Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer (P): 08/710086-14 Datum vonnis: 24 november 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats 1] , [adres 1] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 februari 2015 en 10 november
(4)maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; - omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd op door Reclassering Nederland nader te bepalen plaats, dagen en tijdstippen zal melden; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt ambulante begeleiding of behandeling door derden, ook als dat inhoudt het verlenen van medewerking aan diagnostiek en ook als dat inhoudt dat de veroordeelde zich moet laten behandelen bij de kliniek “De Tender” te Deventer of een soortgelijke instelling; draagt Reclassering Nederland op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 150 uren; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen; beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt; schadevergoeding bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats 2] aan de [adres 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats 2] aan de [adres 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. M.H. van der Lecq en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 november
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PLO5GH -
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. - Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] betreffende het verhoor van [slachtoffer 1] van 11 augustus 2014, pagina 52, 54 – 62,voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige: (Opmerking griffier: V = vraag A = antwoord) V: Nou, waar ben je precies voor gekomen? A: eh dat papa mij zo deed. V: dat papa jou zo deed. Vertel daar eens alles over hoe dat ging? A: eh dat papa mij in de nek greep. V: Want waar was dat, waar dat gebeurd is? A: in [woonplaats 1] V: en welke straat? A: [adres 1] V: en waar in de [adres 1] is dat? A: [adres 1] V: en wat is daar op nummer [adres 1] ? A: ons huis V: en waar in dat huis is dat gebeurd? A: in de woonkamer V: in de woonkamer. Waar in de woonkamer? A: eh, in de kamer. V: in de kamer. Kijk hier nou hebben we hier zo he, stel dat dit de woonkamer is, dan kun je zeggen, oh het is hier gebeurd aan tafel of het is daar op de bank gebeurd of op de stoel of ergens anders. Waar was het? A: in de speelhoek, bij het speelgoed V: bij het speelgoed? Hm. Ok?. Het was bij het speelgoed gebeurd. En wanneer is dat geweest? A: dat weet ik niet meer V: nee. Hoe vaak is zoiets gebeurd? A: ??n keer. V: ??n keer? A: ja. V: probeer mij eens precies te vertellen, hoe dat ging, toen jij in de woonkamer was, bij het speelgoed, dat papa zo bij jou deed, hoe dat begon. A: in de nek grijpen V: aan welke kant? A: hier V: ja. Dus aan de voorkant. Toen greep hij in de nek, he? Wie waren er nog meer in de woonkamer? A: mijn hond, en mijn broertje V: en je broertje was er ook? A: ja V: en hoe heet jouw broertje? A: [slachtoffer 2] V: en waar was jouw broertje toen? A: ook in de speelhoek V: met welke hand deed papa dat dan? A: met rechts V: wat is de rechter hand dan? Met welke hand? V: En toen, hoe voelde dat? Toen papa dat deed. A: eh heel zeer V: heel zeer? Hoe kwam dat? A: uit het niets V: nee en [slachtoffer 2] he? Die zat erbij zeg je. Heeft er iemand nog iets gezegd toen dit gebeurde? A: [slachtoffer 2] zei, je maakt [slachtoffer 1] nog dood V: dat zei hij? Hoe weet je dat? A: dat ik dat hoorde V: je hebt niet op de klok gekeken maar misschien weet je of het nog donker was of al licht of anders A: licht V: Zijn er, heeft papa jou wel eens vaker pijn gedaan? Heeft jou wel vaker pijn gedaan, en wat voor dingen waren dat dan? A: schoppen, heel hard in de rug V: heel hard in de rug schoppen? A: ja V: en wat nog meer? A: slaan. V: waar dan? A: