Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer (P): 08/770091-15 Datum vonnis: 15 december 2015 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Afghanistan), wonende te [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 1 december
(57)dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De proeftijd wordt vastgesteld op twee jaar. Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke straf als een meldplicht bij de reclassering verbinden en, de verplichting om aan de geadviseerde gedragsinterventie mee te werken. 9De schade van benadeelden 9.1 De vordering van de benadeelde partij Ten aanzien van feit 4 [slachtoffer 6] , wonende te [adres 1] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.312,
- Deze schade bestaat uit de volgende posten: materiële schade van € 312,24; immateriële schade van € 1.000,-. Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen. Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade geheel toewijzen. De gevorderde immateriële schade zal de rechtbank toewijzen tot een bedrag van € 300,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de schadepost immateriële schade voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Ten aanzien van feit 6 [slachtoffer 8] , wonende te [adres 2] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 146,40 (materiële schade). Ter zitting heeft de benadeelde partij vordering aangevuld en immateriële schade gevorderd voor een bedrag van € 300,- Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onvoldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade geheel toewijzen. De gevorderde immateriële schade zal de rechtbank toewijzen tot een bedrag van € 200,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de schadepost immateriële schade voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering wat betreft dat deel in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Ten aanzien van feit 3 [slachtoffer 5] , wonende te [adres 3] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.075,
- Deze schade bestaat uit de volgende posten: materiële schade van € 575,52; immateriële schade van € 500,-. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken. 9.2 De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4 en 6 is toegebracht. 10De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr. 11De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 3, feit 4 primair, feit 5 en feit 6 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair en feit 6 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair en feit 6 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1 het misdrijf: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; feit 2 het misdrijf: Mishandeling; feit 4 subsidiair het misdrijf: Mishandeling; feit 6 subsidiair het misdrijf: Mishandeling. - verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair en feit 6 subsidiair bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van honderdzevenenveertig dagen
(57)dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; - omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet melden bij de reclassering zo frequent en zolang als de reclassering nodig acht en zich zal houden aan de aanwijzingen en afspraken met de reclassering ook als dit inhoudt dat er na nader onderzoek blijkt dat een ambulante (verslavings)behandeling is geïndiceerd; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal deelnemen aan de gedragsinterventie GI-GGZ Alcohol en geweld, aangeboden door de GGZ reclassering, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde gegeven zullen worden; draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 uren; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van € 612,24; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 subsidiair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 612,24 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 12 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] , voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van een bedrag van € 346,40; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 6 subsidiair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 346,40 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] , voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] , niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 december
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District IJsselland met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Feit 1
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , van 6 mei 2015, pagina 140 t/m 142, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015, was ik in functie werkzaam als beveiliger in dienst van [bedrijf] op het festivalterrein Dance for Liberation, gehouden aan de Rieteweg in Zwolle bij de IJsselhallen. (…) [slachtoffer 1] zag op de rug van de jongen een New York teken van het vrijheidsbeeld staan. Aan de hand van zijn shirt herkenden wij dat het om dezelfde persoon ging die kennelijk eerder van het terrein was afgezet en van wie de gegevens genoteerd was. Ik zag dat hij de krassen nog in zijn nek had staan van het eerdere incident in de middag. (…) Deze persoon hebben wij vervolgens weer het terrein afgezet, maar bij de uitgang begon hij tegen te stribbelen. (…) Ik hoorde dat deze jongen verbaal wat gewelddadiger werd. (…) Nabij de uitgang van het festivalterrein hoorde ik de jongen roepen: “Ik pak jullie allemaal”. Ik hoorde hem tegen [slachtoffer 3] zeggen: “Jij gaat als eerste”. (…) Ik zag dat hij naar zijn shirt greep. (…) Ik zag dat de persoon zijn hand op zijn rug deed. Ik zag dat hij vervolgens zijn rechterhand tussen zijn benen hield in de vorm van een pistool en vervolgens met zijn linkerhand een beweging maakte over zijn rechterhand alsof hij een pistool laadde. Hij zei toen weer tegen [slachtoffer 3] : “Jij gaat er als eerste aan”. (…) Op het moment dat hij riep dat hij ons zou pakken en ook de beweging maakte van een pistool laden keek hij mij ook aan. Ik had zeker het gevoel dat hij zijn bedreiging uit zou kunnen voeren. (…).”
