← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2016:747

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/910066-15 Datum vonnis: 4 maart 2016 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 februari

  1. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Tromp en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
  2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 10 juni 2015 te Nijverdal, althans in gemeente Hellendoorn, en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 20,42 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of 5,28 gram en/of ongeveer 380 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA en/of MDA, zijnde cocaïne en/of MDMA/MDEA/MDA (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
  3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 10 juni 2015 te Nijverdal, althans in de gemeente Hellendoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als (een) perso(o)n(en), die niet bevoegd is/zijn tot uitoefening der artsenijbereidkunst, (telkens) opzettelijk een geneesmiddel, te weten kamagra, zijnde/althans een middel bevattende sildenafil (als citraat), heeft/hebben bereid en/of heeft hebben afgeleverd; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 10 juni 2015 te Nijverdal, althans in de gemeente Hellendoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten kamagra, zijnde/althans een middel bevattende sildenafil (als citraat), in voorraad heeft/hebben gehad, heeft/hebben verkocht, afgeleverd, ter hand gesteld en/of ingevoerd; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 10 juni 2015 te Nijverdal, althans in de gemeente Hellendoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een geneesmiddel, te weten kamagra, zijnde/althans een middel bevattende sildenafil (als citraat), - niet zijnde een geneesmiddel voor onderzoek - heeft/hebben bereid, ingevoerd, afgeleverd en/of uitgevoerd dan wel een groothandel (in het geneesmiddel kamagra, zijnde/althans een middel bevattende sildenafil (als citraat)), heeft/hebben gedreven. 3De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde en gevorderd dat verdachte voor het onder 2 primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,- te vervangen door 10 dagen hechtenis. 4De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5De beoordeling van het bewijs De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 2 primair zij in de periode van 01 december 2013 tot en met 10 juni 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten Kamagra, zijnde een middel bevattende sildenafil (als citraat), in voorraad heeft gehad, heeft verkocht, afgeleverd en ter hand gesteld. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. 6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 47 Sr, artikel 40 Geneesmiddelenwet en artikel 6 Wet op de economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 2 primair het misdrijf: medeplegen van overtreding van artikel 40, tweede lid van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten. 7De strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 8De op te leggen straf of maatregel 8.1 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich samen met haar partner schuldig gemaakt aan het verspreiden van Kamagrapillen. Door Kamagrapillen, die via het illegale circuit worden verkregen, aan derden te verspreiden heeft verdachte risico’s genomen met betrekking tot de gezondheid van anderen. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Zij had, zeker gezien haar achtergrond als ambulanceverpleegkundige, bovendien beter moeten weten. De rechtbank heeft kennisgenomen van verdachtes justitiële documentatie, waaruit blijkt dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van de gevorderde geldboete van € 500,--, te vervangen door 10 dagen hechtenis, passend en geboden. 9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 23, 24, 24c en 57 en 91 Sr. 12De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij; verklaart bewezen, dat verdachte het sub 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij; strafbaarheid verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:feit 2 primair : het misdrijf: medeplegen van overtreding van artikel 40, tweede lid van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten. verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 2 primair bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro); - beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. G. Edelenbos en mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 maart
  4. Buiten staat Mrs. Stoové en Edelenbos zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.