Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummers: 08.760046.15, 07.038158.12 (tul) en 08.955105.15 Datum vonnis: 29 september 2015 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , nu verblijvende in de P.I. Overijssel, HvB Karelskamp Almelo te Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.A. Reah en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht. Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08.760046.15 en 08.955105.15 tegen de verdachte aangebrachte zaken. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is, na wijziging ter terechtzitting van 15 september 2015, tenlastegelegd dat: Parketnummer 08.760046.15 1. hij op of omstreeks 12 maart 2015, te Lutten, gemeente Hardenberg, [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] -2015) opzettelijk van het leven heeft beroofd, door, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek 1,50 milligram, in elk geval aanzienlijk hoger dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, althans terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, als bestuurder van een personenauto (Mercedes) te gaan rijden vanaf café [café] aldaar en vervolgens op de Dedemsvaartseweg-Noord (komende uit de richting van Lutten centrum en gaande in de richting van Dedemsvaart), niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer te letten en/of te blijven letten, en/of geen, althans onvoldoende rekening te houden met andere weggebruikers/voetgangers, en/of vervolgens op die Dedemsvaartseweg-Noord een aldaar aan de (gezien zijn, verdachtes, rijrichting) rechterkant van die weg deels op de (rode) voetgangers-/fietsstrook en deels op de oprit van de woning met huisnummer [huisnummer] lopende/stilstaande voetganger met kinderwagen (met daarin gelegen baby [slachtoffer 1] ), niet (tijdig) waar te nemen, en/of zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate te verminderen en/of aan te passen (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden), en/of (vervolgens) de voetganger en de kinderwagen met voornoemde [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes personenauto aan te rijden, door welke aanrijding de kinderwagen meters verderop in de berm terecht is gekomen en/of [slachtoffer 1] uit de kinderwagen werd geslingerd, ten gevolge waarvan deze is overleden; Althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, dat: hij op of omstreeks 12 maart 2015, te Lutten, in de gemeente Hardenberg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mercedes), daarmede rijdende over de weg, de Dedemsvaartseweg-Noord, komende uit de richting van Lutten centrum en gaande in de richting van Dedemsvaart, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij toen dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek 1,50 milligram, in elk geval aanzienlijk hoger dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, althans terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) geen, althans onvoldoende rekening heeft gehouden met andere weggebruikers/ voetgangers, en/of (daarbij) een aldaar aan de (gezien zijn, verdachtes, rijrichting) rechterkant van die weg deels op de (rode) voetgangers-/fietsstrook en deels op de oprit van de woning met huisnummer [huisnummer] lopende/stilstaande voetganger met kinderwagen, niet (tijdig) heeft waargenomen, en/of (vervolgens) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden), en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (vervolgens) aldaar aan de rechterkant van die weg is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die voetganger en de kinderwagen (met daarin gelegen baby [slachtoffer 1] ), door welke aanrijding de kinderwagen meters verderop in de berm terecht is gekomen en/of [slachtoffer 1] uit de kinderwagen werd geslingerd, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten baby [slachtoffer 1] werd gedood, terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; 2. hij op of omstreeks 12 maart 2015 te Lutten, gemeente Hardenberg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek 1,50 milligram, in elk geval aanzienlijk hoger dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, althans terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, als bestuurder van een personenauto (Mercedes) is gaan rijden vanaf café [café] aldaar en vervolgens op de Dedemsvaartseweg-Noord (komende uit de richting van Lutten centrum en gaande in de richting van Dedemsvaart), niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overig verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of geen, althans onvoldoende rekening heeft gehouden met andere weggebruikers/voetgangers, en/of vervolgens op die Dedemsvaartseweg-Noord een aldaar aan de (gezien zijn, verdachtes, rijrichting) rechterkant van die weg deels op de (rode) voetgangers-/fietsstrook en deels op de oprit van de woning met huisnummer [huisnummer] lopende/stilstaande voetganger met kinderwagen, niet (tijdig) heeft waargenomen, en/of zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden) en/of (vervolgens) de voetganger, voornoemde [slachtoffer 2] en