weet ik niet, eh, en aan de oren trekken, aan de haren. V: hoe kon jou, waar was je toen papa jou schopte? A: in de woonkamer, toen hadden wij eh, papa zat aan het bellen en toen kwam, toen ging papa eh schoppen en toen ging die mij naar boven sturen. V: papa was aan het bellen. Maar was dat dan toen jullie nog Spangas aan het kijken of daarna of daarvoor A: Spangas kijken V: waar was papa toen die aan het bellen was? A: in de woonkamer op de bank V: ok? dus hij deed dat onder het televisie kijken, begrijp ik dat goed? Maar hoe kan hij jou schoppen als jij naast hem op de bank zit? A: dat hij mij wegstuurde, toen ging hij mij schoppen V: ok? hij stuurde jou weg, en waar stuurde hij jou naartoe zei je? A: naar mijn kamer V: naar jouw kamer. Waar heeft papa jou geraakt, kun je dat aanwijzen op je rug? A: her V: En hoe kon papa daar komen, stond hij hier, of stond hij hier, of stond die achter jou of aan die kant? A: achter mij V: achter jou? En waar schopte die mee? A: met zijn voet V: met zijn voet van welk been? A: dat weet ik niet V: en wat gebeurde er toen, toen hij jou schopte in je rug? Hoe voelde dat? A: niet fijn V: je zei hij schopte heel hard. Hoe weet je dat het heel hard was? Waaraan merkte je dat het heel hard was? A: dat kan ik voelen V: en heeft er nog iemand iets gezegd toen dit gebeurde? En waar was [slachtoffer 2] toen jij, toen papa jou schopte? A: ook in de woonkamer V: ook in de woonkamer dus die heeft dat gezien? Hm. Aan de oren trekken hoe vaak doet papa dat? A: weet ik niet V: en aan de haren? A: weet ik niet V: nee. Bij wie doet papa dit soort dingen? A: bij mij en mijn broertje V: ook bij jouw broertje. En wat heb je dan gezien dat papa bij jouw broertje doet? A: dat weet ik niet V: dat weet je niet? Hoe weet je dan dat papa dat ook bij jouw broertje doet? A: dat heb ik gezien V: dat heb je gezien. Vertel mij eens ??n dingetje wat jij nog weet wat je hebt gezien dat papa bij jouw broertje deed. A: eh, ook zo V: ook zo? Jij doet met de hand zo bij jouw keel. Ook zo. Dat heb jij gezien? A: ja V: en waar is dat gebeurd? A: wel in ons huis V: wel in jullie huis. Hm. A: ik was er toen niet bij V: ok? maar ik vroeg wat je gezien had he, het is dus wel in ons huis gebeurd maar niet gezien. Hoe weet je dan dat papa dit gedaan heeft? A: had mijn broertje mij verteld. En [slachtoffer 2] heb het ook aan mama verteld V: ok?. Wat is het allerlaatste gebeurd bij papa? A: dat (keel grijpen) V: dat was het allerlaatste. En aan wie heb jij verteld dat het gebeurd is? A: aan de politie V: en aan wie heb jij het allereerste verteld dat dat gebeurd is? A: aan mama en aan opa V: aan mama en opa, want je was bij, je was bij papa begrijp ik dat het gebeurd is. En wanneer vertelde je het dan aan mama op welke dag? A: dezelfde dag toen ging mama ons ophalen V: het was dezelfde dag gebeurd als dat mama jullie kwam ophalen, ok? V: He, soms he, als iemand je pijn doet dan kun je er niks van zien, maar soms wel. Heb jij wel eens gehad dat er iets te zien was? A: papa zo deed (bij de keel) V: wat kon je zien dan? A: ikke niet, dat kon de dokter zien en mama en opa en [slachtoffer 2] . Hier was alle maal blauwe plekken. V: daar waren blauwe plekken? A: en bij [slachtoffer 2] ook V: en je zegt de dokter, wanneer was je bij de dokter dan? A: toen mama dat zag toen had mama de dokter gebeld V: ok?. En welke dokter was dat? A: dokter Blom maar dan een mevrouw V: nee. En eh, hoe was jij toen papa jou bij de keel greep? A: weet ik niet V: nee. En wat voelde je toen? A: pijn. V: pijn. Voelde je nog andere dingen? Nee. En hoe zat het met jouw ademhaling? A: ik kan niet ademhalen. V: je kon niet ademhalen? Hoe kon dat dan? A: dat papa mij heel strak deed V: nee. En eh, was dat heel even dat je niet kon ademhalen of wat langer of heel lang of anders? A: even V: Had