RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/160907 HA ZA 14-413 datum vonnis: 13 mei 2015 Vonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SANDTON HOTELMANAGEMENT INTERNATIONAL B.V., statutair gevestigd te Deventer, kantoorhoudende te Rheden, eiseres in conventie, verweerster in reconventie,verder te noemen Sandton, advocaat: mr. C.C.H. Wiekeraad te Kampen, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CAASE SERVICES B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Enschede, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, verder te noemen Caase, advocaat: mr. A.C. Huisman te Enschede. In conventie en in reconventie: 1Het procesverloop 1.1. Ingevolge het tussenvonnis van 15 oktober 2014 heeft in deze zaak een comparitie van partijen plaatsgehad op 16 december 2014. 1.2. Sandton heeft na comparitie geconcludeerd en daarbij haar eis gewijzigd. Zij heeft vijf producties overgelegd. 1.3. Caase heeft bij antwoordconclusie, tevens akte houdende verzet tegen de eiswijziging, elf producties overgelegd en zich tegen de eiswijziging verzet. 1.4. Nadat Sandton zich bij akte over de producties van Caase had uitgelaten, hebben partijen vonnis gevraagd. De datum van de uitspraak is daarbij vastgesteld op vandaag. 2De vorderingen 2.1. Sandton vordert in conventie na eisvermeerdering, zakelijk samengevat, veroordeling van Caase tot betaling van:primair een bedrag aan schadevergoeding van € 576.578,00,subsidiair voormeld bedrag na aftrek van een door de rechtbank te bepalen gedeelte daarvan, enmeer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen schadebedrag, dan wel, ingeval de rechtbank van oordeel is dat finale kwijting ingevolge artikel 7 van de vaststellingsovereenkomst mocht zijn ingetreden, deze bepaling te vernietigen op grond van dwaling, met veroordeling van Caase tot betaling van:primair een bedrag aan schadevergoeding van € 576.578,00,subsidiair voormeld bedrag na aftrek van een door de rechtbank te bepalen gedeelte daarvan, enmeer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, dan wel, ingeval de rechtbank van oordeel is dat finale kwijting ingevolge artikel 7 van de vaststellingsovereenkomst mocht zijn ingetreden en het gedane beroep op vernietiging van dit artikel 7 wegens dwaling niet wordt aanvaard, met veroordeling van Caase tot betaling van:primair een bedrag aan schadevergoeding van € 85.350,00, en subsidiair een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen schadebedrag, een en ander vermeerderd met een bedrag terzake de conservatoire beslaglegging, door Sandton ten tijde van de dagvaarding begroot op € 2.000,00, en met de wettelijke rente over de toe te wijzen bedragen vanaf de datum van de dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, en met veroordeling van Caase in de proceskosten.2.2. Het verzet van Caase tegen de eiswijziging wordt verworpen. Caase heeft er weliswaar niet ten onrechte op gewezen dat de eiswijziging en de onderbouwing daarvan niet erg helder zijn geformuleerd, maar deze is daarmee nog niet, zoals Caase heeft gesteld, juridisch en taalkundig zo ontspoord dat de desbetreffende akte daarom als een obscuur libel buiten beschouwing moeten worden gelaten. Blijkens haar antwoordconclusie heeft ook Caase de strekking van de eiswijziging en de motivering daarvan goed begrepen. 2.3. Caase vordert in reconventie opheffing van het door Sandton gelegde conservatoir derdenbeslag onder de Stichting Derdengelden Daniels Huisman Advocaten, met veroordeling tot betaling van de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW van 30 juni 2014 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van Sandton in de proceskosten en de nakosten, met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. 3 3. De feiten3.1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten, die door de ene partij zijn gesteld en door de andere niet of onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. 