Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/996015-12 Datum vonnis: 19 juni 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres 1]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 mei 2015 en 5 juni 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.W. Bollen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D. Nieuwenhuis, advocaat te Maastricht, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan Fulham Financieringen BV bij het samen met Euro Projects Ontwikkeling BV plegen van faillissementsfraude, door het onttrekken van een bedrag van € 422.750,-- aan de boedel van Euro Projects Ontwikkeling BV, dan wel dat hij feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan Fulham Financieringen BV bij het samen met Euro Projects Ontwikkeling BV, in het vooruitzicht van het faillissement van die BV, plegen van faillissementsfraude voor een bedrag van € 422.750,--; feit 2: samen met Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV, [medeverdachte 1] Beheer BV en met [medeverdachte 1] faillissementsfraude heeft gepleegd, door een DAF vrachtwagen, een Toyota Landcruiser, drie aanhangwagens, een minikraan, compressoren en luchthamers aan de boedels van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en [medeverdachte 1] Beheer BV te onttrekken, dan wel dat hij in het vooruitzicht van en/of na het faillissement van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en [medeverdachte 1] Beheer BV die goederen aan die BV’s heeft onttrokken; feit 3 feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan IJk Totaal Onderhoud BV bij het plegen van faillissementsfraude, door geldbedragen te onttrekken aan die BV en geen administratie van die BV aan de curator over te leggen, dan wel dat hij in het vooruitzicht van het faillissement van IJk Totaal Onderhoud BV geldbedragen aan de boedel van die BV heeft onttrokken; feit 4 feitelijk leiding of opdracht geven aan [bedrijf] BV bij het plegen van faillissementsfraude, door geldbedragen te onttrekken aan die BV en geen administratie van die BV aan de curator over te leggen, dan wel dat hij feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan Lamat BV en Wiebo Vastgoed BV bij het plegen van faillissementsfraude, door in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV geldbedragen aan de boedel van die BV te onttrekken, dan wel dat hij zelf faillissementsfraude heeft gepleegd, door in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV geldbedragen aan de boedel van die BV te onttrekken; feit 5 samen met notaris [medeverdachte 2] een notariële akte van levering van aandelen valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij in een notariële akte van levering van aandelen een valse opgave heeft doen opnemen; feit 6 feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan Pica BV bij het plegen van faillissementsfraude, door geen administratie van die BV aan de curator over te leggen; feit 7 een factuur van House of Capital NV valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij feitelijk leiding of opdracht heeft gegeven aan House of Capital NV bij het gebruik maken van die valse factuur; feit 8 samen met notaris [medeverdachte 2] een hypotheekakte valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij in een notariële hypotheekakte een valse opgave heeft doen opnemen; feit 9 dat hij in een notariële akte van levering van registergoederen een valse opgave heeft doen opnemen; feit 10 samen met anderen een taxatierapport van [makelaardij] valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij makelaar [naam 2] heeft uitgelokt tot het opmaken van een vals taxatierapport of daaraan medeplichtig is geweest. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: 1. Fullham Financieringen BV tezamen en in vereniging met Euro Projects Ontwikkeling BV (voorheen tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV), in ieder geval de besloten vennootschap ingeschreven in het Handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer 08107717, op een of meer verschillende tijdstippen in de periode december 2010 tot en met 01 mei 2012 of tot en met 28 februari 2013, in gemeente(
- n)Tubbergen, Hengelo (Ov) en/of Berkelland en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereninging met een of meer natuurlijke personen en/of met met een of meer andere rechtspersonen, althans alleen, terwijl Euro Projects Ontwikkeling BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 20 december 2011 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van Euro Projects Ontwikkeling BV (tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV), een goed, althans een vermogensbestanddeel, tot een bedrag van (ongeveer) Euro 422.750,- aan de boedel van zijn mededader, de rechtspersoon Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) had en/of heeft onttrokken. hierin bestaande dat: -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, de appartementsrechten, het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1], op 29 december 2010 kocht en/of geleverd kreeg van [naam 3] voor een bedrag van Euro 200.000,-, welke [naam 3] op zijn beurt die appartementsrechten op 21 december 2010 had gekocht en/of geleverd had gekregen voor een bedrag van Euro 200.000,- van Innové Vastgoed BV; en/of -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, op 31 januari 2011 op die appartementsrechten bij notariële akte dd. 31 januari 2011 opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2] het recht van eerste hypotheek voor bedrag van Euro 422.750,- verleende ten gunste van Innové Immo BV, zonder dat daar reële geldleningen of financieringen tegenover stonden of tegenover zouden komen te staan; en/of -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, die appartementsrechten op 31 januari 2011 verkocht en/of leverde voor Euro 200.000,- aan Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) waarna op 1 februari 2011 die appartementsrechten door Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) werden verkocht en/of geleverd voor een bedrag van Euro 625.000,- en op diezelfde dag nogmaals werden verkocht en/of geleverd voor Euro 750.000,- (vindplaats documenten: D-509, D-5l0, D-511, D-512, D-320) en/of een last van (ongeveer) Euro 422.750,- had en/of heeft verdicht, hierin bestaande dat genoemde rechtspersoon, Fullham Financieringen BV in deze in het bijzonder tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en/of Innové Immo BV en/of met een of meer andere rechtspersonen en/of natuurlijke personen, althans alleen, in een hypotheekakte dd.31 januari 2011 opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2] had en/of heeft doen opnemen (zakelijk weergegeven) dat door Fullham Financiering BV het recht van hypotheek tot een bedrag van Euro 422.750,- was verleend aan Innové Imino BV, op het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1] , terwijl daar geen reële geldleningen en/of financieringen tegenover stonden en/of zouden komen te staand tot genoemd bedrag; (vindplaats document: D-511) zulks terwijl hij, verdachte, toen al dan niet via een of meer rechtspersonen en/of al dan niet in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en); art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zo kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat Fullham Financieringen BV tezamen en in vereninging met Euro Projects Ontwikkeling BV (voorheen tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV), op een of meer verschillende tijdstippen in de periode december 2010 tot en met februari 2011 , in gemeente(
- n)Tubbergen, Hengelo (Cv) en/of Berkelland en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereninging met een of meer natuurlijke personen en/of met met een of meer andere rechtspersonen, althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects BV), welke faillissement van die rechtspersoon (toen genaamd Euro Projects BV) bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 20 december 2011 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van Euro Projects Ontwikkeling BV (tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV), een goed, althans een vermogensbestanddeel, tot een bedrag van (ongeveer) Euro 422.750,- aan de boedel van zijn mededader, de rechtspersoon Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) had en/of heeft onttrokken. hierin bestaande dat: -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, de appartementsrechten, het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1], op 29 december 2010 kocht en/of geleverd kreeg van [naam 3] voor een bedrag van Euro 200.000,-, welke [naam 3] op zijn beurt die appartementsrechten op 21 december 2010 had gekocht en/of geleverd had gekregen voor een bedrag van Euro 200.000, - van Innové Vastgoed BV; en/of -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, op 31 januari 2011 op die appartementsrechten bij notariële akte dd. 31 januari 2011 opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2] het recht van eerste hypotheek voor bedrag van Euro 422.750,- verleende ten gunste van Innové Immo BV, zonder dat daar reële geldleningen of financieringen tegenover stonden of tegenover zouden komen te staan; en/of -genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, die appartementsrechten op 31 januari 2011 verkocht en/of leverde voor Euro 200.000,- aan Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) waarna op 1 februari 2011 die appartementsrechten door Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 genaamd Euro Projects Ontwikkeling BV) werden verkocht en/of geleverd voor een bedrag van Euro 625.000,- en op diezelfde dag nogmaals werden verkocht en/of geleverd voor Euro 750.000,- (vindplaats documenten: D-509, D-510, D-511, D-512, D-320) zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen en/of al dan niet via een of meer andere rechtpersonen tot bovenomschreven strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(
- en)art 344 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij tezamen en in vereniging met Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en/of met [medeverdachte 1] Beheer BV (vanaf 16 april 2010 genaamd J.G.E. Vastgoed BV (ingeschreven KvK-nummer 06065655) en/of met [medeverdachte 1], op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot 9 februari 2012 of 14 februari 2013, te Geesteren en/of in de gemeente Hengelo
(0v)en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer andere natuurlijke personen, althans alleen, terwijl Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 in staat van faillissement is/was verklaard en/of terwijl J.G.E. Vastgoed BV (v66r 16 april 2010 genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV) bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en/of van J.G.E Vastgoed BV (voorheen genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV), een of meer van de navolgende goederen aan de boedel(
- s)van genoemde besloten venootschap(
- en)had en/of heeft onttrokken, te weten: een vrachtwagen, merk DAF, kenteken [kenteken], een Toyota Landcruiser, 3, althans een of meer aanhangwagens, een minikraan, compressoren en/of luchthamers, althans een of meer vervoersmiddelen en/of machines en/of gereedschappen; art 341 ahf/ond a ahf/sub 1o Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot 24 maart 2010 en/of 08 juni 2010, te Geesteren en/of in de gemeente Hengelo (Ov) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, in het vooruitzicht van de/het faillissement(
- en)van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV, welk faillissement bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 is gevolgd en/of van J.G.E. Vastgoed BV (véôr 16 april 2010 genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV) , welk faillissement hij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en/of van J.G.E Vastgoed BV (voorheen genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV), een of neer van de navolgende goederen aan de boedel(
- s)van genoemde besloten venootschap(
- en)heeft onttrokken, te weten: een vrachtwagen, merk DAF, kenteken [kenteken], een Toyota Landcruiser, 3, althans een of meer aanhangwagens, een minikraan, compressoren en/of luchthamers, althans een of meer vervoersmiddelen en/of machines en/of gereedschappen; en/of hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 24 maart 2010 en/of 08 juni 2010 tot 9 februari 2012 of 14 februari 2013, te Geesteren en/of in de gemeente Hengelo (Ov) en/of elders in Nederlandtezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, in het geval van het/de faillissement(
- en)van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV uitgesproken bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 en/of van J.G.E. Vastgoed BV (vóór 16 april 2010 genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV) uitgesproken bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(
- s)van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en/of van J.G.E Vastgoed BV (voorheen genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV), een of meer van de navolgende goederen aan de boedel(
- s)van genoemde besloten venootschap(
- en)heeft onttrokken, te weten: een vrachtwagen, merk DAF, kenteken [kenteken], een Toyoya Landcruiser, 3, althans een of meer aanhangwagens, een minikraan, compressoren en/of luchthamers, althans een of meer vervoersmiddelen en/of machines en/of gereedschappen; art 344 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 3. IJk Totaal Onderhoud BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 28 december 2009 tot en met 1 november 2011 of 25 februari 2013, te Geesteren, gemeente Tubbergen, en/of te Vriezenveen en/of te Emmen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of neer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 17 maart 2010, in staat van faillissement is/was verklaard, A) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(
- s)een of meer van de navolgende goederen aan de boedel had en/of heeft onttrokken, te weten: -een geldbedrag van (ongeveer) Euro 10.115,-; en/of -een geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.750,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 2.296,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 935,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 4.300,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 5.502,-, althans een of meer van genoemde goederen/geldbedragen; (vindplaats documenten: D-798, D-799, D-795, D-805, D-806 en 0-807) en/of B) op (ongeveer) 28 december 2009 zijnde een tijdstip waarop genoemde rechtspersoon wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een van haar schuldeisers, te weten Huzbo BV, had bevoordeeld door (ongeveer) op dat tijdstip een bedrag van (ongeveer) Euro 10.115,- over te maken naar een bankrekening van Huzbo BV; (vindplaats document: D-798) en/of C) niet had en/of niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtigen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgelijk Wetboek en/of het bewaren en/of het tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld, hierin bestaande dat op 1 november 2011 en/of op 25 februari 2013 nog steeds geen of nagenoeg geen administratie was overgelegd aan curator mr. P. Lettinga dan wel te voorschijn was gebracht; zulks terwijl, hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer andere natuurlijke personen en/of al dan niet via een of meer rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven gedraging(
- en)art 341 ahf/ond a ahf/sub 1o Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 28 december 2009 tot en met 17 maart 2010, te Geesteren, gemeente Tubbergen, en/of te Vriezenveen en/of te Emmen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer anderen, althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van IJK Totaal Onderhoud BV, welk faillissement is gevolgd bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 17 maart 2010, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeiser(