jij wel eens eerder wat tegen anderen verteld over dat papa jou pijn deed? A: hm V: aan wie? A: aan mama en aan opa V: hm. En aan opa. En eh, wat had je al eerder verteld aan mama en opa? A: dat papa mij zeer deed V: en heb je op school wel eens iets aan ie mand verteld? Aan wie dan? A: aan de directeur en aan de juffrouws V: en wie zijn jouw juffrouws? A: juffrouw [lerares 1] en juffrouw [lerares 2] . V: en wat heb je aan hun verteld? A: dat papa mij zeer deed - Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , betreffende het verhoor van [slachtoffer 2] van 11 augustus 2014, pagina 39 – 46,voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige: (Opmerking griffier: V = vraag A = antwoord) V: he [slachtoffer 2] , waar over kom jij hier vertellen? A: eh over papa V: over papa, en wat kom jij over papa vertellen? A: als die ons zeer heb gedaan V: dat hij ons zeer heb gedaan. Vertel daar eens alles over A: eh, als hij ons soms wel eens slaat en schopt. A: en wel een keer eh, geduwd. V: ok? dan ga ik eerst eens beginnen bij jou, dat papa jou zeer heeft gedaan, hoe vaak heeft papa jou zeer gedaan? A: bijna elke dag V: bijna elke dag. Nou vertel daar eens over A: eh, soms wel een keer geschopt V: hm A: geslaat, geduwd, en een keer eh, voor de billen geschopt en oren getrokken, V: hm ok?. En wat vond je ervan dat hij dat deed? A: niet leuk V: niet leuk en waarom vond je dat niet leuk? A: want dat deed best wel zeer V: ja? En waar deed het zeer dan? A: dat hij dat ik heb gedaan V: maar waar had je dan pijn? Waar deed het zeer? A: eh.. V: dan wijs je op je arm en hoe kwam het dan dat het daar zeer deed? A: papa had een keer daar heel hard gegrepen V: heel hard gegrepen? Ja? En waarom doet hij dat dan? A: dat weet ik niet V: dat weet je niet, nee. En waar had je nog meer zeer? A: ook een keer hier V: nou moet ik even zien waar jij wijst hoor, dat kan ik niet zien, dat zit onder de tafel. Nou wijs je op je rechter onderbeen, aan de binnenkant. En waarom deed het daar zeer? A: hij hebt daar een keer geschopt V: en waarmee schopte hij dan? A: eh met de sokken V: met de sokken, hm, en waar zitten die sokken dan aan? A: aan de voeten V: ok?, en hoe vaak schopte die daar dan? A: ??n keer V: ??n keer. Ok?. Hm. En hij heeft jou hier geknepen zeg je he? En je hebt ook gezegd dat hij wel eens slaat. Waar slaat hij dan? A: soms wel hier. V: ja en waar slaat hij dan mee? A: wat is slaat mee? V: wat zeg je? A: wat is slaat mee? V: waar slaat hij mee? Slaat hij met zijn neus of met zijn eh, met zijn voet, of met zijn hand, of wat anders? A: hand V: met zijn hand? En hoe is die hand dan als die jou slaat? Zo? Dan laat jij zo een vlakke hand zien he? Ja. En hoe vaak slaat hij jou dan? A: eh, hij heb mij tien keer geslaan. V: hm. Maar als die jou, je hebt toen straks verteld, hij sloeg jou wel bijna elke dag he? Maar als die jou slaat op ??n dag, hoe vaak slaat hij jou dan op ??n dag? A: ??n keer V: Nou, he je hebt nou verteld dat papa jou een keer geschopt heeft en dat hij jou gesla gen heeft, dat hij jou geduwd heeft, heb je ook verteld. Vertel daar eens over dan, hoe gaat dat dan? A: ook een keer ehm, toen hadden wij eh, toen ging die, ging die, toen gingen wij eh, 's avonds bij elkaar in bed, bij papa in bed en toen gingen wij op de grond dekbed leggen in de gang want daar is een hele zachte grond en dan gingen ehm, toen ging papa, toen was papa wakker want wij moesten plassen, gingen wij per ongeluk doortrekken, toen had papa dat gehoord, had papa dat gezien, toen moesten wij dat opruimen, toen zei papa snel, toen ging die ons een beetje duwen. V: een beetje duwen. En waar ging die een beetje duwen dan? A: eh, toen wij met elkaar gingen grapjes maken en toen gingen wij niet opschieten, wouden wij niet opruimen V: ja maar waar ging die een beetje duwen dan? Bij