Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/963658-14 (LP) (P) Datum vonnis: 15 december 2016 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] (Hongarije), thans gedetineerd in het Huis van Bewaring De Karelskamp te Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 november 2015, 26 januari 2016, 5 april 2016, 16 november 2016 en 6 december 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. C.B. Stenger, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (medeplegen van) mensenhandel jegens [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] . Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015, te 's-Gravenhage en/of te Amsterdam en/of te Groningen, althans (elders) in Nederland en/of in België en/of in Italië en/of in Hongarije en/of in Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen, een of meer ander(en), genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , -door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die ander(
- en)(sub 1) en/of -heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die ander(
- en)in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en/of -door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(
- en)enige handeling(
- en)heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)of redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat die ander(
- en)zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en/of -opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die ander(
- en)(sub 6) en/of -die ander(
- en)door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander(
- en)met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) -met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] een (seksuele) relatie aangegaan en/of -met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (vanuit Hongarije) naar Nederland gereden en/of gevlogen en/althans gereisd en/of -woonruimte in Italië en/of in België en/of in Zwitserland en/of in 's-Gravenhage, althans in Nederland en/of Hongarije voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] geregeld en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] ondergebracht in een woning en/althans gehuisvest en/of -een of meer kamer(s)/werkplek(ken) in Italië en/of in België en/of in Zwitserland en/of in 's-Gravenhage althans (elders) in Nederland geregeld/gehuurd en/of laten regelen/huren, alwaar [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] haar/hun prostitutiewerkzaamheden kon(den)/moest(
- en)verrichten en/althans [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (aldaar) laten werken als prostituee en/of - [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] opdracht gegeven en/of (telefonisch) onder druk gezet en/of ertoe aangezet en/of gebracht een (groot) aantal uren per dag en/of zeven, althans een groot aantal, dagen per week als prostituee te werken en/of een groot geldbedrag te verdienen, ook als zij ziek en/of ongesteld was/waren en/of -zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of de verdiensten daaruit en/of - [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] constant onder controle gehouden en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar/hen ingeperkt en/of - [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] al haar/hun verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, laten afdragen aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)en/of het door haar/hen verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of haar/hen (aldus) in een (verder) van verdachte en/of zijn mededader(
- s)afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en/of - [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (het door haar/hen verdiende) geld laten overbrengen en/of sturen/overmaken naar de familie van verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)en/althans naar personen in Hongarije en/of -een of meer personen als 'geldkoerier' ingezet en/of de hiervoor bedoelde gelden laten ophalen uit Nederland en/of laten overbrengen naar Hongarije en/of - [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] geslagen en/of bedreigd en/of uitgescholden. 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van mensenhandel jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] en zal worden veroordeeld terzake mensenhandel jegens [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden op grond van het ne bis in idem beginsel voor de periode 2010 tot medio 2011, nu verdachte reeds in Hongarije is veroordeeld terzake een soortgelijk feit (souteneurschap) ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] . Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging, nu er geen sprake is van een veroordeling voor hetzelfde feit. Volgens het openbaar ministerie kan souterneurschap in dat kader niet gelijk gesteld worden met mensenhandel. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat er geen sprake is van ne bis in idem, omdat verdachte in Hongarije is veroordeeld wegens souteneurschap, hetgeen een ander strafbaar feit is dan waarvoor verdachte thans in Nederland vervolgd wordt (mensenhandel). De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte ten aanzien van de gehele periode van het tenlastegelegde feit. De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van mensenhandel jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] en heeft geconcludeerd verdachte te veroordelen terzake mensenhandel jegens [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] op grond van onder meer de aangiften en verklaringen van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 3] , diverse getuigenverklaringen en tapgesprekken, één en ander zoals verwoord in het door de officier van justitie ter zitting overgelegde schriftelijke requisitoir. De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank [slachtoffer 1] De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat mensenhandel jegens [slachtoffer 1] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. [slachtoffer 2] Artikel 273f, eerste lid, sub 1, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) Handelingen: vervoeren en huisvesten Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte met [slachtoffer 2] naar Nederland is gereisd en dat hij haar gehuisvest heeft in Nederland. Voor het huisvesten verwijst de rechtbank naar de verklaring van [slachtoffer 7] d.d. 8 juni 2014 waarin zij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer 2] in het huis van [naam 1] en [naam 2] heeft gehuisvest. De rechtbank acht de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen niet bewezen. Dwangmiddelen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte jegens [slachtoffer 2] gebruik heeft gemaakt van dwangmiddelen. Verdachte heeft misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie, doordat [slachtoffer 2] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij zich bevond in een voor haar onbekend land en bovendien niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak, en er sprake was van een ongelijkwaardige relatie. Nu verdachte gebruik heeft gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 2] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 2] in een uitbuitingssituatie beland. (Het oogmerk van) uitbuiting Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [slachtoffer 2] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald. De rechtbank overweegt hiertoe dat [slachtoffer 7] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] haar verdiende geld aan verdachte moest afgeven, hetgeen ondersteund wordt door de verklaring van [slachtoffer 3] . Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte [slachtoffer 2] controleerde en toezicht hield op haar prostitutiewerkzaamheden en de verdiensten daaruit. De rechtbank verwijst hiertoe naar de verklaring van [slachtoffer 7] . Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer 2] grote geldbedragen heeft overgemaakt aan de echtgenote van verdachte. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en daaruit opzettelijk voordeel heeft getrokken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr Gelet op het hiervoor reeds overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 2] heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor (een) derde(
- n)tegen betaling. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 17 mei 2016 (ECLI:NL:HR:2016:857) is de rechtbank van oordeel dat mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het derde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Uitbuiting moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte door de dwangmiddelen misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 2] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten prostitutiewerkzaamheden. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 5 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:556) is de rechtbank van oordeel dat mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het vierde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Uitbuiting moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 6, Sr Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder het kopje “(het oogmerk van) uitbuiting” is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] . Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 2] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor (een) derde(n). Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. [slachtoffer 3] Artikel 273f, eerste lid, sub 1, Sr Handelingen: werven, vervoeren, overbrengen en huisvesten Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte met [slachtoffer 3] naar Nederland is gereisd en dat hij haar gehuisvest heeft in Nederland. Voor het huisvesten verwijst de rechtbank naar de verklaring van [slachtoffer 7] d.d. 8 juni 2014 waarin zij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer 3] in het huis van [naam 1] en [naam 2] heeft gehuisvest. Derhalve zijn de handelingen werven, vervoeren, overbrengen en huisvesten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen niet bewezen. Dwangmiddelen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte jegens [slachtoffer 3] gebruik heeft gemaakt van dwangmiddelen. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 3] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dwang, nu uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat verdachte haar veelvuldig controleerde en instrueerde, zij onder druk werd gezet en ertoe werd aangezet een groot aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen alsmede dat verdachte haar verplichtte door te werken als zij ongesteld was. De rechtbank verwijst hiertoe onder meer naar de verklaringen van [slachtoffer 3] en de tapgesprekken d.d. 5 november 2014 te 12:57:47 uur en 5 november 2014 te 14:25:36 uur. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 3] gebruik gemaakt van het dwangmiddel geweld. De rechtbank verwijst voor het dwangmiddel geweld naar de verklaring van [slachtoffer 3] d.d. 3 december 2015, waarin zij heeft verklaard dat verdachte haar een keer aan haar haren heeft getrokken en haar een stomp op haar borstkas heeft gegeven. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 7] d.d. 23 februari 2016. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 3] voorts gebruik gemaakt van het dwangmiddel andere feitelijkheid, nu hij haar veelvuldig heeft uitgescholden. Verder heeft verdachte gebruik gemaakt van het dwangmiddel dreiging met een andere feitelijkheid, nu hij dreigde [slachtoffer 3] terug te brengen naar [naam 3] als zij – in zijn ogen – niet genoeg geld verdiende. Verdachte heeft tevens gebruik gemaakt van het dwangmiddel misleiding. Voordat [slachtoffer 3] naar Nederland ging, zei verdachte dat ze steeds na drie weken werken in Nederland twee weken naar Hongarije zouden gaan om uit te rusten, maar in twee maanden tijd was ze maar één week in Hongarije. Verdachte heeft tot slot misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie, doordat [slachtoffer 3] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, [slachtoffer 3] zich bevond in een voor haar onbekend land en bovendien niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak, en er sprake was van een ongelijkwaardige relatie. Verdachte controleerde [slachtoffer 3] door veelvuldig bel- en sms-contact te hebben en aldus werd haar keuze-/bewegingsvrijheid als prostituee ingeperkt. Nu verdachte gebruik heeft gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 3] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 3] in een uitbuitingssituatie beland. (Het oogmerk van) uitbuiting Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [slachtoffer 3] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald. De rechtbank overweegt hiertoe dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij al haar verdiende geld aan verdachte moest afgeven, hetgeen ondersteund wordt door de verklaring van [slachtoffer 7] . Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte [slachtoffer 3] controleerde en toezicht hield op haar prostitutiewerkzaamheden en de verdiensten daaruit. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en daaruit opzettelijk voordeel heeft getrokken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr Gelet op het hiervoor reeds overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 3] heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor (een) derde(
- n)tegen betaling. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte door de dwangmiddelen door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 3] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 6, Sr Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder het kopje “(het oogmerk van) uitbuiting” is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 3] . Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 3] door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor (een) derde(n). Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. [slachtoffer 4] Artikel 273f, eerste lid, sub 1, Sr De rechtbank acht de in de tenlastelegging opgenomen handelingen ten aanzien van [slachtoffer 4] niet bewezen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van sub 1. Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr De rechtbank zal verdachte vrijspreken van sub 3 ten aanzien van [slachtoffer 4] , omdat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte haar heeft aangeworven en/of medegenomen. Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr Dwangmiddelen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte jegens [slachtoffer 4] gebruik heeft gemaakt van dwangmiddelen. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 4] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dwang, nu uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat verdachte haar vaak belde en bezocht, zij onder druk werd gezet en ertoe werd aangezet een groot aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 4] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dreiging met geweld. De rechtbank verwijst voor dit dwangmiddel naar de verklaring van [slachtoffer 4] d.d. 24 juni 2015, waarin zij heeft verklaard dat verdachte heeft gezegd dat als zij een nieuwe vriend zou krijgen na het beëindigen van hun relatie, verdachte deze nieuwe vriend zou doodslaan. Verdachte heeft misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie, doordat [slachtoffer 4] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, [slachtoffer 4] zich bevond in een voor haar onbekend land en bovendien niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak, en er sprake was van een ongelijkwaardige relatie. Verdachte controleerde [slachtoffer 4] door veelvuldig (bel)contact te hebben en aldus werd haar keuze-/bewegingsvrijheid als prostituee ingeperkt. Nu verdachte gebruik heeft gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 4] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 4] in een uitbuitingssituatie beland. (Het oogmerk van) uitbuiting Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [slachtoffer 4] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald. De rechtbank verwijst hiertoe naar de tapgesprekken d.d. 7 december 2014 te 14:46:18 uur en 11 december 2014 te 17:02:40 uur. Voorts blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 4] dat verdachte berekende hoeveel zij moest verdienen. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer 4] grote geldbedragen heeft overgemaakt aan de echtgenote van verdachte. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en daaruit opzettelijk voordeel heeft getrokken. Uitbuiting kan derhalve worden bewezen. De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte door de dwangmiddelen dwang, dreiging met geweld en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 4] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten prostitutiewerkzaamheden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 6, Sr Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder het kopje “(het oogmerk van) uitbuiting” is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 4] . Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 4] door dwang, dreiging met geweld en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met of voor (een) derde(n). Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. [slachtoffer 5] Artikel 273f, eerste lid, sub 1, Sr Handelingen: huisvesten Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 5] heeft gehuisvest in Nederland. De rechtbank verwijst hiertoe naar de verklaring van [slachtoffer 7] d.d. 8 juni 2014 waarin zij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer 5] in het huis van [naam 1] en [naam 2] heeft gehuisvest. De rechtbank acht de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen niet bewezen. Dwangmiddelen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte jegens [slachtoffer 5] gebruik heeft gemaakt van dwangmiddelen. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 5] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dwang, nu uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat verdachte haar veelvuldig controleerde en instrueerde, zij onder druk werd gezet en ertoe werd aangezet een groot aantal uren per dag en zeven dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen alsmede dat verdachte haar verplichtte door te werken als zij ziek en ongesteld was. De rechtbank verwijst hiertoe onder meer naar de verklaring van [slachtoffer 5] , de verklaringen van [slachtoffer 3] en diverse tapgesprekken. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 5] gebruik gemaakt van het dwangmiddel geweld. De rechtbank verwijst voor het dwangmiddel geweld naar de verklaring van [slachtoffer 3] d.d. 3 december 2015, waarin zij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer 5] een keer in haar maag heeft gestompt. Voorts verwijst de rechtbank naar het tapgesprek d.d. 22 februari 2015 te 01:25:16 uur, waarin verdachte tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij [slachtoffer 5] een keer heeft afgeranseld. Verdachte heeft jegens [slachtoffer 5] voorts gebruik gemaakt van het dwangmiddel andere feitelijkheden, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat hij haar veelvuldig heeft uitgescholden en verdachte [slachtoffer 5] een tatoeage heeft gegeven met zijn geboortedatum. Verdachte heeft misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie, doordat [slachtoffer 5] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, [slachtoffer 5] zich bevond in een voor haar onbekend land en bovendien niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak, en er sprake was van een ongelijkwaardige relatie. Verdachte controleerde [slachtoffer 5] door veelvuldig bel- en sms-contact te hebben en aldus werd haar keuze-/bewegingsvrijheid als prostituee ingeperkt. Nu verdachte gebruik heeft gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 5] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 5] in een uitbuitingssituatie beland. (Het oogmerk van) uitbuiting Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [slachtoffer 5] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald. De rechtbank overweegt hiertoe dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 5] al haar verdiende geld aan verdachte moest afgeven. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte [slachtoffer 3] controleerde en toezicht hield op haar prostitutiewerkzaamheden en de verdiensten daaruit. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer 5] grote geldbedragen heeft overgemaakt aan de echtgenote van verdachte. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en daaruit opzettelijk voordeel heeft getrokken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr De rechtbank zal verdachte vrijspreken van sub 3 ten aanzien van [slachtoffer 5] , omdat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte haar heeft aangeworven en/of medegenomen. Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte door de dwangmiddelen dwang en geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 5] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 6, Sr Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder het kopje “(het oogmerk van) uitbuiting” is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 5] . Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 5] door dwang en geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met of voor (een) derde(n). Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. [slachtoffer 6] De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat mensenhandel jegens [slachtoffer 6] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. [slachtoffer 7] Artikel 273f, eerste lid, sub 1, Sr Handelingen: vervoeren en overbrengen Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 7] heeft vervoerd en overgebracht. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de verklaringen van [slachtoffer 7] blijkt dat zij samen met de medeverdachte in september 2013 vanuit Budapest naar Nederland is gevlogen en dat verdachte had besloten dat zij naar Nederland moest gaan. De rechtbank acht de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen niet bewezen. Dwangmiddelen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte jegens [slachtoffer 7] gebruik hebben gemaakt van dwangmiddelen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben jegens [slachtoffer 7] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dwang, nu de rechtbank uit de verklaringen van [slachtoffer 7] concludeert dat de medeverdachte haar continu in de gaten hield, zij zich niet vrij kon bewegen, hij haar vele malen per dag belde om te vragen naar haar verdiensten en de hoeveelheid klanten, zij een groot aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee moest werken en een groot geldbedrag moest verdienen alsmede dat de medeverdachte haar verplichtte door te werken als zij ziek en ongesteld was. Voorts verwijst de rechtbank voor het dwangmiddel dwang naar de verklaring van [slachtoffer 7] d.d. 8 juni 2014, waarin zij verklaart dat verdachte de baas is, bevelen geeft aan zijn zoon (de medeverdachte) en verdachte haar altijd probeerde te sturen hoe zij zich moest gedragen achter het raam. De medeverdachte jegens [slachtoffer 7] gebruik gemaakt van het dwangmiddel andere feitelijkheid, omdat de medeverdachte tegen haar schreeuwde en haar uitschold. Verdachte en zijn medeverdachte hebben jegens [slachtoffer 7] gebruik gemaakt van de dwangmiddelen geweld en dreiging met geweld. De rechtbank verwijst voor het dwangmiddel geweld naar de verklaringen van [slachtoffer 7] , waarin zij heeft verklaard dat de medeverdachte haar meermalen sloeg en dat hij haar een keer met zijn vuist op haar slaap heeft geslagen. Voor het dwangmiddel dreiging met geweld verwijst de rechtbank naar de verklaring van [slachtoffer 7] , waarin zij heeft verklaard dat de medeverdachte dreigde naar haar cabine te komen om haar een klap te geven, als zij – in zijn ogen – niet genoeg verdiend had. Verder heeft [slachtoffer 7] verklaard dat als de familie [familienaam verdachten] erachter kwam dat zij niet al haar geld had ingeleverd, zij haar gingen bellen of er mee dreigden dat ze naar haar toe zouden komen en haar in de zee zouden gooien als ze in Nederland kwamen. De medeverdachte heeft voorts misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie, doordat [slachtoffer 7] afkomstig is uit een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij zich bevond in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak, en er sprake was van een ongelijkwaardige relatie. De medeverdachte controleerde [slachtoffer 7] door veelvuldig SMS- en belcontact te hebben en aldus werd haar keuze-/bewegingsvrijheid als prostituee ingeperkt. Bovendien werd de enige mobiele telefoon die [slachtoffer 7] mocht hebben en waarmee ze contact had met de medeverdachte door hem gecontroleerd en heeft de medeverdachte een andere telefoon van [slachtoffer 7] afgepakt. Nu verdachte en zijn medeverdachte gebruik hebben gemaakt van voornoemde ongeoorloofde middelen is voor een bewezenverklaring niet van belang of [slachtoffer 7] al dan niet heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Door het gebruik van deze dwangmiddelen is [slachtoffer 7] in een uitbuitingssituatie beland. (Het oogmerk van) uitbuiting Voor oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van (de mede)verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachte [slachtoffer 7] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat de medeverdachte daardoor heeft behaald. De rechtbank overweegt hiertoe dat [slachtoffer 7] heeft verklaard dat zij al haar verdiende geld aan de medeverdachte heeft moeten geven, al dan niet door tussenkomst van [naam 4] , hetgeen ondersteund wordt door de verklaring van [slachtoffer 3] . Voorts blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 7] dat de medeverdachte haar vele malen per dag belde om te vragen naar haar verdiensten en de hoeveelheid klanten en hij haar verplichtte door te werken als zij ziek en/of ongesteld was. Verder zijn er diverse tapgesprekken waaruit blijkt dat de medeverdachte zeer frequent de verdiensten van [slachtoffer 7] controleerde, haar veelvuldig instrueerde en hij haar verplichtte door te werken als zij ongesteld was. Bovendien dreigde de medeverdachte naar haar cabine te komen om haar een klap te geven, als zij – in zijn ogen – niet genoeg verdiend had. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte en de medeverdachte hebben gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en daaruit opzettelijk voordeel hebben getrokken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 3, Sr Gelet op het hiervoor reeds overwogene is de rechtbank van oordeel dat de medeverdachte [slachtoffer 7] heeft medegenomen met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor (een) derde(
- n)tegen betaling. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en de medeverdachte door de dwangmiddelen dwang, geweld, een andere feitelijkheid, dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 7] hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder sub 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Artikel 273f, eerste lid, sub 6, Sr Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder het kopje “(het oogmerk van) uitbuiting” is de rechtbank van oordeel dat verdachte en de medeverdachte opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 7] . Artikel 273f, eerste lid, sub 9, Sr Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte en de medeverdachte [slachtoffer 7] door dwang, geweld, een andere feitelijkheid, dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie hebben gedwongen de medeverdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 7] met of voor (een) derde(n). Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. [slachtoffer 7] heeft verklaard dat verdachte de baas is, bevelen geeft aan zijn zoon (de medeverdachte) en verdachte haar altijd probeerde te sturen hoe zij zich moest gedragen achter het raam. Voorts heeft [slachtoffer 7] verklaard dat verdachte codetaal gebruikte met zijn vrouwen en dat zijn zoon (de medeverdachte) dit ook moest doen met haar en dat verdachte besloot dat zij met de medeverdachte in september 2013 vanuit Budapest naar Nederland moest gaan. Verder heeft [slachtoffer 7] verklaard dat verdachte en zijn medeverdachte tegen haar hadden gezegd dat ze tegen de politie moest zeggen dat ze voor haarzelf werkte en dat ze geen pooier had. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte wettig en overtuigend is komen vast te staan. [slachtoffer 8] De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat mensenhandel jegens [slachtoffer 8] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. 5.3 De conclusie De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015, in Nederland en in Hongarije, een ander, genaamd [slachtoffer 2] , door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die ander (sub 1) en heeft medegenomen met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander (sub 6) en die ander door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft/is verdachte toen aldaar (telkens) -met [slachtoffer 2] (vanuit Hongarije) naar Nederland gereden en -woonruimte in Nederland voor [slachtoffer 2] geregeld en -werkplekken in Nederland geregeld/gehuurd en/of laten regelen/huren, alwaar [slachtoffer 2] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten en [slachtoffer 2] (aldaar) laten werken als prostituee en -zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2] en de verdiensten daaruit en - [slachtoffer 2] constant onder controle gehouden en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar ingeperkt en - [slachtoffer 2] haar verdiensten laten afdragen aan verdachte en het door haar verdiende geld onder zich genomen/gehouden en haar (aldus) in een (verder) van verdachte afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en - [slachtoffer 2] geld laten overmaken naar de familie van verdachte en naar een persoon in Hongarije en -personen de hiervoor bedoelde gelden laten ophalen uit Nederland en laten overbrengen naar Hongarije; EN hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015, in Nederland en in Hongarije, een ander, genaamd [slachtoffer 3] , door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die ander (sub 1) en heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander (sub 6) en die ander door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met een andere feitelijkheid en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft/is verdachte toen aldaar (telkens) -met [slachtoffer 3] (vanuit Hongarije) naar Nederland gereisd en -woonruimte in Nederland voor [slachtoffer 3] geregeld en -werkplekken in Nederland geregeld/gehuurd en/of laten regelen/huren, alwaar [slachtoffer 3] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten en [slachtoffer 3] (aldaar) laten werken als prostituee en - [slachtoffer 3] opdracht gegeven en (telefonisch) onder druk gezet en ertoe aangezet en gebracht een (groot) aantal uren per dag en een groot aantal, dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen, ook als zij ongesteld was en -zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 3] en de verdiensten daaruit en - [slachtoffer 3] constant onder controle gehouden en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar ingeperkt en - [slachtoffer 3] haar verdiensten laten afdragen aan verdachte en het door haar verdiende geld onder zich genomen/gehouden en haar (aldus) in een (verder) van verdachte afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en -personen de hiervoor bedoelde gelden laten ophalen uit Nederland en laten overbrengen naar Hongarije en - [slachtoffer 3] geslagen en bedreigd en uitgescholden; EN hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015, in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 4] , door dwang en dreiging met geweld en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander (sub 6) en die ander door dwang en dreiging met geweld en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft/is verdachte toen aldaar (telkens) -met [slachtoffer 4] een (seksuele) relatie aangegaan en -werkplekken in Nederland geregeld/gehuurd en/of laten regelen/huren, alwaar [slachtoffer 4] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten en [slachtoffer 4] (aldaar) laten werken als prostituee en - [slachtoffer 4] onder druk gezet een (groot) aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen, en -zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van Nandorne en de verdiensten daaruit en - [slachtoffer 4] constant onder controle gehouden en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar ingeperkt en - [slachtoffer 4] haar verdiensten, laten afdragen aan verdachte en het door haar verdiende geld onder zich genomen/gehouden en haar (aldus) in een (verder) van verdachte afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en - [slachtoffer 4] geld laten overmaken naar de familie van verdachte en naar personen in Hongarije en - [slachtoffer 4] bedreigd; EN hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015, in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 5] , door dwang en geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gehuisvest, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die ander (sub 1) en door dwang en geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander (sub 6) en die ander door dwang en geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft/is verdachte toen aldaar (telkens) -woonruimte in Nederland voor [slachtoffer 5] geregeld en -werkplekken in Nederland geregeld/gehuurd en/of laten regelen/huren, alwaar [slachtoffer 5] haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten en [slachtoffer 5] (aldaar) laten werken als prostituee en - [slachtoffer 5] opdracht gegeven en (telefonisch) onder druk gezet en ertoe aangezet en gebracht een (groot) aantal uren per dag en zeven dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen, ook als zij ziek en ongesteld was en - zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 5] en de verdiensten daaruit en - [slachtoffer 5] constant onder controle gehouden en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar ingeperkt en - [slachtoffer 5] haar verdiensten laten afdragen aan verdachte en het door haar verdiende geld onder zich genomen/gehouden en haar (aldus) in een (verder) van verdachte afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en - [slachtoffer 5] geld laten overmaken naar de familie van verdachte en - [slachtoffer 5] geslagen en uitgescholden; EN hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 juni 2015 in Nederland en in België en in Italië en in Hongarije, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd [slachtoffer 7] door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd en overgebracht, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die ander (sub 1) en heeft medegenomen met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander (sub 6) en die ander door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen hem, verdachte, en zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die ander met of voor (een) derde(
- n)(sub 9), immers heeft verdachtes mededader toen aldaar - met [slachtoffer 7] een (seksuele) relatie aangegaan en immers hebben/zijn verdachte en zijn mededader toen aldaar (telkens) met [slachtoffer 7] (vanuit Hongarije) naar Nederland gereisd en werkplekken in Italië en in België en in Zwitserland en in 's-Gravenhage althans (elders) in Nederland geregeld en/of laten regelen, alwaar [slachtoffer 7] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten en [slachtoffer 7] (aldaar) laten werken als prostituee en [slachtoffer 7] opdracht gegeven en (telefonisch) onder druk gezet en ertoe aangezet en gebracht een (groot) aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee te werken en een groot geldbedrag te verdienen, ook als zij ziek en/of ongesteld was en zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 7] en de verdiensten daaruit en [slachtoffer 7] constant onder controle gehouden en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van haar ingeperkt en [slachtoffer 7] haar verdiensten laten afdragen aan verdachte en/of zijn mededader en het door haar verdiende geld onder zich genomen/gehouden en haar (aldus) in een (verder) van verdachte en zijn mededader afhankelijke positie gebracht en gehouden en [slachtoffer 7] (het door haar verdiende) geld laten overbrengen en/of sturen/overmaken naar de familie van verdachte en/of verdachtes mededader en naar personen in Hongarije en [slachtoffer 7] geslagen en bedreigd en uitgescholden. De rechtbank heeft voor de leesbaarheid van het vonnis de bewezenverklaring opgesplitst ten aanzien van de slachtoffers. De rechtbank heeft voorts de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 273f Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: - de misdrijven: mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en mensenhandel, meermalen gepleegd. 7De strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 8De op te leggen straf of maatregel 8.1 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, gepleegd jegens vijf Hongaarse vrouwen. Mensenhandel, een vorm van moderne slavernij, is een ernstig strafbaar feit. Verdachte heeft door het gebruik van dwangmiddelen hun persoonlijke vrijheid zo sterk ingeperkt dat zij niet in vrijheid konden beslissen of zij wel of niet in de prostitutie wilden (blijven) werken c.q. seksuele handelingen wilden verrichten met (een) derde(n). Ook zijn de vrouwen financieel uitgebuit. Gedurende vele jaren heeft verdachte voordeel getrokken uit hun werkzaamheden. Verdachte heeft zich laten leiden door puur winstbejag voor zichzelf en geen enkele rekening gehouden met de gevolgen van zijn handelen voor de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Op geen enkel moment heeft verdachte getoond dat hij inzicht heeft in de laakbaarheid van zijn handelen, integendeel, verdachte houdt vol dat hij zich niet aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. In het nadeel van verdachte heeft de rechtbank gelet op het arrest van de appelrechtbank Balassagyarmat d.d. 18 april 2016, waarbij verdachte is veroordeeld wegens onder meer souteneurschap. Uit dit vonnis blijkt bovendien dat verdachte bij vonnis d.d. 16 september 2004 is veroordeeld wegens onder meer mensenhandel (acht malen gepleegd) en souteneurschap (twee malen gepleegd). Uit het dossier komt naar voren dat er sprake is van een samenwerking van verdachte en zijn medeverdachte binnen hun familieverband. Deze samenwerking was structureel en systematisch. Ook de medeverdachte in zijn hoedanigheid van zoon van de familie kreeg ruimte om mede als uitbuiter op te treden. Daarbij is ook van belang dat gebruik werd gemaakt van – kennelijk – door verdachte en zijn medeverdachte ontwikkelde codetaal, die zag op verdiensten van het slachtoffer. Het optreden van verdachte en de medeverdachte getuigt van het ontbreken van elk respect jegens de slachtoffers, die zij slechts zagen als een middel om geld mee te verdienen en zonder rekening te houden met de belangen van deze slachtoffers. De verdiensten van de slachtoffers kwamen voor een overgroot deel, mogelijk geheel, ten goede aan verdachte en de medeverdachte dan wel hun (echte) familie en verwanten. De bejegening van de slachtoffers was commanderend, intimiderend, dreigend en beledigend. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte en zijn medeverdachte zelf op enige legale wijze bijdroegen aan het “familie- of gezinsinkomen”. Verdachte en zijn medeverdachte hebben regelmatig aangegeven dat zij hun inkomen genereerden met de paardenhandel, maar op geen enkel moment tijdens de verhoren of de behandeling ter zitting hebben zij hun stellingen feitelijk en controleerbaar onderbouwd. Het beeld dat uit het dossier naar voren komt is van een familie die (nagenoeg) volledig afhankelijk was van de prostitutiewerkzaamheden van de slachtoffers en de inkomsten daaruit. Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. De rechtbank zal een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank gelet op het hiervoor overwogene van oordeel is dat een gevangenisstraf van na te noemen duur meer op zijn plaats is dan de door de officier van justitie gevorderde straf. 9De schade van benadeelden 9.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (vertegenwoordigd door mr. F.S. Bellekom, advocaat te ‘s-Gravenhage) heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert – na vermeerdering van eis – veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal een bedrag van € 202.650,00 (tweehonderdtweeduizend zeshonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten: € 192.650,00 (materiële schadevergoeding); € 10.000,00 (immateriële schadevergoeding). Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De verdediging heeft de vordering van [slachtoffer 7] ten aanzien van de gevorderde immateriële schade betwist in die zin dat door de verdediging is betoogd dat geen sprake is van een vastgestelde dan wel gediagnosticeerde psychische aandoening althans dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde materiële schadeposten zijn inhoudelijk niet althans onvoldoende betwist en – in tegenstelling tot hetgeen de raadsman van verdachte ter zitting heeft betoogd – voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor zover de vordering ziet op immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Op voet van artikel 6:106 lid 1 sub b BW heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. De grondslag van de immateriële schadevordering ligt in de aantasting van persoon, welke aantasting naar het oordeel van de rechtbank voldoende is aangetoond met de onderbouwing van de vordering. Op grond hiervan is aannemelijk geworden dat de benadeelde partij door die aantasting tevens immateriële schade heeft geleden en zal de rechtbank naar billijkheid oordelen over een redelijke vergoeding ter compensatie hiervoor. De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 10.000,00, waarbij in het bijzonder gelet is op de grove wijze waarop het slachtoffer langdurig is aangetast in haar lichamelijke en geestelijke integriteit en de immateriële schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend. Concluderend zal de rechtbank het gevorderde toewijzen -met uitzondering van de verdiensten in Zwitserland (nu de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken)- tot een bedrag van € 202.370,00, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 2 juni 2015. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. 9.2 De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. 9.3 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (vertegenwoordigd door mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar), heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 257.000,00 (tweehonderdzevenenvijftigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten: € 237.000,00 (materiële schadevergoeding); € 20.000,00 (immateriële schadevergoeding). Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Op voet van artikel 6:106 lid 1 sub b BW heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. De grondslag van de immateriële schadevordering ligt in de aantasting van persoon, welke aantasting naar het oordeel van de rechtbank voldoende is aangetoond met de onderbouwing van de vordering. Op grond hiervan is aannemelijk geworden dat de benadeelde partij door die aantasting tevens immateriële schade heeft geleden en zal de rechtbank naar billijkheid oordelen over een redelijke vergoeding ter compensatie hiervoor. De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 20.000,00, waarbij in het bijzonder gelet is op de grove wijze waarop het slachtoffer langdurig is aangetast in haar lichamelijke en geestelijke integriteit en de immateriële schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 257.000,00, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 2 juni 2015. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. 9.4 De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. 10De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 27a en 57 Sr, waarbij de wetsartikelen zijn toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezenverklaarde feit. 11De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:de misdrijven: mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en mensenhandel, meermalen gepleegd; - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen
(9)jaren; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] (vertegenwoordigd door mr. F.S. Bellekom, advocaat te ‘s-Gravenhage) van een bedrag van € 202.370,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan; veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 202.370,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan); bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; schadevergoeding veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (vertegenwoordigd door mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar) van een bedrag van € 257.000,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015); veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 257.000,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast; bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. S.M.M. Bordenga en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 december
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Koninklijke Marechaussee, District Landelijke en Buitenlandse Eenheden, Brigade Recherche, onderzoek Wimber. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. De bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, gebruikt ter bewijs van de slachtoffers waarop ze gezien hun inhoud betrekking hebben. [slachtoffer 2]