3.2. Sandton is onderdeel van Sandton Hotels, een Nederlandse hotelketen met hotels in binnen- en buitenland. Caase is een ICT-bedrijf. Tussen partijen gold een ‘dienstverleningsovereenkomst’ van 15 september 2010. Tussen partijen zijn tevens van kracht de door Caase gehanteerde algemene voorwaarden.3.3. Op enig moment verliep de samenwerking tussen partijen niet goed meer. Tussen hen ontstonden enerzijds geschillen over rekeningen van Caase, die Sandton niet of veel te laat betaalde, en anderzijds ontevredenheid van Sandton over de dienstverlening door Caase. 3.4. Ter beëindiging van die geschillen hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Sandton heeft deze ondertekend op 5 mei 2014. Caase had dat al eerder gedaan. Daarbij zijn partijen (zakelijk samengevat) overeengekomen dat:- alle tussen hen bestaande overeenkomsten zouden eindigen per 1 juni 2014,- Sandton de openstaande facturen van Caase integraal zou voldoen door betaling van: € 80.000,- uiterlijk op 15 april 2014, € 85.000,- uiterlijk op 30 april 2014 en € 62.739,45 uiterlijk op 30 mei 2014,- Caase na betaling van de tweede termijn de inlogcodes van de ICT-systemen van Sandton ter beschikking zou stellen van de door Sandton gekozen andere ICT-partner,- Caase na, dan wel gelijktijdig met, de betaling van de derde betalingstermijn de hardware (de fysieke machines) zou overdragen, - Caase tot uiterlijk 1 juni 2014 haar dienstverlening aan Sandton conform de eerder tussen partijen gesloten overeenkomsten zou voortzetten, en dat- partijen na volledige en correcte uitvoering van de vaststellingsovereenkomst elkaar over en weer volledige en finale kwijting zouden verlenen en zouden verklaren dat zij over en weer, uit welken hoofde dan ook, niets meer van elkaar te vorderen hadden. 3.5. Partijen zijn later overeengekomen dat Sandton de laatste deelbetaling op 23 mei 2014 zou storten op de derdengeldenrekening van de advocaat van Caase, en dat die storting pas na uitvoering van de afwikkelingswerkzaamheden door Caase aan Caase zou worden doorgestort. 3.6. Sandton heeft de derde betalingstermijn op 23 mei 2014 naar de derdengeldenrekening overgemaakt. Op 27 mei 2014 heeft Sandton op het door haar overgemaakte bedrag conservatoir beslag gelegd onder de Stichting Derdengelden Daniels Huisman Advocaten. 4. Het standpunt van Sandton4.1. De vordering in conventie strekt tot vergoeding van schade, die Sandton stelt te hebben geleden doordat Caase haar verplichtingen uit de dienstverleningsovereenkomst niet is nagekomen, zowel in de periode vóór de vaststellingsovereenkomst als daarna. 4.2. Sandton heeft dit standpunt feitelijk onderbouwd als volgt. Zij heeft op advies van Caase gekozen voor de invoering van een bepaald ICT-concept, waarbij een ICT-platform zou worden opgezet in de “cloud”, zodanig dat geen lokale serversystemen meer nodig zouden zijn. Zowel gedurende als na afloop van dit traject is Sandton gestuit op voor haar hoteloperaties zeer nadelige en nagenoeg onoverkomelijke problemen. Voortdurend werden de hoteloperaties geconfronteerd met storingen in de nieuw opgezette ICT-omgeving. 4.3. Voor zulke problemen legde Caase de schuld vaak bij Sandton zelf, en reageerde niet adequaat, waardoor hoteloperaties soms uren volledig stil kwamen te liggen. Dit leidde tot nadeel voor gasten, die daarvoor financiële compensatie verlangden, tot terugboekingen en tot negatieve beoordelingen en reviews, met aanzienlijke nadelige effecten, omdat hotelboekingen tegenwoordig in belangrijke mate geschieden op basis van raadpleging op internet van reviews van eerdere bezoekers. 4.4. Caase bleek Sandton geheel in haar greep te hebben, omdat alleen Caase beschikte over alle inloggegevens om de cloud-omgeving te kunnen benaderen. Caase kon aldus dringend noodzakelijke serviceverlening onmiddellijk stilleggen. Caase heeft dat ook herhaaldelijk gedaan, waarbij zij zich telkens beriep daartoe gerechtigd te zijn omdat Sandton de rekeningen van Caase niet of te laat betaalde. 