vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/178316 / KG ZA 15-354 Vonnis in kort geding van 29 januari 2016 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. L.J.A. Eshuis-Nijmeijer te Wierden, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. P.F. Wolbers te Hengelo. Partijen zullen hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de pleitnota van [eiseres] de pleitnota van [gedaagde] de stukken van de zijde van [gedaagde] voortzetting van de mondelinge behandeling de wijziging van eis. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Partijen hebben in het kader van de afwikkeling van hun huwelijksvermogen afspraken gemaakt die zij hebben vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. 2.
- In dat echtscheidingsconvenant hebben partijen onder meer - voor zover hier relevant - het volgende vastgelegd: “Het is de bedoeling dat de toedeling van de woning zal geschieden zodra de vrouw haar overbedelingssom heeft ontvangen. Het is haar bekend dat het ontslag iedere verplichting van hypothecaire geldlening – waardoor zij niet meer kan worden aangesproken door de bank wegens deze geldlening – waarschijnlijk langer zal duren. Mochten zij toch de woning aan de man toedelen terwijl er nog geen ontslag aansprakelijkheid aan de vrouw is verleend, dan zal dit ontslag daarna worden gerealiseerd. Het is de man en de vrouw bekend dat de man hiervoor geen inkomsten uit zijn onderneming dient te verwerven. De bank zal waarschijnlijk pas met behulp van de jaarcijfers tweeduizendtwaalf hier definitief over beslissen. Mocht blijken dat de man het gewenste ontslag aansprakelijkheid van de vrouw niet kan realiseren, dan dient hij de woning te koop te zetten zoals hieronder nader uitgewerkt. (…) maken de man en de vrouw de afspraak dat als de vrouw niet is ontslagen uit de hoofdelijke verplichting jegens de geldverstrekker (ING Bank) wegens hypothecaire geldlening(en), de woning uiteindelijk verkocht zal worden. De man zal met behulp van de jaarcijfers van de onderneming over tweeduizendtwaalf een ontslag aanvraag indienen bij de geldverstrekker. (…) Als het ontslag in het kalenderjaar 2014 niet wordt verleend, is het gevolg dat de man zich verplicht de woning te koop aan te bieden, ook als de woning reeds aan hem is toebedeeld, tenzij partijen in overleg een afwijkende afspraak maken.”. 2.
- De aan de voormalige echtelijke woning (hierna: de woning) verbonden hypotheekschuld bedraagt € 260.000,=, waartoe partijen hoofdelijk verbonden zijn. 2.
- Partijen hebben de waarde van de woning vastgesteld op € 400.000,=. [eiseres] heeft uit de overwaarde van de woning een bedrag ter hoogte van € 50.000,= ontvangen. 2.
- [gedaagde] is thans eigenaar van de woning. [gedaagde] betaalt - sinds de in het echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken - de aan de woning verbonden hypothecaire lasten. 2.
- De woning wordt te koop aangeboden via www.huisadvertenties.nl en www.gratishuisaanbod.nl. 2.
- [gedaagde] hanteert een vraagprijs van € 485.000,= (inclusief de strook grond). 2.
- De marktwaarde van de woning is door Blik Makelaars bij rapport van 19 januari 2016 getaxeerd op € 415.000,=. 3De beoordeling 3.
- [eiseres] vordert, na vermindering van eis, samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot nakoming van de in het echtscheidingsconvenant gemaakte afspraken, in die zin dat indien de man er niet in slaagt om binnen twee maanden van de bank bevestigd te krijgen dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening, de voormalige echtelijke woning wordt verkocht door een plaatselijke makelaar en tegen een marktconforme prijs, zodat zij door de bank kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening. 3.
- [gedaagde] voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van [eiseres] dat er in de kern op neer komt dat hij het spoedeisend belang van [eiseres] bij de door haar ingediende vorderingen betwist. Volgens hem voldoet hij reeds aan zijn verplichtingen uit het echtsscheidingsconvenant. 3.