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 april 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen nummer 28-201865, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Op maandag 17 maart 2014, omstreeks 08:30 uur werd een zwart kleurige personenauto van het merk Mercedes Benz, type CLS350 en voorzien van het Hongaarse kenteken [kenteken] , rijdend aangetroffen op de Rijksweg Al2 ter hoogte van grensovergang Zevenaar. Het voertuig werd staande gehouden. Verbalisanten zagen dat er twee mannen en twee vrouwen in het voertuig zaten. De inzittenden waren: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] te Hongarije. [naam 5] , geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] te Hongarije [slachtoffer 2] , geboren [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] te Hongarije (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 maart 2014 gesloten proces-verbaal van verhoor nummer PL27NV/14-021657, inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte] sr., zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Eén van de dames die in uw auto zat heet [slachtoffer 2] . Waar kent u haar van? A: [slachtoffer 2] ken ik ook al jaren, zij komt ook uit [geboorteplaats] . Iedereen weet in [geboorteplaats] dat [slachtoffer 2] al jaren voor zichzelf werkt in het buitenland (…) [slachtoffer 2] is prostituee. V: Waar is de reis begonnen? A: Vanuit [geboorteplaats] . V: Welke landen heeft u gepasseerd gedurende de reis? A: Vanuit Hongarije via Oostenrijk en Duitsland naar Nederland. (…) A: Ik heb de reis betaald. (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2014 gesloten proces-verbaal nummer PL27NM/14-021657, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Op maandag 17 maart 2014 hebben wij, [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , een zwarte Mercedes 350 CLS voorzien van een Hongaars kenteken [kenteken] op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering doorzocht. (…) Personenruimte voertuig: - In de personenruimte troffen wij pornografisch materiaal aan waaronder tijdschriften en dvd’s. - In een zwarte handtas op de bijrijdersstoel troffen wij onder andere glijmiddel en make-up aan. - In een zwarte handtas op de achterbank van het voertuig troffen wij drie mobiele telefoons aan, drie losse simkaarten en een visitekaartje van " [club] , [adres 1] , [vestigingsplaats] ". Op de onderste regel van het visitekaartje stond vermeld "Dames gevraagd & kamer te huur". Kofferbakruimte voertuig: - In een bruine tas troffen wij, veel luxe lingerie, twee paar hoge damesschoenen en toiletartikelen aan. - In een paarse reiskoffer troffen wij diverse parfumflesjes, shampoos, kleding en diverse luxe lingeriesetjes aan. - In een bruine papieren tas met opdruk "Levi's" troffen wij diverse dvd’s aan waaronder pornografisch materiaal. Daarnaast troffen wij twee USB-sticks aan in de Levi's tas. (…) (…) Op de passagiersstoel achter de bestuurderstoel troffen wij een zwarte dames handtas aan van het merk Gussaci. In de handtas troffen wij het volgende aan ter inbeslagname: - een visitekaartje van [club] (goednummer 43); - 3 x simkaart (2x Ortel Mobile en lx Vodafone/goednummer 44 t/m 46); - 3 x mobiele telefoon (lx Samsung, lx Sony Ericsson en lx Nokia/goednummer 48 t/m 50). (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 maart 2014, proces-verbaal nummer BPS 14-021657, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V. Waar werkt u? A. In Den Haag. (…) V. Dat vond jij wel een goed idee om naar Nederland te gaan en in de prostitutie te gaan? A. Ja (…) V. Dus eigenlijk kwam jij maandagmorgen vanuit Hongarije om weer terug te keren naar Den Haag om weer aan het werk te gaan? A. Ja. (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 december 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1512011245.V06, inhoudende het 6e verhoor van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Wie hebben er nog meer voor [verdachte] gewerkt in de prostitutie? A: [slachtoffer 2] . (…) V: In welke periodes was dit? A: [slachtoffer 2] heeft ongeveer 10 jaar voor [verdachte] gewerkt. (…) V: Waar hebben die vrouwen gewerkt? A: [slachtoffer 2] in Hongarije, in Nederland en in Duitsland.
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 10] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 mei 2014 gesloten proces-verbaal van bevindingen, nummer PL1500-2014091549-2, inhoudende een intake-verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Op vrijdag 9 mei 2014 te 11:40 uur, hoorden wij in het bureau van politie aan de Jan Hendrikstraat 85 te Den Haag de persoon die opgaf te zijn: [slachtoffer 7] geboren [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Hongarije) (…) Na onze uitleg verklaarde [slachtoffer 7] dat zij wel wilde verklaren wat haar was overkomen. Zij verklaarde daar naar gevraagd kort samengevat het volgende: - [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] (fon) en [slachtoffer 5] werken ook voor de familie [familienaam verdachten] - [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] wonen ook op de [adres 2] alleen een andere kamer (…) - [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] werken nu nog voor de familie [familienaam verdachten] (…) - Dus de andere meisjes werken voor senior [familienaam verdachten] , zij gaven ook hun geld aan [verdachte] (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2014 gesloten proces-verbaal nummer PL1500-201091549-4, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Met wie woonde je op de [adres 2] ? A: Met [slachtoffer 2] , (…) V: Wie regelde je kamer? A: [slachtoffer 2] . (…) De andere 3 vrouwen, [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] moesten ook hun geld aan [familienaam verdachten] jr. geven als [familienaam verdachten] sr. er niet was. V: Welke vrouwen werkten er nog meer voor de familie [familienaam verdachten] ? V: We hebben het gehad over [slachtoffer 6] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] , [naam 4] , ook een blond meisje met een bril op. Ze heeft een rare naam. Ze wordt altijd 'rocker' genoemd, en dan nog [naam 6] en [slachtoffer 2] . (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 september 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1509211100.V01, inhoudende het 1e verhoor van aangeefster [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Hoe waardeerde [medeverdachte] zijn beltegoed op in Hongarije? A: Met een opwaardeercode, dat moesten we dan per SMS doorgeven aan hem. V: Wie zijn "we"? A: [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] of ikzelf. Als we dat niet deden, dan brak de hel uit. Hij dacht dan dat we niet voldoende geld hadden verdiend of dat we een vriendje hadden. Hij zei ook al ben ik niet bij jullie, jullie moet in contact blijven met mij. (…) V: Hoe wist jij dat je jouw verdiende geld dan aan [naam 4] moest geven? A: Dat zeiden [verdachte] en [medeverdachte] dan tegen ons. [naam 4] kwam dan het geld van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en mij ophalen. V: Waarom moest je het aan " [naam 4] " meegeven? A: [naam 4] had daar een opdracht voor gekregen van [verdachte] en [medeverdachte] . Zij vertrouwde [naam 4] het meest, daarom moet [naam 4] het gaan halen. (…)
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 31-03-15 12:53:08 Inhoud: 001 [slachtoffer 3] (SH) bun 002 NN man [verdachte] (SH). [verdachte] : (…) deze persoon wil ik volgende week eerst daarginds uitproberen, in Duitsland. (…) [verdachte] : Waar [naam 4] was, waar [naam 4] was, en die [naam 7] . [slachtoffer 7]
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 november 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1511241015.V04, inhoudende het 4e verhoor van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Hoeveel moest [naam 8] per dag verdienen? A: 300 of 400 Euro V: Voor wie moest [naam 8] dat verdienen? A: Voor [medeverdachte]
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren E.T.P. Bodde en [verbalisant 13] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1508130900.V04, inhoudende het 4e verhoor van [medeverdachte] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: 0: Aan getuige wordt foto, voorzien van nummer 013 uit de fotomap getoond. ( [slachtoffer 7] geboren op [geboortedag] -1988) V: Wie is deze persoon? A: lk ken haar als [slachtoffer 7] . Ze heet [slachtoffer 7] . V: Waar kent u deze persoon van? A: Ze is een minnares van mij geweest. (…) V: Wat voor werk doet deze persoon? A: Zij is prostituee. (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 10] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 mei 2014 gesloten proces-verbaal van bevindingen, nummer PL1500-2014091549-2, inhoudende een intake-verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Op vrijdag 9 mei 2014 te 11:40 uur, hoorden wij in het bureau van politie aan de Jan Hendrikstraat 85 te Den Haag de persoon die opgaf te zijn: [slachtoffer 7] geboren [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Hongarije) (…) Na onze uitleg verklaarde [slachtoffer 7] dat zij wel wilde verklaren wat haar was overkomen. Zij verklaarde daar naar gevraagd kort samengevat het volgende: - Ik ben nu naar de politie gekomen omdat mijn emmer vol zit. Ik kan er niet meer tegen. - Ik heb 3 jaar lang in de prostitutie gewerkt en heb 3 jaar lang mijn geld moeten afstaan - Ik heb gewerkt tot 2 weken geleden toen ben ik gevlucht (…) - De eerste keer dat ik in de prostitutie ging werken was ongeveer 2010, dit was in Zwitserland in de buurt van Zurich in een privéhuis (…) - De eerste keer dat ik naar Nederland kwam om te werken als prostituee ging het niet goed. Ik verdiende niet goed en ben naar België gegaan. Ik ben toen een jaar in België gebleven. Na een jaar ging ik naar Italië, daar heb ik in een privéhuis gewerkt. - In Italië verdiende ik ook niet goed, dus ik kwam weer naar Nederland - Ik heb alleen nooit mijn eigen verdiensten mogen houden - Ze vertelde mij dat ik miljonair zou worden en dat alles goed zou gaan - De familie waar ik voor moest werken is de familie [familienaam verdachten] - Ik heb voor man en vrouw [familienaam verdachten] gewerkt - De man bepaalde altijd waar ik moest werken - Zij namen ook mijn geld af (…) - Ik woonde tijdens het werken in Nederland, nu de laatste keer op de [adres 2] in Den Haag - Ik werkte bij de [adres 3] (…) - Ik moest altijd aan de familie [familienaam verdachten] mijn geld afgeven - Ik verdiende per dag op de beste dagen 700 euro, maar dat was bijna nooit - Soms hield ik stiekem wat geld achter en leverde ik niet alles in - Om de twee dagen kwamen ze het geld ophalen - Als ze er achter kwamen dat ik niet alles ingeleverd had gingen ze mij bellen of als ze in Nederland waren dan begonnen ze te dreigen dat ze naar mij toe zouden komen en mij in de zee zouden gooien. - Ik heb eigenlijk nooit een normaal leven gehad en moest altijd al mijn verdiende geld afgeven - Ik woonde en werkte samen met [slachtoffer 3] , haar werknaam is [slachtoffer 3] - Zowel [slachtoffer 3] als ik moesten ons geld afstaan aan de familie [familienaam verdachten] (…) - Ik ben erg bang voor de familie [familienaam verdachten] , (…) - De [familienaam verdachten] familie is een Olah zigeuner familie, de vrouw is Hongaarse maar de man is van de Olah zigeuner. Hij houdt van agressie en als ik het geld niet zou afstaan zou ik nu al lang zijn begraven - Om de 2 dagen was er iemand van de [familienaam verdachten] familie in Nederland om het geld op te halen, zij komen met het vliegtuig of met de auto naar Nederland - In de tussentijd moesten we het geld bewaren in het huis waar we woonden - Ik moest zo'n 600 a 700 euro per dag verdienen, maar dat lukte mij alleen afgelopen februari anders nooit - Als ik dit geld niet verdiende belde ze mij en begonnen ze te schreeuwen - Het echtpaar waar ik voor werkte heet, [vrouw verdachte] en [verdachte] - Maar de familie is heel groot en er horen nog veel meer mensen bij - Van de familie [familienaam verdachten] weet iedereen dat ik een prostituee ben en voor de familie [familienaam verdachten] werk - Ook niemand heeft gezien dat ik het geld gaf aan de iemand van de [familienaam verdachten] familie, daar zorgde zij wel voor - De andere meisjes die ik net heb genoemd weten het wel, we wisten het van elkaar - Ik heb nooit iets tegen de politie gezegd omdat [familienaam verdachten] zeiden dat we leugens moesten vertellen tegen de politie - Ik betaal per dag 190 euro voor de werkkamer en 350 euro per maand voor het appartement. - [slachtoffer 3] betaalt ook 350 per maand voor het appartement (…) - [verdachte] is senior [familienaam verdachten] , de vader van [medeverdachte] waar ik voor werkte - Dus de andere meisjes werken voor senior [familienaam verdachten] , zij gaven ook hun geld aan [verdachte] (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 mei 2014 gesloten proces-verbaal nummer PL1500-2014091549-3, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: A: "Ik wil graag aangifte doen tegen de familie [familienaam verdachten] . Dat is inclusief de persoon voor wie ik heb gewerkt [verdachte] en zijn vader [verdachte] sr. V: Hoe lang heb je gewerkt als prostituee? A: Ik ben gestopt met dit werk 3 weken geleden en ik ben 3 jaar geleden begonnen met werken. Dat was in