wie? A: bij [slachtoffer 1] en bij mij V: en hoe deed die dat? A: de rug, V: en dan weet je het niet meer. En wat vond je ervan, van dat duwen? A: niet leuk V: en waarom niet? A: want hij duwde best wel hard V: hij duwde wel hard. En hoe weet je dat, dat hij best wel hard duwde? A: want die ging bijna struikelen V: En je hebt verteld dat hij ook wel eens voor je billen geschopt heeft. En waar schopt hij dan mee voor je billen? A: sokken V: met zijn sokken, hm. En hoe schopte je dan voor de billen? A: met de voeten V: met de voeten en is dat ??n keer of 5 keer of minder? A: ??n, ??n V: of wat anders, ??n keer? Hm en wat voel jij dan als hij dat doet? A: het doet zeer V: ja? Waar doet het dan zeer? A: eh hier, en toen weet ik het niet meer V: en toen weet je het niet meer. En je bent wel eens aan de oren getrokken. Hoe doet hij dat dan? A: met de handen V: met de handen. Doet hij dat aan ??n oor of aan twee oren? A: ??n V: aan ??n. En wat doet hij dan precies? A: zo. V: en dan? A: dan weet ik het niet meer V: en waarom doet hij dat dan? A: dan gaan wij niet goed luiste ren V: gaan wij niet goed luisteren, ok? ja. Wat is de allerlaatste keer dat papa dat soort dingen bij jou gedaan heeft? Wanneer was dat? A: eh, dat was, als wij bij opa waren V: als wij bij opa waren A: als we daar naartoe gingen en blijven slapen V: en wanneer was dat, weet je dat nog? A: als papa in de gevangenis ging en dan een stukje later, toen dagen later. V: nou snap ik het even niet hoor. Weet je nog wat ik vroeg? Wanneer was de allerlaatste keer dat papa jou of geschopt heeft of geslagen heeft of geduwd heeft, voor de billen geschopt heeft of aan de oren getrokken heeft, wanneer was de allerlaatste keer dat dat soort dingen gebeurden? A: dat was eh, als wij naar opa gingen V: als jullie naar opa gingen A: als wij daar bleven slapen V: ok?. Goed. En is dat lang geleden of is dat kort geleden? A: kort V: nee? En eh, je hebt verteld, hij heeft ons zeer gedaan. Hij heeft ook [slachtoffer 1] zeer gedaan en mama zeer gedaan he? Ja. Eh, wat weet jij dat hij bij [slachtoffer 1] zeer gedaan heeft? A: net als mij V: net als jou, en hoe weet je dat? A: dat heb ik wel gezien V: ok?. En deed papa dat dan hetzelfde als bij jou of A: hetzelfde V: of harder of zachter of anders? A: ietsjes harder V: ietsjes harder, hoe weet je dat? A: [slachtoffer 1] moet dan wel harder huilen dan bij mij V: ok?. Hm. En wat is de allerlaatste keer bij [slachtoffer 1] geweest? A: als hij ook naar opa gingen V: en was dat dan op dezelfde dag van jou A: zelfde V: of de dag ervoor of twee dagen ervoor, de zelfde dag? En wat is er toen met jullie gebeurd? A: toen gingen wij even bij opa slapen V: ja en wat was er toen met papa gebeurd dan? A: hebben ze hem opgepakt, deze politie had papa gezegd, tegen de politie Borne V: ja en wat vind jij daarvan? A: eh, ik weet niet. V: dat weet je niet? Nee? En toen je bij opa ging slapen he, wat was daarvoor met papa gebeurd dan, bij jou? A: eh, weet ik niet V: en bij [slachtoffer 1] dan? A: weet ik ook niet V: nee? Wat vond jij nou de aller ergste keer dat papa bij jou deed? A: eh slaan V: het slaan? Ja? En waar slaan? Dat vond je de aller ergste keer ja? Weet je nog wanneer die keer was? A: nee V: nee? En wat vond je de aller ergste keer bij [slachtoffer 1] dan? A: ook slaan hier. V: wat was er toen bij papa thuis gebeurd dan? A: ehm, dat weet ik niet. Weet ik niet. Toen waren we bij opa. V: maar waarom moest papa toen naar de gevangenis dan? A: hij had zo gedaan V: zo gedaan? Oh en wat bedoel je daarmee, hoe noem je dat als ie mand zo doet? A: killen V: killen? Oh. En bij wie heeft hij dat gedaan? A: bij [slachtoffer 1] en bij mij V: bij [slachtoffer 1] en bij jou? Nou vertel eens eerst over jou. A: eh als ik naar bed ging en toen wou ik niet naar bed. En toen moest ik