Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/760228-14 Datum vonnis: 1 april 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), wonende in [woonplaats], nu verblijvende in PI Arnhem – HvB Arnhem Zuid, in Arnhem. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 maart
(3)maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; - omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich ambulant moet laten behandelen bij de kliniek “De Tender” te Deventer, dan wel JusTact, dan wel een soortgelijke instelling, in verband met zijn psychische problematiek; draagt de reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres] van een bedrag van € 1.360,00; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 subsidiair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.360,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 23 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1], wonende te [adres] voor een deel van € 500,00 niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2], wonende te [adres] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. B.C. Maresch‑Evers, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 april
- Buiten staat Mr. M.A.H. Heijink en mr. B.C. Maresch‑Evers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen, waarbij ieder bewijsmiddel ook in zijn onderdelen slechts is gebruikt, voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. - het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 maart 2015, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Ik ben met medeverdachte [medeverdachte] op 2 december 2014 op het station in Rijssen in de trein gestapt in de richting van Almelo. Ik heb op het perron van het station in Almelo de conducteur meerdere keren met de vuist geslagen toen de conducteur op de grond lag. De conducteur heeft zijn portofoon en railpocket naar mijn hoofd gegooid. Ik heb die spullen van het perron gepakt en meegenomen. Deze spullen zijn op mijn aanwijzing teruggevonden in de buurt van mijn woning. - het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] van 3 december 2014, pagina 71, 74, 75, 78, 80 en 81 zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Op dinsdag 2 december 2014 ben ik begonnen met mijn "treindienst". Ik was gekleed in een uniform van de NS en als zodanig herkenbaar als treinconducteur. Terwijl ik nog steeds in de deuropening op de treeplank stond op het station in Almelo zag ik dat die lange "Antilliaanse" knaap (de rechtbank: lees verdachte) vlak voor mij ging staan. Ik hoorde dat hij mij uitschold voor "vieze kankerracist". Hij stond nog geen 5 cm van mij verwijderd. Ook heb ik de "railpocket" die ik bij mij had naar hem gegooid. Vervolgens kwam ik met mijn been achter tegen een pilaar aan waardoor ik achterover, op mijn rug, op de grond viel. Ik weet dat ik gestruikeld was. Ik probeerde toen nog met mijn benen van mij af te schoppen, maar dat lukte maar even. Hierna kwam hij, 'persoon 2' , (de rechtbank: lees verdachte), boven mij te staan terwij1 ik op mijn rug lag op het perron. Ik voelde toen een harde knal in mijn gezicht. Zoals ik al eerder verklaarde wil ik tegen dezelfde verdachte, persoon 2, (de rechtbank: lees verdachte), ook aangifte doen ter zake diefstal. Ik vermis mijn kleine dienstportofoon van het merk Kenwood voorzien van een riemclip. Ook weet ik niet waar mijn railpocket is gebleven. Mijn BOA-nummer is overigens [nummer]. Opmerking verbalisant: Aan aangever worden twee aangetroffen goederen getoond. Ik herken deze goederen als het eigendom van de Nederlandse Spoorwegen welke mij van dienstwege verstrekt zijn. Ik herken de Kenwood portofoon, ik herken deze aan het kapje dat mist. De 'railpocket', welke gebruikt voor kaartcontrole en informatieverstrekking aan reizigers, herken ik aan het feit dat het bijhorende pennetje ontbreekt. Deze ben ik ooit eens kwijt geraakt. Wat betreft mijn snee boven mijn wenkbrauw, deze is geplakt. Ik heb bloeduitstorting in mijn rechter oogbal, op mijn ooglid en onder mijn oog. Ik heb geen gevoel in rechterkant van mijn neus en de rechterzijde van mijn bovengebit. Ik heb geen gevoel in mijn wang onder mijn rechter oog. Ik heb ook geen gevoel in de voortanden van mijn bovengebit. Ik heb ook 's avonds, of als ik druk ben geweest, hoofdpijn. Ik slaap ook slecht. Het duurt soms wel 2,5 of 3 uur voordat ik slaap. Ik ben ook snel wakker. Ik heb er ook een paar keer gedroomd over de situatie. Ik ben sinds die tijd ook sneller opgefokt en geïrriteerd. Ik heb afspraken gemaakt met slachtofferhulp en met een bedrijfspsycholoog. Dit gaat nog lang duren. - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van , pagina 127, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Ik zag dat de jongen met de langere haren begon met vechten. Ik zag dat hij de conducteur opzettelijk en met kracht met de vuist sloeg tegen het hoofd. - het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 2] van 10 december 2014, pagina 68, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Een van de twee jongens, de kleinste met het vlassnorretje en haarband was aan het schelden en maakte de conducteur uit voor 'kankerracist'. - de eigen waarneming van de rechter aan de hand van bekeken beelden van camera’s gericht op het perron van het station in Almelo, genaamd “neushoorn” met nummer 2014198363 “highlights” (camera 104 en 108) zoals gedaan tijdens de terechtzitting van 18 maart 2015 , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Zichtbaar is dat twee mannen, van wie is vastgesteld dat dit verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn, over het perron lopen in de richting van een openstaande treindeur, alwaar zich twee personen bevinden, van wie is vastgesteld dat dit conducteur [slachtoffer 1] en machinist [slachtoffer 2] zijn. Verdachte loopt hevig gebarend richting de conducteur en staat pas op zeer korte afstand van de conducteur stil. Op een gegeven moment heft medeverdachte [medeverdachte] zijn rechterarm en vlak daarna geeft de conducteur aan verdachte een duw waardoor verdachte een tweetal stappen achterwaarts zet. De conducteur maakt schoppende bewegingen richting verdachte, lijkt daarbij te struikelen en valt op de grond. Nadat de conducteur op de grond is gevallen trekt verdachte de conducteur aan een been een korte afstand over het perron. Vervolgens buigt verdachte zich over de op de grond liggende conducteur. Verdachte heft tot vijfmaal toe zijn arm tot boven zijn hoofd waarna hij zijn arm met zijn tot vuist gebalde hand telkens zeer snel en met zeer veel kracht in de richting van en tegen het gezicht en hoofd van de conducteur brengt.