Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08/730552-14, 08/710397-12, 08/138536-13 en 08/710378-10 (tul) Datum vonnis: 30 juni 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1972 in [geboorteplaats 1], zonder bekende woon- of verblijfplaats, nu verblijvende in de PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 januari 2015, 7 april 2015 en 16 juni 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: inzake parketnummer 08/730552-14: [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door haar met kracht tegen het gezicht of hoofd te stompen/slaan, dan wel [slachtoffer 1] heeft mishandeld, welke mishandeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad; inzake parketnummer 08/710397-12 feit 1: politieagent [slachtoffer 2] heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling; feit 2: een overhemd van [slachtoffer 2] heeft vernield; feit 3: zich bij zijn aanhouding met geweld heeft verzet tegen politieagenten; inzake parketnummer 08/138536-13 feit 1: een deur heeft vernield; feit 2: [slachtoffer 3] met de dood heeft bedreigd; feit 3: zich bij zijn aanhouding met geweld heeft verzet tegen politieagenten; Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: inzake parketnummer 08/730552-14: hij op of omstreeks 12 oktober 2014 te Enschede aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere schedelfractu(u)r(
(10)maanden; bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; maatregel gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij als voorwaarden: dat de terbeschikkinggestelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking dient te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage dient aan te bieden; dat de terbeschikkinggestelde zich laat opnemen bij FPK Veldzicht te Balkbrug of soortgelijke instelling. De terbeschikkinggestelde zal zich houden aan de regels, afspraken en aanwijzingen van FPK Veldzicht of soortgelijke instelling en zich actief opstellen ten aanzien van de voorgestelde behandeling. De terbeschikkinggestelde zal meewerken aan het later op te stellen resocialisatie- en nazorgplan; dat de terbeschikkinggestelde niet van adres mag veranderen zonder toestemming van de reclassering; dat de terbeschikkinggestelde zich na de klinische opname bij FPK Veldzicht of soortgelijke instelling zal houden aan de aanwijzingen te geven door de reclassering en daarbij een traject zal volgen dat de behandelaren nodig of wenselijk achten, ook als dit inhoudt een woonvorm met (een bepaalde mate aan) begeleiding zoals een RIBW. Aanwijzingen kunnen onder andere gegeven worden omtrent behandeling, dagbesteding, middelengebruik en huisvesting; dat de terbeschikkinggestelde zijn medewerking dient te verlenen aan eventuele medicamenteuze therapie, voorgeschreven door de behandelend arts/psychiater. Deze medicatie zal zo nodig onder controle ingenomen worden; dat de terbeschikkinggestelde mee zal werken aan urinecontroles of blaasproeven in verband met middelen/alcoholgebruik. Deze controles zullen onderdeel uitmaken van de (terugvalpreventie-) behandeling; dat de terbeschikkinggestelde geen alcohol, drugs of andere middelen zal gebruiken. De terbeschikkinggestelde dient een terugval in gebruik direct te melden bij Tactus Reclassering. Mocht de terbeschikkinggestelde een terugval hebben in gebruik dan zullen alle betrokken partijen overleggen wat de gevolgen zijn voor de voortzetting van het toezicht; dat de terbeschikkinggestelde inzicht dient te geven in zijn financiële huishouding. Indien Tactus Reclassering het noodzakelijk acht zal de terbeschikkinggestelde zijn medewerking verlenen aan budgetteringshulpverlening en/of financiële bewindvoering; dat de terbeschikkinggestelde zich houdt aan eventuele andere of aanvullende aanwijzingen in het belang van zijn traject te geven door Tactus Reclassering; dat de terbeschikkinggestelde openheid geeft indien hij een relatie aangaat. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan relatiebegeleiding/-therapie indien Tactus Reclassering dit nodig acht; dat de terbeschikkinggestelde Tactus Reclassering toestemming geeft om overleg te hebben en gegevens uit te wisselen met alle personen en instellingen die betrokken zijn bij zijn behandeling en resocialisatie; dat de terbeschikkinggestelde frequent contact houdt met Tactus Reclassering, waarbij de frequentie door de reclassering wordt bepaald. De terbeschikkinggestelde geeft in deze gesprekken openheid van zaken over wat er speelt in zijn dagelijkse leven; indien noodzakelijk werkt de terbeschikkinggestelde mee aan een time-outplaatsing. Deze time-outplaatsing duurt in ieder geval zolang als nodig is om de terbeschikkinggestelde op verantwoorde en veilige wijze terug te laten keren naar de omstandigheden voorafgaand aan de time-out, maar maximaal 7 weken. Deze periode kan eenmaal met 7 weken verlengd worden; - draagt Tactus