4.5. Op een gegeven moment heeft Sandton een beroep gedaan op een (andere) externe ICT-adviseur, ‘Flight Illusion’. Deze concludeerde dat het door Caase gebouwde systeem op zichzelf wel een mooie oplossing was, maar niet goed paste bij de behoefte en bij de reeds aanwezige faciliteiten van Sandton. 4.6. Op advies van Flight Illusion heeft Sandton de conclusie getrokken dat voor Caase en Sandton geen gezamenlijke toekomst meer denkbaar was, omdat het nodige onderlinge vertrouwen was verdwenen. Ook op advies van Flight Illusion heeft Sandton contact gelegd met ’S-Bit’, een ICT-partij die is toegerust om de ICT-behoeften van Sandton adequaat te ondersteunen, onder meer omdat ’S-Bit’ al jaren werkzaam is voor verschillende hotelketens. 4.7. Dit heeft ertoe geleid dat partijen tot een voortijdige beëindiging van hun dienstverleningsovereenkomst zijn gekomen, met overgang van Sandtons gehele ICT-omgeving van Caase naar S-Bit. Dit is geschied, na een intensief onderhandelingstraject, door middel van de vaststellingsovereenkomst, waarbij onder meer Sandton afstand heeft gedaan van eventueel verhaal van alle door haar door toedoen van Caase geleden schade. 4.8. In de vaststellingsovereenkomst staat onder meer, dat Caase tot en met 31 mei 2014 haar dienstverlening volledig en naar behoren zou voortzetten, en dat Caase tijdige en volledige medewerking zou verlenen aan overdracht van alle inlogcodes e.d., overeenkomstig een aan de vaststellingsovereenkomst gehecht overdrachtsdocument. 4.9. Partijen raakten vervolgens in discussie over de exacte invulling van die bijlage, en over de met de overgangswerkzaamheden gemoeide kosten, alsmede over de betaling door Sandton van de overeengekomen betalingstermijnen. Caase gaf daarbij aan dat zij op 25 mei 2014 geen medewerking meer zou verlenen aan afgifte van de hardware als zij niet eerst van haar advocaat een bevestiging zou ontvangen dat de laatste deelbetaling was bijgeschreven op de derdengeldenrekening. Sandton heeft daarop bedongen dat deze betaling niet eerder dan na 30 mei om 17.00 uur zou mogen worden doorgestort aan Caase. 4.10. Daar kwam nog bij dat Caase niet na de tweede deelbetaling was overgegaan tot het beschikbaar stellen van de benodigde gegevens aan S-Bit. Dit heeft pas geduurd tot ongeveer 8 mei. De tijdige migratie, die was voorzien tegen 31 mei 2014, kwam daardoor in gevaar. 4.11. Daar kwam nog bij dat Sandton ten tijde van de overdracht van de hardware op zondag 25 mei 2014 ernstige tekortkomingen ontdekte in het gehele door Caase aangelegde en ingerichte systeem. Sandton was door Caase in de waan gebracht dat dit systeem was opgezet in de “cloud”, en dat daarom geen lokale server-omgevingen werden gebruikt, terwijl in werkelijkheid sommige lokale servers nog steeds in gebruik bleken te zijn en zelfs strikt noodzakelijk waren om de ICT-omgeving van Sandton overeind te houden. 4.12. Ook bleek dat Caase het Office 365-pakket, waarvoor Sandton wel aan Caase had betaald, nooit aan Sandton heeft geleverd. Ook bleken de aangeschafte data-lijnen veel te duur waren aangeschaft, en bleek dat bepaalde elementen uit het “projectdocument”, op basis waarvan de ICT-omgeving van Sandton was ingericht, niet daadwerkelijk waren ingevuld. 4.13. Uit een en ander blijkt dat Caase geenszins volledige en correcte uitvoering heeft gegeven aan haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst. Daaruit is ook schade ontstaan: alleen al op 9 en 10 mei 2014 was sprake van zeer ernstige storingen in alle hotels. 4.14. Uit deze feiten blijkt ook dat Sandton ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst in dwaling verkeerde. Als zij toen had geweten in welke slechte staat haar ICT-systeem verkeerde, had zij de vaststellingsovereenkomst niet gesloten, althans niet op dezelfde conditie. Die dwaling is toe te rekenen aan Caase. 4.15. Sandton heeft de door haar gestelde schade gespecificeerd door verwijzing naar een bij conclusie na comparitie als productie 11 overgelegde opstelling van schadeposten ad in totaal € 576.587,00 in hoofdsom. 