de kinderwagen met zijn, verdachtes personenauto heeft aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, dat op of omstreeks 12 maart 2015 te Lutten, gemeente Hardenberg, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een hoofdwond en/of een gebroken middenhandsbeentje en/of een gebroken scheenbeen en/of gebroken middenvoetsbeentjes en/of een hersenschudding/kneuzing en/of meerdere schaafwonden in het gezicht en/of op het lichaam, heeft toegebracht door na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek 1,50 milligram, in elk geval aanzienlijk hoger dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, althans terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, als bestuurder van een personenauto (Mercedes) te gaan rijden vanaf café [café] aldaar en vervolgens op de Dedemsvaartseweg-Noord (komende uit de richting van Lutten centrum en gaande in de richting van Dedemsvaart) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het verkeer te letten en/of te blijven letten en/of geen, althans onvoldoende rekening te houden met andere weggebruikers/voetgangers en/of vervolgens op die Dedemsvaartseweg-Noord een aldaar aan de (gezien zijn, verdachtes, rijrichting) rechterkant van die weg deels op de (rode) voetgangers-/fietsstrook en deels op de oprit van de woning met huisnummer [huisnummer] lopende/stilstaande voetganger met kinderwagen, niet (tijdig) waar te nemen en/of zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate te verminderen en/of aan te passen (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden) en/of (vervolgens) de voetganger, voornoemde [slachtoffer 2] en de kinderwagen met zijn, verdachtes personenauto aan te rijden; Althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, meer subsidiair, dat hij op of omstreeks 12 maart 2015, te Lutten, in de gemeente Hardenberg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mercedes), daarmede rijdende over de weg, de Dedemsvaartseweg-Noord, komende uit de richting van Lutten centrum en gaande in de richting van Dedemsvaart, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij toen dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek 1,50 milligram, in elk geval aanzienlijk hoger dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, althans terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na het gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) geen, althans onvoldoende rekening heeft gehouden met andere weggebruikers/ voetgangers, en/of (daarbij) een aldaar aan de (gezien zijn, verdachtes, rijrichting) rechterkant van die weg deels op de (rode) voetgangers-/fietsstrook en deels op de oprit van de woning met huisnummer [huisnummer] lopende/stilstaande voetganger met kinderwagen, niet (tijdig) heeft waargenomen, en/of (vervolgens) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden) en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (vervolgens) aldaar aan de rechterkant van die weg is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die voetganger en de kinderwagen, door welke aanrijding de kinderwagen meters verderop in de berm terecht is gekomen en/of [slachtoffer 1] uit de kinderwagen werd geslingerd, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; Parketnummer 08.955105.15 hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden te Lutten, gemeente Hardenberg, op/aan de Dedemsvaartseweg-Noord aldaar, op of omstreeks 12 maart 2015 de voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ) letsel en/of schade was toegebracht; 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak. Overweging met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 08.955105.15. Onder bovengenoemd parketnummer wordt verdachte, zakelijk weergegeven, verweten dat hij is doorgereden na een ongeval dat plaatsvond op 12 maart 2015, omstreeks 19.35 uur. Verdachte heeft, onder meer ter terechtzitting van 15 september 2015, verklaard dat hij na het ongeval is doorgereden naar zijn woning. Blijkens de stukken heeft verdachte zich vervolgens op 12 maart 2015 omstreeks 22.42 uur bij de politie gemeld. De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op artikel 184 van de Wegenverkeerswet 1994, de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien verdachte zich binnen twaalf uren na het ongeval vrijwillig bij de politie heeft gemeld. Daartoe is, kortgezegd, aangevoerd dat verdachte - voordat hij als verdachte is aangehouden of verhoord - zich op advies van anderen vrijwillig heeft gemeld bij het politiebureau en dat hij op dat moment niet wist dat de politie hem zocht. De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft verklaard dat hij een klap hoorde toen hij over de Dedemsvaartseweg-Noord reed en dat hij op dat moment wist dat hij iets geraakt had. Vervolgens is hij naar zijn nabij gelegen huis gereden en heeft daar forse schade aan zijn auto geconstateerd. Hij heeft toen een borrel gedronken. Verdachte hoorde enige tijd later sirenes en zag zwaailichten en heeft zich toen naar eigen zeggen gerealiseerd dat er toch wel iets gebeurd moest zijn. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte op dat moment hebben geweten dat de politie een onderzoek was gestart naar de toedracht van het ongeval waarbij hij betrokken was geweest. Verdachte heeft echter, in plaats van de politie te bellen, op dat moment ervoor gekozen zijn broer te bellen en is met hem naar een vriend gereden, waar hij nog een flesje bier heeft gekregen. De rechtbank merkt op dat dit het onderzoek naar de toedracht van het ongeval heeft bemoeilijkt. Pas enige uren daarna heeft verdachte zich bij de politie gemeld. Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden is het feit dat verdachte zich uiteindelijk rond 22.30 uur heeft gemeld bij de politie naar het oordeel van de rechtbank de resultante geweest van een aantal van buitenaf komende omstandigheden die optraden nadat verdachte zich al, op het moment van de botsing, maar in elk geval op het moment dat hij thuiskwam en de schade aan zijn auto zag, van een aanrijding bewust moet zijn geweest. Van vrijwillige kennisgeving als bedoeld in artikel 184 van de Wegenverkeerswet 1994 is onder die omstandigheden geen sprake meer. Het verweer wordt daarom verworpen. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in de vervolging van dit feit. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie ook overigens ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gevorderd: - vrijspraak van het in de dagvaarding met parketnummer 08.760046.15 onder 1 primair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde; - veroordeling voor het in de dagvaarding met parketnummer 08.760046.15 onder 1 subsidiair, 2 meer subsidiair (telkens behoudens de tenlastegelegde roekeloosheid) en het in de dagvaarding met parketnummer 08.955105.15 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf jaren (beide met aftrek van de tijd die voorafgaand aan het vonnis reeds is opgelegd); - toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.038158.12 opgelegde straf; - verbeurdverklaring van de op de beslaglijst vermelde personenauto, merk Mercedes. De raadsman van verdachte heeft, zakelijk weergegeven, het volgende bepleit: - vrijspraak van het in de dagvaarding met parketnummer 08.760046.15 onder 1 primair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde; - veroordeling voor het in de dagvaarding met parketnummer 08.760046.15 onder 1 subsidiair, 2 meer subsidiair (telkens behoudens de tenlastegelegde roekeloosheid) ten laste gelegde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het grootste gedeelte reeds in voorarrest (thans durende ruim zes maanden), is doorgebracht en tot een maximale werkstraf. De raadsman heeft zich daarnaast gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.038158.12 opgelegde straf. Over de inbeslaggenomen personenauto heeft de verdediging zich niet uitgelaten. 4.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank Overweging met betrekking tot het in de dagvaarding met parketnummer 08.760046.15 ten laste gelegde. De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] om het leven is gekomen en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dit is beschreven in verschillende juridische varianten en tenlastegelegd als twee feiten, die zich lenen voor gezamenlijke bespreking. De rechtbank zal hierna overwegen welke feiten en omstandigheden zij van belang acht bij de beoordeling van de tenlastelegging en vervolgens welke juridische duiding daaraan moet worden gegeven. feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte is op 12 maart 2015 in café [café] geweest en heeft daar meerdere glazen rivella-jenever gedronken. Vervolgens is hij in zijn Mercedes in de richting van zijn huis gereden over de Dedemsvaartseweg-Noord. Omstreeks 19.35 uur is verdachte tegen de daar op rand van de fietsstrook en de oprit staande [slachtoffer 2] en een kinderwagen met daarin [slachtoffer 1] gebotst. De rechtbank leidt uit de verklaring van getuige [getuige 1] en de verklaring van verdachte ten overstaan van de politie op 14 maart 2015 af dat verdachte kort voorafgaand aan en ten tijde van het ongeval uiterst rechts van de weg, strak langs de rand van de berm en de fietsstrook, heeft gereden en dat hij niet is uitgeweken. Ten gevolge van het ongeval is [slachtoffer 1] overleden en heeft [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Op het moment van het ongeval was het ter plaatse helder en droog weer en het wegdek was droog. Het was schemerig, de straatverlichting was in werking en aan het normaal ingereden wegdek zijn tijdens het onderzoek geen bijzonderheden geconstateerd met betrekking tot het onderhoud van de weg. Bij verdachte is enige uren na het ongeval bloed afgenomen. Na een herberekening op basis van de verstreken tijd sinds het ongeval en de genuttigde alcohol na het ongeval, is komen vast te staan dat ten tijde van het ongeval het alcoholpromillage in verdachtes bloed minimaal 1,5 betrof. De rechtbank zal daarom bij haar beoordeling uitgaan van voornoemd promillage. Verdachte heeft verklaard dat hij, conform de ter plaatse geldende maximumsnelheid, 50 kilometer per uur