- Dus vanaf 2011 tot ongeveer 1 mei
- V: Waar ben je opgegroeid? A: In Hongarije, in de stad [geboorteplaats] . (…) V: Hoe was de financiële situatie? A: Niet echt goed, wij hadden altijd net genoeg geld dat we nodig hadden. (…) A: ik heb de eerste 1, 2 dagen niet gewerkt maar daarna kwam het idee van [familienaam verdachten] jr. dat ik ook in de [straat 1] zou gaan werken. [slachtoffer 6] werkte trouwens bij [adres 3] ook bij [naam 1] . (…) A: In september 2011 ben ik voor de 2e keer naar Nederland gegaan en toen na vier dagen ben ik in de [straat 1] [naam 9] tegengekomen, ben ik overgedragen aan de familie [familienaam verdachten] en toen na een week in de [straat 1] werken ben ik in september 2011 naar Hongarije gegaan. Op 3 januari 2012 naar België. (…) September 2011 Terugkeer Hongarije met familie [familienaam verdachten] (…) V: Waar was je verdiende geld van de [straat 1] ? A: Dat ging naar [verdachte] jr. toe. Zijn vriendin, [slachtoffer 6] , zou wegens mij veel betaald hebben en dat zagen zij als een soort schuld die ik had bij hun. (…) Ik ging naar de familie van [verdachte] jr. bij zijn vrouw en zijn kind wonen. (…) V: ze sloten je op in de woning? A: Ja, het was geen leuke situatie. (…) Op 3 januari 2012 ben ik weg gegaan uit Hongarije en naar België gegaan. V: Wie besliste dat? A: [slachtoffer 6] kwam vaak langs bij [familienaam verdachten] jr. [slachtoffer 6] , [naam 6] en [familienaam verdachten] jr. zaten vaak bij elkaar en ze zeiden dat we naar een nieuwe plek gingen, een nieuwe omgeving en mensen. Dus toen zijn we naar Gent gegaan. V: Hoe zijn jullie daar naar toe gegaan? A: We, [slachtoffer 6] en ik, vlogen vanaf Budapest naar Brussel. We vlogen met Wizz air. [verdachte] bleef thuis in Hongarije. Hij kwam 1 week later. V: Waar woonden jullie daar? A: Er is een cabinesysteem in Gent. En ik sliep daar in het huis waar ik ook werkte. Ik was daar samen met [slachtoffer 6] . (…) V: Hoe lang heb je daar gewerkt? A: 1 jaar in dat ene huis. V: Dus van januari 2012 tot januari 2013? A: Ja. (…) V: Hoeveel uur op een dag werkte je in Gent? A: In het begin 6 uur. Maar toen kwamen [slachtoffer 6] en [familienaam verdachten] jr. erachter dat je 24 uur per dag kon werken in deze straat en toen kwamen ze op het idee om niet 5 of 6 uur te werken maar 15, 16 uur. Dat moest ik dan ook doen. Na een tijdje ging ik kapot. (…) Ik hield het de eerste 5 dagen vol en toen zei ik dat ik 2 dagen niet ging werken, maar toen kreeg [slachtoffer 6] een telefoontje dat het niet mogelijk was dat ik 2 dagen ging slapen en ik moest naar mijn werkkamer om te gaan werken. V: Wat zou er gebeuren als je dat niet zou doen? A: Ik zou grote problemen krijgen, [familienaam verdachten] jr. zou naar Gent toe komen. Hij is een agressieve persoon. Ik wilde alleen maar 2 dagen niet werken en [familienaam verdachten] jr. schold me gelijk uit voor idiote hoer. Hij was op dat moment nog in Hongarije. Na een week kwam hij ook naar Gent, alleen.(…) [verdachte] pakte mijn telefoon af en vroeg mij wat er aan de hand was en waarom ik contact onderhield met een andere pooier. Ik kreeg vervolgens een hele harde klap van hem met volle vlakke hand op mijn wang. Ik stond, maar door de klap viel ik op het bed omdat het zo plotseling was. Ik sprong op als een vechtkatje en ik viel hem aan. Ik herinner me dat hij zijn handen in een vuist had en dat hij mij toen weer sloeg met zijn vuist op mijn slaap. (…) Dit was de eerste keer dat hij mij sloeg. V: Hoe vaak heeft hij je hierna nog geslagen? A: Daarna nog maar 1 keer dat hij aan mijn blouse trok en aan mijn ketting trok en ik had daar een zere plek van in mijn nek. (…) V: Wat gebeurde er met je verdiende geld dat jaar in Gent? A: In het begin moest ik het per week aan [slachtoffer 6] geven zodat zij op het geld kon passen. Toen [familienaam verdachten] jr. hierheen kwam moest ik het elke dag aan hem geven. We hadden wel eens een afspraak bij een restaurant of [slachtoffer 6] bracht het geld naar hem of afgesproken bij een grote supermarkt. V: Hoe wist hij hoeveel je verdiende op een dag? A: Via [slachtoffer 6] . (…) V: Wat was de reden dat al jouw geld naar [familienaam verdachten] moest? A: Hij zei tegen mij dat hij op al het geld zou passen zodat het niet gestolen zou worden en als we naar huis zouden gaan zou al het geld bij elkaar gaan en dan zou ik de helft van mijn geld krijgen. V: Waarom de helft? Jij hebt dat toch verdiend? A: Ik kreeg niet eens de helft, ik kreeg alleen voldoende om de alimentatie te betalen. Dus 20.000 en 35.000 HUF. In totaal 55.000 HUF (tolk: nu iets minder dan 200 euro). (…) V: Wat gebeurde er dan elke avond met je geld? A: Als we klaar waren met werken, gingen we douchen, eten en slapen. Ik gaf mijn geld aan [slachtoffer 6] , zij bracht het mee naar haar eigen kamer en had het verstopt en uiteindelijk ging het naar [verdachte] toe. (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juni 2014 gesloten proces-verbaal nummer PL1500-201091549-4, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Ik heb vanaf eind januari 2013 in Basel (Zwitserland) gewerkt. Daar was ik tot medio februari
- (…) Van maart 2013 tot augustus 2013 heb ik in Rivoli (Italie) gewerkt. (…) We zijn met zijn vieren gegaan: [medeverdachte] jr.(roepnaam is [medeverdachte] / [medeverdachte] ), [naam 10] (…) en [slachtoffer 6] en ik. (…) Vanaf mei 2013 tot september 2013 heb ik in Torino/Turijn (Italie) in de binnenstad gewerkt. (…) We gingen met zijn vijven naar Torino: ik, [slachtoffer 6] , [verdachte] jr., [naam 11] en [naam 12] . We moesten weg uit Rivoli omdat ik en [slachtoffer 6] ( [slachtoffer 6] ) heel weinig verdiende en [verdachte] schreeuwde naar ons, trok ons aan de haren, verscheurden onze kleren. (…) A: Ik ging daar vanuit Hongarije alleen naar Basel toe, want Gent liep niet meer. (…) [naam 6] had daarna besloten dat ik naar Basel moest. (…) Ik dacht dat ik in mijn eentje ging, maar later bleek dat [slachtoffer 6] achter mij aan kwam. Want twee dagen later zag ik haar bij een supermarkt ongeveer 5 minuten van de club. Ze liep continu achter me aan en hield me in de gaten. Die maand bleef het verdiende geld bij mij totdat ik naar huis ging. (…) Met naar huis gaan bedoel ik, [plaats] , naar het huis van [familienaam verdachten] jr. Ik werd vanaf het vliegtuig opgehaald en weer naar die woning gebracht. (…) V: Hoeveel heb je verdiend in Rivoli en in Turijn? A: Bij elkaar 6000-7000 euro. V: wat is er met het geld gebeurd? A: Al het geld is naar [familienaam verdachten] jr. gegaan. (…) V: Wie besluit dan dat jullie naar Nederland gaan? A: De vader van [familienaam verdachten] jr. dus [familienaam verdachten] sr. Want Nederland zou nu heel lekker lopen. [familienaam verdachten] sr. had daar drie vrouwen voor hem werken. [familienaam verdachten] sr. haalde [familienaam verdachten] jr. over om weer naar Nederland te gaan. (…) V: Wanneer ben je naar Nederland gekomen? A: In september
- Ik ging wonen op de [adres 2] in Den Haag (…). Ik ben met het vliegtuig naar Eindhoven gevlogen met Wizzair vanuit Budapest. Ik was samen met [familienaam verdachten] jr. (…) V: Met wie woonde je op de [adres 2] ? A: Met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , toen was er nog een oudere vrouw daar, ze noemt zichzelf ' [naam 4] '. Voorzover ik het weet is haar achternaam ook [familienaam verdachten] , haar voornaam is [naam 4] (tolk: [naam 4] ). Later kwam [slachtoffer 5] ook daar wonen. (…) V: Waar werkte jij in die periode? A: [adres 3] , kabinenr. [nummer] . Ik heb alleen in dit huis gewerkt, zelfde pand. V: En je hebt daar gewerkt vanaf september 2013 tot en met ongeveer 1 mei 2014? A: Ja, ik ben nu ongeveer 6 weken weg. (…) De vragen die we nu gaan stellen hebben betrekking op de laatste periode in Nederland in Den Haag vanaf september 2013 tot ongeveer 1 mei
- V: Hoeveel dagen in de week werkte je? A: Elke dag. V: Hoeveel uur werkte je gemiddeld op de dag? A: Vanaf 10:30 tot middernacht. Van maandag tot en met donderdag en zondag. Vrijdag en zaterdag werkte ik tot 01:00 uur. V: Wie regelde je kamer? A: [slachtoffer 2] . (…) V: Hoe vaak in deze laatste periode heb je niet gewerkt? A: als ik naar Hongarije ging. Maar als ik ziek was, moest ik gewoon werken. Ook als ik ongesteld was, ik moest gewoon altijd werken. Ik heb heel vaak ziek in de cabine gestaan. Ik moest dat van [familienaam verdachten] jr. Hij zei dan dat ik geen smoesjes moest verzinnen en dat ik verliefd was of zo of dat ik niet wilde werken en dat ik een lul zuigende hoer was. V: Hoe vaak ben je teruggegaan naar Hongarije? A: In 2013 was het elke keer drie weken werken en dan 1 week naar Hongarije naar [plaats] , de familie [familienaam verdachten] . In 2014 ben ik niet meer elke maand naar Hongarije geweest. Als ik naar Hongarije ging, gingen [familienaam verdachten] jr. en [slachtoffer 2] mee. (…) A: Ik verdiende zo'n 600-700 euro op een dag. In februari 2014 was het echt heel goed verdienen. (…) Dit was netto, na aftrek van alle kosten. V: Wat gebeurde er met dit geld wat je aan het eind van de dag overhield? A: Dat geld nam ik mee naar het appartement. Ik had het geld altijd twee dagen bij mij, want om de dag moest ik het geld naar buiten brengen, daar bedoel ik mee naar [naam 13] of naar het huisadres van [familienaam verdachten] jr. Ik moest het geld aan [familienaam verdachten] jr. geven. De andere 3 vrouwen, [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] moesten ook hun geld aan [familienaam verdachten] jr. geven als [familienaam verdachten] sr. er niet was. V: Hoeveel geld mocht je zelf houden? A: Niks. (…) V: Dus als we het zo uitrekenen heb je vanaf september 2013 tot 1 mei 2014, 32 weken waarvan zeker 24 weken gewerkt, als we uitgaan van 500 euro per dag, 3500 euro per week, dus in totaal 84.000 euro, wat je minimaal hebt verdiend, waarschijnlijk veel meer. A: Ja, want in februari 2014 heb ik zeker minimaal 600 euro per dag verdiend en in 2014 ben ik ook niet zo vaak terug naar Hongarije geweest. V: Ja, en je hebt natuurlijk 31.920 euro extra gemaakt omdat je de kamerhuur moest betalen. En ook de condooms, eten etc. heb je ook nog geld voor moeten maken. A: Die 600, 700 euro per dag hield ik over nadat ik alles had betaald dus ik verdiende veel meer dan 600,700 euro per dag. (…) V: Wie is de baas? A: [verdachte] . Dat is [verdachte] sr. Hij geeft de bevelen aan zijn zoon. Hij probeerde me ook altijd te sturen hoe ik me moest gedragen achter het raam (…) V: Je hebt eerder verklaard over dat je bang was voor [verdachte] jr., dat je continu in de gaten werd gehouden, je niet vrij kon bewegen en dat hij je in Gent 'als een bokser' met zijn vuisten op je slaap had geslagen. Ook