RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 3373799 CV EXPL 14-8903 Uitspraak : 31 maart 2015 (mjw) Vonnis in de zaak van: de naamloze vennootschap Menzis Zorgverzekeraar N.V. gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna ook wel Menzis te noemen gemachtigde: GGN Mastering Credit te Almelo - tegen - [gedaagde] wonende in de gemeente [woonplaats] gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna ook wel [gedaagde] te noemen gemachtigde: mr. D. van den Berg, advocaat te Enschede 1procedure Deze blijkt uit de navolgende stukken: - de dagvaarding van 19 augustus 2014; - de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende een eis in reconventie; - de akte houdende doorhaling in conventie, antwoord in reconventie; - de antwoordakte in conventie, repliek in reconventie; - de conclusie van dupliek in reconventie. het vonnis is bepaald op heden. 2feiten 2.1 Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende betwist, het navolgende vast. 2.2 [gedaagde] heeft bij Menzis een zorgverzekering en/of een aanvullende zorgverzekering afgesloten. 2.3 Indien een zorgverzekerde aanspraak maakt op vergoeding van de aan hem/haar verleende zorg, dan geldt ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet een verplicht eigen risico. 2.4 [gedaagde] heeft in 2012 aanspraak gemaakt op vergoeding van aan haar verleende zorg op grond waarvan Menzis bij factuur d.d. 24 januari 2013 in totaal aan verplicht eigen risico bij [gedaagde] een bedrag van € 176,69 in rekening heeft gebracht. 2.5 [gedaagde] is op 17 juli 2012 toegelaten tot de WSNP met aanstelling van mevrouw [bewindvoerder] tot bewindvoerder. 2.6 De gemachtigde van [gedaagde] staat met toestemming van de bewindvoerder en de rechter-commissaris [gedaagde] bij in onderhavige procedure. 3geschil in conventie en reconventie de vordering in conventie 3.1 Menzis vordert – zakelijk weergegeven – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 186,33, vermeerderd met de wettelijke rente over € 176,69 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3.2 Menzis baseert haar vordering op de vaststaande feiten zoals hiervoor weergegeven onder 2.2 t/m 2.4 waarbij zij het navolgende nog heeft aangevoerd. Omdat van [gedaagde] geen betaling viel te verkrijgen, zag Menzis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. De kosten daarvoor bedragen € 48,40 en komen, evenals de op voorhand tot 19 augustus 2014 berekende wettelijke rente ad € 8,11, voor rekening van [gedaagde]. 3.3 Menzis is bekend met het verweer van [gedaagde], inhoudende dat het in casus een vordering betreft welke materieel is ontstaan voor de toelating van de [gedaagde] tot de WSNP en derhalve binnen de werking van de WSNP valt. Menzis betwist dit verweer. De eerste aanbiedingsbrief van Menzis is leidend om te bepalen of de vordering binnen de WSNP valt. Aangezien de eerste aanbiedingsbrief dateert van 13 januari 2013, valt de vordering niet onder de WSNP en dient volledig voldaan te worden. het verweer in conventie en de eis in reconventie 3.4 [gedaagde] voert in haar verweer aan dat zij op 1 februari 2012 behandeld is in het ziekenhuis. Op dat moment was zij zorgverzekerd bij Menzis. Niet het moment waarop de eerste aanbiedingsbrief wordt aangeboden is bepalend voor het moment waarop de vordering met betrekking tot het verplicht eigen risico is ontstaan maar het moment waarop de zorgbehandeling is uitgevoerd. [gedaagde] staat op het standpunt dat de verbintenis op grond waarvan zij het verplichte eigen risico moet betalen te beschouwen is als een voorwaardelijke verbintenis in de zin van artikel 6:21 BW. De werking van deze verbintenis tot betaling van het verplicht eigen risico is afhankelijk gesteld van het al dan niet plaatsvinden van een toekomstige onzekere gebeurtenis, namelijk of [gedaagde] zorg nodig heeft. Met het ondergaan van de behandeling op 1 februari 2012 is de voorwaarde van deze verbintenis vervuld en is tevens de vordering terzake het verplicht eigen risico ontstaan. Nu de vordering materieel ontstaan is vóór de toelating tot de WSNP, valt de vordering in de WSNP en is het een verifieerbare concurrente vordering. 3.4 Nadat Menzis in haar reactie op het verweer erkend heeft dat haar vordering bij de bewindvoerder had moeten worden ingediend en daarbij verzocht heeft om de procedure door te halen, verzoekt [gedaagde] om Menzis te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten Rv ten bedrage van € 2.200,00 ex btw. Met de rechter-commissaris in de schuldsanering van [gedaagde] is dit bedrag als een vaste prijs afgesproken voor het voeren van verweer in deze procedure. 3.5 In reconventie vordert [gedaagde] veroordeling van Menzis tot (terug)betaling van € 46,87 aan [gedaagde]. Dit bedrag is door Menzis in conventie in mindering gebracht op de hoofdsom. Dat is niet toegestaan nu de gehele vordering bij de bewindvoerder ingediend had moeten worden. Van verrekening kan geen sprake zijn nu [gedaagde] geen achterstanden heeft in de betaling van haar premie. Onduidelijk is of Menzis anderszins in de toekomst nog een vordering op [gedaagde] zal krijgen. het verweer in reconventie: Menzis erkent dat er sprake is geweest van een deelbetaling van € 46,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.