Reclassering op de ter beschikking gestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden; - beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres 1] van een bedrag van € 11.653,79,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 oktober 2014; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen subsidiaire feit onder parketnummer 08/730552-14 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 11.653,79 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 93 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [adres 2] van een bedrag van € 300,--; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 onder parketnummer 08/710397-12 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 2], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 08/710378-10 - gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Almelo van 18 mei 2011, te weten van 90 dagen gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Ten aanzien van het subsidiaire feit met parketnummer 08/730552-14 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL0500
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 oktober 2014 pagina’s 4 en 5, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van aangeefster: Op zondag 12 oktober 2014, omstreeks 04.00 uur liep ik samen met een paar vrienden en mijn dochter en haar vriend door de Stadgravenstraat te Enschede. Ik weet niet meer precies wat er is gebeurd. Ik werd op een gegeven moment wakker op de grond ter hoogte van café Goldrush en ik hoorde van omstanders dat ik zojuist een klap in mijn gezicht had gekregen en daardoor op de grond gevallen was. Volgens omstanders ben ik ongeveer 4 a 5 minuten buiten bewustzijn geweest. Ik heb vooral pijn aan mijn rechter schouder en ik kan mijn rechterarm niet meer optillen. Ik heb ook last van mijn oor, deze zit nu dicht.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 12 oktober 2014, pagina 8, inhoudende zakelijk weergegeven: Op zondag 12 oktober 2014 omstreeks 02.30 uur ben ik samen met mijn kameraden weggegaan hij discotheek Revelation in Enschede. We wilden naar huis gaan. Wij zijn vervolgens vanaf Revelation rechts richting Cafetaria de Muur gelopen. Ter hoogte van Aspen Valley, aan de achterzijde, zag ik een vrouw en een man staan. In eerste instantie dacht ik dat ze met elkaar aan het praten waren maar toen haalde de man met de vuist uit richting de vrouw. De man raakte daarbij de vrouw in het gezicht. Volgens mij haar linkerzijde van het gezicht. Ik zag vervolgens dat de vrouw op de grond viel en op de grond bleef liggen. De vrouw was bewusteloos.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 13 oktober 2014, pagina 13, inhoudende zakelijk weergegeven: Ik ben getuige geweest van de mishandeling van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] is mijn schoonmoeder. Deze mishandeling vond plaats op zondag 12 oktober 2014 in Enschede. Ik weet niet meer precies hoe laat het is gebeurd. Ik was samen met mijn vriendin, [naam 1], en [naam 2] en [slachtoffer 1] . Ik ben samen met [slachtoffer 1] en [naam 1] naar café de Buurvrouw gegaan. Dit was op zaterdag 11 oktober 2014 omstreeks 22.00 uur. Wij zijn hier zijn met zijn drieën naar binnen gegaan. Ik heb om 02.00 uur nog op mijn horloge gekeken en kort daarna zijn we weggegaan. Met we bedoel ik, [naam 2], [slachtoffer 1], [naam 1] en ik. Ik ben niet zo heel goed bekend in Enschede. Toen wij cafe de Buurvrouw uitliepen zijn wij linksaf gegaan. Op de hoek bij cafe de Buurvrouw zijn wij weer linksaf gegaan. Wij wilden in de richting van het theater lopen om aldaar een taxi te nemen naar huis. Toen wij halverwege de straat waren zagen wij dat er tussen, voor ons onbekende, mensen een opstootje gaande was. Ik zag een blanke man lang blond haar in een paardenstaart en gekleed in een witte blouse met lange mouwen bij het opstootje. Ik hoorde dat er luidruchtig gesproken werd door genoemde man en de andere partij. Ik kan van de andere partij weinig verklaren behalve dat het volgens mij een groep jongeren was. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] op een normale manier zei: “Hou het gezellig vanavond”. Dit zei [slachtoffer 1] toen wij langs genoemde man en groep liepen. [slachtoffer 1] en [naam 2] liepen voor mij en [naam 1]. Ik schat dat [slachtoffer 1] en [naam 2] ongeveer twee a drie meter voor [naam 1] en mij liepen. Ik zag dat [slachtoffer 1] en [naam 2] verder liepen. [naam 1] en ik liepen hierna ook langs het opstootje. Ik hoorde dat [naam 1] in het algemeen zei: “ Hou het gezellig en geen ruzie maken”. Vervolgens hoorde ik dat genoemde man met de paardenstraat en witte blouse een opmerking maakte in de richting van [naam 1]. Ik weet niet meer precies wat de man heeft gezegd maar het was iets in de richting van hou je bek of woorden van gelijke strekking. Ik zei toen tegen de genoemde man: “Hey vriend doe eens rustig