dat hij je in Italië aan je haren trok en je kleren kapot maakte. Klopt dat? A: Ja, dat klopt. V: Wat heeft hij verder nog met je gedaan dat pijn deed of waar je bang van werd? A: Hij heeft best wel mijn ziel vertrapt. Verder continu schreeuwen (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 september 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1509211100.V01, inhoudende het 1e verhoor van aangeefster [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: A: Ja, maar dat is op het einde. lk denk dat dit in 2013 was, het was in ieder geval in Italië met [slachtoffer 6] . [medeverdachte] dacht dat wij geesten waren, [medeverdachte] was helemaal gek geworden. Hij verscheurde onze kleding, mijn ketting en sloeg mij. V: Waar sloeg hij jou? A: Hij sloeg mij nooit op mijn gezicht, wat dat zou je zien. Hij sloeg mij meestal van achteren. (…) het is vaker voorgekomen. Het is begonnen in België en sindsdien was het telkens als ik niet genoeg verdiende. Hij heeft mij zelfs een keer geslagen toen ik zwanger was van hem. (…) Dat was in 2013, ik heb toen ook een abortus ondergaan. (…) V: Wie heeft deze abortus betaald? A: [naam 6] en [medeverdachte] . (…) A: Meneer [verdachte] senior. (…) [verdachte] en [verdachte] is zijn maffianaam. (…) A: Dat is zijn zoon. [verdachte] junior. V: Hoe noem jij hem? A: [medeverdachte] . (…) V: Wat voor een relatie hebben jij met [medeverdachte] ( [verdachte] , geboren op [geboortedag] -1978) gehad? A: Het was zeker geen liefde. Hij sloeg mij, hij terroriseerde mij, daar kun je toch niet verliefd op worden. Hij hield alleen maar van het geld en niet van mij. V: Van wie ging het initiatief uit om seks te hebben? A: Van hem. V: Hoe vaak gebeurde dat? A: Het gebeurde in de auto, vaak in een bos. Hij zei tegen mij dat ik hem moest pijpen en dat ik daar anders niet meer mee weg zou komen. Hij kwam ook wel eens in de cabine. We hebben ongeveer vijf keer seks gehad, daarmee bedoel ik ook het pijpen. in totaal heb ik dus vijf keer seks met hem gehad, daar hoort het pijpen in het bos bij. Dat deden we wel met condoom. De condoom is er een keer op één of andere manier een keer afgegaan, ik heb het er niet vanaf gedaan. Daardoor ben ik zwanger geworden. (…) V: Wat vond je er van om seks met [medeverdachte] te hebben? A: Alsof ik met de duivel was. Dat was natuurlijk geen goede seks. Het was geestelijk heel erg om seks met hem te hebben. lk hield niet van hem, zoals [slachtoffer 6] van [medeverdachte] hield. (…) [verdachte] beleeft er plezier aan om gemasseerd te worden door mij en ook door andere meisjes. Op zijn rug, op zijn benen, op zijn billen. V: Hoe ging dat dan? A: lk moest hem masseren op zijn handen, zijn borstkas, zijn rug en zo naar beneden. (…) V: Hoe waardeerde [medeverdachte] zijn beltegoed op in Hongarije? A: Met een opwaardeercode, dat moesten we dan per SMS doorgeven aan hem. V: Wie zijn "we"? A: [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] of ikzelf. Als we dat niet deden, dan brak de hel uit. Hij dacht dan dat we niet voldoende geld hadden verdiend of dat we een vriendje hadden. Hij zei ook al ben ik niet bij jullie, jullie moet in contact blijven met mij. (…) V: Hoe vaak had je telefonisch contact het [medeverdachte] gedurende jouw werkdag? A: Zo vaak als hij mij belde. Hij belde mij zeker één keer in de twee uur. Hij zei ook dat ik om het half uur moest laten weten hoeveel klanten had gehad. V: Waar gingen deze gesprekken over? A: Mijn verdiensten en hoeveel klanten. Aan het einde van de dag moest ik per SMS doorgegeven hoeveel ik verdiend had die dag. V: Van wie ging het initiatief van deze telefoongesprekken uit? A: Van hem, van [medeverdachte] . lk was alleen maar blij als hij niet belde. V: Maakte jullie ook gebruik van codetaal? A: Ja, hoeveel appels, bananen, hoeveel mussen ik had gehad. Als een klant net weg was dan zeiden we altijd: "de kuddehouder is net weg om de kudde te laten grazen. V: Wat bedoelde jullie dan met een appel? A: Een appel is 100 Euro. Ja, de dagsluiting moesten we als volgt vermelden: "4 appels" of "5 appels" of "6 appels" of "7 appels" Ze vroegen ook aan ons hoeveel appels we geplukt hadden. Ze vroeg ook hoeveel "mussen" we hadden gehad of hoeveel rode sneeuw er naar binnen was gewaaid. Met het fruit bedoelde ze het geld en met mussen en de rode sneeuw bedoelde ze de klanten. V: Welke afspraken zijn er gemaakt over het gebruik van codetaal? A: [verdachte] zei dat iedereen een codetaal moest gebruiken. Het was het idee van [verdachte] , hij gebruikte deze codetaal met zijn vrouwen en daarom moest [medeverdachte] dat ook doen met zijn vrouwen. V: Hoeveel moest jij per dag verdienen? A: 700 of 800 Euro netto, in ieder geval minimaal 600 Euro. V: Wat gebeurde er als je niet genoeg verdiend had? A: Dan werd er geschreeuwd. [medeverdachte] dreigde me naar de cabine te komen en mij een klap te geven. Hij zei dan ook dat ik er met mijn gedachten niet bij was en dat dit de reden was dat ik niet goed verdiende. V: Wat gebeurde er met jouw verdiende geld? A: Dat is allemaal naar [medeverdachte] gegaan. Hij heeft het gebruikt voor drugs en uitgaan. Hij gebruikte veel drugs en [verdachte] trouwens ook. Ze hebben er ook paarden, auto's en huizen van gekocht. [medeverdachte] heeft er een appartement van gekocht. (…) V: Hoe ging jouw verdiende geld naar Hongarije? A: Er was iemand die de opdracht kreeg. We mochten het geld nooit via Western Union versturen, want dat was te achterhalen. Er was een vrouw, die [naam 4] genoemd wordt en die kwam om de vier dagen naar ons toe om het geld op te halen. Als [verdachte] en [medeverdachte] in Nederland waren moesten we het naar een restaurant gaan brengen. V: Hoe kwam [naam 4] naar Nederland? A: Met het vliegtuig en soms met de auto. V: Dus als we het goed begrijpen kwam [naam 4] naar Nederland om het geld op te halen? A: Ja, en soms werkte ze ook in een cabine. De naam van [naam 4] is [naam 4] . (…) V: Hoe wist [medeverdachte] dat je ziek was of jouw menstruatie had? A: Dat zag hij dan wel aan mij als ik het geld af moesten geven in het restaurant. Maar we moesten gewoon werken, hun woord was wet. V: Welke vaste woorden gebruikte jullie voor het doorgeven van de menstruatie? A: Sinterklaas of rood konijntje en soms zei ik gewoon dat ik ongesteld was. lk had soms gewoon genoeg van die codetaal. V: Van wie moest je codetaal gebruiken voor het doorgeven van jouw menstruatieperiode? A: Van [verdachte] en [medeverdachte] . (…) A: [medeverdachte] en [verdachte] vertelde tegen ons dat we tegen de politie moesten zeggen dat we voor onszelf werkten en niemand hadden. Dat we de [familienaam verdachten] familie niet kenden, dat we geen pooier hadden, dat niemand ons geld afpakten, dat we elkaar alleen maar kennen van de cabines en dat we moesten zeggen dat we uit een normaal gezin kwamen. (…) A: We moesten eigenlijk onze verdiensten naar [naam 6] sturen. (…) V: Hoe wist jij dat je jouw verdiende geld dan aan [naam 4] moest geven? A: Dat zeiden [verdachte] en [medeverdachte] dan tegen ons. [naam 4] kwam dan het geld van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en mij ophalen. V: Waarom moest je het aan " [naam 4] " meegeven? A: [naam 4] had daar een opdracht voor gekregen van [verdachte] en [medeverdachte] . Zij vertrouwde [naam 4] het meest, daarom moet [naam 4] het gaan halen. (…)
- het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 23 februari 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] , zakelijk weergegeven: [slachtoffer 3] (…) werkte voor [familienaam verdachten] Sr. en ik voor [familienaam verdachten] jr. (…) In Nederland woonde ik in het huis van [familienaam verdachten] jr. Ik was door hem gedwongen om daar bij hem te wonen. (…) Ik moest eigenlijk de kinderalimentatie betalen, maar de familie [familienaam verdachten] heeft mij alles afgepakt. (…) Al het geld moest naar de familie [familienaam verdachten] . (…) Als ik naar Hongarije ging, kreeg ik geld mee van [familienaam verdachten] jr. Ik moest altijd al mijn verdiende geld aan hem overhandigen en hij bepaalde hoeveel ik mee kreeg. (…) U vraagt hoeveel telefoons ik had. Ik had er één waarmee ik contact had met [familienaam verdachten] jr. en later heb ik nog een Motorola gekocht maar die is opeens verdwenen. Ik heb geprobeerd om in Hongarije een telefoon te nemen, maar die is kapot geslagen door [familienaam verdachten] jr. Ik heb ook een keer een laptop gehad, maar die is ook kapot geslagen door [familienaam verdachten] jr. (…) Wij als meisjes hebben allemaal van dhr. [familienaam verdachten] sr. en [familienaam verdachten] jr. te horen gekregen wat wij tegen de politie zouden moeten zeggen als wij zouden worden verhoord. (…) [slachtoffer 6] heeft gezien dat ik in een hotelkamer bijna vermoord ben door [familienaam verdachten] jr. (…) Hij wilde mij vermoorden omdat ik een man had gevraagd mij te helpen en die man bleek ook een pooier te zijn. (…) Zo richting 2014 werd ik in Hongarije opgewacht en later weer teruggebracht naar het vliegveld in Hongarije. In Hongarije werd ik meestal opgehaald door dhr. [familienaam verdachten] sr. Hij stond mij dan vaak op te wachten, vaak met [familienaam verdachten] jr. (…) Zo ongeveer medio november 2013 ben ik begonnen in Nederland als prostituee.
- het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 2 februari 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven: V: Wat kun je vertellen over de aanwezigheid van [medeverdachte] in Nederland? A: Hij kwam daar zijn geld ophalen. Hij had geen eigen geld, de zielepoot, maar hij kwam het geld halen dat [naam 8] en ik hadden verdiend. Ik denk dat hij het geld van [naam 8] voor zichzelf heeft gehouden. Mijn geld bracht hij in elk geval naar [verdachte] sr. Dat laatste wist ik omdat sr. mij belde met de mededeling dat [medeverdachte] er aan kwam om dat geld op te halen. (…) [slachtoffer 5]
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 13] en [verbalisant 14] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 juni 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1506021011.V01, inhoudende het 1e verhoor van [slachtoffer 5] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Hoe was jouw leven in Hongarije? A: Mijn omstandigheden zijn slecht. (…) A: lk heb gewoond en gewerkt in Alkmaar en Groningen en nu in Den Haag. (…) 0: Aan getuige wordt een foto, voorzien van nummer -1-, uit de fotomap getoond. (Dit betreft [verdachte] , geboren op [geboortedag] -
- Hij wordt ook [verdachte] en [verdachte] genoemd) V: Wie is deze persoon? A: Dat is [verdachte] . V: Hoe wordt hij nog meer genoemd? A: Alleen [verdachte] . V: Hoe noem jij hem? A: lk noem hem ' [verdachte] ' en soms noem ik hem [verdachte] '. (…) V: Op welke locaties heb je in de prostitutie gewerkt? A: In verschillende plekken. Nederland, België en Duitsland. (…) V: Hoeveel dagen in de week werkte je? A: lk werk 7 dagen in de week. (…) A: [verdachte] (…) past op me zodat hij mijn leven kan verbeteren. (…) Hij probeert me aanwijzingen te geven zodat ik niet zo verdrietig in het raam sta. (…) V: Het is ons bekend dat prostituees met sponsjes werken tijdens hun menstruatie, hoe zit dat bij jou? A: Dat klopt. V: Waarom werkt jij tijdens deze periode? A:Omdat ik wil werken. (…) A: [verdachte] (…) kan heel snel boos zijn. Hij is temperamentvol. (…) V: Waarom schreeuwde hij tegen jou? A: Hij schreeuwt vaker. Dat zit in zijn karakter. (…) V:Wat kan je vertellen over de tattoo op je lichaam? A: Dat is en lichaamsversiering. Het is een bloem. Er staat een code bij de tattoo. (…) lk heb de tattoo gekregen van [verdachte] ( [geboortedag] -1963) en de code is eigenlijk zijn geboortedatum.
