Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer (P): 08/952696-15 Datum vonnis: 24 mei 2016 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1] , zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, nu verblijvende in het Huis van Bewaring te Grave. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 december 2015, 2 februari 2016 (pro forma) en 26 april
(7)jaren; bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [adres 1] (Dld), van een bedrag van € 10.889,34 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.889,34 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 89 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , voor het thans meer gevorderde deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op € 868,
- Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. F.C. Berg en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 mei
- Mr. Berg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL06002015441252 (zes ordners, blz. 1 tot en met blz. 1756). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, waaronder: Blz. 528-532: het proces-verbaal van aangifte, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] : In de korte gesprekken in het ziekenhuis heb ik aangegeven dat ik het slachtoffer ben van een schietpartij. Ik ben op dinsdagavond 8 september 2015, omstreeks 23.00 uur, neergeschoten door [naam 1] , een Marokkaanse knaap. Ik ken hem vanuit de drugshandel. Daarom wil ik nu aangifte doen van poging tot moord of doodslag. Ik ben als gevolg van de schietpartij zeer ernstig verwond. Ik heb een aantal dagen, tussen 8 en 18 september 2015, op de intensive care van het ziekenhuis gelegen en ik heb gevochten voor mijn leven. Achteraf hoorde ik dat een groot deel van mijn lever moest worden verwijderd. Mijn galblaas moest volledig verwijderd worden. Deze was als gevolg van het schot en de kogelregen zodanig beschadigd dat dit nodig was. Vraag: je verklaarde eerder in het ziekenhuis dat je, dat je voordat je werd neergeschoten door [naam 1] , ongeveer 5 tot 10 minuten met [medeverdachte 1] hebt gesproken op straat, vlak bij de woning van [naam 4] aan de [adres 2] in Enschede. Waar ging dit gesprek over? Antwoord: vooral [getuige 2] en [medeverdachte 1] hebben samen gesproken. Ik hoorde dat [getuige 2] tegen [medeverdachte 1] zei dat hij het raar vond dat hij met [medeverdachte 1] sprak en niet met [naam 1] . Ik vond het vreemd dat [medeverdachte 1] wel de hele tijd met zijn mobiel in de hand stond. Mogelijk had hij [naam 1] aan de telefoon en kon die meeluisteren met het gesprek van ons op straat. Het rare is dat toen was gezegd dat [getuige 2] het raar vond dat [naam 1] er niet was, hij ineens er aan kwam rennen. Ik zag plotseling [naam 1] aan komen rennen in onze richting. Op hetzelfde moment dat ik zag dat [naam 1] er aan kwam rennen zag ik dat [medeverdachte 1] twee of drie stappen maakte en achter mij ging staan. Het ging heel snel ik voelde dat [medeverdachte 1] mij van achteren om mijn nek greep en mij naar achteren trok. Vraag: je verklaarde dat je heel zeker wist dat het [naam 1] was die je neerschoot. Je hebt daarover al eerder verklaard. Je herkende [naam 1] op een foto. Kun je herhalen waarom je dit zeker weet? Antwoord: zijn silhouet, zijn stem, zijn postuur, hij was het gewoon. Ik ben daar zeker van. Ik ken hem. Ik twijfel niet. Hij was het gewoon. Hij heeft een heel specifieke manier van spreken. Dat is zo specifiek voor [naam 1] . Hij lispelt een klein beetje. Dat doet hij al jaren. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. blz. 34-37 het relaas van de verbalisant [verbalisant] d.d. 5 november 2015: op 8 september 2015 omstreeks 23.10 uur is op de kruising van de Beekstraat/Hopstraat/Fazantstraat te Enschede een man met een vuurwapen neergeschoten. Ten gevolge hiervan is deze man levensgevaarlijk gewond geraakt. Vlakbij de plaats delict is een vuurwapen in beslag genomen. De getuigen [getuige 1] en [getuige 3] hebben verklaard dat " [naam 1] " nog geld verschuldigd was aan [getuige 1] , dat er een ontmoeting is geweest tussen [getuige 1] en [slachtoffer] met " [naam 1] " en dat zij gezien hebben dat [slachtoffer] neer werd geschoten door een man die zijn kennen als " [naam 1] ". Uit informatie die bij de politie beschikbaar was (onder meer zijn bijnaam, signalement en verblijfplaats) kon herleid worden dat " [naam 1] " de bijnaam is van [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1] . Uit telefoonverkeer tussen [getuige 1] en een telefoonnummer dat zeer waarschijnlijk in gebruik is bij " [naam 1] " is gebleken dat er gesproken wordt over het geven van 4g en dat [getuige 1] naar [slachtoffer] moet gaan en er wordt een nieuwe afspraak gemaakt om te praten. Uit een eerder uitgevoerd politieonderzoek is bekend geworden dat [verdachte] veelvuldig in een woning aan de [adres 2] te Enschede verblijft. De bewoonster van deze woning betreft [naam 4] . Op 11 september 2015 zag de hoofdagent [verbalisant] de verdachte [verdachte] op het Stationsplein te Enschede lopen. Het was [verbalisant] bekend dat [verdachte] aangehouden moest worden. Leden van het observatieteam zagen de verdachte in het centrum van Enschede. Op de Buizerdstraat werd waargenomen dat de verdachte de batterij van zijn telefoon en zijn telefoon weggooide en verder fietste. Er werd waargenomen dat hij in de Fazantstraat te voet verder ging en dat hij daar kledingstukken weggooide. Ook werd waargenomen dat hij van een man een fiets afpakte en hij deze man een duw gaf, waarna hij verder fietste. Hierna werd de verdachte aangehouden. Blz. 1021-1024: het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 september 2015, zakelijk weergegeven, inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant] : Op 11 september 2015 heeft het Team Criminele Inlichtingen informatie verstrekt met betrekking tot het telefoonnummer dat in gebruik is bij [verdachte] . Dat betreft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Vervolgens is dit telefoonnummer afgeluisterd om [verdachte] te kunnen lokaliseren. Op 11 september 2015 te 14.56 uur werd een gesprek afgeluisterd waarbij de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (de rechtbank leest dit als [telefoonnummer 3] , zijnde hier sprake van een kennelijke misslag) zich bij zijn gesprekspartner bekend maakte als “ [naam 1] ”. Op 11 september 2015 te 14.59 uur werd een gesprek afgeluisterd waarbij de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] zich bij zijn gesprekspartner bekend maakte als “ [naam 1] ”. Kort voor zijn aanhouding hebben leden van het observatieteam gezien dat [verdachte] zijn telefoon en de batterij van zijn telefoon weggooide en na zijn aanhouding hebben leden van het observatieteam deze weggegooide telefoon terug gevonden, in beslag genomen en overgedragen aan het onderzoeksteam. Het bleek dat de telefoon voorzien was van 2 IMEI nummers, namelijk [nummer 1] en [nummer 3] . Blz. 1063-1074: het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 oktober 2015, zakelijk weergegeven, inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 8 september 2015 te 23.11 uur ontving de politiemeldkamer van politie een melding van een schietpartij aan de Fazantstraat te Enschede. Op de kruising van de Beekstraat/Hopstraat/ Fazantstraat te Enschede werd door de politie een gewonde man aangetroffen. Het bleek dat deze man ernstig gewond was. Hij werd met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. In het ziekenhuis werd hij direct geopereerd. Het bleek dat zijn lever en nieren erg beschadigd waren. In zijn lichaam zijn honderden kleine kogeltjes aangetroffen. In dit onderzoek werd op 11 september 2015 als verdachte aangehouden: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1]
