RECHTBANK Overijssel Sector Kanton Enschede Parketnummer : 96/280760-14 Volgnummer : 37 Uitspraak : 23 november 2015 De kantonrechter te Enschede heeft het volgende schriftelijk vonnis gewezen in de strafzaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] wonende aan de [adres] , De kantonrechter te Enschede; gezien de in het strafdossier aanwezige stukken; gelet op het onderzoek ter openbare terechtzitting van 9 november 2015 gehoord de officier van justitie in zijn vordering; gelet op hetgeen door de verdachte ter verdediging is aangevoerd; Overweegt: Verdachte heeft een strafbeschikking gedateerd 7 april 2014 gekregen van € 140 vermeerderd met € 7 administratiekosten voor een gedraging die in de strafbeschikking is aangeduid als: als eigenaar of houder van een hond er niet voor zorgen dat deze hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op; een andere (dan) door het College aangewezen plaats. Daartegen heeft verdachte tijdig verzet ingediend. Volgens de oproeping als bedoeld in artikel 257f, derde lid, Wetboek van Strafvordering is haar ten laste gelegd dat hij, op of omstreeks 20 maart 2014, te Hengelo, als eigenaar of houder van een hond er niet voor heeft gezorgd dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdeed op een andere dan door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats, te weten op een gazon aan het Largohof; (Artikel 2:58 lid 1 sub c Algemene Plaatselijke Verordening Hengelo 2014) Het proces-verbaal vermeldt als locatie: Largohof binnen een als zodanig aangeduide bebouwde kom., een weg zijnde een voor het openbaar verkeer openstaande weg. De verbalisant verklaart: “Ik zag op bovengenoemde locatie een hond poepte op een ander dan door het College aangewezen plaats, namelijk een voetpad tussen de Schubertstraat en de Largohof op het gazon en dat de verdachte de uitwerpselen niet opruimde.” Verdachte heeft in zijn verzetschrift gesteld “Ik ONTKEN stellig dat mijn hond zijn behoefte heeft gedaan. Ik ben dan ook geenszins van plan deze boete te voldoen, en zou dit graag voor laten komen in de rechtbank.” Ter zitting heeft verdachte dit verweer herhaald en nader toegelicht. De kantonrechter heeft er ter zitting op gewezen dat artikel 2.58 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hengelo 2014 als volgt luidt. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.