aan”. Ik zag toen dat genoemde man mij met zijn linkerhand in mijn gezicht greep. Ik voelde dat een van zijn vingers in mijn mond terecht kwam. Ik wilde mij verdedigen en kwam in een worsteling terecht met genoemde man. Tijdens de worsteling zag ik dat [slachtoffer 1] er aan kwam en ons uit elkaar wilde halen en de boel probeerde te sussen. Toen [slachtoffer 1] er aan kwam lopen hoorde ik dat ze zei: ”Hey jongens doe eens normaal”. Ik voelde dat genoemde man mij los liet en ik zag meerdere omstanders om ons heen staan. Ik zag toen dat genoemde man met de paardenstaart en de witte blouse met zijn vuist [slachtoffer 1] vol in liet gezicht sloeg. Ik zag dat [slachtoffer 1] gelijk achterover viel en op de straat terecht kwam. Ik weet niet meer precies waar [slachtoffer 1] in haar gezicht is geraakt en met welke hand genoemde man heeft geslagen. [slachtoffer 1] heeft voor zover ik heb kunnen zien niemand geslagen. Toen [slachtoffer 1] op de grond lag heb ik mij over haar ontfermd. Ik zag dat [slachtoffer 1] buiten bewustzijn was. Ik zag dat [slachtoffer 1] niet reageerde op aanspreken. Ik heb meerdere keren: “[slachtoffer 1], [slachtoffer 1]”. Uiteindelijk, na ongeveer vijf minuten, zag ik dat [slachtoffer 1] weer bij bewustzijn was. Wij wilden [slachtoffer 1] toen overeind helpen en haar ergens laten zitten. Tijdens het overeind helpen van [slachtoffer 1] hoorde ik [slachtoffer 1] schreeuwen dat ze een zere schouder had. Ik zag de politie inmiddels ook al.
- Het proces-verbaal van bevindingen [verbalisant], hoofdagent van politie Regiopolitie Twente, van 12 oktober 2014, pagina 18, inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant: Op zondag 12 oktober 2014 kreeg bovengenoemd verbalisant het verzoek om een mishandeling te onderzoeken. Deze mishandeling heeft plaats gevonden in de Stadsgravenstraat te Enschede. Hierbij heeft het slachtoffer van verdachte: [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1972 te [geboorteplaats 1] een slag in het gezicht gekregen. Het slachtoffer: [slachtoffer 1], [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1971 te [geboorteplaats 2] is als gevolg van de slag met een ambulance overgebracht naar de eerste hulp van het Medisch Spectrum Twente. Bovengenoemd verbalisant heeft hierop met het opgegeven telefoonnummer van het slachtoffer gebeld om te horen hoe haar toestand is. Hierop kreeg ik getuige [getuige 4]. geboren op [geboortedatum 3] 1973 te [geboorteplaats 3] aan de telefoon. Hij is de vriend van het slachtoffer. Op mijn vraag hoe het met het slachtoffer gaat hoorde ik getuige [getuige 4] verklaarde dat het niet zo goed ging. Hij vertelde dat zij opgenomen was in het ziekenhuis. Nader onderzoek had uitgewezen dat zij een klein scheurtje heeft onder haar schedel. Van een oor is het gehoor weg en hoort zij op dit moment alleen geruis. Vandaag gaat de KNO arts hierna nader onderzoek doen.
- Een door drs. R.C.A. Santing, Forensisch arts, opgemaakte geneeskundige verklaring van 12 oktober 2014 betreffende [slachtoffer 1] houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in: Letsels Informatie van het ziekenhuis leert dat sprake is van twee schedelfracturen. De eerste is een fractuur van het achterhoofdbeen links die doorloopt tot in het achterhoofdgat en door het gewichtsvlak wat op de atlas (1e halswervel) rust. De tweede is een schedelbasisfractuur rechts die loopt door het wiggebeen en het rotsbeen en daarbij tevens raakt de inwendige gehoorgang en het kanaal waar de halsslagader doorheen loopt. Het gehoor is rechts verminderd. Het slachtoffer heeft een meervoudige fractuur van het rechterschouderblad. De behandeling is door middel van een mitella, pijnstilling en een spoedige start met oefeningen. De prognose is volgens de chirurg dat na 6 maanden de schouder weer geheel functioneel zou zijn. De letsel past bij een rechtstandige val achterover plat op de rug en op het schouderblad. Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 08/138536-13 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL05KL
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 27 juli 2013, pagina’s 3 en 4, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van aangeefster: Op vrijdag 26 juli 2013 was ik bij mijn moeder aan de [adres 3] te Enschede. Ik was daar omdat ik weer problemen had met [verdachte]. Op een gegeven moment werd er aangebeld. Wij zagen op de intercom dat [verdachte] voor de deur stond. Wij hebben de deur niet geopend. Daarop hoorden wij veel geschreeuw en een bult kabaal. Wij zagen dat [verdachte] nu aan de achterzijde van de flat stond. Wij hoorden dat hij schreeuwde: “Ik maak je dood! Je ziet wel wat er gebeurt”. Ik ben bang dat [verdachte] zijn dreigement gaat uitvoeren. Ik durf dan ook niet naar huis en blijf bij mijn moeder. Ik woon bij [verdachte] in aan de [adres 4] te Enschede, maar ik sta daar niet ingeschreven.