5 5. Het standpunt van Caase5.1. Caase betwist dat zij haar verplichtingen uit de dienstverleningsovereenkomst zowel als de vaststellingsovereenkomst onjuist en/of onvolledig is nagekomen. Voor toewijzing van enige schadevergoeding (in conventie) bestaat daarom geen rechtsgrond. 5.2. Sandton heeft niet duidelijk gesteld welke tekortkomingen zij aan Caase verwijt. Van een gebrekkige prestatie zijdens Caase is geen sprake. Sandton heeft ook niet tijdig over tekortkomingen geklaagd. Sandton heeft haar schadevorderingen niet behoorlijk met concrete feiten onderbouwd en aldus niet voldaan aan haar stelplicht. De door Sandton gepretendeerde schade heeft zij niet, althans verregaand onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. 5.3. Caase hanteerde in de relatie met Sandton een betalingstermijn van 60 dagen, hoewel zij gewoonlijk een betalingstermijn van 30 dagen hanteert. Desondanks betaalde Sandton regelmatig de rekeningen van Caase niet. Daarom heeft Caase meer druk gelegd op de incasso van openstaande bedragen. De relatie tussen partijen is vervolgens in een impasse geraakt, waardoor voortgezette samenwerking niet langer mogelijk bleek. 5.4. Caase heeft Sandton niet laten betalen voor niet geleverde faciliteiten en software. Mocht sprake zijn van gebrekkig presteren in de periode vóór de vaststellingsovereenkomst, dan heeft Sandton daarover niet tijdig geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW. 5.5. Klachten over aan de vaststellingsovereenkomst voorafgaande periode kunnen in dit geding niet meer aan de orde worden gesteld. De overeengekomen finale kwijting belet dat discussies met betrekking tot de daaraan voorafgegane periode worden heropend. 5.6. Volledigheidshalve betwist Caase de stelling van Sandton, dat de aanwezigheid van lokale servers op enkele plekken in strijd is met daarover door partijen gemaakte afspraken. De oude ICT-omgeving van Sandton moest in fasen worden omgezet naar de beoogde nieuwe omgeving. Sommige oude servers waren nog niet aan de beurt gekomen. Vertraging van dat migratietraject werd mede veroorzaakt doordat Sandton te laat betaalde. 5.7. Ook de invoering van Office 365 was een onderdeel van dat migratietraject. Invoering van Office 365 was nog niet aan de orde gekomen. Het betalingsgedrag van Sandton speelde ook hier een rol. Caase heeft aan Sandton geen rekening gestuurd voor Office 365. Caase is niet aansprakelijk voor de kosten van door Sandton aangeschafte ‘datalijnen voor hosting’. 5.8. Sandton heeft een verouderde WIFI-dekking. De laatste jaren is het gebruik van WIFI explosief gestegen. Caase heeft een projectplan geschreven om de WIFI-dekking te verbeteren, maar Sandton heeft besloten om de problemen ad-hoc op te lossen en niet projectmatig. Juist met het oog op deze discussie hebben partijen de vaststellingsovereenkomst gesloten. 5.9. Sandton heeft de uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst verschuldigde tweede betalingstermijn niet op tijd betaald. Ten onrechte beroept Sandton zich op een computerstoring bij de Rabobank; die storing deed zich voor op 1 mei 2014, en Sandton had toen al betaald moeten hebben. Daarom heeft Caase haar verplichting tot het verschaffen van de codes op 1 mei 2014 opgeschort. De betaling werd ontvangen op 8 mei 2014, waarop Caase de inlogcodes zonder vertraging heeft verstrekt. 5.10. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat de derde termijn op de derdengeldenrekening van de advocaat van Caase zou worden gestort op 23 mei 2014. Nadat dit was geschied heeft Caase op 25 mei de hardware overgedragen aan S-Bit. Op dat moment had Caase correct voldaan aan al haar verplichtingen. Op 27 mei 2014 heeft Sandton op de gestorte derde betalingstermijn conservatoir beslag gelegd. 5.11. Sandton stelt zich in haar conclusie na comparitie op de volgende standpunten dat(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.