toch naar bed. V: ja? A: toen ging mijn papa duwen, en toen ging ik meelopen en toen eh, en toen weet ik het niet meer. V: ja maar ik vind het wel belangrijk om het hele maal precies te weten hoe het ging. Want je had het toen straks over killen, en toen deed je zo, en nou had je het over van naar bed, je wilde niet naar bed en toen ging die jou duwen en meelopen en toen? Ik wil precies weten hoe dat gegaan is. A: en toen gingen we tandenpoetsen en toen wou ik bij papa in bed maar dat mocht niet, ik ging bij papa in bed liggen, en toen wou papa mij eruit halen maar ik wou niet dus papa die duwde mij eruit en toen eh, moest ik huilen en toen zei papa, toen ging papa zo doen en toen deed hij dat ook bij [slachtoffer 1] en toen zei papa, de ramen staan open. En dat zei die ook met [slachtoffer 1] V: hm, maar ik wil het nou nog even hebben over bij jou doen, dat killen. Hoe waren zijn handen precies? Kun je dat voordoen bij jezelf hoe papa's handen precies waren? Laat maar zien bij jezelf dat killen. Zo. En dan heb jij zo de duimen hier onder jouw kin en dan alle vingers naar achteren. En wat deed hij dan? A: eh hij deed zo en toen zei die, de ramen staan open V: hm maar wat voel jij dan als papa dit doet? A: dan voel je dat gewoon hier V: en wat voel je dan? A: druk V: druk. Ja? En hoe gaat het dan met je adem2 A: ehm, dat gaat wel goed V: dat ging wel goed? En hoe lang deed papa dat dan? A: zo. En toen los V: en hoe lang duurde het dat papa dit deed? A: tien tellen V: hoe weet je dat? A: ik ging tellen V: jij ging tellen, ok?. En toen papa dit deed he, zei papa toen nog wat? A: ja V: wat dan? A: de ramen staan open V: en waarom zei papa dat dan? A: omdat ik ging huilen V: omdat je ging huilen A: en toen was het al heel erg laat want het was vrijdag en dan mogen we altijd ietst later opblijven en toen waren alle kindjes al naar bed V: en toen, toen papa jou gekild had, wat toen? A: toen gingen wij naar bed en toen kwam papa eventjes bij jou en toen niet meer. V: eventjes bij je liggen en toen niet meer. Hm. En wanneer heeft hij dat dan bij [naam 2] , ik zeg het altijd, ik zeg zijn naam verkeerd. A: [slachtoffer 1] V: [slachtoffer 1] en ik zeg [naam 2] . Dom he? Wanneer heeft hij dat bij [slachtoffer 1] gedaan? A: dezelfde dag V: dezelfde dag? A: dan 's middags en bij mij 's avonds V: ok? en hoe ging dat bij [slachtoffer 1] dan? A: precies dezelfde V: en waarom deed papa dat dan bij [slachtoffer 1] ? A: [slachtoffer 1] die ging niet luisteren A: en toen ging die daar staan bij [slachtoffer 1] en toen had hij dat gedaan V: toen ging hij staan bij [slachtoffer 1] en toen had hij dat gedaan. Maar waar waren jullie dan toen dat gebeurde? A: bij papa in huis V: ja en in welke kamer van het huis? A: eh de woonkamer V: hm. En ik probeer jou even na te vertellen, jullie waren goede tijden aan het kijken en papa die wou dat [slachtoffer 1] stil was want die wou dat luisteren en wat deed [slachtoffer 1] dan? A: die maakte grapjes met mij en toen gingen wij heel hard lachen V: ja en toen? A: en papa had daar last van, van [slachtoffer 1] , als die zo hard had gelachen V: ja en toen? A: en toen, [slachtoffer 1] zei ook grapjes over papa. Dat wou papa niet V: maar hij wou dat hij zijn mond hield en dat deed hij niet en toen? A: en toen had papa bij keel gegrepen en toen moest [slachtoffer 1] naar bed V: hm en hoe greep hij [slachtoffer 1] bij de keel dan? A: net als mij V: net als bij jou. En zei papa daar nog wat bij? A: ja de ramen staan open V: ok?. De ramen staan open. En heb jij nog wat gezegd? A: ehm, nee. En toen moest ik naar bed. V: wie heeft het verteld aan mam dan? A: [slachtoffer 1] V: [slachtoffer 1] ? Ja? He en eh, nou heb ik ook gehoord dat jij en [slachtoffer 1] bij de dokter zijn geweest, klopt dat? A: ja V: en waarom was dat? A: blauwe plekken te