- s)IJK Totaal Onderhoud BV, een of meer van de navolgende goederen aan de boedel heeft onttrokken, te weten: -een geldbedrag van (ongeveer) Euro 10.115,-; en/of -een geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.750,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 2.296,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 935,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 4.300,-; en/of een geldbedrag van (ongeveer) Euro 5.502,-, althans een of meer van genoemde goederen/geldedragen; (vindplaats documenten: D-798, D-799, D-795, D-805, D-806 en D-807) art 344 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 4. [bedrijf] BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 16 augustus 2009 tot en met 03 mei 2011 te De Krim, gemeente Hardenberg,en/of te Geesteren en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 30 maart 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(
- s)A) een of meer van de navolgende goederen, althans vermogensbestanddelen aan de boedel heeft en/of had onttrokken, te weten; vier, althans een of meer (girale) geldbedragen van telkens (ongeveer) Euro 5.000, -; en/of geldbedragen (geldopnames) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 22.160,-; althans, een of meer goederen of vermogensbestandelen; (vindplaats documenten: D-347, D-429a, D-438, D-439 en D-441) B) niet had en/of niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegegvensdragers in dat artikel bedoeld, hierin bestaande dat op 22 februari 2011 en/of op 3 mei 2011 nog steeds geen administratie was overgelegd aan curator mr. D.J.M. Lange; zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen en/of al dan niet via een of meer rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven gedraging(en); art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat Lamat BV (handelsnaam Huzbo BV) en/of Wiebo Vastgoed Holding BV op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode 10 september 2009 tot en met 2 november 2009 of tot 30 maart 2010, te Geesteren en/of te Rijssen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans ieder voor zich, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV,welke faillissement bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2010 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [bedrijf] BV, een of meer geldbedragen, te weten viermaal een bedrag van (ongeveer) Euro 5.000,- dan wel Lamat BV een bedrag, althans een vermogensbestanddeel tot een van (ongeveer) Euro 5.501,95 en/of Wiebo Vastgoed Holding BV een bedrag van (ongeveer) Euro 14.498,05, althans een of meer vermogensbestanddelen, aan de boedel van [bedrijf] hebben/heeft onttrokken. zulks terwijl hij, verdachte, (telkens) al dan niet in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer rechtspersonen en/of al dan niet via een of meer rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(
- en)(vindplaats documenten: D-347, D-429a, D-438, 0-439 en D-441) art 344 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou\ kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode 10 september 2009 tot en met 2 november 2009 of tot 30 maart 2010, te Geesteren en/of te Rijssen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV,welke faillissement bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2010 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [bedrijf] BV, een of meer goederen, te weten viermaal, althans een of meermaal een bedrag van (ongeveer) Euro 5.000,- , althans een of meer vermogensbestanddelen, aan de boedel an [bedrijf] BV heeft onttrokken; (vindplaats documenten: 0-347, D-429a, 0-438, 0-439 en D-441) art 344 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 5. hij te Neede, in de gemeente Berkelland, en/of te Geesteren en/of elders in Nederland, op of omstreeks 10 september 2009, tezamen en in vereniging met mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, een authentieke akte, te weten een akte van levering aandelen van de aandelen van de vennootschap Wiebo Vastgoed BV, waarbij verkoper was Wiebo Vastgoed Holding BV en waarbij koper was [medeverdachte 4], zijnde een geschrift bestemd om te dienen tot bewijs van het daaringestelde, althans van enig feit, valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die authentieke akte als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in die authentieke akte werd vermeld dat de koopsom van die aandelen Euro 20.000,- bedroeg, terwijl in werkelijkheid de koopsom (ongeveer) Euro 3.000,- bedroeg, althans een bedrag lager dan Euro 20.000,- (vindplaats document: D-429a) art 226 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 10 september 2009 te Neede, gemeente Berkelland, en/of te Geesteren en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of met een of meer rechtspersonen, althans alleen, in een authentieke akte, te weten een akte van levering van aandelen van de vennootschap Wiebo Vastgoed BV, waarbij verkoper was Wiebo Vastgoed Holding BV en waarbij koper was [medeverdachte 4], opgemaakt door mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, een valse opgave, aangaande een feit van welks waarheid die akte moest doen blijken, heeft doen opnemen, te weten dat de koopsom van die aandelen Euro 20.000,- bedroeg, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave van hem, verdachte, en/of van zijn mededader(
- s)in overeenstemming van de waarheid, hebbende dat valse hierin bestaan, dat de koopsom in werkelijkheid (ongeveer) Euro 3.000,- bedroeg, althans dat de koopsom lager was dan Euro 20.000,- (vindplaats document: D-429a) art 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 6. Pica BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 15 december 2009 tot en met 17 april 2012 Of 11 februari 2013 te Geesteren, in de gemeente Tubbergen en/of te Epe en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 15 december 2009 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(
- s)niet had en/of niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld, hierin bestaande dat op 17 april 2012 of op 11 februari 2013 nog steeds geen administratie was overgelegd aan curator mevrouw mr. A.M. Jongerman, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen en/of al dan niet via een of meer rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven gedraging(en); art 341 ahf/ond a ahf/sub 40 Wetboek van Strafrecht 7. hij op of omstreeks 1 november 2011, althans in of omstreeks de maand november 2011 te Almelo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer rechtspersonen, althans alleen, een factuur, gedateerd 1 november 2011, afkomstig van House of Capital NV, geadresseerd aan TNB Service BV, met een factuurbedrag van Euro 112.500,- en een omschrijving (zakelijke weergegeven) een partij aandelen volgens afspraak, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in werkelijkheid door House of Capital NV (i.
- o)en/of hem, verdachte, geen partij aandelen was verkocht en/of geleverd aan TNB Service BV; (vindplaats document: D-57l) art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 7 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat House of Captital NV op of omstreeks 11 juli 2012, althans in de periode 22 december 2011 tot en met 11 ju1i 2012 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, opzettelijk heeft voorhanden gehad een vals(
- e)of vervalst(
- e)(kopie-)factuur, gedateerd 1 november 2011, afkomstig van House of Capital NV, geadresseerd aan TNB Service BV, met een factuur bedrag van Euro 112.500,- en met een omschrijving (zakelijk weergegeven) een partij aandelen volgens afspraak, -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl genoemde verdachte rechtspersoon wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, en hebbende dat valselijk of vervalste hierin bestaan, dat House of Capital NV (i.o.) in werkelijkheid geen partij aandelen heeft geleverd en/of verkocht aan TNB Service BV, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen en/of al dan niet via een of meer rechtspersonen tot bovenomschreven strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging; (vindplaats document: D-57l) art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht 8. hij te Neede, in de gemeente Berkelland, op 31 januari 2011, tezamen en in vereniging met notaris mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, en/of met een of meer andere natuurlijke personen en/of met een of meer rechtspersonen, althans alleen een authentieke akte, te weten een hypotheekakte, inhoudende (zakelijk weergegeven) dat de hypotheekgever (Fullham Financiering BV) had verklaard dat het recht van eerste van hypotheek en eerste pand was verleend tot een bedrag van Euro 422.750,- op de appartementsrechten, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1], tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de schuldeiser (Innové Immo BV) blijkens haar administrate van schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen dan wel uit welken anderden hoofde ook, en dat bij het verlijden van genoemde hypotheekakte aanwezig waren hij, verdachte, (zakelijk weergegeven) handelend als bestuur van Stichting Administratiekantoor Fulham Groep, welke stichting handelde als bestuur van Fulham Groep Holding BV, welke vennootschap handelde als bestuur van Fulham Televisie Groep BV en welke vennootschap op haar beurt handelde als bestuur van de schuldenaar/hypotheekgever, Fulham Financieringen BV, en [medeverdachte 3] handelend als zelfstandig bevoegd bestuurder van Innové Beheer BV, welke vennootschap handelde als zelfstandig bevoegd bestuurder van de schuldeiser, Innové Immo BV, zijnde een geschrift bestemd om te dienen tot bewijs van het daaringestelde, althans van enig feit, valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die authentieke akte als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat die authentieke akte inhoudelijk als bovenomschreven werd verleden, terwijl genoemde notaris mr. [medeverdachte 2] en/of hij,verdachte, en/of genoemde [medeverdachte 3] wist(
- en)(zakelijk weergegeven) dat tegenover het verlenen van dat hypotheekrecht er geen reële geldleningen of financieringen stonden of zouden komen te staan, immers was genoemde notaris en/of hem, verdachte, en/of genoemde [medeverdachte 3] op 28 januari 2011 bekend, op een tijdstip gelegen vóór het passeren van die hypotheekakte, dat genoemde appartementsrechten voor een bedrag van Euro 750.000,- (exclusief BTW) waren verkocht aan [naam 4], althans al waren verkocht, van welke koop, verkoop en/of levering de (beoogde) passeerdatum van de akte 01 februari 2011 was/zou zijn; (vindplaats documenten: D-5ll en D-397) art 226 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 226 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 8 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op 31 januari 2011 te Neede, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een authentieke akte, te weten een hypotheekakte, opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, een valse opgave aangaande na te noemen feit/feiten van welks waarheid die akte moest doen blijken, te weten (zakelijk weergegeven) dat de hypotheekgever (Fullham Financiering het recht van eerste van hypotheek en eerste pand verleende tot een bedrag van Euro 422.750,- aan Innové Immo BV op de appartementsrechten, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1] , tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de schuldeiser (Innové Immo BV) blijkens haar administrate van schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen dan wel uit welken anderden hoofde ook, heeft doen opnemen met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)(zakelijk weergegeven) dat tegenover het verlenen van dat hypotheekrecht er geen reële geldleningen of financieringen stonden of zouden komen te staan, zulks met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid; art 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 9. hij op 30 augustus 2010 te Neede, gemeente Berkelland, en/of te Geesteren en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een [medeverdachte 5], althans alleen, in een authentieke akte, te weten een akte van levering van registergoed, waarbij hij, verdachte, verkoper was en waarbij koper was [medeverdachte 5] , (toen) gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met hem, verdachte, opgemaakt door mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, (een) valse opgave (n), aangaande (een) feit (
- en)van welks waarheid die akte moest doen blijken, heeft doen opnemen, te weten dat hij, verdachte, na te noemen registergoederen had verkocht aan genoemde [medeverdachte 5] en genoemde [medeverdachte 5] deze registergoederen had gekocht van hem, verdachte, en/of dat de koopprijs van de Euro 233.900,- bedroeg en/of die koopprijs tot stand was gekomen op basis van een door de heer [naam 2], kantoorhoudend te Almelo, opgesteld taxatierapport, waarvan een kopie aan die akte zou worden gehecht, in welk taxatierapport was opgenomen, (zakelijk weergegeven) dat op basis van de aanwezige (grond)vervuiling, zijnde sloopafval met aanzienlijke hoeveelheid asbestmateriaal, rekening moest worden gehouden met een aanzienlijke waarde vermindering inzake de vervuilde percelen en/of dat bij de taxatie rekening is gehouden met vorengenoemde vervuiling, bestaande die registergoederen uit: (zakelijk weergegeven) 1) de onverdeelde helft van een perceel agrarische cultuurgrond gelegen te [plaats 2] (Overijssel) aan de [adres 4], kadastraal bekend gemeente Tubbergen [sectie en nummer], groot vijfennegentig are en vijfentachtig centiare; en 2) de onverdeelde helft van een perceel grond met een daarop gestichte woning met erf en [naam 19], agrarische cultuurgrond en verder aanbehoren, bestaande en gelegen te [plaats 2] (Overijssel), [adres 5], kadastraal bekend als gemeente Tubbergen [sectie en nummer], groot zeven hectare, vijfenzestig are en negenveertig centiare; en 3) een perceel grond met een daarop gestichte woning met erf en [naam 19] en verder aanbehoren, staande en gelegen te [plaats 2] (Overijssel) [adres 1], kadastraal bekend als gemeente Tubbergen [sectie en nummer] , groot elf are en zeventig centiare; en 4) de overdeelde helft van een perceel grond met een daarop gestichte woning, met erf en [naam 19], argrarische cultuurgrond en verder aanbehoren,staande en gelegen te [plaats 3], [adres 6], kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg [sectie en nummer], groot vijf hectare, eenentwintig are en vijf centiare, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave(
- n)van hem, verdachte, en/of van zijn mededader in overeenstemming van de waarheid, hebbende dat valse in die opgave(
- n)hierin bestaan: -dat genoemde verkoop en koop in werkelijkheid een (schijn-)constructie betrof teneinde civiel- en/of strafrechtelijk aansprakelijkheidstellingen en/of verhaalsmogelijkheden jegens hem, verdachte, te verijdelen, te bemoeilijken, te belemmeren en/of te voorkomen, en/of -dat genoemd taxatierapport, althans de vermelding met betrekking tot die aanwezige (grond) vervuiling van de betreffende de percelen, vals of onjuist was in die zin dat de vervuiling niet aanwezig was en/of niet was aangetroffen of vastgesteld; en/of -dat genoemde koopprijs niet reëel of marktconform was, althans lager dan de werkelijke waarde en/of dat in de genoemde koopprijs in werkelijkheid tevens een (onbenoemde) schenking was opgenomen; (vindplaats document: D-0l8 en D-006 van dossiernummer 51937) art 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 10. hij in de maand juli 2010, althans in de periode maart 2010 tot en met augustus 2010 te Almelo en/of te Geesteren, in de gemeente Tubbergen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [naam 2] en/of met [medeverdachte 5] en/of met een of meer anderen, althans alleen, een taxatierapport van [makelaardij], gedateerd juli 2010, met als opdrachtgever mevrouw [medeverdachte 5], betreffende (zakelijk weergegeven) de onroerende zaak/zaken: a.