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , van 6 mei 2015, pagina 143 t/m 145, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015, was ik werkzaam in de beveiliging op het festivalterrein Dance for Liberation, gehouden op het terrein van de IJsselhallen, gelegen aan de Rieteweg in Zwolle. (…) Ik zag dat deze jongen een wit T-Shirt droeg met een New York teken erop en zag dat hij krassen had aan de linkerkant van zijn nek. (…) Bij het schouwen/observeren trof ik deze man weer aan bij bar
- (…) Na gegevens van hem te hebben is hij verzocht zich te verwijderen van het terrein. Hierop werd hij verbaal gewelddadig en zei hij dat hij onze gegevens wilde hebben. (…) Bij de weg, buiten de slagboom draaide hij zich om en kwam hij terug. Ik hoorde hem roepen: “Ik pak jullie allemaal”. Ik zag dat hij met zijn rechterarm in zijn broek ging achter zijn rug en zodoende dreigde iets uit zijn broek te halen. Hij had zijn linkerhand gestrekt naar voren. Om zijn woorden kracht bij te zetten haalde hij zijn hand snel uit zijn broek en met zijn linkerhand deed hij alsof hij een pistool laadde. Hij zei meerdere keren dat hij ons zou pakken en wees naar [slachtoffer 3] en riep daarbij hem als eerste te pakken. (…) Ik voelde mij door zijn woorden en houding daadwerkelijk bedreigd. Hij keek ons alle drie aan. Ik vond hem ertoe in staat om zijn woorden tot uitvoer te brengen. (…).”
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , van 11 mei 2015, pagina 146 t/m 149, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op 5 mei 2015 was ik, [slachtoffer 3] (…) te Zwolle aan het werk als beveiliger voor [bedrijf] op het parkeerterrein van de IJsselhallen te Zwolle aan de Rieteweg. (…) Omstreeks 22.30 zagen mijn collega’s [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en ik een man waarvan wij het vermoeden hadden dat deze al eerder door ons de toegang tot het evenemententerrein was ontzegd. Mijn collega [slachtoffer 1] zei hiertoe dat: “Als er New York op zijn shirt staat weet ik het zeker”. Om dit te verifiëren ben ik om de man heengelopen. Toen ik voor de man stond zag ik dat voornoemde tekst op zijn shirt staan. Hierop hebben mijn collega [slachtoffer 1] en ik de man aangesproken en naar de uitgang begeleid. (…) De man stond op een gegeven moment recht tegenover mijn collega [slachtoffer 2] . (…) Op enig moment leken de stoppen spreekwoordelijk bij de man door te slaan. (…) De man greep met zijn rechterhand in zijn onderbroek en gaf ons de indruk dat hij daar een voorwerp of een object had, waarmee hij ons mogelijk letsel zou kunnen of willen toebrengen. Hier ging voor mijn gevoel een zeer ernstige dreiging vanuit. Aan de reactie van mijn collega’s te zien hadden zij dit gevoel ook. (…) In totaal heeft de man zeker 10 keer met zijn rechterhand in zijn onderbroek gegrepen om het mogelijk aanwezige voorwerp te pakken. Meerdere malen heeft hij hierbij geroepen: “Ik pak jullie allemaal” vervolgens keek de man mij aan, maakte met zijn linkerhand een naar mij wijzende beweging waarbij hij naar mij riep “en jij bent als eerste aan de beurt.”. Ook heeft hij soortgelijke zaken naar mij geroepen. Zoals bijvoorbeeld: “Jou pak ik als eerste” en “met jou ga ik beginnen”. Dit heb ik als een uiterst dreigende situatie ervaren. (…) Zijn hand had hij zo vormgegeven dat zijn hand leek op een pistool. (…) Vervolgens maakte hij met zijn linkerhand een zodanige beweging op zijn vooruitgestoken rechter wijsvinger dat het leek alsof hij een vuurwapen aan het doorladen was. (…).”
- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel van 1 december 2015, zakelijk weergegeven: “(…) Ik werd aangesproken door beveiligers (…). Ze bleven mij in mijn rug duwen. Ik werd boos en heb tegen ze geschreeuwd. Ik heb toen lelijke dingen tegen de beveiligers gezegd. (…).” Feit 2
- Het proces-verbaal verhoor aangever van [slachtoffer 4] , van 6 mei 2015, pagina 120 t/m 121, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wet vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Die middag bemerkten wij dat een persoon met een licht getinte huidskleur, mogelijk een Marokkaans type, iedere keer veel interesse toonde voor meisjes. Wat wij zagen is dat hij enkele keren, meisje vastpakte en zo’n meisje dan naar zich toe trok. De meisjes maakten kenbaar aan hem dat zij dat niet leuk vonden. (…) Die getinte man ging toen door het lint en hij sloeg mij van onze groep als eerste. (…) Hij sloeg mij met kracht op mijn gezicht, half op mijn neus en half op mijn mond. Dat deed mij pijn. (…). Toen die jongen mij sloeg greep mijn vriendin [slachtoffer 6] in. Zij ging tussen mij en die man instaan. (…) Ik zag toen dat [slachtoffer 5] op de nek van die man sprong. (…) Tonen foto B met afbeelding van [alias verdachte] . (…) [alias verdachte] gaf [slachtoffer 8] of [slachtoffer 7] een harde vuistslag in het gezicht. (…) Hij pakte [slachtoffer 6] bij haar haren en trok [slachtoffer 6] toen naar de grond. [slachtoffer 6] kwam daardoor te vallen op de grond. (…)”
- Het proces-verbaal verhoor aangeefster van [slachtoffer 5] , van 6 mei 2015, pagina 134 t/m 135, voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster: “ (…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Wij zagen dat een jong meisje door een paar buitenlanders half verkracht worden met haar kleren aan. (…) Ik zag dat [slachtoffer 4] , dat is 1 van de jongens die in ons vriendengroepje aanwezig was, naar de jongen toe liep. (…) Ik zag dat [slachtoffer 4] een aantal rake klappen kreeg. (…) Vervolgens zag ik dat [slachtoffer 8] er aan kwam lopen en ik zag dat ook hij volop klappen kreeg op zijn gezicht. (…) Ik heb die jongen herkend die mij tegen mijn voorhoofd heeft geslagen. Deze jongen maakt op Facebook gebruik van de naam [alias verdachte] . Ik ben ook bij deze jongen op de rug gesprongen om [slachtoffer 6] te helpen. Ik heb hem toen met beide handen om zijn nek vastgepakt en waarschijnlijk ook wel gekrabd. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor aangeefster van [slachtoffer 6] , van 6 mei 2015, pagina 53 t/m 61, voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Ik zag toen dat voor ons een groepje van vier a vijf jongens stonden met een lichtbruin getinte huidskleur en pikzwart haar. Ik zag dat een van deze jongens opviel omdat hij nogal handtastelijk was tegenover passerende dames. (…) Ik zag toen dat [getuige 2] op deze jongen afstapte op een normale en rustige manier. (…) Ik zag dat die jongen daarop erg agressief reageerde en dat hij zijn rechtervuist balde en [getuige 2] wilde slaan. (…) Mijn vriend [slachtoffer 4] stond inmiddels ook bij [getuige 2] en die jongen en kon die vuistslag met zijn armen afweren. Deze jongen sloeg hierna met zijn gebalde vuisten op mijn vriend [slachtoffer 4] in. Ik zag dat hij met een van zijn vuisten het gezicht van [slachtoffer 4] raakte. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor getuige van [getuige 1] , van 6 mei 2015, pagina 84 t/m 86, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige: “(…) Gisteren, dinsdag 5 mei 2015 was ik samen met vrienden en vriendinnen in Zwolle. (…) Terwijl wij bij de housestage stonden zag ik dat een tweetal meisjes werden lastig gevallen door een groep jongens. (…) Ik zag dat een van deze jongens een meisje optilde. (…) Mijn neef [getuige 2] zag dit gebeuren en is naar deze groep gelopen. Dit gebeurde allemaal heel rustig. (…) Ik zag dat deze jongen [getuige 2] begon te duwen. (…) Tegelijkertijd zag ik dat [slachtoffer 4] er zich ook mee ging bemoeien. Ik zag dat [slachtoffer 4] een klap in zijn gezicht heeft gekregen. (…). Het was een grote chaos allemaal. Het liep allemaal door elkaar heen. (…)”
- Het proces-verbaal verhoor getuige van [getuige 2] , van 7 mei 2015, pagina 78 t/m 80, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige: “(…) Op dinsdag, 5 mei 2015 was ik met vrienden en vriendinnen bezoeker van het Bevrijdingsfestival hier in Zwolle. (…) Ik zag toen een jongen met een getinte huidskleur. Ik zag dat die jongen iedere voorbij lopend meisje aansprak en vervolgens vastpakte en kort vasthield. Dat deed die jongen bij meerdere meisjes en die meisjes vonden dat niet leuk. (…) Ik heb tegen die jongen gezegd dat hij het meisje los moest laten. (…) Toen ik die jongen een duwtje had gegeven en gezegd dat hij dat meisje los moest laten, ging hij compleet door het lint. Hij maakte toen een met arm een slaande beweging naar mijn gezicht maar ik kon die vuistslag met moeite ontwijken. (…).”
- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel van 1 december 2015, zakelijk weergegeven: “ Op 5 mei 2015 was ik in Zwolle. (…) In een reactie heb ik [slachtoffer 4] geslagen. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris, van 12 mei 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte: “(…) U vraagt mij of ik op facebook de naam [alias verdachte] gebruik. Ja, dat klopt. (…).” Feit 4 subsidiair
- Het proces-verbaal verhoor aangeefster van [slachtoffer 6] , van 6 mei 2015, pagina 53 t/m 61, voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Ik zag toen dat voor ons een groepje van vier a vijf jongens stonden met een lichtbruin getinte huidskleur en pikzwart haar. Ik zag dat een van deze jongens opviel omdat hij nogal handtastelijk was tegenover passerende dames. (…) Ik zag toen dat [getuige 2] op deze jongen afstapte op een normale en rustige manier. (…) Ik zag dat die jongen daarop erg agressief reageerde en dat hij zijn rechtervuist balde en [getuige 2] wilde slaan. (…) Mijn vriend [slachtoffer 4] stond inmiddels ook bij [getuige 2] en die jongen en kon die vuistslag met zijn armen afweren. Deze jongen sloeg hierna met zijn gebalde vuisten op mijn vriend [slachtoffer 4] in. Ik zag dat hij met een van zijn vuisten het gezicht van [slachtoffer 4] raakte. (…) Ik ben toen pas in beeld gekomen en wilde mijn vriend [slachtoffer 4] ontzetten. (…) Ik kreeg toen van deze jongen met een van zijn vuisten een harde klap aan de rechterzijde op mijn mond. Ik voelde dat mij dat pijn deed. (…) Hierna voelde ik dat hij mij nog een keer met zijn gebalde vuist op mijn rechteroog sloeg. Ook dat deed mij erg veel pijn. (…) Ik merkte toen dat hij mij met zijn handen aan mijn lange haar en jas trok en mij richting de grond trok. (…) Hij sloeg mij toen met zijn andere nog een paar keer op mijn gezicht en rechtersleutelbeen. (…) Opmerking verbalisant: Ik heb van de aangehouden verdachte [verdachte] twee foto-opnamen gemaakt waarop hij staat afgebeeld. Ik zal je deze foto’s nu tonen gemerkt met de nummers D en F. (…) Antwoord aangeefster: De persoon op de foto’s die je mij toonde is degene die mij mishandeld heeft.
- De letselrapportage van GGD IJsselland, opgemaakt door S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts, d.d. 8 mei 2015, pagina 67 t/m 68, voor zover inhoudende de bevindingen van de arts; “(…) conclusie: lichte hersenschudding en kneuzingen gelaat. (…) kneuzingen rond rechter schouder en sleutelbeen. (…). Letsel veroorzaakt door direct inwerkend stomp en botsend geweld hetgeen zou kunnen passen bij de door SO aangegeven toedracht. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor aangever van [slachtoffer 4] , van 6 mei 2015, pagina 120 t/m 121, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Toen die jongen mij sloeg greep mijn vriendin [slachtoffer 6] in. Zij ging tussen mij en die man instaan. (…) Ik zag toen dat die man [slachtoffer 6] bij haar strot vastpakte en met een vuist op haar rechteroog sloeg. [slachtoffer 6] kwam door die slag in haar gezicht te vallen. Zij viel op de grond. Door de val van [slachtoffer 6] trok zij die man mee naar de grond. (…) Tonen foto B met afbeelding van [alias verdachte] (…) Ik zet nu alles op een rijtje. Die [naam] stond bij mij en [slachtoffer 6] moet dan geslagen zijn door die [alias verdachte] . Dat kan bijna niet anders. (…) [slachtoffer 6] kreeg een vuistslag op de wang en haar rechteroog toegediend. (…) [slachtoffer 6] werd door die jongen [alias verdachte] tegen de vlakte gegooid. (…) Hij pakte [slachtoffer 6] bij haar haren en trok [slachtoffer 6] toen naar de grond. [slachtoffer 6] kwam daardoor te vallen op de grond. [slachtoffer 6] viel zoals ik zag hard op de grond. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris, van 12 mei 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte: “(…) U vraagt mij of ik op facebook de naam [alias verdachte] gebruik. Ja, dat klopt. (…).”
- Het proces-verbaal verhoor aangeefster van [slachtoffer 5] , van 6 mei 2015, pagina 134 t/m 135, voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Wij zagen dat een jong meisje door een paar buitenlanders half verkracht worden met haar kleren aan. (…) Ik zag dat [slachtoffer 4] , dat is 1 van de jongens die in ons vriendengroepje aanwezig was, naar de jongen toe liep. Ik zag dat [slachtoffer 4] een aantal rake klappen kreeg. (…) Ik ben toen samen met [slachtoffer 6] Deddel, een vriendin van mij op die jongen afgelopen. (…) Ik zag dat hij daarna naar [slachtoffer 6] toe liep. Ik zag dat hij haar over de grond sleurde. (…). Ik ben ook bij deze jongen op de rug gesprongen om [slachtoffer 6] te helpen. Ik heb hem toen met beide handen om zijn nek vastgepakt en waarschijnlijk ook wel gekrabd. (…).” Feit 6 subsidiair
- Het proces-verbaal aangifte en verhoor aangever van [slachtoffer 8] , van 6 mei 2015 en 8 mei 2015, pagina 88 t/m 95, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Ik zag dat [slachtoffer 4] door die jongen in zijn gezicht geslagen werd. Ik zag vervolgens dat de jongen die [slachtoffer 4] geslagen had naar de op de grond liggend [slachtoffer 6] liep en bij [slachtoffer 6] bleef staan. Direct nadat ik die jongen had weggeduwd kreeg ik van die licht getinte jongen een klap met een vuist in mijn gezicht. Dat deed mij veel pijn en ik kwam te vallen. (…) Ik ben kort daarna even “weggeweest” . Ik bedoel hiermee dat ik kort daarna weer wakker werd. (…) Dezelfde jongen die [slachtoffer 4] heeft geslagen, heeft ook mij neergeslagen. (…) Ik weet nog wel dat hij daarna terug is gekomen en mij heeft getrapt in mijn buik minstens 3 keer, dat kan ik me wel weer herinneren. (…).”
- De letselrapportage van GGD IJsselland, opgemaakt door S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts, d.d. 21 mei 2015, pagina 101 t/m 102, voor zover inhoudende de bevindingen van de arts; “(…) hoofd. 1/Gebroken neus. Zwelling en pijn scheurwond/barstwond op/ nabij de neus wondje is met huidlijn dichtgemaakt (gehecht) 2/bloeduitstorting onder rechteroog/ ter hoogte van rechter jukbeen. SO is op eigen verzoek voor behandeling van de gebroken neus verwezen naar een KNO-arts in de eigen woonplaats. (…) Letsel past bij toedracht: letsel ontstaan door direct inwerkend stomp botsend geweld hetgeen zou kunnen passen bij de door slachtoffer aangegeven toedracht. (…).”
- Het proces-verbaal aangifte en verhoor aangever van [slachtoffer 7] , van 5 en 6 mei 2015, pagina 106 t/m 109, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever: “(…) Op dinsdag 5 mei 2015 was ik, samen met wat vrienden, op het Bevrijdingsfestival in Zwolle. (…) Een mij onbekende jongen met een getint uiterlijk pakte op een gegeven moment [slachtoffer 6] vast en wilde haar niet meer los laten. (…) Die man gooide vervolgens [slachtoffer 6] tegen de grond. (…) De dader vertrok toen snel maar kwam na een aantal minuten weer terug. Hij begon toen tegen de nog steeds op de grond zittende [slachtoffer 6] te schreeuwen. (…) [slachtoffer 8] greep toen in door die jongen bij [slachtoffer 6] weg te duwen. [slachtoffer 8] werd daarop door die dader met geweld op de grond gegooid. (…) De dader sloeg vervolgens in op het gezicht van [slachtoffer 8] en de dader trapte [slachtoffer 8] , zoals ik zag, hard in de buik- en maagstreek. Om [slachtoffer 8] te ontzetten heb ik vervolgens ingegrepen. (…) De foto’s waarop de persoon [verdachte] op staat afgebeeld zijn gemerkt met de letter B en D. De foto waarop [naam] staat afgebeeld is voorzien van de letter A. Ik toon je nu deze foto’s. Kun je mij vertellen door wie van de twee je mishandeld bent. (…) Door de persoon op de foto’s B en D. (…) Hij sloeg met zijn gebalde vuisten [slachtoffer 8] vol in het gezicht. Ik heb gezien dat [slachtoffer 8] hier nu een blauw opgezwollen blauw oog van heeft overgehouden. (…).”
- Het proces-verbaal terechtzitting van de rechtbank Overijssel van 1 december 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven: “(…) Op 5 mei 2015 was ik in Zwolle. (…) De verklaring van [slachtoffer 8] is redelijk correct. Ik heb hem in een reactie geslagen. (…).”