- Het proces-verbaal van bevindingen van 27 juli 2013 als verklaring van [naam 3] (moeder van [slachtoffer 3]) die als getuige is gehoord, pagina’s 7 en 8, inhoudende zakelijk weergegeven: Ik bewoon het appartement [adres 3] te Enschede. Mijn dochter [slachtoffer 3] heeft vorige week samen met haar vriend [verdachte] een bromfietsongeluk gehad, waarbij ze haar been verwondde. Het gaat nog niet goed met het been en daarom heeft ze bij mij geslapen. Ze is vandaag, vrijdag, 26 juli 2013 naar het ziekenhuis / de dokter geweest. [slachtoffer 3] had woorden met [verdachte]. Op vrijdagavond, 27 juli 2013 omstreeks half elf ging de huisbel. Via de intercom hoorde en zag ik dat [verdachte] beneden aan de bel was. [verdachte] schreeuwde en gedroeg zich agressief. [slachtoffer 3] wilde niet dat de deur werd geopend. Ze was bang voor hem. Ik denk dat ze wel eens door hem mishandeld is. Kort daarop hoorde ik [verdachte] achter het appartement schreeuwen. Ik herkende zijn stem. [verdachte] weet dat daar geen bewakingscamera’s zijn. [slachtoffer 3] is het balkon opgegaan. Ik hoorde dat hij riep naar [slachtoffer 3]: ‘Vieze trut. Je komt er wel achter. Ik pak je, je familie en [naam 4]. Ik maak je dood’. Ten aanzien van de feiten 1 en 3 met parketnummer 08/710397-12 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL05YB
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], hoofdagent werkzaam bij de Regiopolitie Twente, van 5 juli 2012 pagina’s 3 en 4, zakelijk weergegeven als verklaring van aangever: Op woensdag 4 juli 2012 was ik met mijn collega [verbalisant], belast met de noodhulpdienst. Wij waren in volledig herkenbaar politie-uniform gekleed en bewogen ons voort in een opvallend politie dienstvoertuig met het roepnummer de 44.
- Op voornoemde datum, omstreeks 23.21 uur ontvingen mijn collega en ik van de meldkamer van de regiopolitie Twente de melding om te gaan naar de [adres 4] te Enschede. De bewoner van dat adres zou door draaien. Hij zou op de galerij staan. De meldster zou als de dood zijn voor deze man. Verdachte is bij mij, [slachtoffer 2], ambtshalve bekend als zijnde geweldpleger. Ik zag dat de verdachte in onze richting keek. Ik hoorde dat verdachte vrijwel meteen mondeling agressief werd naar ons toe. Ik hoorde dat de verdachte naar ons riep: “Oprotten vuile kakkerlakken jullie.” Ik zag dat de verdachte vervolgens een agressieve houding aan nam. Ik rook op dat moment een enorme alcohollucht. Ik zag dat de verdachte zijn schouders naar achteren haalde en zijn borst naar voren bracht. Ik zag vervolgens dat de verdachte al schreeuwend en met versnelde pas op mij af liep. Ik stond voor de verdachte. Aan de gezichtsuitdrukking van de verdachte zag ik dat hij woedend was. Ik hoorde dat de verdachte naar ons schreeuwde:’ oprotten vuile kanker kakkerlakken.” Ik zag dat de verdachte wederom met versnelde pas op ons af liep. Ik zag en voelde dat de verdachte mij met beide handen wederom bij mijn overhemd ter hoogte van borst vastpakte. Ik riep tot drie keer toe naar de verdachte dat hij mij los moest laten en dat hij was aangehouden voor belediging. Ik voelde en zag dat de verdachte mij niet los liet. Ik rukte mij los van de verdachte. Wij, verbalisanten pakten de verdachte vervolgens bij zijn armen en drukten hem tegen de balustrade. Ik voelde dat de verdachte hevig in verzet ging. Ik voelde en zag dat verdachte zich krachtig los probeerde te rukken van mij. Ik hoorde dat de verdachte naar ons riep: ”Pak me maar vuile kanker kakkerlakken, jullie zijn helemaal niets voor mij.” Of woorden van gelijke strekking. Ik pakte mijn transportboeien en wilde de verdachte boeien. Ik zag en voelde dat de verdachte het verzet niet staakte. Ik zag vervolgens dat er meerdere collega’s ter plaatse kwamen en ons hielpen bij de aanhouding waarop wij de verdachte konden afboeien. Ik hield de boeien vast en bracht de verdachte richting het dienst voertuig. Onderweg naar liet dienstvoertuig hoorde ik dat de verdachte tegen mij zei: ”Ik kom je nog wel een keer tegen als je alleen bent kakkerlak.” Ik heb de verdachte geplaatst in het dienstvoertuig, de 44.
- Mijn collega en ik brachten de verdachte over naar het arrestantencomplex te Borne. Onderweg naar het arrestantencomplex zag ik dat de verdachte op verschillende momenten in mijn richting keek en hoorde ik dat hij tegen mij zei:” Ik zoek je wel op vuile witte aap, wacht maar af. Jij bent nog niet af van mij. Als ik wil maak ik je zo dood jongen. Je komt er nog wel achter.” Of woorden van gelijke strekking. Door deze woorden voelde ik mij ernstig bedreigd. Dit gezien liet feit dat bij mij ambtshalve bekend is dat de verdachte zich veelvuldig schuldig heeft gemaakt aan geweldsmisdrijven.
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant], hoofdagent van de Regiopolitie Twente en [verbalisant], hoofdagent van de Regiopolitie Twente van 5 juli 2012, pagina 11, zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisanten: Op woensdag 4 juli 2012 waren wij, verbalisanten, [verbalisant] en [verbalisant], in herkenbaar politie-uniform gekleed. Tevens waren wij, verbalisanten, belast met de centrale-incidenten-behandeling en wij, verbalisanten, reden in een opvallend dienstvoertuig. Wij, verbalisanten, kregen omstreeks 23:20 uur, van de centralist van de meldkamer Twente, de melding om te gaan naar de [adres 4] te Enschede. Hier zou een man op de galerij schreeuwen en dingen kapot maken. Collega’s gaven door, via de mobilofoon, dat de man vermoedelijk [verdachte] zou kunnen zijn. Ambtshalve is het ons, verbalisanten, bekend, dat genoemde [verdachte] meerdere malen veel verzet heeft gepleegd tijdens diverse aanhoudingen. Ter plekke zagen wij, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant], dat twee collegae, genaamd [slachtoffer 2] en [verbalisant] via de hoofdingang het flatgebouw betraden. Ik, verbalisant [verbalisant], hoorde van buiten gestommel binnen. We zijn hierop ook het flatgebouw binnen gegaan. Op de galerij troffen wij, verbalisanten, genoemde collega’s. Wij, verbalisanten, zagen dat de collega’s de voor ons, verbalisanten, ambtshalve bekende [verdachte] wilden aanhouden. Wij, verbalisanten, zagen dat collega [slachtoffer 2] aan de linkerarm van [verdachte] een transportboei had aangelegd. Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] geen gehoor gaf aan de aanwijzingen welke hij van genoemde collega’s kreeg. Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte], zich in een andere richting bewoog als waar de collega’s hem trachten te bewegen. Hierop is door een andere collega, genaamd [verbalisant], een, volgens IBT aangeleerde nekklem aangelegd. Tijdens het aanleggen van de transportboeien hoorden wij, verbalisanten, dat [verdachte] zei “jongen, als ik je had willen vermoorden had ik dat al lang gedaan”, of woorden van gelijke strekking. Wij, verbalisanten, begrepen hieruit dat [verdachte] dit riep in de richting van collega [slachtoffer 2]. Dit omdat [verdachte] telkens in de richting van collega [slachtoffer 2] sprak. Tijdens het begeleiden van [verdachte] richting het dienstvoertuig hoorde ik, verbalisant [verbalisant], dat [verdachte] riep “ik kom je nog wel een keer tegen als je alleen bent” of woorden van gelijke strekking. Ik, verbalisant [verbalisant], hoorde en zag dat [verdachte] dit zei in de richting van collega [slachtoffer 2].