- a)woonhuis met erf, [naam 19] en ondergrond, staande een gelegen te [plaats 2]
(0v), plaatselijk bekend [adres 1], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], groot 11 aren en 70 ca;
- b)woonhuis met bedrijfsopstal, erf, [naam 19], ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats 2] (Ov), plaatselijk bekend [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer] , ongeveer groot 50 are;
- c)cultuurgrond gelegen aan, rond en achter [adres 1] en [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 7 ha, 15 are en 49 ca;
- d)cultuurgrond gelegen aan een zandweg, welke uitkomt op de [adres 4], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 95 are en 85 ca;
- e)woonhuis met 2e woongedeelte, bedrijfsopstallen, erf, [naam 19], ondergrond, cultuurgrond en verdere aangehorigheden, staande en gelegen te [plaats 3], plaatselijk bekend [adres 6], [plaats 3], kadastraal bekend gemeente Ambt-Hardenberg [sectie en nummer], groot 05 hectare, 21 are en 05 centiare, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of genoemde [naam 2] heeft doen opmaken met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervaist te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in dat taxatierapport werd vermeld (zakelijk weergegeven) dat op basis van de aanwezige (grond) vervuiling, zijnde sloopafval met aanzienlijke hoeveelheid asbesthoudend materiaal, bleek dat er rekening moest worden gehouden met een aanzienlijke waardevermindering inzake de vervuilde percelen, dat die vervuiling de onder sub a, b en c genoemde percelen betrof en/of dat bij die taxatie rekening was gehouden met vorengenoemde vervuiling, zulks terwijl in werkelijkheid die (grond) vervuiling niet aanwezig was en/of niet was aangetroffen of vastgesteld; (vindplaatsdocument: D-006) art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 10 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat [naam 2] in de maand juli 2010, althans in de periode maart 2010 tot en met augustus 2010 te Almelo en/of te Geesteren, in de gemeente Tubbergen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een taxatierapport van [makelaardij], gedateerd juli 2010, met als opdrachtgever mevrouw [medeverdachte 5], betreffende (zakelijk weergegeven) de onroerende zaak/zaken: a.
- a)woonhuis met erf, [naam 19] en ondergrond, staande een gelegen te [plaats 2] (Ov), plaatselijk bekend [adres 1], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], groot 11 aren en 70 ca;
- b)woonhuis met bedrijfsopstal, erf, [naam 19], ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats 2] (Ov) , plaatselijk bekend [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer] , ongeveer groot 50 are;
- c)cultuurgrond gelegen aan, rond en achter [adres 1] en [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer] , ongeveer groot 7 ha, 15 are en 49 ca;
- d)cultuurgrond gelegen aan een zandweg, welke uitkomt op de [adres 4], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 95 are en 85 ca;
- e)woonhuis met 2e woongedeelte, bedrijfsopstallen, erf, [naam 19], ondergrond, cultuurgrond en verdere aangehorigheden, staande en gelegen te Heemserveen, plaatselijk bekend [adres 6], [plaats 3], kadastraal bekend gemeente Ambt-Hardenberg [sectie en nummer], groot 05 hectare, 21 are en 05 centiare, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in dat taxatierapport werd vermeld (zakelijk weergegeven) dat op basis van de aanwezige (grond) vervuiling, zijnde sloopafval met aanzienlijke hoeveelheid asbesthoudend materiaal, bleek dat er rekening moest worden gehouden met een aanzienlijke waardevermindering inzake de vervuilde percelen, dat die vervuiling de onder sub a, b en c genoemde percelen betrof en/of dat bij die taxatie rekening was gehouden met vorengenoemde vervuiling, zulks terwijl in werkelijkheid die (grond) vervuiling niet aanwezig was en/of niet was aangetroffen of vastgesteld, welke strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks de maand juli 2010, althans in de periode van 30 maart 2010 tot en met 30 augustus 2010, te Almelo en/of te Geesteren, in de gemeente Tubbergen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 5], althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen door die genoemde [naam 2] opdracht te geven die onroerende zaken/zaak zo laag mogelijk te taxeren met in ogenschouw de gegevens over de vervuiling en/of door (daarbij) genoemde [naam 2] gegevens betreffende de aard en/of omvang van die vervuiling mee te delen of deze daarvan in kennis te stellen en/of door een “offerte indicatie van kosten grondsanering [weg] te [plaats 2]” van [naam 5] Vriezenveen dd. 18 juni 2007 te doen toekomen en/of te laten gebruiken; althans, bij het plegen van welk bovenomschreven misdrijf van valsheid in geschrifte hij, verdachte, tezamen en in vereniging met genoemde [medeverdachte 5] , althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot liet plegen van welk bovenomschreven misdrijf van valsheid in geschrifte hij, verdachte, in of omstreeks de maand juli 2010, althans in de periode van 30 maart 2010 tot en met 30 augustus 2010, te Almelo en/of te [plaats 2], in de gemeente Tubbergen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 5], althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die genoemde [naam 2] opdracht te geven die onroerende zaken/zaak zo laag mogelijk te taxeren met in ogenschouw de gegevens over de vervuiling en/of door (daarbij) genoemde [naam 2] gegevens betreffende de aard en/of omvang van die vervuiling mee te delen of deze daarvan in kennis te stellen en/of door een “offerte indicatie van kosten grondsanering [weg] te [plaats 2]” van [naam 5] Vriezenveen dd. 18 juni 2007 te doen toekomen en/of te laten gebruiken; (vindplaatsdocument: 13-006 en 13-012) art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht. 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 10 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren en dat hij wordt ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep van het zijn van statutair bestuurder van rechtspersonen voor een periode van vijf jaren ingaande nadat verdachte zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat het onderhavige vonnis conform artikel 349 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) openbaar wordt gemaakt, met vermelding van de personalia van verdachte. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 51 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6, feit 7 subsidiair, feit 8 primair, feit 9 en feit 10 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat verdachte van alle aan hem ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken en heeft daartoe – kort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. Feit 1 primair is niet bewezen omdat er geen sprake is van het verdichten van een last. Daarnaast heeft verdachte geen opzet op benadeling van de schuldeisers gehad en kan hij niet als medepleger van bedrieglijke bankbreuk worden aangemerkt. Ook het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen, omdat op het moment van vestigen van de hypotheek het faillissement van Innové Vastgoed BV niet in het vooruitzicht lag. Feit 2 kan evenmin bewezen worden omdat verdachte niet heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers. Met betrekking tot feit 3 primair heeft de raadsman gesteld dat verdachte niet als feitelijk leidinggevende kan worden gezien. Voor het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde geldt dat verdachte niet heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers en dat hij niet als pleger en niet als medepleger van de gedraging kan worden gezien. Ook voor feit 4 primair geldt dat verdachte niet als feitelijk leidinggever of opdrachtgever kan worden gezien. Voor feit 4 subsidiair en meer subsidiair geldt dat een faillissement van [bedrijf] BV niet in het vooruitzicht lag. Feit 5 primair en subsidiair kan niet bewezen worden omdat er geen sprake is van medeplegen van het valselijk opmaken van een authentieke akte of het doen van een valse opgave in een dergelijke akte. Voor feit 6 geldt dat verdachte niet als feitelijk leidinggever of opdrachtgever gezien kan worden, zodat ook voor dit feit vrijspraak moet volgen. Feit 7 primair en subsidiair kan niet bewezen worden omdat geen sprake is van een valse of vervalste factuur. Onder verwijzing naar hetgeen met betrekking tot feit 1 is gesteld heeft de raadsman ook voor feit 8 vrijspraak bepleit. Feit 9 kan niet bewezen worden omdat in de leveringsakte geen sprake is van valse opgaven. Met betrekking tot feit 10 primair heeft de raadsman tenslotte vrijspraak bepleit omdat doen plegen en medeplegen niet bewezen kunnen worden en voor wat betreft feit 10 subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank 5.2.1 De feiten 1 en 8 De rechtbank overweegt met betrekking tot de feiten 1 en 8, die beiden samenhangen met zaaksdossier 1 van het proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD, het volgende. Betrokken rechtspersonen Fulham Financieringen BV Fulham Financieringen BV is opgericht op 6 juli 2010 met als bestuurder/aandeelhouder Hanze Telecom BV. Hanze Telecom BV is eveneens opgericht op 6 juli 2010, met als bestuurder/aandeelhouder Fulham Groep Holding BV. Fulham Groep Holding BV is opgericht op 5 februari 2010 met als bestuurder/aandeelhouder de Stichting Administratiekantoor Fulham Groep. De Stichting Administratiekantoor Fulham Groep is opgericht op 30 september 2008 met verdachte [verdachte] als bestuurder. Innové Vastgoed BV / Euro Projects Ontwikkeling BV Innové Vastgoed BV is op 13 juni 2002 opgericht door medeverdachte [medeverdachte 3]. Innové Vastgoed BV ontwikkelde projecten op het gebied van woning- en utiliteitsbouw. Vanaf de oprichting op 13 juni 2002 tot 24 januari 2011 is [medeverdachte 3] (on)middellijk bestuurder van Innové Vastgoed BV geweest (in de periode van 13 juni 2002 tot 31 december 2010 onmiddellijk bestuurder en in de periode van 31 december 2010 tot 24 januari 2011 middellijk bestuurder, middels Innové Beheer BV). De Stichting Administratiekantoor Innové Vastgoed is gedurende de periode van 18 september 2003 tot 31 december 2010 aandeelhouder van Innové Vastgoed BV geweest. Bestuurders van deze stichting waren medeverdachte [medeverdachte 3], zijn vader [naam 6] en zijn zuster [naam 7]. Op 31 december 2010 zijn de aandelen van Innové Vastgoed BV ondergebracht in Innové Beheer BV. Vervolgens is op 24 januari 2011 [getuige 1], middels de Stichting Administratiekantoor PlusWin, bestuurder en enig aandeelhouder van Innové Vastgoed BV geworden. De naam van Innové Vastgoed BV is daarna op 18 april 2011 in Euro Projects Ontwikkeling BV gewijzigd. Euro Projects Ontwikkeling BV is op 20 december 2011 in staat van faillissement verklaard. Innové Beheer BV Innové Beheer BV is opgericht op 7 december 2010. Medeverdachte [medeverdachte 3] is vanaf de datum van oprichting bestuurder van Innové Beheer BV. De Stichting Administratiekantoor Innové Vastgoed, later genoemd Stichting Administratiekantoor Innové Beheer, was vanaf 31 december 2010 de aandeelhouder van Innové Beheer BV. In januari 2011 zijn de navolgende nieuwe Innové vennootschappen opgericht: - Innové Woningbouw BV; - Innové Herontwikkeling BV; - Innové Ontwikkelingsgroep BV; - Innové Immo BV; - Innové Projecten BV; - Innové Bouwontwikkeling BV; - Innové Beleggingen BV; - Innové Exploitatie BV; - Innové Participaties BV. De aandelen van deze rechtspersonen zijn ondergebracht in Innové Beheer BV. 5.2.1.1 Feit 1 Aan verdachte is onder feit 1 primair ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding danwel opdracht heeft gegeven aan Fulham Financieringen BV terzake het samen met Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 Euro Projects Ontwikkeling BV) onttrekken van een bedrag van € 422.750,-- aan de boedel van Innové Vastgoed BV en/of het verdichten van een last van € 422.750,--, terwijl die BV op 20 december 2011 in staat van faillissement is verklaard. Onder feit 1 is subsidiair aan verdachte ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding danwel opdracht heeft gegeven aan Fulham Financieringen BV terzake het samen met Innové Vastgoed BV (vanaf 18 april 2011 Euro Projects Ontwikkeling BV) onttrekken van een bedrag van € 422.750,-- aan de boedel van Innové Vastgoed BV, in het vooruitzicht van het faillissement van Innové Vastgoed BV, welk faillissement op 20 december 2011 is gevolgd. Feitelijke gang van zaken De rechtbank leidt uit het dossier de navolgende feitelijke gang van zaken af. Op 21 december 2010 heeft medeverdachte [medeverdachte 3] de appartementsrechten, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimten aan de [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen, namens Innové Vastgoed