← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2016:3822

vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/190507 / KG ZA 16-283 Vonnis in kort geding van 14 september 2016 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. J. Engels te Vroomshoop, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. G.J. Ligtenberg te Almelo. Partijen zullen hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties de aanvullende producties van [eiser] de productie van [gedaagde] de mondelinge behandeling de pleitnota van [eiser] de pleitnota van [gedaagde] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Bij beschikking van 18 december 2013 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Iedere verdere beslissing, waaronder die over de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap, is aangehouden. De echtscheidingsbeschikking is op 10 januari 2014 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.
  4. Bij beschikking van 21 december 2015 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo (met zaaknummer C/08/147653) heeft de rechtbank overwogen dat tot de huwelijksgoederengemeenschap van partijen behoort een vordering op de heer [A] (de ex-man van [gedaagde] ). De rechtbank overweegt in 3.
  5. van die beschikking het volgende: “De rechtbank zal de vordering op de heer [A] aan de vrouw toedelen. Onbetwist is gesteld dat deze vordering oorspronkelijk € 300.00,- bedroeg en dat de heer [A] vanaf 20 november 2010 een bedrag ad € 2.500,- per maand heeft voldaan tot het moment dat de heer [A] onder zichzelf beslag heeft gelegd (in april 2013). De rechtbank ziet aanleiding om voor de waardering van de vordering uit te gaan van de peildatum 16 mei 2013 (datum indiening verzoek tot echtscheiding.) Tot deze datum is door de heer [A] een bedrag ad € 75.000,- voldaan (30 keer € 2.500,-), zodat de vordering op de peildatum nog € 225.00,- bedroeg. Door toedeling van deze vordering aan de vrouw wordt zij overbedeeld uit welke hoofde zij aan de man een bedrag ad € 112.500,- dient te voldoen.”. 2.
  6. [eiser] heeft in april 2013 maritaal beslag laten leggen onder [A] op de vordering van de gemeenschap op [A] . ABN AMRO Bank heeft vanwege deze beslaglegging een aparte beslagrekening geopend met rekeningnummer [wwww] . Op deze bankrekening zijn de tegoeden gestort per datum beslaglegging van de door [gedaagde] bij ABN AMRO Bank aangehouden bankrekeningen met de nummers [yyyy] , [zzzz] en [xxxx] . Het totaal van de saldi van deze laatste drie bankrekeningen ter hoogte van € 47.232,70 is op de beslagrekening gestort. 2.
  7. [gedaagde] en [A] hebben vervolgens afgesproken dat [A] maandelijks een bedrag aan [gedaagde] zou voldoen van € 1.500,- en een bedrag aan [eiser] van € 1.000,-. 2.
  8. [A] en [eiser] zijn vervolgens verwikkeld geraakt in een gerechtelijke procedure. In navolging van die procedure stelt [A] een vordering op [eiser] te hebben verkregen uit hoofde van het verbeurd zijn van dwangsommen, alsmede een proceskostenveroordeling. [A] heeft op basis van het voorgaande beslag gelegd onder zichzelf op de betalingen die uit hoofde van de onder 2.
  9. genoemde afspraak door [A] aan [eiser] dienen te worden voldaan. 2.
  10. Sinds 16 mei 2013 heeft de heer [A] maandelijks een bedrag van € 1.500,00 aan [gedaagde] voldaan. 3Het geschil 3.
  11. [eiser] vordert samengevat - primair veroordeling van [gedaagde] om haar medewerking te verlenen aan voldoening aan [eiser] van een bedrag van € 47.232,70 en subsidiair veroordeling van [gedaagde] om alle bedragen die de heer [A] aan [gedaagde] voldoet, aan [eiser] over te maken, beide op verbeurte van een dwangsom. Meer subsidiair vordert [eiser] veroordeling van [gedaagde] om een voorschot van € 50.000,00 aan hem te betalen. 3.
  12. [eiser] stelt dat hij, in tegenstelling tot [gedaagde] , geen betalingen van [A] ontvangt. [gedaagde] heeft volgens hem al een bedrag van € 54.000,- ontvangen sinds 16 mei
  13. [eiser] vreest dat het door [A] aan de gemeenschappelijke boedel te betalen bedrag ‘langzaam’ wordt opgesoupeerd door [gedaagde] . Hij heeft al meer nadelige gevolgen van de echtscheiding moeten incasseren. Door zijn geringe inkomsten, mede gelet op de gevolgen van het door [A] gelegde beslag, verkeert hij momenteel in financiële nood. Hij is niet meer in staat zijn vaste lasten te voldoen. 3.