- Uit onderzoek is gebleken dat de eerder genoemde verdachte [verdachte] gebruik heeft gemaakt van diverse telefoonnummers en telefoontoestellen. Hij heeft onder andere gebruik gemaakt van het telefoonnummer: [telefoonnummer 1] , IMEI nummers [nummer 1] en [nummer 3] . Op 8 september 2015 staan diverse contacten geregistreerd op genoemde opgevraagde historische verkeersgegevens. Rond het tijdstip van het delict staan (onder meer) onderstaande contacten, vanaf 22.22 uur, geregistreerd: Richting: dienst: datum: tijdstip: duur: telefoonnummer: contact met: uitgaand gesprek 8-9-2015 23:00:56 0 [telefoonnummer 1] [telefoonnummer 4] uitgaand SMS 8-9-2015 23:01:48 0 [telefoonnummer 1] [telefoonnummer 5] uitgaand SMS 8-9-2015 23:01:49 0 [telefoonnummer 1] [telefoonnummer 6] . Tijdens contacten straalde de telefoon met de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] aan op de zendmast KPN-333048357 staande te Enschede, Jekerstraat [nummer 4] . De contacten van 23.01.48 en 23.01.49 horen bij elkaar. Het plaats delict valt binnen het dekkingsgebied van genoemde zendmast. Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van diverse telefoonnummers en telefoontoestellen. Onderstaand staan er een aantal vermeld, te weten [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 4] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 5] staat volgens het CIOT op naam van [medeverdachte 1] , [adres 3] . Dit is een oud woon/verblijfadres van [medeverdachte 1] voornoemd. De telefoonnummers [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 1] betreffen volgens het CIOT prepaids. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] ook wel "Lange" wordt genoemd. In het politiesysteem BVH, nr. PL600-2015462957 wordt door twee personen vermeld dat [medeverdachte 1] als bijnaam die Lange en [naam 2] heeft. In de telefoon, aangetroffen in de grijze Clio, staat de naam [naam 2] vermeld met daarbij het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . In de aangetroffen telefoon zat de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] . De gebruiker van de telefoon en telefoonnummer is [getuige 4] , geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2] . Hij heeft verklaard dat hij zijn telefoon achter had gelaten bij [naam 1] . Tijdens het contact om 23.00 uur straalde de telefoon met de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] aan op de zendmast T Mobile 43353, staande te Enschede, Jekerstraat [nummer 4] . Het plaats delict valt binnen het dekkingsgebied van genoemde zendmast. Het proces-verbaal verhoor van getuige, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van: [getuige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1993 in [geboorteplaats 3] (Duitsland): Ik weet wie [verdachte] is. Ik ken hem als [naam 1] . Ik heb hem 5 tot 10 keer gezien of gesproken. Ik heb iets met [naam 1] geprobeerd, maar dat is niet gelukt. Later heb ik hem gevraagd wat er met het geld gebeurd was. Dat was drugshandel wat wij hebben geprobeerd. Ik kreeg nog € 4.000,- van [naam 1] . Ik heb [naam 1] gezien op 8 september
- Ik heb hem eerst eerder die dag gezien en 's avonds tijdens het incident. Ik zag hem eerder op de dag bij een moslimsupermarkt. Ze kwamen uit de supermarkt en gingen toen naar de auto. Met `ze' bedoel ik een man of vijf. Ik heb toen kort met [naam 1] gesproken. Ik was toen met [getuige 2] . Het gesprek ging over dat hij het geld terug zou geven. U vraagt mij of ik alleen met [naam 1] sprak. Iedereen sprak door elkaar heen. Er was ook een lange man, [medeverdachte 1] . Hij heeft ook veel gezegd. [getuige 2] heeft [naam 1] later gebeld en kort daarna hebben wij elkaar ontmoet. Ik was met [getuige 2] , [slachtoffer] , [naam 3] en [getuige 3] . [naam 1] had door de telefoon tegen [getuige 2] gezegd waar we heen moesten. Ik wist waar dat was, dus ik wist waar ik heen moest rijden. Toen wij aankwamen op de plek hebben wij bij een huis aangebeld. Wij hebben even gewacht en daarna kwam er een auto met vier personen. Dat was een Clio. De mannen zijn uit hun Clio gestapt en wij hebben met elkaar gepraat. U vraagt mij waarom ik met de mannen uit de Clio sprak terwij1 ik met [naam 1] had afgesproken. Die mannen stopten vlak bij de plek waar wij hadden aangebeld. Die mannen kwamen naar ons toe. Ik herkende [medeverdachte 1] , de lange man. Ik heb niet met die mannen gepraat. Ik stond met [naam 3] en [getuige 3] iets verderop. [getuige 2] en [slachtoffer] hebben met de Marokkanen gepraat. Ik weet dat [medeverdachte 1] en [naam 1] Marokkaans zijn. Ik ging er vanuit dat die andere mannen dan ook Marokkaans waren omdat ze op elkaar leken. Ik stond ongeveer 10 meter van het groepje vandaan. Het gesprek was heel luid. [medeverdachte 1] voerde het gesprek en hij was ook behoorlijk agressief. [medeverdachte 1] kwam op een gegeven moment ook naar ons, [naam 3] , [getuige 3] en mijzelf, toe. Hij zei dat [getuige 3] en [naam 3] er niets mee te maken hadden. Toen kwam [naam 1] . Hij kwam uit de richting van het huis waar we hadden aangebeld. Hij was agressief en heeft geschreeuwd, iets in de trant van: "Wie wil wat!". Hij had een capuchon op en een rugzak waar het wapen in zat en hij ging voor iedereen staan. Hij heeft ook even voor mij gestaan. Ik kon het wapen niet zien. Maar uit de manier waarop [naam 1] de rugzak vasthield en voor zich hield begreep ik dat er een wapen in zat. Hij ging voor iedereen staan en zei tegen iedereen iets als: "Wat wil je! Wat moet je!". [slachtoffer] stond iets verderop en bij [slachtoffer] heeft hij het wapen laten afgaan. [slachtoffer] stond met de Marokkanen. U vraagt mij of hij werd vastgehouden. Volgens mij wel. Volgens mij zag ik dat hij door [medeverdachte 1] werd vastgehouden. U vraagt mij of ik [naam 1] goed kon zien nu het donker was. Ja, [naam 1] heeft een markant gezicht. Die herken je wel. Ik herkende hem aan zijn gezicht en zijn stem. Hij had een capuchon op. Ik ben er zeker van dat het [naam 1] was. Pv-politie blz. 563-564: de verklaring van [getuige 1] d.d. 19 oktober 2015 (in vraag-antwoordvorm): Vraag: we willen jou een foto tonen. Wie is de persoon op deze foto? Antwoord: de persoon op de foto herken ik als [medeverdachte 1] . Dit is de [medeverdachte 1] waarover ik verklaard heb en die bij [naam 1] was en die ook bij de schietpartij betrokken was. Als bijlage gaat dit bij proces-verbaal de aan de getuige getoonde foto van [medeverdachte 1] , geboren te [geboorteplaats 4] op [geboortedatum 4]
- Het proces-verbaal verhoor van getuige, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van: [getuige 3] , geboren op [geboortedatum 5] 1982 in [geboorteplaats 5] : Op 8 september 2015 zat ik met [naam 3] in de auto. Wij zaten met z'n tweeën in de auto. In de andere auto zaten [getuige 2] , [getuige 1] en de Duitse jongen die gewond is geraakt. We gingen naar die plek toe omdat er een geldprobleem was tussen de Duitse jongens en [getuige 2] en [naam 1] . De drie jongens kregen geld van [naam 1] . Wij, [getuige 3] en ik, waren meegegaan om te bemiddelen. De jongens hadden al eerder gesprekken gehad met [naam 1] . [naam 1] wilde niet betalen. Toen kregen wij te horen dat [naam 1] wel zou betalen. Het was zo dat wij, [getuige 3] en ik, geld kregen van [getuige 2] en de twee Duitsers. Omdat wij hoorden dat [naam 1] zou gaan betalen waren wij meegegaan zodat wij ook ons geld zouden krijgen. [getuige 2] kwam er aan. Hij vertelde dat hij een afspraak met [naam 1] had in de Beekstraat. Wij zijn toen achter hem aangereden. Wij parkeerden tegenover de flat en toen zagen wij een auto aan komen, een grijze Clio. In die auto zaten drie à vier à vijf Marokkaanse jongens. Op het moment dat die Clio aankwam zijn [getuige 2] en de twee Duitsers naar de Clio toegelopen. De jongens stonden een tijdje te praten. Ik zei tegen [getuige 3] : "Kom we lopen er naar toe. Ze moeten opschieten. Ik heb hier geen zin meer in". Eén van de mannen uit de Clio raakte daardoor geïrriteerd. Het was een lange man. De lange man sloeg op zijn handen en zei dat er geen geld kwam. Hij zei dat [getuige 2] en de groep voor niets was gekomen. Er kwam ineens een jongen van achter ons vandaan uit de richting van de flat. De jongen had een capuchon op. Wij stonden op dat moment met onze rug naar de flat toe. Hij sprong tussen ons in. Hij begon te dreigen en te schelden en hij zwaaide met een tas. Hij had die tas met beide handen vast. De lange jongen, die eerder geïrriteerd had gereageerd, pakte toen de Duitse jongen vast. Hij pakte hem bij zijn keel. Daarna liep de jongen met de capuchon er op af. Hij schoot vanuit de tas, door de tas heen. Ik had de indruk dat de man met capuchon [naam 1] was. Maar ik kon zijn gezicht niet zien. Vlak voordat hij tussen ons insprong zei [getuige 2] namelijk: "Kijk, daar heb je [naam 1] , daar komt hij aan". U houdt mij mijn verklaring bij de politie voor op pagina 568 van het dossier, het verhoor van 9 september 2015 om 00:39, pagina
- Het klopt dat één van de Marokkaanse jongens zei dat [naam 1] niet zou gaan betalen. U houdt mij mijn verklaring bij de politie voor op pagina 576 van het dossier, het verhoor van 10 september 2015, onderaan pagina 4 en bovenaan pagina
- U vraagt mij of ik toen [naam 1] 's gezicht heb gezien. Nee, als ik daar nu aan terug denk zag ik alleen de onderkant van zijn gezicht, zijn mond. De capuchon hing over het bovenste deel van zijn gezicht. Het klopt wel dat zijn stem overeen kwam met die van [naam 1] . Hij sprak gebrekkig Nederlands. [naam 1] heeft iets aparts aan zijn stem. Daardoor herkende ik zijn stem. Het proces-verbaal verhoor van getuige, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van: [getuige 2] , geboren op [geboortedatum 6] 1986 in [geboorteplaats 6] : Ik was op 8 september 2015 in Deppenbroek in Enschede. Ik ben er naar toe gegaan in de auto. Ik zat met [naam 3] in de auto. [getuige 1] zat in een andere auto en reed voor mij. [getuige 1] zat met [slachtoffer] en [getuige 3] in de auto. [getuige 1] had een zilvergrijze Audi en ik zat in een witte Audi station. We zijn naar de woning gelopen. Ik heb aangebeld, of [getuige 1] . Nadat wij gebeld hadden kwam er een auto aan. Dat was een Renault Clio. Daar zaten een paar jongens in, volgens mij vier. De mannen riepen ons. Ze wilden met ons praten. We zijn een beetje hun kant opgelopen. Tijdens het gesprek werd er geruzied tussen [slachtoffer] en een lange jongen. Voordat we het wisten kwam er iemand uit de flat met een wapen. Ik zag niet dat het een wapen was omdat het wapen in de tas zat. Toen ik die man aan zag komen ben ik weggelopen. Het gevoel was niet goed. Toen werd op [slachtoffer] geschoten door de man die uit de flat kwam. Hij schoot door de tas heen. Hij stond een halve meter van [slachtoffer] af. Ik heb niet gezien wie die man was. Ik heb zijn gezicht niet gezien. Hij had een capuchon op. De man was een stuk kleiner dan ik. Ik ben 1.90 meter. Ik had de lange jongen uit de Clio eerder gezien. Ik had hem die middag eerder gezien bij een supermarkt. Hij was toen met [verdachte] . Ik heb de lange man toen buiten de supermarkt gesproken. Hij had een bijnaam: [medeverdachte 1] . U houdt mij mijn verklaring van 16 september 2015 om 11:00 uur voor, pagina 593, zesde alinea. Het klopt dat [medeverdachte 1] heeft gezegd: " [naam 1] komt zo". U houdt mij voor dat ik heb gezegd dat ik hem herkende aan zijn loopje. Ja, ik dacht dat. Ik heb hem maar een paar keer eerder gezien. Het kan zijn dat ik heb gezegd dat ik hem aan zijn loopje of zijn stem herkende. Het klopt dat [medeverdachte 1] heeft geroepen: "Schiet hem in de knieschijf'. Dat heb ik wel gehoord. U toont mij pagina 602 van het dossier. Het klopt dat ik die man heb herkend als [medeverdachte 1] . Blz. 688: het bescheid, te weten het verslag van het Medisch Spectrum Twente, Algemene Intensive Care (AIC), waarop onder meer is weergegeven: Betreft: dhr. [slachtoffer] , wonende te [adres 1] (Dld). Bovengenoemde patiënt was van 09-09-2015 tot en met 16-09-2015 opgenomen op de afdeling algemene Intensive Care. Patiënt werd opgenomen in verband met: schotwond. Patiënt is, waarschijnlijk van dichtbij, met een vuurwapen in de rechterflank geschoten. Bovengenoemde 24-jarige patiënt werd opgenomen in verband met ernstig lever- en nierletsel na een schotwond in de rechter flank. Conclusie: Schotwond rechterflank met daarbij ernstig leverletsel, ernstig nierletsel rechts, diafragmaruptuur rechter long,
- wederom pleuravocht waarop 16-9 drainage.