Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/770068-14 Datum vonnis: 27 januari 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats 1], wonende te [woonplaats]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 januari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Grooters en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De tenlastelegging aan de verdachte: zij op of omstreeks 16/17 mei 2014 te Hardenberg, opzettelijk een persoon, [naam tbs'er] geboren op [geboortedatum 2] 1984 te [geboorteplaats 2], die bij arrest van het Ressortsparket Amsterdam (prk.nr. 23-002431-02) schuldig is bevonden aan het misdrijf aanranding (meermalen gepleegd) alsmede diefstal in vereniging en poging tot aanranding, heeft verborgen, immers heeft verdachte die [naam tbs'er] voornoemd in haar, verdachtes woning, althans in de bed and breakfast behorende bij haar woning, onderdak verschaft, terwijl die [naam tbs'er] voornoemd zich had onttrokken aan zijn begeleider tijdens een begeleid verlof van de terbeschikkingschikkingstelling. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 4.1 Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte heeft [naam tbs'er], aan wie bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 17 december 2002 de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (ook wel genoemd: dwangverpleging) is opgelegd, een nacht lang verborgen gehouden in haar Bed and Breakfast achter haar woning. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [naam tbs'er] verborgen heeft gehouden en daarmee politie en/of justitie heeft belemmerd in de opsporing. Verdachte was niet op de hoogte van de vluchtplannen van [naam tbs'er]. Nadat [naam tbs'er] zich heeft onttrokken aan zijn begeleider heeft hij verdachte gebeld. Later die dag is [naam tbs'er] onverwacht bij de woning van verdachte opgedoken. Verdachte heeft [naam tbs'er] onderdak geboden om ervoor te zorgen dat hij niet verder zou vluchten en om hem ertoe te bewegen zelfstandig terug te keren naar Veldzicht. Ze had zich voorgenomen om, wanneer [naam tbs'er] niet zelfstandig zou terugkeren, de volgende dag zelf contact op te nemen met Veldzicht. 4.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank Op vrijdag 16 mei 2014 is de terbeschikkinggestelde [naam tbs'er], destijds verblijvende in TBS-kliniek Veldzicht te Balkbrug, tijdens begeleid verlof in het centrum van Hardenberg gevlucht. [naam tbs'er] heeft zich om 09.03 uur aan zijn begeleider onttrokken en is diezelfde dag omstreeks 18.00 uur bij de woning van verdachte aangekomen. Uit historische verkeersgegevens uit de telefoon van [naam tbs'er] is gebleken dat hij op 16 mei 2014 in de ochtend kort na zijn onttrekking veelvuldig contact heeft gehad met de telefoon van verdachte, die destijds zelf als therapeut werkzaam was in Veldzicht. Naar aanleiding van deze informatie zijn verbalisanten op zaterdag 17 mei 2014 omstreeks 14.00 uur naar de woning van verdachte, aan de [adres] te Hardenberg, gegaan. Verdachte heeft in gesprek met de verbalisanten in eerste instantie ieder contact met [naam tbs'er] ontkend, maar heeft uiteindelijk aan de verbalisanten verteld dat [naam tbs'er] zich op de bovenetage van haar – bij de woning gelegen - Bed and Breakfast bevond. [naam tbs'er] is daar aangetroffen. Verdachte heeft, zoals uit de voorliggende stukken blijkt en ook ter zitting door verdachte zelf is erkend, buiten werktijd intensief chatcontact met [naam tbs'er] gehad, via met name een speciaal daartoe door verdachte aangemaakte Facebookaccount en via een internetspel. Hoewel verdachte heeft ontkend een (seksuele) relatie met [naam tbs'er] te hebben onderhouden moet worden vastgesteld dat de correspondentie tussen beiden zeer persoonlijk van aard en op onderdelen seksueel getint is. Daarnaast zijn er berichten van de hand van [naam tbs'er] waarin deze lijkt te zinspelen op een vlucht uit de kliniek. Weliswaar roept deze correspondentie de nodige vragen op, doch naar het oordeel van de rechtbank kan er niet zonder meer uit worden opgemaakt dat verdachte vooraf op de hoogte was van een concreet plan van [naam tbs'er] om op 16 mei 2014 op de vlucht te slaan. Feit is wel dat verdachte [naam tbs'er], nadat hij zich had onttrokken aan zijn begeleider en dit telefonisch aan verdachte had gemeld, onderdak heeft geboden vanaf het moment dat hij zich op 16 mei 2014 bij haar woning meldde tot de volgende middag, toen de politie in het kader van het opsporingsonderzoek naar haar woning kwam. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door [naam tbs'er] aldus in haar bij haar woning gelegen Bed and Breakfast toe te laten en hem hier de nacht te laten doorbrengen zonder de kliniek dan wel de politie hierover in te lichten, kan worden verweten dat zij iemand die schuldig is bevonden aan een misdrijf heeft verborgen. Hoewel niet uit te sluiten valt dat verdachte, zoals zij zelf heeft verklaard, van plan was om, wanneer zij er niet in zou slagen [naam tbs'er] ertoe te bewegen terug te keren naar de kliniek, zelf de kliniek op de hoogte te stellen van de verblijfplaats van [naam tbs'er], moet worden vastgesteld dat verdachte zulks niet onverwijld heeft gedaan, hetgeen haar kan worden verweten. Verdachte was immers uit hoofde van haar functie bekend met het feit dat [naam tbs'er] in verband met ernstige zedenmisdrijven ter beschikking was gesteld met dwangverpleging. De rechtbank acht aldus het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De conclusie De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 16/17 mei 2014 te Hardenberg, opzettelijk een persoon, [naam tbs'er] geboren op [geboortedatum 2] 1984 te [geboorteplaats 2], die bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam (prk.nr. 23-002431-02) schuldig is bevonden aan het misdrijf aanranding (meermalen gepleegd) alsmede diefstal in vereniging en poging tot aanranding, heeft verborgen, immers heeft verdachte die [naam tbs'er] voornoemd in de bed and breakfast behorende bij haar woning, onderdak verschaft, terwijl die [naam tbs'er] voornoemd zich had onttrokken aan zijn begeleider tijdens een begeleid verlof van de terbeschikkingstelling. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 189 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 het misdrijf: opzettelijk iemand die schuldig is aan enig misdrijf, verbergen. 6De strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Zij heeft ter motivering van haar strafeis aangevoerd dat verdachte als medewerker van een TBS-kliniek verantwoordelijkheid draagt jegens de maatschappij, de kliniek en de slachtoffers van de terbeschikkinggestelde. Verdachte heeft met het verbergen van een terbeschikkinggestelde gehandeld in strijd met op haar rustende integriteitseisen. Er was bij [naam tbs'er] nog sprake van een stoornis en gevaar voor herhaling waardoor verdachte de maatschappij in gevaar heeft gebracht. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Mocht de rechtbank hem daarin niet volgen dan heeft hij verzocht om toepassing van artikel 9a Sr. Verdachte is na een dienstverband van bijna twintig jaar bij Veldzicht ontslagen. Zij is aldus al disciplinair gestraft, zodat strafoplegging geen meerwaarde heeft. Subsidiair verzoekt de raadsman een geldboete op te leggen. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verborgen houden van een persoon die ter beschikking was gesteld met dwangverpleging in verband met ernstige zedenmisdrijven. In de meest recente verlengingsbeslissing ten aanzien van de terbeschikkinggestelde [naam tbs'er] is vermeld dat de kans op (seksueel) gewelddadig gedrag bij onmiddellijke terugkeer in de maatschappij als groot wordt beoordeeld. Verdachte heeft als therapeut de terbeschikkinggestelde [naam tbs'er] onder haar verantwoordelijkheid gehad. Als medewerker dient zij te handelen conform het, aan de aard van de functie inherente en impliciet in haar gestelde vertrouwen prudent om te gaan met een behandelingsrelatie die in het kader van een dergelijk behandelingscontact ontstaat. Verdachte heeft evenwel gedurende geruime tijd niet-professioneel contact met [naam tbs'er] gehad dat in ieder geval zeer vertrouwelijk en naar zijn aard grensoverschrijdend was. Hoewel dit contact - dat tot haar schorsing en uiteindelijk haar ontslag heeft geleid - op zichzelf niet ter beoordeling aan de rechtbank voorligt, kan de rechtbank zich niet aan de indruk onttrekken dat het een belangrijke rol heeft gespeeld bij de beslissing van verdachte om [naam tbs'er] onderdak te bieden in haar woning. Verdachte had zich, op voorhand, als therapeut moeten realiseren dat het contact ongepast was en zich hiervan moeten distantiëren. Dit heeft zij niet gedaan maar zelf actief bijgedragen - onder andere door het aanmaken van een account speciaal om contact met [naam tbs'er] te kunnen onderhouden – aan het tot stand kunnen komen van een dergelijk contact en het in stand blijven hiervan, waarbij zij bovendien bekend was met het feit dat [naam tbs'er] bekend stond als manipulatief, met name ten aanzien van vrouwen. Het kan zo zijn dat verdachte, zo heeft zij verklaard, niet had verwacht en ook niet had gewild dat het contact er toe zou leiden dat [naam tbs'er] daadwerkelijk voor haar deur zou komen te staan en haar om hulp zou vragen. Echter, ook daarvan uitgaande heeft verdachte niet adequaat gehandeld door niet onverwijld de kliniek dan wel de politie in te lichten. Een ontsnapping van een persoon als de terbeschikkinggestelde roept in de samenleving gevoelens van onveiligheid en onrust op. Doordat verdachte niet onverwijld de kliniek dan wel de politie heeft geïnformeerd over het verblijf van [naam tbs'er] heeft zij bijgedragen aan een maatschappelijk onveilige situatie. Dat [naam tbs'er] binnen korte tijd kon worden gelokaliseerd en aangehouden is niet aan verdachte te danken. De rechtbank houdt rekening met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 24 september 2014 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest. Voorts houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit grote persoonlijke consequenties voor verdachte heeft gehad in die zin dat zij is ontslagen na een dienstverband van bijna 20 jaar en dat, zoals zij ter zitting heeft verklaard, haar relatie als gevolg van de gebeurtenissen is stukgelopen. De rechtbank is, alles in aanmerking nemende, van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van tachtig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.