  14. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde. [gedaagde] betwist niet dat zij reeds een bedrag van € 54.000,- heeft ontvangen van [A] , maar daar staat volgens haar tegenover dat zij veel rekeningen die ten laste van de gemeenschap komen, betaalt. [eiser] had bovendien de beschikking over spaargelden ter hoogte van ruim € 59.000,-. Zij verkeert eveneens in financiële nood en heeft al een bedrag van € 20.000,- van haar moeder moeten lenen om het hoofd boven water te houden. Zij betwist tot slot de spoedeisendheid van de door [eiser] gevraagde voorzieningen. 3.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  16. Gelet op de aard van de vorderingen is er sprake van een spoedeisend belang. [eiser] is ontvankelijk in zijn vorderingen. 4.
  17. Tussen partijen is niet in geschil dat de vordering van de gemeenschap op [A] ter hoogte van € 225.000,- aan [gedaagde] wordt toegedeeld en dat [gedaagde] uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 112.500,- aan [eiser] dient te voldoen. 4.
  18. Vast staat tussen partijen dat de boedelverdeling nog niet is gerealiseerd. In de procedure met zaaknummer C/08/147653 is nog geen eindbeschikking gegeven. De stand van zaken is dat er in die procedure een tweetal deskundigen dient te worden benoemd. Er is een voorschot ten behoeve van de deskundigen vastgesteld. [gedaagde] heeft het aan haar opgelegde voorschot voldaan. [eiser] dient het voorschot voor de deskundigen ad € 550,- nog te voldoen. Indien het voorschot door [eiser] wordt voldaan, is de verwachting bij partijen dat er nog dit jaar een eindbeschikking zal worden gegeven ten aanzien van de boedelverdeling. 4.
  19. Geconstateerd kan worden dat het in het belang van beide partijen is dat er spoedig een eind komt aan de boedelverdelingsprocedure. Partijen ervaren hun huidige financiële situatie voorts beiden niet als rooskleurig. Allereerst is vanwege het door [eiser] gelegde maritale beslag een bedrag ter hoogte van € 47.232,70 niet bereikbaar voor beide partijen en anderzijds verkrijgt [eiser] vanwege het geschil tussen hem en [A] over al dan niet verbeurde dwangsommen maandelijks niet de € 1.000,- van [A] die hij stelt zo hard nodig te hebben. 4.
  20. [eiser] wenst beëindiging van zijn financiële noodsituatie en verlangt met zijn vorderingen dat [gedaagde] een aanzienlijk geldbedrag voldoet aan hem. [eiser] miskent echter dat hij met het door hem gelegde maritale beslag, alsmede met het niet vorderen van opheffing van het door [A] gelegde eigenbeslag, de gestelde financiële noodsituatie in stand houdt. Het ligt in de macht van [eiser] zelf om het maritale beslag op te heffen. En, indien hij belang heeft bij de € 1.000,- die [A] volgens afspraak maandelijks aan hem dient te betalen, ligt het voor de hand en op de weg van [eiser] om dat beslag op te laten heffen. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] op dat vlak actie heeft ondernomen richting [A] . 4.
  21. [eiser] is voor de door hem gewenste beëindiging van zijn financiële noodsituatie en voor de uitoefening van zijn vermeende rechten dan ook niet aangewezen op de door hem verlangde voorzieningen. 4.
  22. De slotsom moet zijn dat [eiser] geen (spoedeisend) belang heeft bij toewijzing van de door hem gevraagde voorzieningen. 4.
  23. Opheffing van (het) (de) beslag(en) heeft tot gevolg dat [eiser] in ieder geval ook het voorschot van de deskundigen ad € 550,- kan voldoen, zodat deze aan het werk kunnen en er tot een afronding en daadwerkelijke effectuering van de boedelverdeling kan worden gekomen. 4.
  24. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  25. wijst de vorderingen af, 5.
  26. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 14 september
  27. type: coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.