RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/158043 / KG ZA 14-234 datum vonnis: 11 februari 2015 Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres, verder te noemen [eiseres], advocaat: mr. W.B. Brusse te Almelo, tegen 1 [gedaagde 1], wonende te [woonplaats], 2. [gedaagde 2], gedaagden, verder gezamenlijk te noemen [gedaagde 1], advocaat: mr. P.M. Schipper te Nijmegen. 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 13 producties, de conclusie van antwoord met 9 producties aan de zijde van [gedaagde 1], productie 14 aan de zijde van [eiseres], producties 10 t/m 13 aan de zijde van [gedaagde 1], de mondelinge behandeling op 16 juli 2014, de pleitnota van [eiseres], de pleitnota van [gedaagde 1]. 1.2 Op verzoek van partijen is de zaak aangehouden om te kijken of zij tot een vergelijk konden komen. Dat is niet gelukt. 1.3 Het vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1 Op 25 oktober 2005 hebben [eiseres] als aannemer en [gedaagde 1] als opdrachtgever een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een woning met garage te [plaats 1]. 2.2 [gedaagde 1] heeft gekozen voor een rieten kap. [eiseres] heeft het aanbrengen van de rieten dakbedekking in onderaanneming opgedragen aan rietdekkersbedrijf [X] te [plaats 2] (verder te noemen [X]). 2.3 Op 21 december 2006 is de woning opgeleverd. 2.4 Bij vonnis van 8 mei 2013 heeft deze rechtbank vonnis gewezen in de hoofdzaak tussen [gedaagde 1] en [eiseres] (procedurenummer C/08/125827 / HA ZA 12-3) en in de vrijwaringszaak tussen [eiseres] en [X] (procedurenummer C/08/128547 / HA ZA 12-160). Het dictum in deze zaken luidt -voor zover thans van belang- als volgt: “De rechtbank: In de hoofdzaak met nummer C/08/125827 / HA ZA 12-3 In conventie I. Veroordeelt [eiseres] tot herstel naar de eisen van goed en deugdelijk werk van de gebreken zoals genoemd in het voorlopig deskundigenrapport Kettlitz en de voorgestelde wijze van herstel, uiterlijk binnen vier kalendermaanden na betekening van dit vonnis, een en ander op straffe van een dwangsom, groot € 1.000,- per dag, waarbij een halve dag als hele dag wordt aangemerkt, met een maximum van € 50.000,-. (…) In de vrijwaringszaak C/08/128547 / HA ZA 12-160 XI. Veroordeelt [X] jegens [eiseres] tot hetgeen waartoe [eiseres] jegens [gedaagde 1] in de hoofdzaak is veroordeeld zijnde: - herstel naar de eisen van goed en deugdelijk werk van de gebreken zoals genoemd in het voorlopig deskundigenrapport Kettlitz en de voorgestelde wijze van herstel, uiterlijk binnen vier kalendermaanden na betekening van dit vonnis, een en ander op straffe van een dwangsom groot € 1.000,- per dag, waarbij een halve dag als hele dag wordt aangemerkt, met een maximum van € 50.000,-, doch met dien verstande dat de herstelverplichting van [X] zich beperkt tot herstel/vervanging van de rieten kappen en herstel van de onderconstructie is uitgesloten. (…) XVI. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad”. 2.5 Voornoemd vonnis is op 29 mei 2013 door [gedaagde 1] aan [eiseres] betekend en [eiseres] heeft op haar beurt het vonnis een paar dagen later betekend aan [X]. 2.6 Op 17 september 2013 heeft [eiseres] tegen het vonnis hoger beroep ingesteld bij gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2.7 Op 26 september 2013 heeft [gedaagde 1] [eiseres] bericht dat [eiseres] haar verplichtingen uit hoofde van het vonnis van de rechtbank van 8 mei 2013 niet correct zou zijn nagekomen. Als bijlage bij deze e-mail is een inspectierapport van Emad d.d. 11 september 2013 gevoegd. Op 27 september 2013 heeft [gedaagde 1] [eiseres] aanvullend bericht op grond waarvan [eiseres] volgens hem niet aan voornoemd vonnis van de rechtbank zou hebben voldaan. Deze mail luidt -voor zover thans van belang-: “1e De onderconstructie is nog lang niet luchtdicht laat staan dampdicht. Hierdoor loop ik het grote risico dat het riet weer veel te snel gaat verrotten en in dat geval niet die levensduur heeft die je van een lucht- en dampdicht dak mag verwachten. 2e De verrotte delen van de onderconstructie nog steeds onder het nieuwe rietpakket aanwezig zijn en niet zijn vervangen toen het oude riet eraf was. 3e Het nieuwe rietpakket nog steeds niet goed is afgewerkt. Met enkele op- en aanmerkingen van [eiseres] is wat gedaan, de rest niet. 4e In het plafond tussen de muur en de voet van het dak zitten op diverse plekken gaten. Deze gaten zijn veroorzaak door mensen van [eiseres] en/of [X] voordat het nieuwe riet is aangebracht. Op deze plaatsen dient het plafond vervangen te worden”. 2.8 Op 20 december 2013 heeft [gedaagde 1] executoriaal derdenbeslag doen leggen ten laste van [A] onder de Rabobank Rijssen-Enter U.A.. Dit beslag is opgeheven. 2.9 Op 31 maart 2014 heeft [gedaagde 1] wederom executoriaal derdenbeslag doen leggen ten laste van [eiseres] onder de Rabobank Rijssen-Enter U.A.. 3Het geschil 3.1 [eiseres] vordert: I. primair het onderhavig executoriaal beslag van 31 maart 2014 op te heffen en subsidiair [gedaagde 1] te veroordelen dit beslag binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op te heffen, op straffe van een dwangsom; II. [gedaagde 1] te veroordelen om hetgeen hij eventueel in het kader van het onderhavige beslag uitbetaald heeft gekregen aan [eiseres] terug te betalen; III. de door [gedaagde 1] aangevangen executie van het vonnis van deze rechtbank van 8 mei 2013 te schorsen op grond van artikel 438 Rv totdat op het geschil onherroepelijk zal zijn beslist in de bodemprocedure; IV. [gedaagde 1] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de nakosten. 3.2 [gedaagde 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.3 Op de standpunten van partijen wordt hierna -voor zover van belang- nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1 Het spoedeisend belang volgt uit de aard van het gevorderde. 4.2 [eiseres] stelt allereerst dat het vonnis d.d. 8 mei 2013 is betekend aan de verkeerde partij, te weten aan [A] in plaats van aan [eiseres]. Uit de door [gedaagde 1] overgelegde uittreksels uit het handelsregister blijkt dat de naam van [A] op 10 december 2012 is gewijzigd naar [eiseres]. Eveneens is op 10 december 2012 een nieuwe vennootschap opgericht met de naam [A]. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] door te betekenen aan de verkeerde partij niet onredelijk benadeeld is. [A] en [eiseres] zijn immers gevestigd op hetzelfde adres. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat het vonnis [eiseres] ook daadwerkelijk heeft bereikt. [eiseres] is immers de bestuurder van [A]. Overigens heeft [A] ook onder deze naam het vonnis d.d. 8 mei 2013 aan [gedaagde 1] betekend. 4.3 Voorts heeft [eiseres] gesteld dat als er al dwangsommen zijn verbeurd, deze zijn verjaard. De voorzieningenrechter volgt [eiseres] hierin evenmin. Uitgangspunt is dat dwangsommen verjaren zes maanden nadat zij zijn verbeurd. Uitgaande van het vonnis is de eerste dwangsom op 29 september 2013 verbeurd. Dit brengt mee dat de eerste dwangsom op 29 maart 2014 zou zijn verjaard. Bij exploten van 16 januari 2014 en 13 maart 2014 heeft [gedaagde 1] de verjaring van de dwangsommen echter gestuit. 4.4 Bij een vordering tot opheffing van een executoriaal beslag heeft de executierechter slechts een beperkte taak. De executierechter kan slechts in de executie ingrijpen indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.