RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer : C/08/163974 / HA ZA 14-541 Vonnis van 23 maart 2016 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLDING RIBO B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Etten-Leur, 4. [C], wonende te [woonplaats] , 5. [D], wonende te [woonplaats] , eisende partij in conventie,verwerende partij in reconventie, hierna te noemen [B] , advocaat: mr. S.J.M. Masselink te Almelo, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TMS HEFTRUCKOPLEIDINGEN B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen TMS c.s., advocaat: mr. C.P.B. Kroep te Enschede. Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit:- de inleidende dagvaarding tegen de zitting van 19 november 2014 ( [B] );- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie (TMS c.s.);- de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie (Verkeersschool [Y] );- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie (TMS c.s.);- de akte tot in het geding brengen van het arrest (TMS c.s.);- de conclusie van dupliek in reconventie tevens wijziging van eis ( [B] );- de akte uitlaten wijziging van eis en akte uitlaten producties (TMS c.s.).Na het wisselen van deze stukken hebben partijen vonnis verzocht. De beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing In conventie en reconventie 1. Het gaat in deze zaak -alles kort samengevat- om het volgende:[B] heeft in 1997 een deel van haar logistieke opleidingen verkocht aan Elsevier, de rechtsvoorganger van TMS c.s. In 2004 is tussen partijen een geschil ontstaan met betrekking tot de vraag of [B] artikel 5 van de Handelsnaamwet overtrad door gebruik te maken van de naam [Y] in combinatie met het aanbieden en verzorgen van opleidingen.Naar aanleiding van een vordering van TMS c.s. op [B] is ter zitting van 27 mei 2004 van de kantonrechter te Breda tussen TMS c.s. en (onder meer) [B] een vaststellingsregeling tot stand gekomen, vastgelegd in een proces-verbaal (hierna: de vaststellingsovereenkomst).Daarin is -onder meer- bepaald:“Bij de uitoefening van activiteiten in de ruimste zin van het woord als bedoeld in bijlage 1 bij de overnameovereenkomst van [Y] en Elsevier van 21 november 1997, waaronder met name reclame-uitingen, maken gedaagden geen gebruik van de naam [Y] . ( .....)Reclame-uitingen van [B] en reclame-uitingen, die samenhangen met de in bijlage 1 bij de overnameovereenkomst genoemde activiteiten (…) mogen niet in één kader worden geplaatst. (....) Bij niet-nakoming van één der voormelde verplichtingen door (één der) gedaagden verbeurt [B] aan eisers een boete van € 1.500,-- per overtreding alsmede een boet van € 500,-- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 25.000,-- per jaar.”TMS c.s. hebben daarna gesteld dat [B] , omdat zij haar verplichtingen uit die vaststellingsovereenkomst niet nakomt, boetes heeft verbeurd. Zij hebben op 19 juni 2012 executoriaal beslag doen leggen ten laste van [B] voor een bedrag van € 66.500,--.Bij vonnis van 25 juli 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo TMS c.s. veroordeeld tot opheffing van die beslagen. In hoger beroep heeft het gerechtshof bij arrest van 24 september 2013 die beslissing vernietigd en de vorderingen van [B] alsnog afgewezen, waardoor de opgeheven beslagen herleefden.Op 13 november 2014 is namens TMS c.s. aan [B] aangezegd dat bij uitblijven van betaling van € 68.941,62 tot verkoop van de in beslag genomen roerende zaken zal worden overgegaan.Op diezelfde dag zijn namens TMS c.s. ook executoriale derdenbeslagen gelegd ten laste van [B] voor een hoofdsom van € 68.500,--.Hiertegen is [B] in kort geding opgekomen hetgeen heeft geleid tot het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel van 9 januari 2015, waarin overwogen is dat aannemelijk is dat [B] in ieder geval drie overtredingen heeft gepleegd op de vaststellingsovereenkomst op basis waarvan zij in ieder geval € 50.000,-- aan contractuele boetes heeft verbeurd.Om die reden heeft de voorzieningenrechter de vordering tot opheffing of schorsing van de executie afgewezen. Het daartegen ingestelde hoger beroep is door het gerechtshof bij arrest van 24 november 2015 verworpen in de zin dat het gerechtshof dat vonnis heeft bekrachtigd. 2. De onderhavige door [B] geëntameerde procedure betreft verzet tegen diezelfde executie, maar dan als z.g. bodemzaak.Primair wordt ter zake gevorderd een verklaring voor recht (1.) en opheffing van de gelegde beslagen (2.), subsidiair een verklaring voor recht omtrent de hoogte van enig door [B] verschuldigd boetebedrag. 3. Tegelijk met de conclusie van dupliek in reconventie breidt [B] deze vorderingen uit met een vordering tot terugbetaling van de inmiddels aan TMS c.s. betaalde boetes ad € 51.424,--.Daarnaast vordert [B] een verklaring voor recht dat:a. per jaar maximaal € 25.000,- aan boetes kan worden verbeurd ongeacht het aantal overtredingen per jaar;b. een boete enkel wordt verbeurd bij actief handelen door [B] en niet bij handelen of nalaten van een derde;c. een boete eerst opeisbaar is en wordt verbeurd na adequate ingebrekestelling;d. dat er op grond van de vaststellingsovereenkomst geen (inspannings)verplichting voor geldt om tegen derden wegens overtreding daarvan op te treden;e. het bepaalde in de vaststellingsovereenkomst omtrent de opleidingen opgesomd in bijlage 1. uitsluitend op de daar genoemde opleidingen betrekking heeft zoals die bestonden ten tijde van het aangaan van de overnameovereenkomst. Voorts vordert [B] veroordeling van TMS c.s. in de proceskosten, daarin begrepen die proceskosten, waartoe [B] in de eerdere procedures is veroordeeld. 4. TMS c.s. voert over de volle breedte verweer en verzet zich tegen de wijziging van eis. In reconventie5. TMS c.s. vordert een verklaring voor recht wegens gestelde (twintig) overtredingen van de vaststellingsovereenkomst tot een bedrag ad € 1.071.000,-- aan door [B] verbeurde boetes zulks onder oplegging van een dwangsom voor eventuele verdere overtredingen van de vaststellingsovereenkomst door [B] . De beoordeling In conventie en reconventie 6. De rechtbank acht de wijziging van eis toelaatbaar; deze ligt binnen het raam van het eerder in deze procedure gevorderde. 7. Bij de navolgende beoordeling van dit bodemgeschil omtrent de executie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.