BV voor € 200.000,-- ex BTW geleverd aan [naam 3] (een medewerker van [medeverdachte 3]). Deze appartementsrechten zijn vervolgens door voornoemde [naam 3] op 29 december 2010 verkocht aan Fulham Financieringen BV, vertegenwoordigd door verdachte [verdachte], eveneens voor de prijs van € 200.000,-- ex BTW. Op 31 januari 2011 is een akte ondertekend door verdachte, namens Fulham Financieringen BV als hypotheekgever, en medeverdachte [medeverdachte 3], namens Innové Immo BV, ten behoeve van het recht van eerste hypotheek en eerste pand op het onderpand [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen. Het hypotheekbedrag bedroeg € 422.750,--. Eveneens op 31 januari 2011 (15 minuten later) zijn de appartementsrechten door verdachte namens Fulham Financieringen BV verkocht aan Innové Vastgoed BV, vertegenwoordigd door [getuige 1] (die op 24 januari 2011 de middellijk bestuurder van Innové Vastgoed BV was geworden), eveneens voor € 200.000,-- ex BTW. Een dag later, op 1 februari 2011, heeft medeverdachte [medeverdachte 3] als schriftelijk gevolmachtigde van Innové Beheer BV, te deze handelend als zelfstandig bevoegd bestuurder van Innové Vastgoed BV, de appartementsrechten van [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen verkocht en geleverd aan [naam 8], namens [naam 8] Vastgoed BV, voor de prijs van € 625.000,-- ex BTW. Eveneens op 1 februari 2011 heeft [naam 8] de appartementsrechten voor de prijs van € 750.000,-- ex BTW doorverkocht aan [naam 4]. Uit bankafschriften van Innové Immo BV is gebleken dat [naam 9] Notarissen op 3 februari 2011 een bedrag van € 427.932,65 naar Innové Immo BV heeft overgemaakt, met de mededeling ‘Spoedopdracht afl. comm. ruimte H bergen’. Op de dag waarop [naam 9] Notarissen het bedrag van € 427.933,-- heeft overgemaakt aan Innové Immo BV zijn bedragen van € 150.000,--, € 150.000,-- en € 128.000,-- door geboekt naar een bankrekening van Innové Beheer BV. Daarnaast is op 21 februari 2011 een bedrag van € 65.000,-- gestort op een bankrekening op naam van verdachte en een bedrag van € 10.000,-- op een bankrekening op naam van Wiebo Werkholding BV (waarvan verdachte middellijk aandeelhouder was), telkens onder de vermelding ‘afbetaling lening’. Uit de audit files van de boekhoudingen van Innové Beheer BV en Innové Immo BV blijkt echter niet dat deze vennootschappen gelden hebben geleend van verdachte. Oordeel van de rechtbank De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat ‘het onttrekken van een goed aan de boedel’ alle handelingen omvat van de in staat van faillissement verklaarde of van een derde waardoor hetgeen rechtens onder bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorde te komen, buiten diens bereik en beheer wordt gehouden. Onder het verdichten van een last wordt verstaan: (
- i)het doen alsof men schuldenaar is van een niet bestaande of te hoge schuld, (
- ii)het vóór faillissement onverplicht een echte schuld aangaan of (iii) het in de administratie dan wel aan de curator ter zake van een vóór het faillissement voldane schuld een hoger bedrag opgeven dan is betaald. De feitelijkheden in de tenlastelegging die onttrekking van een goed aan de boedel van Innové Vastgoed BV zouden opleveren zijn achtereenvolgens: (
- a)dat Fulham Financieringen BV op 29 december 2010 de appartementsrechten van [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen voor € 200.000,-- heeft gekocht van [naam 3]; (
- b)dat Fulham Financieringen BV op 31 januari 2011 voor een bedrag van € 422.750,-- het recht van eerste hypotheek op die appartementsrechten heeft verleend ten gunste van Innové Immo BV, terwijl daar geen reële geldleningen en financieringen tegenover stonden of zouden komen te staan; (
- c)dat Fulham Financieringen BV op 31 januari 2011 de appartementsrechten voor € 200.000,-- heeft verkocht aan Innové Vastgoed BV, waarna deze BV de rechten op 1 februari 2011 voor € 625.000,-- heeft doorverkocht en deze rechten diezelfde dag nogmaals werden doorverkocht voor € 750.000,--. De rechtbank is van oordeel dat de vestiging van een hypotheek op zich nog geen onttrekking van een goed aan de boedel tot gevolg heeft, zodat verdachte van dit onderdeel van feit 1 vrijgesproken wordt. Met betrekking tot het verwijt dat door het vestigen van een hypotheek tot een bedrag van € 422.750,-, zonder dat daar reële geldleningen en/of financieringen tegenover stonden of zouden komen te staan, een last is verdicht, overweegt de rechtbank het volgende. In de hypotheekakte d.d. 31 januari 2011, waarin Fulham Financieringen BV ten behoeve van Innové Immo BV voor een bedrag van € 422.750,-- een recht van hypotheek heeft gevestigd op het onderpand [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen, is niet expliciet omschreven terzake van welke schulden (aard en omvang) de hypotheek gevestigd is. Volgens de hypotheekakte verklaart de schuldenaar Fulham Financieringen BV (vertegenwoordigd door verdachte) dat zij het hypotheekrecht aan de schuldeiser Innové Immo BV (vertegenwoordigd door medeverdachte [medeverdachte 3]) verleent, “tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de schuldeiser blijkens haar administratie van schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen, dan wel uit welken anderen hoofde ook”. Uit het dossier blijkt echter niet van bestaande schulden van Fulham Financieringen BV aan Innové Immo BV. Verder zijn de appartementsrechten met betrekking tot de [adres 3] en 8 te Haaksbergen op 1 februari 2011 voor € 625.000,-- verkocht en geleverd aan [naam 8] Vastgoed BV. Hieruit volgt dat tegenover het recht van hypotheek evenmin in de toekomst reële geldleningen en financieringen zouden komen te staan. De rechtbank acht op grond van het hiervoor overwogene bewezen dat door de vestiging van een hypotheek van € 422.750,-- voor dat bedrag een last is verdicht. Mate van betrokkenheid van verdachte Met betrekking tot de mate van betrokkenheid van verdachte bij de bewezen onderdelen van feit 1 overweegt de rechtbank het volgende. Tijdens de doorzoeking van het bedrijfspand van Innové in Reutum is een aantal stukken in beslag genomen die door de Belastingdienst/FIOD aangeduid zijn als ‘draaiboek terzake uittocht’. Deze stukken zaten volgens [projectleider], projectleider van het Komodo-onderzoek, bij elkaar in één map of ordner. De rechtbank zal deze stukken hierna duiden als ‘draaiboek’. Bovenaan de eerste bladzijde van dit ‘draaiboek’ staat de naam Innové Vastgoed BV. In de overige bladzijden zijn onder meer de volgende zinsneden opgenomen: - Overdracht notaris → [medeverdachte 2]. Regelt [verdachte] en regelt dit. - BV zolang mogelijk in de lucht laten. Tenminste 1 jr proberen. - Verplichte naamswijziging. Veranderen zetel - Rotterdam, [adres 7]. - Vaststellen overnamesom voor Innové Vastgoed BV → opbrengst Cl + C2 H'bergen incl. BTW → Fullham → Hypotheek op dit vastgoed vestigen voor de overnamesom - immo → Fullham vestigd € 422750 hypotheek. Uit het dossier blijkt voorts dat de aandelen van Innové Vastgoed BV op 24 januari 2011 zijn overgedragen aan de Stichting Administratiekantoor PlusWin, vertegenwoordigd door getuige [getuige 1]. Deze [getuige 1] heeft verklaard dat de Stichting Administratiekantoor PlusWin op initiatief van verdachte op zijn naam is gezet. Volgens [getuige 1] heeft verdachte hem verteld dat er een stichting opgericht moest worden omdat Innové Vastgoed BV een jaar geparkeerd moest worden. Verdachte zou dat regelen. Op papier was [getuige 1] bestuurder, hij had een papieren functie maar hij heeft niets voor de Stichting Administratiekantoor PlusWin gedaan. Het enige wat hij gedaan heeft is het op naam zetten van Innové Vastgoed BV, aldus [getuige 1]. De rechtbank leidt uit de verklaring van [getuige 1] af dat hij in dit verband als katvanger is opgetreden. Verder heeft de eigenaar van de ruimte aan de [adres 7] te Ridderkerk, getuige [getuige 2], verklaard dat hij deze ruimte vanaf 24 januari 2011 heeft verhuurd aan verdachte [verdachte]. Op dit adres stonden vanaf die datum de Stichting Administratiekantoor PlusWin en Innové Vastgoed BV geregistreerd. [getuige 2] heeft echter geen activiteiten gezien, alleen hooguit tien keer post zien binnenkomen. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte een sterfhuisconstructie voor Innové Vastgoed BV hebben opgezet en uitgevoerd. De vestiging van de hypotheek door Fulham Financieringen BV heeft deel uitgemaakt van deze constructie. Verdachte heeft als vergoeding voor zijn aandeel geldbedragen van € 65.000,-- (in privé) en € 10.000,-- (via Wiebo Holding BV) ontvangen van Innové Immo BV. De rechtbank acht op grond van het hiervoor overwogene bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 3] feitelijk leiding heeft gegeven aan Fulham Financieringen BV terzake van het tezamen met Innové Vastgoed BV verdichten van een last van € 422.750,--. 5.2.1.2 Feit 8. Onder feit 8 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met notaris [medeverdachte 2] een hypotheekakte valselijk heeft opgemaakt en feit 8 subsidiair behelst het verwijt dat verdachte een valse opgave heeft gedaan in een hypotheekakte. Oordeel van de rechtbank Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor met betrekking tot feit 1 is weergegeven overweegt de rechtbank als volgt. Voor het tezamen met notaris [medeverdachte 2] valselijk opmaken van een notariële akte bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs. De rechtbank acht echter wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen met medeverdachte [medeverdachte 3] een valse opgave heeft gedaan in een door notaris [medeverdachte 2] opgemaakte hypotheekakte. Verdachte heeft in die akte doen opnemen dat hypotheekgever Fulham Financieringen BV tot zekerheid voor de betaling van – zakelijk weergegeven – alle bestaande en toekomstige geldleningen en financieringen van Innové Immo BV het recht van eerste hypotheek op de appartementsrechten met betrekking tot de [adres 3] en [adres 2] te Haaksbergen heeft verleend aan Innové Immo BV. Deze opgave is vals omdat verdachte wist dat tegenover het verlenen van het hypotheekrecht geen reële geldleningen en financieringen stonden of zouden komen te staan. 5.2.2 Feit 2 Onder feit 2 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij tezamen met Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV, [medeverdachte 1] Beheer BV en medeverdachte [medeverdachte 1], terwijl genoemde vennootschappen op 24 maart 2010 en 8 juni 2010 in staat van faillissement zijn verklaard, een aantal goederen aan de boedels van die vennootschappen heeft onttrokken. Onder feit 2 is subsidiair aan verdachte ten laste gelegd dat hij, in het vooruitzicht van het faillissement van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en [medeverdachte 1] Beheer BV en/of in geval van faillissement van genoemde vennootschappen, goederen aan de boedels van de vennootschappen heeft onttrokken. Feitelijke gang van zaken Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 24 februari 2010, als (middellijk) bestuurder/100% aandeelhouder van [medeverdachte 1] Holding BV, [medeverdachte 1] Beheer BV en Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV, de aandelen van [medeverdachte 1] Holding BV en daarmee de aandelen van de daarmee verbonden vennootschappen overgedragen aan de Stichting Administratiekantoor Lavatel. Deze stichting is opgericht door verdachte en had als bestuurder [naam 10]. [medeverdachte 1] wilde van zijn bedrijf en zijn vennootschappen af en heeft de aandelen van [medeverdachte 1] Holding BV voor één euro verkocht aan de Stichting Administratiekantoor Lavatel. Verdachte heeft de verkoop tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en [naam 10] geregeld. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verdachte toegezegd dat hij hem als vergoeding voor zijn hulp als “bedrijvendokter” een deel van de activa in de vorm van een aantal bedrijfsmiddelen zou geven. De aandelenoverdracht heeft plaatsgevonden op woensdag 24 februari 2010 bij de notaris. Daarbij waren aanwezig verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en [naam 10]. Ook daar heeft verdachte alles geregeld. De euro is niet betaald, een sleutel is niet overhandigd en de administratie is niet overgedragen. Als reden voor de uitgestelde overdracht is daarbij opgegeven dat medeverdachte [medeverdachte 1] nog spullen uit het pand moest halen en dat de administratie de maandag daarop op het bedrijf kon worden ingezien. Op het moment van de overdacht exploiteerde het vennootschapsconcern een aannemingsbedrijf. Er waren meerdere werknemers in dienst en de bedrijfsmiddelen, die in eigendom toebehoorden aan de beheersmaatschappij [medeverdachte 1] Beheer BV, waren ten behoeve van de exploitatie ter beschikking gesteld aan werkmaatschappij Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV. De boekwaarde van die bedrijfsmiddelen was ongeveer € 1.100.000,-- (boekwaarde ultimo 2008). Ten tijde van de overdracht was er sprake van een “going concern” met een schuldenlast van bijna € 1.200.000,--. Tot en met vrijdag 26 februari 2010 is er nog gewerkt door de werknemers, die niet eerder dan de daaropvolgende zondag door medeverdachte [medeverdachte 1] op de hoogte zijn gesteld van de overdracht. Op de vrijdag 26 februari 2010 waren de bedrijfsmiddelen en administratie nog op het bedrijf aanwezig. In het weekend van 27 en 28 februari 2010 zijn alle aanwezige bedrijfsmiddelen en de administratie weggehaald van het bedrijfsterrein van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV. Op zondag 28 februari 2010 hebben verontruste werknemers contact opgenomen met [naam 10]. [naam 10] deelde hen mee dat hij dacht dat hij een BV zonder personeel op zijn naam had genomen en sprak zijn ongenoegen uit in de richting van verdachte, waarna verdachte ervoor zorgde dat [naam 10] werd vervangen door een nieuwe bestuurder, [naam 11]. Deze [naam 11] is via [naam 12] door verdachte gevraagd om de vennootschappen op zijn naam te zetten. [naam 11] kon met dat enkel op naam zetten € 500,-- verdienen en heeft daarmee ingestemd. Verdachte heeft vervolgens geregeld dat [naam 11] de vennootschappen op zijn naam kreeg. Een groot deel van de bedrijfsmiddelen is kort na het weekend van 27 en 28 februari 2010 aangetroffen op het terrein van verdachte. Op respectievelijk 24 maart 2010 en 8 juni 2010 zijn Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en J.G.E. Vastgoed BV, voorheen genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV, in staat van faillissement verklaard. De curator heeft lege boedels aangetroffen en is nimmer in het bezit gesteld van de administratie. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in het kader van de faillissementsprocedure verklaard dat hij na de aandelenoverdracht een deel van de bedrijfsmiddelen, waaronder de goederen die hij als vergoeding aan verdachte zou geven, bij verdachte op het bedrijf heeft zien staan. Verdachte heeft in het kader van die procedure toegegeven dat hij een deel van de bedrijfsmiddelen, die hem door medeverdachte [medeverdachte 1] als vergoeding voor zijn bemiddeling waren toegezegd, heeft overgenomen. Verdachte is ter terechtzitting bij deze verklaring gebleven. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat, vorenstaande omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, sprake is van een onvoltooide bedrijfsoverdracht door medeverdachte [medeverdachte 1]. Medeverdachte [medeverdachte 1] wist dat hij een “going concern” verhandelde. Door in die wetenschap enkel de aandelen op papier over te dragen voor slechts één euro, de betaling niet plaats te laten vinden en de sleutel- en administratieoverdracht uit te stellen, heeft slechts een papieren bestuursoverdracht plaatsgevonden en is de feitelijke leiding nimmer overgedragen. Temeer nu na de papieren “overdracht” op woensdag 24 februari 2010 gewoon is doorgewerkt onder de feitelijke leiding van medeverdachte [medeverdachte 1], dient medeverdachte [medeverdachte 1] naar het oordeel van de rechtbank ook in de periode daarna nog als feitelijk leidinggever te worden aangemerkt. De rechtbank laat in het midden wie de bedrijfsmiddelen fysiek heeft weggehaald en heeft overgebracht naar het terrein van verdachte. Vast staat dat bedrijfsmiddelen ter uitvoering van een afspraak tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte naar laatstgenoemde zijn gegaan en dat deze die bedrijfsmiddelen als zodanig in ontvangst heeft genomen. Nog daargelaten dat hierbij een schuld van medeverdachte [medeverdachte 1] in privé door de vennootschap(pen) is betaald, stond het medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte niet vrij deze overdracht te doen plaatsvinden. Medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte waren op de hoogte van de slechte financiële positie van [medeverdachte 1]’s bedrijven en voor [medeverdachte 1] was het concern niet meer waard dan één euro. Tegen zijn werknemer [naam 13] heeft medeverdachte [medeverdachte 1] op zondag 28 februari 2010 gezegd dat hij het bedrijf heeft overgedaan aan een katvanger. Voor verdachte was duidelijk dat het bedrijf niet voortgezet zou worden door [naam 10], aangezien verdachte hem in de veronderstelling heeft laten verkeren dat hij een BV zonder personeel kocht. Verdachte heeft er vervolgens, nadat [naam 10] uit de droom was geholpen, (nog) een katvanger, [naam 11], op gezet. Door in deze wetenschap de bedrijfsmiddelen, die als middelen van bestaan voor het bedrijf hebben te gelden, uit het bedrijf te halen, heeft een en ander plaatsgevonden in het zicht van het faillissement van de vennootschappen. De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat verdachte op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de rechten van de crediteuren van het bedrijf daardoor verkort zouden worden. Het verweer van de verdediging op dit punt wordt verworpen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte], zoals onder feit 2 primair ten laste is gelegd, tezamen en in vereniging met de vennootschappen, waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] feitelijk leidinggever was, bedrijfsmiddelen in het zicht van het faillissement aan die vennootschappen heeft onttrokken. 5.2.3 Feit 3 Verdachte wordt onder feit 3 primair verweten dat hij feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan IJk Totaal Onderhoud BV terzake van: - het onttrekken van een zestal geldbedragen aan de boedel van IJk Totaal Onderhoud BV, - het bevoordelen van Huzbo BV voor een bedrag van € 10.115,-- en - het niet aan de curator overleggen van administratie. Onder feit 3 subsidiair wordt hem verweten dat hij, al dan niet in vereniging, in het vooruitzicht van het faillissement van IJk Totaal Onderhoud BV een zestal geldbedragen aan de boedel van die BV heeft onttrokken. Feitelijke gang van zaken IJk Totaal Onderhoud BV is een onderhoudsbedrijf in schilderwerken. Bestuurder en enig aandeelhouder van IJk Totaal Onderhoud is [naam 14]. De zoon, [naam 15], heeft de dagelijkse leiding over het bedrijf. De overlevingskansen voor de BV zien er eind 2009 slecht uit en om de verliezen voor [naam 14]. niet verder te laten oplopen geeft hij zijn zoon toestemming om de aandelen van het bedrijf te verkopen. [naam 15]. heeft daarop verdachte benaderd. Door verdachte is [naam 16] benaderd en die heeft, op verzoek van verdachte, katvanger [naam 13] gebeld. [naam 16] heeft hem gevraagd of hij voor verdachte, tegen betaling van € 1500,-- , de aandelen van IJk Totaal Onderhoud wil overnemen. [naam 11] is daarmee akkoord gegaan. Op 28 december 2009 is de akte aandelenoverdracht bij notaris mr. [medeverdachte 2] gepasseerd. De aandelen zijn voor één euro overgenomen door Logistiek Centrum Wijster BV waarvan [naam 11] enig bestuurder en aandeelhouder is. Na het passeren van de akte heeft [naam 11] buiten bij de notaris voor de deur € 500,-- van verdachte gekregen. In opdracht van [naam 16] moet [naam 11] de bankrekeningen van IJk Totaal Onderhoud BV op zijn naam laten zetten en het personeel dat nog in IJk Totaal Onderhoud BV zit krijgt in opdracht van verdachte ontslag aangezegd. De brieven daarvoor worden, in opdracht van verdachte, door [naam 16] opgemaakt en door [naam 11] ondertekend. Na de overname van de aandelen door [naam 11] zijn door verschillende bedrijven gelden overgemaakt naar de bankrekening [bankrekening 1] van IJk Totaal Onderhoud BV. Op 28 december 2009 is van die bankrekening een bedrag van € 10.115,-- naar de bankrekening van Huzbo BV overgemaakt. Vervolgens is op 31 december 2009 een bedrag van € 12.750,--, op 3 februari 2010 een bedrag van € 2.296,-- en op 12 februari 2010 een bedrag van € 935,-- overgemaakt naar de bankrekening Bouwbedrijf Pos BV. Beide ondernemingen zijn bedrijven van verdachte. Daarnaast is op 12 januari 2010 een bedrag van € 4.300,-- naar de bankrekening van [naam 11] overgeboekt, welk bedrag vervolgens door [naam 11] is overgemaakt naar Bouwbedrijf Pos. Op 17 maart 2010 is IJk Totaal Onderhoud BV door de rechtbank te Almelo failliet verklaard en is mr. P. Lettinga als curator benoemd. De volledige administratie van IJk Totaal Onderhoud BV is bij het faillissementsonderzoek niet te voorschijn gebracht en aan de curator overhandigd. Hierdoor is en blijft het voor de curator onduidelijk hoe het faillissement is ontstaan. Oordeel van de rechtbank Met betrekking tot de overboekingen van voornoemde bedragen leidt de rechtbank uit het dossier af dat tegenover deze overboekingen geen betalingsverplichting van de BV bestond. Deze overboekingen vanuit IJk Totaal Onderhoud BV dienen naar het oordeel van de rechtbank dan ook als onttrekkingen in het zicht van het faillissement te worden aangemerkt. Door zo kort voor de datum van het faillissement onverplicht betalingen te doen, heeft de BV bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat schuldeisers benadeeld worden. Met betrekking tot het niet tevoorschijn brengen van de administratie door IJk Totaal Onderhoud BV is de rechtbank van oordeel dat dit moet worden bezien in het licht van de wettelijke verplichting van iedere ondernemer om de administratie van zijn onderneming te bewaren en zo nodig te voorschijn te brengen. Zonder deugdelijke administratie kan de curator zich immers geen beeld vormen van de rechten en verplichtingen van de gefailleerde onderneming en van de gang van zaken binnen die onderneming voorafgaand aan het faillissement. Door niet aan deze verplichting te voldoen, heeft IJk Totaal Onderhoud BV bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de schuldeisers zouden worden benadeeld. Feitelijk leiding geven / opdracht geven door verdachte De vraag is evenwel of verdachte aan de gedragingen van IJK Totaal Onderhoud BV feitelijk leiding heeft gegeven of dat hij opdracht heeft gegeven tot die gedragingen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Naar vaste jurisprudentie is van feitelijk leiding geven aan een verboden gedraging sprake indien: 1. de verdachte maatregelen ter voorkoming van de verboden gedraging achterwege laat, hoewel hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden is en 2. hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen, zodat hij die gedraging opzettelijk bevordert. Hieruit volgt dat niet alleen statutaire bestuurders van een rechtspersoon feitelijk leiding kunnen geven aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit, maar ook organisatorisch ondergeschikte personen en dat dat leiding geven ook kan bestaan uit een nalaten. Voornoemd nalaten is alleen strafbaar indien de verdachte bevoegd was maatregelen te nemen en hij ook redelijkerwijs daartoe gehouden was. Deze bevoegdheid tot ingrijpen bestaat indien de verdachte feitelijke zeggenschap heeft over de gedraging die de rechtspersoon wordt geacht te hebben verricht en het tevens tot de taak van de verdachte behoorde in te grijpen. Uit het dossier volgt dat verdachte heeft bemiddeld bij de totstandkoming van de aandelenoverdracht van IJk Totaal Onderhoud BV door [naam 14]. aan [naam 11]. Voorafgaand aan de aandelenoverdracht was verdachte bestuurder noch feitelijk leidinggever van IJk Totaal Onderhoud BV. Na de aandelenoverdracht op 28 december 2009 was verdachte evenmin bestuurder van de BV. Nu op basis van het dossier ook niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de bedrijfsvoering van de BV danwel op andere wijze binnen de BV zeggenschap had, is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat sprake was van feitelijk leiding / opdracht geven door verdachte, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Wat betreft het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende. De hiervoor genoemde bedragen zijn, behoudens het bedrag van € 5.502,--, naar het oordeel van de rechtbank ten goede gekomen aan verdachte. Na de aandelenoverdracht zijn de bedrijfsactiviteiten van IJk Totaal Onderhoud BV gestaakt en zijn gelden van de bankrekening van IJk Totaal Onderhoud BV geboekt naar de rekening van verdachte (Huzbo BV) en naar Bouwbedrijf Pos, ook een onderneming van verdachte. Ook via de rekening van [naam 11] is een bedrag geboekt naar de rekening van Bouwbedrijf Pos. [naam 11] heeft in dit verband verklaard dat hem was verteld dat er geen geld op de rekening mocht blijven staan en dat wat er binnen zou komen en zo snel mogelijk vanaf moest, het gemakkelijkst via [naam 11]’s rekening. [naam 11] was katvanger. Post heeft hij nooit gezien en dat moest hij maar doorsturen naar verdachte. Ook moest [naam 11] rechtstreeks geld overmaken van de rekening van IJk Totaal Onderhoud