- De voorzieningenrechter overweegt als volgt. 3.
- Vast staat dat de woning te koop wordt aangeboden en dat partijen beiden wensen dat [eiseres] - conform de afspraken in het echtscheidingsconvenant - door de bank wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Partijen verschillen echter - mede gelet op de tijdsduur die een en ander zou vergen - van mening over de wijze waarop dat zou moeten en kunnen worden bewerkstelligd. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] zich onvoldoende inspant om [eiseres] (spoedig) te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. De woning staat te koop voor een te hoog bedrag en niet bij een plaatselijke makelaar. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij met het te koop zetten van de woning reeds aan zijn verplichtingen voldoet. Zijn grootste wens is echter om in de woning te blijven wonen, vanwege de kinderen, maar ook omdat verhuizing voor hem financieel een zwaardere belasting zou opleveren. 3.
- De zaak is behandeld ter zitting van 16 december 2015 en voortgezet behandeld ter zitting van 22 januari
- De tussenliggende periode is door [gedaagde] aangewend om een recent taxatierapport van de woning te laten opstellen en om actie richting de bank te ondernemen teneinde [eiseres] te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. 3.
- [gedaagde] heeft ter zitting, naar aanleiding van de door hem overgelegde stukken, toegelicht wat de actuele stand van zaken is. Uit die toelichting is naar voren gekomen dat de bank nog definitief moet beslissen over het door [gedaagde] gedane verzoek tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en dat nog onduidelijk is wanneer de bank daarover definitief zal beslissen. [gedaagde] heeft voorts met per eind december 2015 zijn bedrijf verkocht waardoor zijn financiële lasten zijn verlaagd. Het plan van [gedaagde] dat thans bij de bank voorligt is om via een verhoging van de hypotheek die is verbonden aan de woning van zijn huidige partner, een deel van de hypotheek verbonden aan zijn woning af te lossen, zodat [gedaagde] in staat is het restant hypotheekbedrag te financieren, met als gevolg dat [eiseres] kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Mocht dat plan niet slagen, dan is hij voornemens andere banken met datzelfde plan te benaderen. 3.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] daarmee - binnen zijn mogelijkheden en indachtig de gemaakte afspraken zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant - het nodige heeft gedaan en nog steeds doet, teneinde te bewerkstelligen dat [eiseres] (zo spoedig mogelijk) zal kunnen worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. 3.
- Uit het recente taxatierapport blijkt dat de woning een marktwaarde vertegenwoordigt van € 415.000,=, terwijl er een hypotheeklast op de woning rust van € 260.000,=. Nu (zelfs) bij (gedwongen) verkoop van de woning een overwaarde zal resteren én [gedaagde] de aan de woning verbonden hypothecaire lasten na het sluiten van het echtscheidingsconvenant is blijven betalen, is het risico dat [eiseres] door de bank wordt aangesproken op grond van de hoofdelijke verbondenheid van de hypotheekschuld, klein. 3.
- [eiseres] heeft weliswaar in de dagvaarding gesteld dat een belang bij ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, anders dan het nakomen van de verplichtingen uit het echtsscheidingsconvenant, eveneens is gelegen in de omstandigheid dat bij gebreke van dat ontslag zij niet de mogelijkheid heeft om zelf een woning te financieren, maar dat standpunt heeft zij verder niet onderbouwd en evenmin in een later stadium van de procedure herhaald. 3.
- Van [eiseres] kan in de gegeven omstandigheden worden gevergd dat zij de uitkomst van de door [gedaagde] ingediende plannen afwacht. De beoordeling van die plannen vereist medewerking van de bank(en) en kan enige tijd in beslag nemen. Het belang van [eiseres] om reeds nu, dan wel binnen twee maanden, - met spoed - over de gevraagde voorzieningen te beschikken, acht de voorzieningenrechter niet gegeven. De vorderingen worden afgewezen. 3.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.
- wijst de vorderingen af, 4.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 29 januari
- type: coll: