Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.760247-15 Datum vonnis: 26 mei 2016 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats], verblijvende in het Huis van Bewaring te Zwolle. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 mei
(16)maanden; bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding benadeelde partij [slachtoffer 2]: - verklaart de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk; benadeelde partij [benadeelde] (namens de [winkel]): veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] (namens de [winkel]) van een bedrag van € 269,97 (zegge tweehonderdnegenenzestig euro en zevenennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2015; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 269,97, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk is in diens vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A. Smit, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van A.A. Geertsema als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 mei
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, Afdeling Generieke Opsporing, Team Opsporing, met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Nu verdachte bij de politie en ter terechtzitting het onder 1 ten laste gelegde feit heeft bekend, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen. Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar: feit 1
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 11 november 2015, pagina 30-34;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 10 november 2015, pagina 37-38;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 11 november 2015, pagina 35-36;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 mei 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering;
- het proces-verbaal van bevindingen van 10 november 2015, pagina 12-15;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 10 november 2015, pagina 41-
- 7 het proces-verbaal van bevindingen van 11 november 2015, pagina 52-
- feit 3
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 5 november 2015, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (pagina 75-77): (…) Ik ben werkzaam bij DHL. (…) Ik maak gebruik van een bestelauto welke eigendom is van [slachtoffer 4] b.v. en werd geleased door DHL. (…) Op donderdag 5 november 2015 (…) parkeerde ik de bestelauto aan de [adres 2] te Zwolle. (…) Ik parkeerde de Mercedes Citan bestelbus direct voor de ingang van [tankstation] tankstation aan de [adres 2]. Ik had de opdracht gekregen van onze depothouder om een bericht bij het tankstation door te geven. In eerste instantie dacht ik dat ik even snel naar binnen en weer naar buiten zou gaan. Hierdoor liet ik de autosleutels (…) in het contact zitten. Ik liep vervolgens het (…) tankstation naar binnen. (…) Ik was ongeveer tien minuten binnen in het tankstation. (…);
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 november 2015, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (pagina 90-94): (…) Kocht ik sigaretten in het tankstation. (…) Ik zag dat iemand van DHL in gesprek was met de caissière. (…) Toen ik naar buiten liep zag ik de auto van die man van de DHL staan. Ik hoorde dat de motor van de auto liep. Omdat ik naar Elburg moest en geen zin had te lopen ben ik in de auto gestapt en heb die meegenomen. Met de auto ben ik naar Elburg gereden. Daar heb ik de auto geparkeerd op het Schootsveld. Ik heb de auto niet afgesloten achtergelaten. De sleutel heb ik nog in mijn bezit en zit in een van mijn jassen. (…) V: wat was je van plan om met die auto te doen? A: Niks. Ik wilde de auto niet verkopen of zo. Gemak dient de mens toch? Als je moet lopen doe je er zo een paar uurtjes over. (…);
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 mei 2016, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende: (…) Gelegenheid maakt de dief dus ik dacht op dat moment ik stap in die bus en rijd ermee naar Elburg waar ik toen woonde.. (…)Mijn gedachte daarbij was niet ‘ik ga die wagen eens meenemen’. (…) De bus heb ik neergezet op een parkeerterrein vlak voor de stad en onaf gesloten achtergelaten. (…) De sleutel van de bus heb ik wel meegenomen, niet zozeer om weer met de bus te kunnen rijden maar waarschijnlijk heb ik iets met sleutels en heb ik hem daarom meegenomen. (…).