BV naar een bedrijf van verdachte, te weten Bouwbedrijf Pos, en naar een andere onderneming van verdachte, volgens hem genoemd “Hubo”. De rechtbank begrijpt dat hiermee Huzbo BV wordt bedoeld. Door de verdediging is gesteld dat aan de betaling van € 10.115,-- aan Huzbo BV de bemiddelingsovereenkomst terzake de aandelenoverdracht ten grondslag heeft gelegen. Dit verweer treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel. Deze overeenkomst is immers niet tussen IJk Totaal Onderhoud BV en Huzbo BV, maar tussen [naam 15]. en Huzbo BV tot stand gekomen. Betaling van de factuur had derhalve door [naam 15]. in privé moeten plaatsvinden. Nu dit bedrag aan bemiddelingskosten via de BV aan verdachte is betaald, dient deze betaling te worden gekwalificeerd als een onttrekking in het zicht van het faillissement. De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat de genoemde bedragen ten goede zijn gekomen aan verdachte en dat verdachte deze bedragen tezamen en in vereniging met IJk Totaal Onderhoud BV heeft onttrokken aan de boedel. Door opdracht te geven dat het geld zo snel mogelijk van de rekening van IJk Totaal Onderhoud BV te halen en via de privérekening van [naam 11] op rekeningen van eigen ondernemingen te laten boeken, heeft verdachte met IJk Totaal Onderhoud BV gelden onttrokken aan de boedel van IJk Totaal Onderhoud BV en daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat schuldeisers zouden worden benadeeld. De rechtbank acht het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen. 5.2.4 Feit 4 Verdachte wordt onder feit 4 primair verweten dat hij feitelijk leiding / opdracht heeft gegeven aan [bedrijf] BV terzake van het onttrekken van vier geldbedragen van € 5.000,-- en een totaalbedrag van € 22.160,-- aan de boedel van [bedrijf] BV en het niet overleggen van de administratie van de BV aan de curator. Onder feit 4 subsidiair wordt hem verweten dat hij feitelijk leiding / opdracht heeft gegeven aan Lamat BV en/of Wiebo Vastgoed BV terzake van het in het zicht van het faillissement van [bedrijf] BV onttrekken van geldbedragen aan de boedel van die BV. Meer subsidiair wordt hem verweten dat hij in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV viermaal een bedrag van € 5.000,-- aan de boedel van die BV heeft onttrokken. Feitelijke gang van zaken Op 28 november 2007 is [bedrijf] BV opgericht. Vanaf die datum tot 14 augustus 2009 zijn [naam 17] en [naam 18] beiden directeur van de vennootschap. Op 14 augustus 2009 verkopen [naam 17] en [naam 18] de aandelen van de vennootschap aan [naam 19], die enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf] BV wordt. De overdracht van de aandelen vindt plaats via Huzbo BV, een onderneming van verdachte. Huzbo BV is gedurende de periode van 15 december 2005 tot 22 januari 2010 is de handelsnaam van Lamat BV. Op 16 augustus 2009 wordt medeverdachte [medeverdachte 4] bedrijfsleider met beperkte volmacht van [bedrijf] BV. Op het moment van de aandelenoverdracht heeft de BV een kredietruimte van € 125.000,-- op een ING-bankrekening met nummer [bankrekening 2]. Kort na de aandelenoverdracht wordt het krediet volledig opgebruikt. Zo wordt van de kredietrekening op 16 september 2009 in vier porties van € 5.000,-- een bedrag van € 20.000,-- overgeboekt naar [naam 20] Accountants & Adviseurs. [naam 20] is de accountant van zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 4]. Van het bedrag van € 20.000,-- worden een aantal facturen van Huzbo BV voldaan en het restant ad € 14.498,05 wordt door [naam 20] door geboekt naar een bankrekening van Wiebo Vastgoed Holding BV, een onderneming van verdachte. Verder is op de rekeningafschriften van de ING-bankrekening met nummer [bankrekening 2] te zien dat er in de periode van 14 augustus 2009 tot en met datum faillissement, 30 maart 2010, diverse geldopnames zijn geweest. Dit betreft een totaalbedrag van ongeveer € 22.160,--. Op de rekeningafschriften is te zien dat er meerdere geldopnames hebben plaatsgevonden in Hoogeveen. Hier is de winkel van medeverdachte [medeverdachte 4] en/of diens echtgenote [naam 21], genaamd ‘[winkel]’ gevestigd geweest. Op 30 maart 2010 is [bedrijf] BV failliet verklaard. Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 mei 2010 is mr. D.J.G. Lange benoemd tot curator. De curator heeft op 22 februari 2011 aangifte van faillissementsfraude gedaan tegen de BV. De curator schrijft onder meer dat er geen administratie is aangetroffen en dat hij ondanks verzoeken daartoe geen administratie van medeverdachte [medeverdachte 4] en [naam 19] heeft ontvangen, waardoor hij op geen enkele manier heeft kunnen controleren wat in de periode voor het faillissement heeft plaatsgevonden. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is met betrekking tot de geldbedragen van oordeel dat de door [bedrijf] BV kort na de aandelenoverdracht gedane boekingen onttrekkingen in het zicht van het faillissement zijn geweest, nu niet is gebleken dat [bedrijf] BV tot deze betalingen verplicht was. [naam 20] heeft de ontvangen betalingen van in totaal € 20.000,-- verrekend met een viertal facturen voor Huzbo BV, wegens voor Huzbo BV verrichte werkzaamheden. De rechtbank leidt uit het dossier echter af dat tegenover de vier overboekingen van € 5.000,-- naar [naam 20] geen tegenprestaties van [naam 20] jegens [bedrijf] BV stonden. Twee van de facturen van [naam 20] aan Huzbo BV dateren zelfs van na de datum van overboeking van de vier bedragen van € 5.000,--. Ook ten aanzien van de geldopnames van ongeveer € 22.160,-- is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van enige zakelijke, met [bedrijf] BV samenhangende grond. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor met betrekking tot feit 3 is opgemerkt over de administratieplicht van ondernemingen, acht de rechtbank bewezen dat [bedrijf] BV door het niet aan de curator overleggen van de administratie bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat schuldeisers zouden worden benadeeld. Feitelijk leiding geven / opdracht geven door verdachte Ook hier is de vraag evenwel of verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de strafbare gedraging of dat hij daartoe opdracht heeft gegeven. De rechtbank verwijst hier in de eerste plaats weer naar hetgeen met betrekking tot feit 3 is opgemerkt over het juridisch kader van feitelijk leiding/opdracht geven. Uit het dossier blijkt dat verdachte [verdachte] noch voorafgaand noch na de aandelenoverdracht van [bedrijf] BV bestuurder was van die BV. De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte feitelijk leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan die BV. Wat betreft de ondernemingen Lamat BV en Wiebo Vastgoed Holding BV is de rechtbank van oordeel dat vast staat dat verdachte in de ten laste gelegde periode geen bestuurder (meer) was van deze ondernemingen en dat uit het dossier onvoldoende blijkt van betrokkenheid van verdachte bij door de vennootschappen begane strafbare gedragingen in de ten laste gelegde periode. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zowel het onder feit 4 primair als subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kan worden verklaard. Met betrekking tot het onder feit 4 meer subsidiair ten laste gelegde blijkt uit het dossier dat [bedrijf] BV – zonder zakelijke grond – in totaal € 20.000,-- heeft overgemaakt naar [naam 20] Accountants & Adviseurs. Van dit bedrag is een viertal facturen van [naam 20] gericht aan Huzbo BV voldaan en het resterende bedrag van € 14.498,05 is op verzoek van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] overgemaakt naar een rekening van Wiebo Vastgoed Holding BV. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte tezamen en in vereniging met [bedrijf] BV een bedrag van € 20.000,-- aan de boedel van die BV onttrokken en daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hierdoor de schuldeisers zouden worden benadeeld. Verweer van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat het faillissement van [bedrijf] BV ten tijde van de overboeking van de € 20.000,-- niet in het vooruitzicht lag. De rechtbank is overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende. De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte als bemiddelaar bij de verkoop van [bedrijf] BV aan [medeverdachte 4] inzicht heeft gehad in de slechte financiële positie van die BV. Verdachte heeft vervolgens meegewerkt aan het leegtrekken van de kredietruimte van de BV, zonder dat daar bedrijfsinkomsten tegenover stonden. De rechtbank is van oordeel dat onder die omstandigheden sprake is van onttrekken van gelden aan [bedrijf] BV in het zicht van het faillissement van de BV. Het verweer wordt verworpen. 5.2.5 Feit 5 Onder feit 5 is aan verdachte primair ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met notaris [medeverdachte 2] een akte van levering van aandelen van Wiebo Vastgoed Holding BV valselijk heeft opgemaakt, door te vermelden dat de koopsom van de aandelen € 20.000,-- bedroeg terwijl die koopsom in werkelijkheid € 3.000,-- heeft bedragen. Onder feit 5 subsidiair is verdachte ten laste gelegd dat hij in genoemde akte een valse opgave heeft gedaan. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor met betrekking tot feit 4 is weergegeven overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft, via zijn gevolmachtigde [naam 22], in een akte van levering van aandelen van de vennootschap Wiebo Vastgoed BV, waarbij Wiebo Vastgoed Holding BV verkoper was (rechtsgeldig vertegenwoordigd door verdachte) en [medeverdachte 4] koper was, doen opnemen dat de koopsom van de aandelen € 20.000,-- bedroeg. In die akte van levering is vermeld dat de koper heeft verklaard gemelde koopsom te hebben voldaan door betaling aan [naam 20] Accountants. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat via de ING-kredietrekening met nummer [bankrekening 2] van [bedrijf] BV – van welke BV [medeverdachte 4] ten tijde van het ten laste gelegde bedrijfsleider met volledige volmacht was – aan [naam 20] Accountants vier keer € 5.000,-- is betaald. De rechtbank heeft uit de volgende bewijsmiddelen echter de overtuiging bekomen dat in werkelijkheid de koopsom € 3.000,-- bedroeg. De koper van de aandelen van Wiebo Vastgoed BV, [medeverdachte 4], heeft verklaard dat hij € 3.000,-- heeft betaald voor de aandelen van die (lege) BV. De rechtbank leidt uit het dossier af dat een dergelijk bedrag gangbaar is voor een lege BV. Op een afrekening van [naam 9] Notarissen van 7 september 2009, gericht aan [medeverdachte 4] betreffende de aankoop van aandelen Wiebo Vastgoed BV staat een koopsom vermeld van € 3.000,-- alsmede een aantekening met pen “betaald contant 10-09-09”. Deze afrekening is verwerkt in de administratie van de onderneming van de echtgenote van [medeverdachte 4], genaamd [winkel]. Bovendien is een kopie van het paspoort van [medeverdachte 4] aangetroffen met daarop met de pen geschreven “€ 3.000,--“ en heeft [medeverdachte 4] verklaard dat hij zijn handschrift op de eerder genoemde afrekening met de tekst “betaald contant 10-09-’09” herkent. Door in plaats van € 3.000,-- een bedrag van € 20.000,-- als koopsom in de akte te doen opnemen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank willens en wetens een valse opgave in een authentieke akte gedaan, met het oogmerk om die akte te (doen) gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid. Een notariële akte dient immers bij uitstek tot bewijs van de daarin vermelde afspraken. Met het doen vermelden in de akte van de hoogte van de koopsom van € 20.000,-- worden verdachte (en [medeverdachte 4]) dan ook geacht de waarheid van die koopsom door middel van de akte te hebben willen doen blijken, zoals bedoeld in artikel 227, eerste lid, Sr . De rechtbank leidt uit het dossier af dat de koopsom van € 20.000,-- in de authentieke akte is gebruikt om de betaling van vier keer € 5.000,-- van [bedrijf] BV aan [naam 20] Accountants te verantwoorden. Tevens is de koopsom van deze akte gebruikt om de betaling van het restantbedrag van € 14.498,05 door [naam 20] Accountants aan Wiebo Vastgoed Holding BV te rechtvaardigen. Op basis van het dossier acht de rechtbank niet bewezen dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en notaris [medeverdachte 2] bij het valselijk opmaken van de akte van levering van aandelen. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder feit 5 primair ten laste gelegde. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte een valse opgave heeft gedaan in een akte van levering van aandelen, zoals onder feit 5 subsidiair is ten laste gelegd. 