Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer(P): 08/955432-14 Datum vonnis: 4 maart 2016 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 februari
- De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J. Leunk en van wat door de gemachtigde raadsman mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte alleen of met een ander of anderen: feit 1: in Tubbergen een hennepplantage heeft gehad, feit 2: in De Lutte een hennepplantage heeft gehad, feit 3: in Tubbergen elektriciteit heeft gestolen, feit 4: in De Lutte elektriciteit heeft gestolen. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
- hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 december 2012 t/m 4 juli 2013, althans op 4 juli 2013 te Geesteren in de gemeente Tubbergen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning/pand/bijgebouw behorend bij perceel [adres] te Geesteren) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1502, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1502 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten);
- hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 t/m 13 augustus 2013, althans op 13 augustus 2013 te De Lutte in de gemeente Losser, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad t in een woning/pand behorend bij perceel [adres] te De Lutte) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 672, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 672 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten);
- hij op eén of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 december 2012 t/m 4 juli 2013 te Geesteren in de gemeente Tubbergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijf s heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);
- hij op eén of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 t/m 13 augustus 2013 te de Lutte in de gemeente Losser, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn béreik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of liet deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken); 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt vrijgesproken. 5De beoordeling van het bewijs De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. De enkele constatering dat verdachte met een ander op 6 januari 2013 op de [adres] te Geesteren is aangehouden terwijl zij reden in een auto met een aanhangwagen met MDF-platen, levert geen bewijs op dat verdachte betrokken was bij enige hennepkwekerij. Het feit dat verdachte reed in een groene Opel Corsa die op naam stond van één van de medeverdachten maak dit niet anders. 6De conclusie Aangezien de rechtbank niet bewezen acht wat aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 is tenlastegelegd, zal zij hem daarvan vrijspreken. 7De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2016.