Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer (P): 08/700576-12 Datum vonnis: 19 juli 2016 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 mei 2015 en 22 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.P.J.J. Lousberg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in de periode van 8 mei 2012 tot en met 4 oktober 2012, meermalen het opzettelijk bereiden van GHB heeft voorbereid en/of bevorderd door GBL, waarvan hij en/of zijn mededader(
(16)in de regio Twente bekend stonden als GHB dealer of gebruiker; - eind mei 2012, begin juni 2012 verdachte nog GBL heeft verkocht aan getuige [getuige 1] en een vriend van hem. Verdachte wist dat die persoon GHB gebruikte. Verdachte wist dat de GBL die hij verkocht aan [getuige 1] en zijn vriend werd gebruikt voor de productie van GHB. Verdachte kon zien dat die vriend eruit zag als een junk. Daarnaast is algemeen bekend dat die vriend alles gebruikt. Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat: - verdachte een website [website 1] exploiteerde waarop niets anders dan GBL te koop werd aangeboden; afnemers die op internet zochten met termen als ‘buy ghb’ en ‘gbl high’ ,‘GHB’, ‘drugs’ en ‘GHB maken’, naar de website van verdachte werden doorgeleid; GBL werd verkocht aan zowel Nederlandse als buitenlandse afnemers; de aangeboden GBL een zuiverheid van 99,99% heeft; GBL met een zuiverheid van 99,99% een hoge prijs heeft. Het middel wordt daardoor voor de particuliere consument als schoonmaakmiddel onaantrekkelijk, temeer omdat er vergelijkbare schoonmaakproducten voorhanden zijn tegen een fractie van de prijs van GBL. Deze schoonmaakmiddelen zijn bovendien heel makkelijk verkrijgbaar, in een willekeurige doe het zelf zaak. voor de productie van GHB of de inname van GBL een zuiverheid van 99,99% wel van belang is; verdachte voornamelijk kleine hoeveelheden GBL leverde, wat erop duidt dat er aan particulieren werd geleverd; verdachte wist dat GHB van GBL kon worden gemaakt; van de door verdachte geleverde GBL ook daadwerkelijk GHB is gemaakt; verdachte ervan op de hoogte was dat er door zijn klanten misbruik van de door hem geleverde GBL was gemaakt. Verdachte verkocht in zijn webshop enkel 99,99% zuivere GBL als “schoonmaakmiddel”, nadat afnemers, kort weergegeven, hadden verklaard dat ze geen misbruik van de GBL zouden maken. Gelet op wat hiervoor is overwogen, beschouwt de rechtbank deze gebruikersverklaringen slechts als een ‘papieren tijger’ enkel bedoeld om verdachtes handelen een legale schijn te geven, terwijl het voorts eens te meer aangeeft dat verdachte zich terdege bewust was van het gebruik van GBL als grondstof voor GHB. Daadwerkelijke controle op het uiteindelijke gebruik van de GBL heeft verdachte niet uitgeoefend. De rechtbank overweegt verder nog het volgende. GBL wordt behalve als grondstof voor GBH ook zelf als verdovend middel gebruikt. De rechtbank moet daarom ook motiveren waarom de rechtbank overtuigd is van de wetenschap van verdachte dat niet alle klanten de GBL kochten om deze in zuivere vorm te consumeren in plaats van deze te gebruiken als grondstof voor GBH. De rechtbank wijst in dat verband op de zoektermen van de website die klanten aantrekt die GBH willen maken. Ook wijst de rechtbank erop dat er ook klanten waren die voor het verbod op de handel in en het voorhanden hebben van GBH al koper van GBL waren van verdachte met zijn wetenschap dat zij GBH produceerden, zodat mag worden aangenomen dat hun reden om GBL te blijven kopen niet verandert vanaf het moment van het op de bij de Opiumwet horende lijst I komen van GBH. De rechtbank is op grond van voorstaande feiten en omstandigheden, bezien in onderlinge samenhang en verband, van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte moet hebben geweten dan wel ernstige reden had te vermoeden dat (een groot deel van) zijn klanten de door hem geleverde GBL aanwendden voor de bereiding van GHB. De uitsluitend particuliere klantenkring, afnemers die met key words als ‘buy ghb’, gbl high’, ‘GHB’, ‘drugs’ en ‘GHB maken’ op de website komen, de frequentie waarmee een deel van de klanten afnam, het belang dat werd toegekend aan de zuiverheid van de GBL, de hoogte van de verkoopprijs in verhouding tot de inkoopprijs, verdachtes bekendheid met de productie van GHB, alsmede verdachtes verklaring dat afnemers een eindgebruikersverklaring moesten invullen, zijn omstandigheden die geen andere conclusie kunnen dragen. De rechtbank acht, mede gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met betrekking tot de handel in GBL voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet heeft gepleegd. 5.2 Feit 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich overeenkomstig de pleitnota op het standpunt gesteld dat de twee aangetroffen imitatiewapens geen sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens en dat zij hierdoor niet geschikt zijn voor ernstige bedreiging/afdreiging. Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. De bewijsoverwegingen van de rechtbank Op 2 oktober 2012 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte aan De Geelgors 8 in Vriezenveen, waarbij onder meer de volgende goederen zijn aangetroffen en in beslag genomen: - een oud pistool sinnummer: AAFJ4928NL en - een samengesteld pistool sinnummer: AAFJ4929NL. Het in beslaggenomen voorwerp onder sinnummer AAFJ4928NL is onderzocht en blijkt een nabootsing van een oud pistool dat voor wat betreft vorm, afmetingen en kleur een redelijke gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een antiek pistool model Russisch soldatenpistool als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie. Het betreffende pistool is een wapen dat voor afdreiging geschikt is. Het in beslaggenomen voorwerp onder sinnummer AAFJ4929NL is onderzocht en blijkt een pistool dat vermoedelijk uit meerdere delen is samengesteld. Het vuurwapen gelijkt op een dubbelloops pistool met uitwendige hanen, geschikt voor penvuurmunitie. Duidelijk zichtbaar is dat aan het wapen is gelast en dat er delen aan zijn toegevoegd die niet bij het wapen horen. Zo zijn de uitwendige hanen gelast uit meerdere delen waardoor zij te groot zijn voor het wapen. Verder is er onder aan het trekker mechanisme geslepen en gelast. Het betreft een nabootsing van een oud pistool dat voor wat betreft vorm, afmetingen en kleur een redelijke gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een antiek pistool, model Thomas, Bland & Sons. Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie I, onder 7 van de Wet wapen en munitie. Het wapen is voor afdreiging geschikt. Verdachte heeft bekend dat hij op 2 oktober 2012 bovenstaande wapens in zijn woning in Vriezenveen voorhanden heeft gehad. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, nu uit het proces-verbaal met betrekking tot het onderzoek aan beide wapens afdoende blijkt dat deze wapens voor afdreiging geschikt zijn. Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. 5.3 Feiten 3, 5 en 6 De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte de onder 3, 5 en 6 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 juni 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv); het proces-verbaal betreffende expertise gasrevolver, munitie en diverse wapens d.d. 2 maart 2011, opgesteld door [verbalisant] en [verbalisant] , pagina’s 47 t/m
- 5.
- Feit 4 De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 juni 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv); het proces-verbaal betreffende expertise XTC tabletten, onbekende stof, amfetamine en kamagra tabletten, d.d. 2 maart 2011, opgesteld door [verbalisant] en [verbalisant] , pagina’s 85 t/m 89; een rapport identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 april 2011, opgesteld door Dr. M.A. Hoitink, pagina’s 94 en
- 5.5 Feiten 7 en 8 De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte de onder 7 en 8 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 juni 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv); het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 8 november 2010; het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 29 november 2010, pagina’s 31 en 32; het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 29 november 2010, pagina’s 33 en 34; het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 29 november 2010, pagina’s 35 en
- 5.6 De conclusie De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
- hij in de periode van 9 mei 2012 tot en met 4 oktober 2012, te Vriezenveen en elders in Nederland, meermalen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, van een hoeveelheid, GHB (4-hydroxyboterzuur), zijnde GHB (4-hydroxyboterzuur) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, telkens stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, hebbende hij telkens een stof, te weten Gamma-ButyroLactone (GBL), welke stof benodigd is voor de bereiding van GHB besteld, geïmporteerd, opgeslagen, verpakt, afgeleverd, verkocht en voorhanden gehad en/of laten financieren, bestellen, importeren, vervoeren, overladen, opslaan en een internetsite (onder de naam [website 1] ) geëxploiteerd en een onderneming gedreven met als doel de aanprijzing en de verkoop van GBL;
- hij op 2 oktober 2012 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, wapens van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een oud pistool (Sinnummer AAFJ4928NL) en een samengesteld pistool gelijkend op een dubbelloopspistool (Sinnummer AAFJ4929NL), zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens, voorhanden heeft gehad;
- hij op 1 maart 2011, te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, wapens van categorie III, te weten - een gasrevolver (van het merk Röhm, kaliber 6mm), en - een signaalpen (van het merk Comet, kaliber 9/15f knal), en - 5 patroonmagazijnen, en - 2 meervoudige schietbekers, en - munitie van categorie III, te weten knalpatronen (van merk Sellier & Bellot, kaliber 6 mm), en - 10 stuks pyrotechnische munitie ("kombi-feuerwerkgeschoss kaliber 15 mm), voorhanden heeft gehad;
- hij op 1 maart 2011, te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, opzettelijk aanwezig heeft gehad - 41,2 gram, bevattende MDMA en - 9 gram amfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