5.2.6 Feit 6 Onder feit 6 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding / opdracht heeft gegeven aan Pica BV terzake van het niet voldoen aan de op Pica BV rustende verplichting om de administratie aan de curator over te leggen. Feitelijke gang van zaken Pica BV heeft zich in de loop van het jaar 2009 gevestigd op het adres [adres 8] te Weerselo. Op dit adres zijn meerdere aan verdachte gelieerde bedrijven gevestigd waaronder Lamat BV, een onderneming met als handelsnaam Huzbo BV. Op 20 januari 2009 zijn de aandelen van Pica BV in handen gekomen van Lamat BV. Verdachte is vanaf die datum tot 11 maart 2009 indirect bestuurder van Pica BV geweest. Op 11 maart 2009 is [medeverdachte 4] bestuurder van Pica BV geworden. Vanaf 22 september 2009 tot aan de datum van het faillissement van Pica BV op 15 december 2009 is verdachte wederom – via de Stichting BV Service – indirect bestuurder van Pica BV geweest. Vanaf 22 september 2009 tot 8 februari 2010 is Wiebo Werkholding BV (handelsnaam Huzbo Bemiddeling) enig aandeelhouder en bestuurder van de Stichting BV Service. Verdachte is vanaf 17 april 2009 voorzitter, secretaris en penningmeester van Stichting Administratiekantoor (STAK) Wiebo, welke stichting enig aandeelhouder en bestuurder van Wiebo Werkholding BV is. Vanaf de overname van de aandelen van Pica BV door Lamat BV in januari 2009 is er sprake van dat de aandelen over zullen gaan in handen van [naam 23], die volgens zijn eigen verklaring de financiële gang van zaken binnen Pica BV begeleidt. Deze aandelenovername is volgens de gegevens in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel echter nooit een feit geworden en daarmee is verdachte tot en met het faillissement van Pica BV indirect enig aandeelhouder van deze BV gebleven. Op 15 december 2009 is Pica BV failliet verklaard en is mr. A.M. Jongerman tot curator van de failliete vennootschap benoemd. Op 17 april 2012 heeft de curator aangifte gedaan. Uit de aangifte volgt dat zij geen administratie van Pica BV heeft aangetroffen en dat haar mondelinge en schriftelijke verzoeken aan de drie volgens haar bij het besturen en beheren van Pica BV betrokken personen, te weten verdachte, [medeverdachte 4] en [naam 23], niet tot gevolg hebben gehad dat zij de beschikking kreeg over de administratie. Een verhoor van deze drie personen door de rechter-commissaris in het faillissement van Pica BV heeft dat evenmin tot gevolg gehad. Oordeel van de rechtbank Het ten laste gelegde moet worden bezien in het licht van de omstandigheid dat iedere ondernemer wettelijk verplicht is de administratie van zijn onderneming zeven jaren te bewaren en zo nodig te voorschijn te brengen. Het gaat dan in ieder geval om basisgegevens als: - het grootboek; - de debiteuren- en crediteurenadministratie; - de voorraadadministratie; - de in- en verkoopadministratie en - de loonadministratie (bij personeel). Degenen die aan deze administratieve verplichtingen zijn onderworpen worden geacht te weten dat de administratie een leidraad is voor financieel verantwoord handelen en dat als de curator in het faillissement niet kan beschikken over een deugdelijke administratie dit kan strekken tot benadeling van de faillissementsschuldeisers. Immers, zonder deugdelijke administratie kan de curator zich geen beeld vormen van de rechten en verplichtingen van de gefailleerde onderneming en van de gang van zaken binnen die onderneming voorafgaand aan het faillissement. Deze verplichting vloeit voort uit de artikelen 105 en 106 van de Faillissementswet (Fw) in combinatie met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit deze jurisprudentie volgt dat ook indien de curator tijdens zijn eerste contacten met (bestuurders en commissarissen van) de failliet niet expliciet zou hebben gevraagd naar de aanwezige administratie en daarbij behorende bewijsstukken de failliet uit eigen beweging de bestaande verplicht en onverplicht gehouden administratie aan de curator dient af te dragen. De rechtbank is van oordeel dat Pica BV niet voldaan heeft aan de wettelijke plicht tot het tevoorschijn brengen en overdragen van de administratie van Pica BV aan curator. De curator heeft daardoor geen volledige inzage kunnen krijgen in de toestand van de boedel waardoor de schuldeisers zijn benadeeld. Feitelijk leiding / opdracht geven door verdachte Ten aanzien van de vraag of verdachte, al dan niet samen met anderen, feitelijk leiding heeft gegeven aan de strafbare gedraging van Pica BV verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar het juridisch kader dat onder 5.2.3 met betrekking tot feit 3 is weergegeven. De rechtbank stelt vast dat verdachte op het moment van faillietverklaring van Pica BV op 15 december 2009, via de Stichting BV Service, indirect bestuurder van Pica BV was. Verdachte was uit dien hoofde verantwoordelijk voor het voeren van een deugdelijke administratie en gehouden deze aan curator Jongerman af te geven. Indien en voor zover de administratie niet in het bezit van verdachte was is de rechtbank van oordeel dat verdachte bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om maatregelen te nemen teneinde ervoor te zorgen dat de administratie aan de curator zou worden overhandigd. Anders dan de verdediging heeft gesteld is niet gebleken dat binnen Pica BV sprake was van een taakverdeling binnen de directie waardoor een ander dan verdachte aangewezen was om die maatregelen te nemen. Verdachte heeft het nemen van maatregelen achterwege gelaten en dient daarom in dit verband als feitelijk leidinggever van Pica BV te worden aangemerkt. Het onder feit 6 aan verdachte ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen. 5.2.7 Feit 7 Onder feit 7 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij een factuur van House of Capital NV aan TNB Services BV valselijk heeft opgemaakt. Feit 7 subsidiair behelst het verwijt dat verdachte feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan House of Capital NV terzake van het gebruik maken van die vervalste factuur. Verweer van de verdediging Verdachte heeft betwist dat de factuur van 1 november 2011 van House of Capital NV, gericht aan TNB Service BV, ten bedrage van € 112.500,-- vals is en heeft ter terechtzitting een schriftelijke verklaring overgelegd van een persoon genaamd [naam 24]. Deze geeft in die verklaring aan dat hij de factuur heeft ontvangen en een deel van het factuurbedrag heeft voldaan. Daarnaast deelt hij in die verklaring mee dat de factuur betrekking heeft op de levering van aandelen van TNB Service BV en Stichting Administratiekantoor TNB. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat de aandelen van TNB Service BV zijn geleverd door [naam 24] als bestuurder in te schrijven van de Stichting Administratiekantoor TNB. Het was, zo heeft verdachte verklaard, de stichting die de aandelen van de vennootschap in bezit had en de aandelenoverdracht kon door bestuurswisseling in de stichting gerealiseerd worden zonder dat er een notaris nodig was. Volgens verdachte heeft die bestuurswisseling ook daadwerkelijk plaatsgevonden en hij heeft in dat verband verwezen naar een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Dit uittreksel is in het dossier opgenomen onder bijlage D-643. In dit uittreksel is opgenomen dat [naam 24] op 25 november 2011 is ingeschreven als voorzitter/secretaris/penningmeester van de Stichting Administratiekantoor TNB, alleen/zelfstandig bevoegd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat de kern van het verwijt aan verdachte, zowel primair als subsidiair, hierop neerkomt dat de factuur melding maakt van een aandelentransactie die niet zou hebben plaatsgevonden. In het proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD wordt deze valsheid gebaseerd op het feit dat onderzoek heeft uitgewezen dat geen aandelentransactie via een notaris heeft plaatsgevonden en dat het handelsregister van de Kamer van Koophandel evenmin melding maakt van een wisseling in aandeelhouderschap die betrekking zou kunnen hebben op de in de factuur beschreven transactie. Nu deze constateringen de gang van zaken, zoals door verdachte ter terechtzitting uiteengezet, onverlet laten en er ook geen bewijsmiddelen uit het dossier naar voren komen waaruit blijkt dat de verklaring van verdachte onjuist is, kan de valsheid van de factuur niet worden vastgesteld en moet verdachte, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs op dit essentiële onderdeel, van het onder feit 7 ten laste gelegde worden vrijgesproken. 5.2.8 Feit 9 Onder feit 9 is aan verdachte ten laste gelegde dat hij tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 5] een valse opgave heeft gedaan in een akte van levering van registergoed. Oordeel van de rechtbank Volgens de notariële akte van levering van registergoed, waarbij verdachte de verkoper was en zijn toenmalige echtgenote [medeverdachte 5] de koper, is de koopprijs tot stand gekomen op basis van een door de heer [naam 2], makelaar en taxateur, opgesteld taxatierapport. Hoewel dit taxatierapport ten grondslag heeft gelegen aan de koopprijs zoals vermeld in de akte van levering van de percelen die in de tenlastelegging genoemd worden, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de notariële akte zélf enige valsheid met betrekking tot al dan niet aangetroffen grondvervuiling bevat. Dat sprake zou zijn van vastgestelde vervuiling in de geleverde percelen, is immers niet terug te vinden in de notariële akte. Evenmin volgt uit het dossier dat verdachte, al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte 5], door middel van enige valse opgave in de notariële akte heeft willen doen blijken van een (schijn)constructie als ware die constructie in overeenstemming met de waarheid. Ten slotte overweegt de rechtbank dat ook met betrekking tot de in de notariële akte vermelde koopprijs op basis van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 5], enige valse opgave daaromtrent heeft gedaan. Of een koopprijs al dan niet marktconform is, althans niet overeenkomt met de werkelijke waarde, is voor de geldigheid van de akte waarin die prijs wordt vermeld in beginsel niet van belang. Voor zover de tenlastelegging het verwijt behelst dat verdachte valselijk niet heeft doen vermelden dat in de koopprijs tevens een (onbenoemde) schenking was opgenomen, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank – wat er ook zij van de juistheid van de kwalificatie van de transactie – onvoldoende bewijs dat verdachte opzettelijk in strijd met de werkelijkheid de titel ‘koop’ in de notariële akte heeft opgegeven, waar wellicht ook een schenking had moeten worden vermeld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit. 5.2.9 Feit 10 Onder feit 10 is primair aan verdachte ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met onder meer [naam 2] een taxatierapport van [makelaardij] valselijk heeft opgemaakt. Subsidiair is verdachte ten laste gelegd dat hij het valselijk opmaken van dat taxatierapport door [naam 2] heeft uitgelokt dan wel dat hij daaraan medeplichtig is. Feitelijke gang van zaken Op 30 augustus 2010 heeft verdachte aan zijn toenmalige echtgenote en thans medeverdachte [medeverdachte 5] een viertal registergoederen geleverd, zoals omschreven in de tenlastelegging. De koopprijs voor het geleverde bedroeg volgens de akte van levering € 233.900,--. In de akte van levering is tevens opgenomen dat de waarde van de overgedragen onroerende zaken is gebaseerd op een door [naam 2] opgesteld taxatierapport van juli 2010. [naam 2] heeft verklaard dat hij het betreffende onroerend goed heeft getaxeerd met inachtneming van vervuiling van gronden aan de [adres 1] en [adres 5] te [plaats 2] en daarmee samenhangende saneringskosten. [naam 2] heeft deze vervuiling aangenomen op basis van een door Aannemersbedrijf [naam 5] BV uitgebrachte offerte met een “indicatie van kosten grondsanering” uit 2007, welke offerte door verdachte aan [naam 2] was aangeleverd met daarbij de opdracht van verdachte aan [naam 2] om zo laag mogelijk te taxeren. Zonder nader onderzoek in te stellen met betrekking tot de eventuele vervuiling en saneringskosten, heeft [naam 2] de waarde van de betreffende percelen daarop bepaald op € 371.000,--. Wanneer de saneringskosten buiten beschouwing zouden zijn gelaten, zou de waarde zijn bepaald op € 573.000,--. De heer [naam 5] van [naam 5] BV heeft verklaard dat verdachte hem in 2007 heeft benaderd met het verzoek om een prijsopgaaf tot bodemsanering van de percelen aan de [adres 1] en [adres 5] te [plaats 2] en de achter die percelen gelegen cultuurgrond. Verdachte heeft daarbij een Uittreksel Kadastrale Kaart aangeleverd waarop handgeschreven was aangegeven waar welke vervuiling aanwezig zou zijn. Volgens [naam 5] wordt normaliter een bodemonderzoek gedaan door een gespecialiseerd bedrijf. Dat bedrijf stelt op basis van zijn bevindingen een saneringsplan op, op basis waarvan [naam 5] vervolgens een offerte