heeft gereden ten tijde van het ongeval. Uit het dossier komt naar voren dat twee getuigen van het ongeval, [getuige 2] en [getuige 1] , de snelheid van de auto van verdachte hoger hebben ingeschat. Uit de betreffende verklaringen blijkt dat getuige [getuige 2] de snelheid van de auto heeft geschat kort nadat zij een zeer ernstig ongeval van dichtbij had waargenomen en dat getuige [getuige 1] in haar auto reed en de auto van verdachte zag rijden, terwijl zij hem van tegengestelde richting naderde. De algemene ervaring leert dat het onder voornoemde omstandigheden zeer moeilijk is om de snelheid van een auto juist in te kunnen schatten. De rechtbank acht deze schattingen daarom van onvoldoende gewicht om vast te kunnen stellen dat verdachte harder reed dan ter plaatse was toegestaan. Het moet er daarom naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat verdachte ten tijde van het ongeval 50 kilometer per uur reed. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij niemand had gezien en ineens een klap hoorde bij zijn rechterportier. Om te bepalen hoe het zicht was ten tijde van het ongeval is een reconstructie gehouden, waarbij drie verbalisanten zoveel mogelijk onder gelijke omstandigheden dezelfde route als verdachte hebben gereden. Bij deze reconstructie hebben alle drie de deelnemende verbalisanten – die niet wisten wat er tijdens de door hen te rijden route stond te gebeuren en niet op de hoogte waren gesteld omtrent de precieze gebeurtenissen ten tijde van de aanrijding - tijdig waargenomen dat er iemand (in de reconstructie: een pop) op de plaats van het ongeval stond en zij hebben vervolgens alle drie een aanrijding weten te vermijden. De rechtbank stelt op basis van deze resultaten vast dat bij oplettend rijgedrag een aanrijding vermijdbaar was geweest. Uit die vaststelling en de verklaring van verdachte dat hij niemand langs of op de weg heeft waargenomen, leidt de rechtbank af dat verdachte onvoldoende heeft opgelet om ander verkeer tijdig waar te nemen. Op grond van het voorgaande is - onder meer - vastgesteld dat verdachte ten tijde van het ongeval met 1,5 promille alcohol in zijn bloed, uiterst rechts - derhalve over de rode fietsstrook - over de Dedemsvaartseweg-Noord reed met 50 kilometer per uur, en dat hij daarbij onvoldoende heeft opgelet om ander verkeer tijdig waar te nemen. De rechtbank zal in het navolgende beoordelen hoe deze feiten juridisch moeten worden geduid. Opzet op de dood, respectievelijk zwaar lichamelijk letsel Onder 1 primair en 2 primair is doodslag, respectievelijk poging tot doodslag, tenlastegelegd. Voor een bewezenverklaring van deze feiten moet telkens komen vast te staan dat verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer. Bij opzettelijk handelen gaat het in de kern om gedrag waarbij een verdachte aan een bepaald gevolg heeft gedacht en dit ook heeft gewild. De rechtbank overweegt dat het op basis van het dossier niet aannemelijk is dat verdachte doelbewust is ingereden op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Van opzet in juridische zin kan voorts ook sprake zijn indien een verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een bepaald gevolg - in dit geval: de dood - intreedt, ook wel genoemd voorwaardelijk opzet op de dood. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het hierboven vastgestelde rijgedrag van verdachte onder de gegeven omstandigheden niet worden afgeleid dat hij de aanmerkelijke kans op een ongeval met dodelijke afloop bewust heeft aanvaard. Bij dat oordeel speelt onder meer een rol dat verdachte geen personen op of langs de weg heeft gezien. Hij meende kennelijk dat de weg vrij was en heeft, verkerend in die veronderstelling, uiterst rechts gereden, waarbij niet is vast komen te staan dat hij te hard heeft gereden. Dat verdachte met drank op achter het stuur zat maakt dit oordeel niet anders. De rechtbank overweegt dat hetzelfde geldt ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde, nu uit het rijgedrag van verdachte evenmin kan worden afgeleid dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op een ongeval waarbij [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De rechtbank zal daarom, conform het standpunt van de officier van justitie en de raadsman, verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Schuld Onder 1 subsidiair en 2 meer subsidiair is, kortgezegd, tenlastegelegd dat verdachte schuld heeft aan het ongeval, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is overleden en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Bij schuld gaat het in de kern om verwijtbaar onvoorzichtig gedrag, zonder dat de gevolgen daarvan zijn gewild. De schuld is in verschillende bewoordingen in de tenlastelegging opgenomen, variërend in zwaarte van roekeloos tot onachtzaam rijgedrag. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, moet in ieder geval komen vast te staan dat sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Volgens vaste jurisprudentie moeten daarbij worden gewogen het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.