Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/730426-16(P) Datum vonnis: 23 maart 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 maart
(70)uren; - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen; - beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 maart
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Ten aanzien van feit 1 subsidiair:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , van 4 juni 2016, pag. 3 t/m 12, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster: “(…) Op zaterdag 14 mei 2016 omstreeks 02:30 uur gingen we na uitgaan terug naar het huis van [verdachte] aan de [adres] te Kampen. (…) Ik zag dat [verdachte] met zijn platte rechter hand mij in de linker zijde van mijn gezicht sloeg. Ik voelde een harde klap op mijn gezicht. (…) Ik zag en voelde dat hij nog een keer op dezelfde manier mij in mijn gezicht sloeg. (…) Toen ik [verdachte] terug wilde duwen, zag hij het gebeuren en duwde hij mij tegen deurklink. Ik kwam met mijn rug tegen de deurklink. (…) Ik voelde een stekende pijn in mijn rug. (…) Ik zag en voelde dat [verdachte] met zijn rechter vuist uithaalde richting mijn oog en neus. Ik voelde een stekende pijn en daarna weet ik het niet meer. Ik ben toen bewusteloos geraakt. Ik weet nog dat ik door de vuistslag begon naar achteren te vallen. Tijdens de val voelde ik dat het zwart voor mijn ogen werd en dat ik niets meer hoorde, alleen maar geruis. (…).”
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 maart 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte: “(…) Ik duwde [slachtoffer] om de deken terug te krijgen. Zij viel tegen de deurklink van de deur. (…) Ze kwam met de deken op de grond te liggen. (…) Ik heb [slachtoffer] een klap met de vlakke hand in het gezicht gegeven. (…) Uit reflex heb ik [slachtoffer] met de vuist geslagen. [slachtoffer] viel met op de grond met haar hoofd op een tas. Ik zag dat [slachtoffer] bewusteloos was. (…).”