kijken V: en waar waren die blauwe plekken dan? A: hier bij mij, nee bij [slachtoffer 1] hier en bij mij hier. Nou zijn die blauwe plekken weg denk ik V: ok?. En eh, heb je wel eens vaker blauwe plekken daarvan gehad? A: ja V: waar dan? A: soms wel hier, soms wel, moet ik even nadenken, SOMB wel eens hier. En soms wel aan mijn rug en soms wel op mijn been. V: en hoe komt dat dan? A: toen had papa ons zeer gedaan. - De medische verklaring betreffende [slachtoffer 1] , opgemaakt op 13 juni 2014 door J.H.A. Teeuw-Schaap, waarnemer voor G.J. Blom, huisarts te Wierden, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Heden zag ik op de praktijk de kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Objectief onderzoek (d.d. 13-6-2014 om 1500 uur) - bij [slachtoffer 1] (geb [geboortedag] -2006) - momenteel links onderin de hals een haematoom - rechts onderin de nek wat gezwollen en diffuus iets blauw (hematoom) - rechts onder de kin rode streep - nek achter oppervl litteken rood (ouder letsel) - Het proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 17 juni 2014, pagina 20, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige: De laatste tijd, ongeveer 3 a 4 maanden, hoorde ik vaak van de jongens dat "papa is vaak boos", "papa is bijna altijd kwaad" en dat papa hen wel eens pijn deed door aan de haren te trekken en ook wel eens een schop gaf. Ik heb niet eerder gehoord dat ze bij de keel waren gepakt door papa, want dan had ik het wel opgepakt. Ongeveer drie weken geleden kwam [moeder] met de jongens bij mij en vertelde dat [slachtoffer 1] had gezegd dat papa hem in de rug had getrapt en dat hij daardoor niet had kunnen fietsen. Dit zou dan ongeveer 3 a 4 dagen geleden zijn gebeurd. Bij [slachtoffer 1] heb ik, denk ik 2 a 3 maanden geleden, striemen in zijn nek gezien. - Het proces-verbaal van verhoor van getuige [lerares 1] van 24 juni 2014, pagina 22 en 23, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige: Ik ben leerkracht op school " [school] " aan [adres 3] in [plaats] . Ik geef les in groep 3/
- In mijn klas zit [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zit sinds groep 2 bij ons op school. Toen [slachtoffer 1] bij ons in de klas kwam wist ik wat van zijn persoonlijke geschiedenis. [slachtoffer 1] heeft mij wel eens verteld dat zijn vader hem wel eens knijpt, schopt en aan zijn haren trekt. Ik heb hem eens gevraagd hoe vaak zijn vader dat doet. [slachtoffer 1] zegt dan:' wel elke week.' Ik heb niet overdreven veel blauwe plekken gezien bij [slachtoffer 1] . Hij heeft ze wel eens. Ik denk dat [slachtoffer 1] vier a vijf keer heeft gezegd dat zijn vader hem schopt, knijpt en aan de haren trekt. Aan het begin van het schooljaar had hij het er eigenlijk nooit over. Maar toen was het AMK nog in beeld. Ik denk dat het sinds januari 2014 slechter gaat. Vanaf toen was het AMK uit beeld. - Het proces-verbaal van verhoor van getuige [lerares 2] van 24 juni 2014, pagina 26, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige: Ik ben een van de leraressen van [slachtoffer 1] . Ik ben werkzaam op de " [school] " aan de [adres 3] te [plaats] . Dit is een speciaal basisonderwijs. Ik weet niet precies wanneer, maar op een gegeven kwam [slachtoffer 1] met "papa knijpt mij wel eens" of "papa schopt mij tegen mijn billen of rug" of "papa trekt mij aan mijn haren". Ik hoorde [slachtoffer 1] ook vertellen dat hij dan niet mocht huilen of gillen, als hij geslagen werd, want dan horen de buren het. Ik heb [slachtoffer 1] op de donderdag, nadat zijn vader was aangehouden, gesproken. [slachtoffer 1] vertelde dat hij bij zijn vader thuis met de Lego aan het spelen was en dat zijn vader uit het niets hem bij zijn keel had gepakt. [slachtoffer 1] vertelde dat hij een minuut lang geen lucht had gekregen, omdat zijn vader zijn keel dichtkneep.