uitbrengt en (na gunning) de sanering uitvoert. In dit geval heeft [naam 5] geen saneringsplan ontvangen en heeft hij op basis van de door verdachte aangeleverde gegevens een offerte uitgebracht. Omdat het saneringsplan ontbrak, heeft [naam 5] op de offerte aangegeven dat het een “indicatie van kosten grondsanering” betrof. Of de grond ook daadwerkelijk vervuild is (geweest) en zo ja, in welke mate weet [naam 5] niet. Wel weet hij dat [naam 5] BV in ieder geval geen bodemsanering aan de [adres 1] en [adres 5] te [plaats 2] heeft uitgevoerd. Verweer van de verdediging De raadsman van verdachte heeft bepleit dat niet vaststaat dat géén sprake was van vervuilde grond en dat derhalve niet kan worden bewezen dat verdachte het taxatierapport van juli 2010 valselijk heeft opgemaakt of doen opmaken. De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer echter dat evenmin is komen vast te staan dat ten tijde van het opmaken van het betreffende taxatierapport sprake is geweest van vervuilde grond in de mate waarvan in het taxatierapport wordt uitgegaan. Uit het dossier en ter terechtzitting is immers gebleken dat voor de informatie inzake de aanwezigheid van grondvervuiling niet een objectieve en deskundige onderbouwing voorhanden was. De rechtbank concludeert dat met het niettemin in het taxatierapport (doen) opnemen van de grondvervuiling als vastgesteld gegeven en uitgangspunt voor de waardebepaling, sprake is geweest van een valsheid in het taxatierapport ter zake van de vaststelling van (de omvang van) de grondvervuiling in de betreffende percelen. Oordeel van de rechtbank met betrekking tot het primair ten laste gelegde De rechtbank overweegt dat verificatie van een substantiële factor in een taxatie tot de taak en daarmee verantwoordelijkheid van een taxateur moet worden gerekend ingeval hij die factor tot uitgangspunt neemt in zijn waardebepaling. Door deze verificatie achterwege te laten en de grondvervuiling als vaststaand gegeven op te nemen in zijn taxatierapport, wetende dat een objectieve vaststelling niet heeft plaatsgevonden en er slechts een indicatie van de kosten van grondsanering voorhanden was, heeft makelaar [naam 2] naar het oordeel van de rechtbank zijn rapport valselijk opgemaakt. Op basis van het dossier acht de rechtbank echter niet bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam 2] zoals primair is ten laste gelegd. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Oordeel van de rechtbank met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde Verdachte heeft [naam 2] opgedragen een zo laag mogelijke waarde te bepalen met inachtneming van door verdachte hierboven omschreven aangeleverde informatie inzake grondvervuiling. Door geen dan wel onvoldoende objectieve, door een deskundige gefundeerde informatie met betrekking tot vermeende grondvervuiling aan makelaar [naam 2] te verschaffen met daarbij een opdracht tot – zo laag mogelijke – taxatie, heeft verdachte makelaar [naam 2] naar het oordeel van de rechtbank opzettelijk door middel van inlichtingen uitgelokt tot het valselijk opnemen in het taxatierapport dat de aanwezigheid van grondvervuiling zou zijn vastgesteld. De rechtbank acht daarmee het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 5.3 De conclusie De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 3 primair, feit 4 primair en subsidiair, feit 5 primair, feit 7 primair en subsidiair, feit 8 primair, feit 9 en feit 10 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 meer subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6, feit 8 subsidiair en feit 10 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. primair Fulham Financieringen BV tezamen en in vereniging met Euro Projects Ontwikkeling BV (voorheen tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV) in de periode december 2010 tot en met 01 mei 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met natuurlijke personen en met andere rechtspersonen, terwijl Euro Projects Ontwikkeling BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 20 december 2011 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van Euro Projects Ontwikkeling BV (tot 18 april 2011 genaamd Innové Vastgoed BV), een last van Euro 422.750,-- had verdicht, hierin bestaande dat genoemde rechtspersoon, Fulham Financieringen BV, in deze in het bijzonder tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en Innové Immo BV en met andere rechtspersonen, in een hypotheekakte d.d. 31 januari 2011 opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2] had doen opnemen (zakelijk weergegeven) dat door Fulham Financiering BV het recht van hypotheek tot een bedrag van Euro 422.750,-- was verleend aan Innové Immo BV, op het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1], terwijl daar geen geldleningen en/of financieringen tegenover stonden en/of zouden komen te staand tot genoemd bedrag, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging; 2. primair hij tezamen en in vereniging met Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en met [medeverdachte 1] Beheer BV (vanaf 16 april 2010 genaamd J.G.E. Vastgoed BV (ingeschreven KvK-nummer 06065655) en met [medeverdachte 1], in de periode van 26 februari 2010 tot 9 februari 2012 in Nederland, terwijl Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV bij vonnis van de rechtbank Almelo d.d. 24 maart 2010 in staat van faillissement is verklaard en terwijl J.G.E. Vastgoed BV (vóór 16 april 2010 genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV) bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 08 juni 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van Aannemingsbedrijf [medeverdachte 1] BV en van J.G.E Vastgoed BV (voorheen genaamd [medeverdachte 1] Beheer BV), de navolgende goederen aan de boedels van genoemde besloten vennootschappen had onttrokken, te weten: een vrachtwagen, merk DAF, kenteken [kenteken], een Toyota Landcruiser, 3 aanhangwagens, een minikraan, compressoren en luchthamers; 3. subsidiair hij in de periode 28 december 2009 tot en met 17 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met rechtspersonen en met anderen, in het vooruitzicht van het faillissement van IJk Totaal Onderhoud BV, welk faillissement is gevolgd bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 17 maart 2010, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers van IJk Totaal Onderhoud BV, de navolgende goederen aan de boedel heeft onttrokken, te weten: - een geldbedrag van (ongeveer) Euro 10.115,--; en - een geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.750,--; en - een geldbedrag van (ongeveer) Euro 2.296,--; en - een geldbedrag van (ongeveer) Euro 935,--; en - een geldbedrag van (ongeveer) Euro 4.300,--; 4. meer subsidiair hij in de periode 10 september 2009 tot en met 2 november 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met rechtspersonen, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf] BV, welk faillissement bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2010 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [bedrijf] BV, goederen, te weten viermaal een bedrag van Euro 5.000,-- aan de boedel van [bedrijf] BV heeft onttrokken; 5. subsidiair hij op 10 september 2009 te Neede, gemeente Berkelland, in een authentieke akte, te weten een akte van levering van aandelen van de vennootschap Wiebo Vastgoed BV, waarbij verkoper was Wiebo Vastgoed Holding BV en waarbij koper was [medeverdachte 4], opgemaakt door mr. [medeverdachte 2], toen notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, een valse opgave, aangaande een feit van welks waarheid die akte moest doen blijken heeft doen opnemen, te weten dat de koopsom van die aandelen Euro 20.000,-- bedroeg, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave van hem, verdachte, in overeenstemming van de waarheid, hebbende dat valse hierin bestaan, dat de koopsom in werkelijkheid Euro 3.000,- bedroeg; 6. Pica BV in de periode 15 december 2009 tot en met 17 april 2012 in Nederland, terwijl genoemde rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 15 december 2009 in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, hierin bestaande dat op 17 april 2012 nog steeds geen administratie was overgelegd aan curator mevrouw mr. A.M. Jongerman, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven gedraging; 8. subsidiair hij op 31 januari 2011 te Neede, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander, in een authentieke akte, te weten een hypotheekakte, opgemaakt door notaris mr. [medeverdachte 2], (toen) notaris in de gemeente Berkelland, standplaats Neede, een valse opgave aangaande na te noemen feit van welks waarheid die akte moest doen blijken, te weten (zakelijk weergegeven) dat de hypotheekgever (Fulham Financiering het recht van eerste van hypotheek en eerste pand verleende tot een bedrag van Euro 422.750,-- aan Innové Immo BV op de appartementsrechten, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 2] te [plaats 1] en het appartementsrecht, omvattende het uitsluitend gebruik van de commerciële ruimte met parkeerplaats op de begane grond aan de [adres 3] te [plaats 1], tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de schuldeiser (Innové Immo BV) blijkens haar administratie van schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen dan wel uit welken anderen hoofde ook, heeft doen opnemen met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid, terwijl verdachte en zijn mededader wisten (zakelijk weergegeven) dat tegenover het verlenen van dat hypotheekrecht geen geldleningen of financieringen stonden of zouden komen te staan; 10. subsidiair [naam 2] in de maand juli 2010 in Nederland, een taxatierapport van [makelaardij], gedateerd juli 2010, met als opdrachtgever mevrouw [medeverdachte 5], betreffende (zakelijk weergegeven) de onroerende zaken: a.
- a)woonhuis met erf, [naam 19] en ondergrond, staande een gelegen te [plaats 2] (Ov), plaatselijk bekend [adres 1], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], groot 11 aren en 70 ca;
- b)woonhuis met bedrijfsopstal, erf, [naam 19], ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats 2] (Ov), plaatselijk bekend [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 50 are;
- c)cultuurgrond gelegen aan, rond en achter [adres 1] en [adres 5], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 7 ha, 15 are en 49 ca;
- d)cultuurgrond gelegen aan een zandweg, welke uitkomt op de [adres 4], kadastraal bekend gemeente Tubbergen, [sectie en nummer], ongeveer groot 95 are en 85 ca;
- e)woonhuis met 2e woongedeelte, bedrijfsopstallen, erf, [naam 19], ondergrond, cultuurgrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Heemserveen, plaatselijk bekend [adres 6], [plaats 3], kadastraal bekend gemeente Ambt-Hardenberg [sectie en nummer], groot 05 hectare, 21 are en 05 centiare, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat in dat taxatierapport werd vermeld (zakelijk weergegeven) dat op basis van de aanwezige (grond)vervuiling, zijnde sloopafval met aanzienlijke hoeveelheid asbesthoudend materiaal, bleek dat er rekening moest worden gehouden met een aanzienlijke waardevermindering inzake de vervuilde percelen, dat die vervuiling de onder sub a, b en c genoemde percelen betrof en dat bij die taxatie rekening was gehouden met vorengenoemde vervuiling, zulks terwijl in werkelijkheid die (grond)vervuiling niet aanwezig was vastgesteld, welke strafbaar feit hij, verdachte, in de periode van 30 maart 2010 tot en met 30 augustus 2010 in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van middelen en inlichtingen door die genoemde [naam 2] opdracht te geven die onroerende zaken zo laag mogelijk te taxeren met in ogenschouw de gegevens over de vervuiling en door (daarbij) genoemde [naam 2] in kennis te stellen van gegevens betreffende de aard en omvang van die vervuiling en door een “offerte indicatie van kosten grondsanering [straat] te [plaats 2]” van [naam 5] Vriezenveen d.d. 18 juni 2007 te laten gebruiken. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaringen. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 meer subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6, feit 8 subsidiair en feit 10 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 51, 225, 227, 341 ahf, onder a ahf, sub 1 en 344 ahf, onder 1º Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair het misdrijf: feitelijk leiding geven aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon; feit 2 primair het misdrijf: medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon; ten aanzien van feit 3 subsidiair en feit 4 meer subsidiair: telkens het misdrijf: medeplegen van in het vooruitzicht van het faillissement, terwijl faillissement is gevolgd, ter bedrieglijke ver