: De oorzaak van de calamiteit, het bezwijken van silo 3, kan niet eenduidig worden vastgesteld. De oorzaak kan zijn gelegen in zowel de boutverbinding waarmee de mixer aan de silowand is bevestigd als in de boutverbinding waarmee de vulopening aan de silowand is bevestigd. Bij de mixer hebben mogelijk ongelijkmatige spanningsverdelingen een rol gespeeld; bij de vulopening heeft daarnaast ook een lokale overdruk ten gevolge van het vullen van de silo bijgedragen aan de oorzaak. Het ‘onjuist monteren van de ten processe bedoelde mixer’ in de zin van een verkeerde uitvoering van de montageactiviteit zelf heeft zo niet geen, dan wel een ondergeschikte rol gespeeld. De oorzaak van de calamiteit is gelegen in ontwerp en berekening van de genoemde boutverbindingen, niet in de montage hiervan. (…) Het is onmogelijk aan te geven welke van de twee genoemde meest waarschijnlijk oorzaken prevaleert. Dat maakt dat beide oorzaken naar mijn mening een waarschijnlijkheid hebben van 50%. In het definitieve rapport van 1 juni 2014 heeft Snijder zijn conclusie gewijzigd: (…) Het bezwijken van de silo geïnitieerd door het bezwijken van de verbinding van de mixer ligt meer voor de hand dan door het bezwijken van de verbinding van de vulopening. (…) Gebaseerd op bezwijkberekeningen van de silo als geheel en de mate waarin: de verbindingen kritisch zijn; de bezwijkpatronen van de verbindingen overeenkomen met de verbindingsberekeningen; het ‘overall’ schadebeeld wordt verklaard; is de oorzaak van het bezwijken van de silo gelegen in: het falen van de verbinding van de mixer met een waarschijnlijkheid van 80%; het falen van de verbinding van de vulopening met een waarschijnlijkheid van 20%. 3Het geschil 3.1. Verzekeraars vorderen – samengevat en na akte vermindering van eis – hoofdelijke veroordeling van [B] en Smicon tot betaling van € 631.705,05, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 4.500,00. Tevens vorderen zij een verklaring voor recht dat [B] en Smicon hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens Amlin Europe voor al hetgeen Amlin Europe op basis van de AVB-verzekering dient te betalen aan Triferto in verband met het incident met de silo’s op 18 december 2009. Ten slotte vordert zij de veroordeling van [B] en Smicon in de proceskosten en de nakosten. 3.2. [B] en Smicon voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Onrechtmatige daad 4.1. Verzekeraars stellen zich – kort gezegd – primair op het standpunt dat sprake is van een onrechtmatige daad van [B] en Smicon wegens inbreuk op haar eigendomsrecht (de urean die in de betreffende silo’s was opgeslagen). Subsidiair stellen Verzekeraars dat de onjuiste constructie van de mixers in de silo - zoals uit de deskundigenonderzoeken is gebleken - wanprestatie oplevert aan de zijde van [B] en Smicon, nu daardoor de betreffende silo is bezweken. [B] als hoofdaannemer en Smicon als onderaannemer zijn volgens Verzekeraars tekortgeschoten in haar verplichting om (de mixers
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.