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 november 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1511260930.V05, inhoudende het 5e verhoor van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: V: Hoe vaak is [naam 14] in totaal naar Nederland gekomen om geld op te halen? A: lk denk 4 à 5 keer. lk weet het niet zeker, maar dat denk ik. (…) [naam 14] kreeg een bepaald bedrag voor het ophalen van het geld. (…) Ongeveer 1000 Euro per keer. (…) V: Nam [naam 14] ook geld mee van andere meisjes? A: Ja, van [slachtoffer 5] . (…) 0: [verdachte] heeft dus huizen gekocht van jouw geld en jij kon er zelf niet in wonen. V: Heeft hij dat nog bij meer meisjes gedaan? A: Ja, met [slachtoffer 5] heeft hij hetzelfde uitgehaald. (…) V: Wat waren de minimale verdiensten van [slachtoffer 5] , na haar terugkomst? A: Eerst 800 Euro, dat was de afspraak met [verdachte] . Later moest [slachtoffer 5] 700 Euro verdienen voor [verdachte] . V: Wat dat netto? A: Ja, de cabine was apart. V: Dat moest ze eigenlijk 1000 Euro en later 900 Euro verdienen? A: Ja, dat klopt. A: lk heb voor het eerst in het begin van 2014 gezien. Ze werd toen teruggebracht naar [verdachte] . (…) [slachtoffer 5] is nooit zelf teruggegaan. Ze is altijd teruggevonden en dan ging ze uit pure angst terug naar [verdachte] . Zij is altijd teruggekeerd naar [verdachte] omdat ze zei dat ze zonder [verdachte] geen geld opzij kon leggen, maar dat kan bij [verdachte] ook niet. Ze hebben bij [slachtoffer 5] , net zoals bij mij, een brainwash gedaan. (…)Ze zeiden tegen haar: "Ik hou van je, kom naar huis" en "Je weet dat wij om je geven". Ze spelen een liefdevol gezin, het zijn hele goede acteurs. [slachtoffer 5] had ook geen goed contact met haar ouders. Lange tijd had ze ook geen contact gehad met haar broer. Ze was alleen op de wereld en toen dachten [verdachte] en de zijnen als we haar eten geven dan komt ze bij ons. Na een lange tijd heeft [slachtoffer 5] contact opgenomen met haar broer en toen gaf [verdachte] aan [slachtoffer 5] de mogelijkheid om haar broer financieel te helpen. [slachtoffer 5] vond [verdachte] toen ook een heel aardige, goede man. Als [slachtoffer 5] voor zichzelf zou werken, kon zij haar broer veel meer geven. [slachtoffer 5] was ook heel bang dat [verdachte] haar en haar broer iets aan zou doen. [slachtoffer 5] is op 21 februari 2015 gevlucht voor de zoveelste keer. (…) O: Jij verklaarde dat je al jouw geld af moest geven. V: Hoe zit dat met [slachtoffer 5] , heeft [slachtoffer 5] al haar geld af moeten staan? A: Ja, als we terugkwamen in Hongarije dan moesten we het in de auto op weg van het vliegveld naar [geboorteplaats] of later als niemand het kon zien. (…)
- het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 december 2015 gesloten proces-verbaal nummer 1512031025.V07, inhoudende het 7e verhoor van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: [slachtoffer 5] moest volgens mij 800 Euro op een bepaalde dag verdienen en [slachtoffer 5] vroeg mij dat aan [verdachte] door te geven. [slachtoffer 5] zei tegen mij dat we eerlijk aan [verdachte] door moesten geven wat we verdiend hadden, want anders ging [verdachte] schreeuwen tegen ons. (…) [slachtoffer 5] kon toen maar amper 500 Euro verdienen. Dat was ook de reden waarom [slachtoffer 5] in februari ontsnapt is. Rond kerst 2014 heeft [verdachte] met zijn vuist in de maag van [slachtoffer 5] gestompt. Het was in het huis van [verdachte] en [verdachte] had iedereen naar buiten gestuurd. [verdachte] , [slachtoffer 5] en ik waren alleen in het huis en toen heeft [verdachte] haar gestompt. [verdachte] deed dit omdat [slachtoffer 5] de laatste twee weken voor de kerst niet genoeg had verdiend.
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 11-11-14 23:27:27 Inhoud: 008 NN vrouw [slachtoffer 5] (NG/SH) wgd 002 NN man [verdachte] (SH) [verdachte] : Sinds drie dagen hou je mij voor de gek, omdat je vanaf 10 uur 's avonds nooit meer iets maakt. Hoor je wat ik zeg? [slachtoffer 5] : Ja. [verdachte] : Waarom hou je mij voor de gek? [slachtoffer 5] : Omdat ze niet voor 50 mee wilden gaan. [verdachte] : (met verheven stem) Wat voor een onzin praat je! [slachtoffer 5] : Ze wilden voor weinig geld mee. [verdachte] : Laat die onzin maar, zeg ik, laat dit! Doe je niet een beetje klote tegen mij? Dat doe je wel een beetje!
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 11-11-14 23:32:20 Inhoud: 008 NNvrouw [slachtoffer 5] (SH/NG) wgd 002 NNman [verdachte] (SH/NG). [verdachte] : wanneer laat je dit kutterige gedrag vallen? (…) [verdachte] : (…) kuthoer die je bent. (…) [verdachte] : ...Ik voel je, schat. Ik weet niet in hoeverre jij mij voelt. In mijn binnenste zit maximale liefde, alleen liefde. Ik zeg het niet alleen, ik voel het ook. Sinds drie dagen voel ik het. Sinds 3 dagen probeer ik je op één of andere manier op je plaats te zetten. Vanmorgen ben je ook begonnen, alles wordt oke. En eindigt het zo? [verdachte] : Natuurlijk heeft het geen zin, omdat je nu een kleine pijphoer bent, niet de aardige [slachtoffer 5] . Toen ik je belde, om kwart over negen, stond je op 4 appels. Wat interessant, hoor. Vanaf die tijd tot sluitingstijd is er nog één appel bijgekomen. Per uur... per uur in het basistempo zijn er twee ..(onverstaanbaar).. Kreeg je d'r één of twee om de drie uur? Je formule is niet juist. Je moet met kuthoeren op die manier bezig zijn. Je mag niet slechter worden, [slachtoffer 5] . Omdat alles gegeven is. (…) [verdachte] : Jij bent een kleine vieze, vuile oplichtster. (…) je niveau is
- We hebben die lager gezet, op
- Die moet je makkelijk halen, ben je het vergeten? En die haal je niet. (…) [verdachte] : Je schrijft mij de hele dag geen sms-en, kuthoer die je bent. Ik heb ook gezegd dat je mij vandaag sms-en moest schrijven. (…) [verdachte] : Denk even na over je dagen. Elke dag van je is slecht. Elke dag sluit je slecht af. Dat is geen normale gang van zaken, schat.. Dit is niet normaal. En ik heb nog gezegd dat jij die persoon moet inwerken. Ga je die persoon deze dingen bijbrengen? Ik wil dit ook niet van je vragen. (…) [slachtoffer 5] : Accepteer wat er is. [verdachte] : (buiten zichzelf schreeuwend) Hoezo moet ik accepteren wat er is, kuthoer die je bent? Ik ben geen zwervende homo. (…)
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 11-11-14 23:44:13 Inhoud: 008 NN vrouw [slachtoffer 5] (SH) wgd 002 NNman [verdachte] (SH). [verdachte] vraagt [naam 4] op [slachtoffer 5] te letten, omdat [slachtoffer 5] op het pad des verderfs is terechtgekomen. (…) Hij vraagt [naam 4] op [slachtoffer 5] te letten, met haar te praten. (…) [naam 4] zegt toe het te doen.
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 07-12-14 00:41:48 Inhoud: 001 NNvrouw [slachtoffer 3] (sh) wgd 002 NNman [verdachte] (sh) [slachtoffer 5] : [verdachte] , mogen we morgen boven blijven? [verdachte] : Nee toch, je komt weer met dit gedoe van Alcatraz!? Nou, wat is er dan morgen? [slachtoffer 5] : Laat ons een dag slapen. [verdachte] : [slachtoffer 5] , afgelopen week hebben jullie een hele week laten schieten!
- een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Tijdstip: 07-12-14 14:46:18 Inhoud: 008 NNvrouw [slachtoffer 5] (sh) bun 011 NNvrouw [naam 4] (sh) (…) [slachtoffer 5] : Oke, maar laat [verdachte] niet iets in zijn hoofd krijgen als dat niet hoeft. [naam 4] : Waarom? Hebben jullie een ruzie gehad? [slachtoffer 5] : Ja, gisteravond heb ik hem gebeld om te vragen of we boven mochten blijven. Ik kreeg van hem te horen dat ik weer zo'n vuile teringhoer ben. Wat denk ik van mijzelf dat ik bla-bla-bla, je weet wel, het gebruikelijke. Maar van tevoren belt hij ons, o, wat houd ik van jullie, zoals niemand op de hele wereld, hoor je. Het was een groot nummer, [naam 4] . Ik zeg dan blijven we morgen boven. [naam 4] : Hij heeft het niet toegelaten, he? [slachtoffer 5] : Nee, hoor. Nou. [naam 4] : Te gek om los te lopen. [slachtoffer 5] : Oke, zeg ik. We gaan naar beneden, ik wou niet zeggen, hou op man, we gaan naar boven. [naam 4] : Te gek om los te lopen. Hij laat het niet toe dat jullie boven blijven. (…) [slachtoffer 5] : Maar [naam 4] , je hebt niets tegen hem gezegd, of heb je hem ontmoet om het geld aan hem te geven? We hebben elkaar maar een ogenblik gezien, dat was het dan. [slachtoffer 5] : Ja, [naam 4] , dat is heel sterk, hij is nu voor het geld een grote roofdier. [naam 4] : Hij heeft ook van mij de 1000 afgepakt. [slachtoffer 5] : O jetje! Wat de fuck is nu met hem aan de hand? [naam 4] : Stel je voor, hij heeft mij de 1000 afgepakt. Brutaal. [slachtoffer 5] : Brutaal. Eerst belt hij ons, dat hij zo veel van ons houdt en dat hij het meest over de hele wereld van ons houdt, en daarna, pijphoer die je bent, waarom moet je mijn gevoel op dit moment bederven. [naam 4] : Ja, hoor.
- een geschrift, te weten de uitwerking van een smsbericht, inhoudende, zakelijk weergegeven: Gesprekgegevens: GBO63/9894 (de rechtbank begrijpt het nummer in gebruik bij [slachtoffer 5] ) Tijdstip: 11-12-14 00:08:22 Uit Met nummer: [telefoonnummer 2] (de rechtbank begrijpt het nummer in gebruik bij [