- hij op 1 maart 2011, te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, wapens van categorie II, te weten - 3 flacons pepperspray, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met weerloos makende en traanverwekkende stoffen, en - een (zogenaamd) stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
- hij op 1 maart 2011, te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een (zogenaamd) CO2-geweer (van het merk Crosman, model 761XL), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (te weten een enkelloops kogelgeweer van het merk Remington, model 760 DLL Custom), voorhanden heeft gehad;
- hij op 27 oktober 2010 te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, zonder consent wapens van categorie II onder 5°, te weten 50 voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, heeft doen binnenkomen vanuit Hong-Kong;
- hij op 27 oktober 2010, te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, wapens van categorie I, onder 3, te weten 10 ploertendoders, heeft doen binnenkomen vanuit Hong-Kong. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde onder 1 is strafbaar gesteld bij artikel 10a van de Opiumwet. Het bewezenverklaarde onder 2, 3, 5, 6, 7 en 8 is strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie. Het bewezenverklaarde onder 4 is strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 het misdrijf: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; feiten 2 en 6 telkens het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie; feiten 3, 5 en 8 telkens het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie; feit 4 het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 7 het misdrijf: handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie. 7De strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 8De op te leggen straf of maatregel 8.1 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a van de Opiumwet gegeven verbod. Verdachte heeft via internet bedrijfsmatig GBL verkocht aan afnemers in binnen- en buitenland terwijl hij wist of ernstig moest vermoeden dat die stof werd gebruikt voor het maken van GHB. GHB is een drug die tot dezelfde categorie behoort als cocaïne en andere sterk werkende drugs en is sinds 9 mei 2012 vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (harddrugs). GHB is een gevaarlijke en zeer sterke chemische substantie. GHB is zeer verslavend, het creëert een vernietigende afhankelijkheid die alleen verlicht kan worden door meer van deze drug te gebruiken. Het gebruik ervan kan vervolgens leiden tot ernstige gezondheidsproblemen. Het gebruik van GHB wordt voorts zowel direct als indirect in verband gebracht met vele vormen van criminaliteit en overlast. Ook heeft verdachte de Opiumwet overtreden door een hoeveelheid MDMA en amfetamine aanwezig te hebben. Daarnaast heeft verdachte elektrische stroomwapens en ploertendoders doen binnenkomen vanuit Hong-Kong. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit, waarbij in de auto, de woning en de loods van verdachte een CO2-geweer, flacons pepperspray, stroomstootwapens, een gasrevolver, een signaalpen, patroonmagazijnen, schietbekers, knalpatronen, pyrotechnische munitie, een oud pistool en een dubbelloopspistool is aangetroffen. Naast het gevaar dat verdachte hiermee voor zijn directe omgeving heeft veroorzaakt kan het ongecontroleerde bezit van wapens als de onderhavige leiden tot maatschappelijk volstrekt onaanvaardbare escalaties van conflicten. In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank bij de strafmaat rekening gehouden met de volgende omstandigheden: blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 februari 2016 is verdachte niet eerder voor soortgelijke misdrijven veroordeeld en het tijdsverloop. Gelet op het voorgaande en rekening houdend met het tijdsverloop acht de rechtbank de na te melden gevangenisstraf passend en geboden. Een groot deel hiervan zal in voorwaardelijke vorm worden opgelegd, teneinde verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan (soortgelijke) strafbare feiten schuldig te maken. Voorts acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. 8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel de op de beslaglijst vermelde goederen met nummers 1 t/m 29, 33 en 34 moeten worden onttrokken aan het verkeer, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd zijn met de wet of het algemeen belang. Voorts zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst vermelde goederen met nummers 30 en 31 aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36b, 36c, 57 en 91 Sr. 10De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1: het misdrijf: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; feiten 2 en 6: telkens het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie; feiten 3, 5 en 8: telkens het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie; feit 4: het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 7: het misdrijf: handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie; - verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tweehonderdveertig