Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/994533-16(P) Datum vonnis: 14 april 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 april
- De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.E.H. Groeneboer en van hetgeen door verdachte en diens raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 9 december 2015 te Hengelo, in de gemeente Hengelo (Ov), althans (elders) in Nederland, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten - 180, althans meerdere, stuks Shells (Mortierbommen, bestaande uit 0008 Small Festival ball's, merk Arka), en/of - 489, althans meerdere, stuks Bangers (Knalvuurwerk, bestaande uit Super Cobra's 6, merk Di Blasio Elio), voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich, kort weergegeven, op het standpunt gesteld dat verdachte het op de tenlastelegging vermelde vuurwerk voorhanden heeft gehad en dat dit vuurwerk is te kwalificeren als professioneel vuurwerk. De officier van justitie heeft zich daarbij met name gebaseerd op het proces-verbaal van het onderzoek van het inbeslaggenomen vuurwerk, alsmede op een tweetal rapportages van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en op de door verdachte afgelegde verklaring. Voor wat betreft het aantal Bangers heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat zij geen reden heeft te twijfelen aan hetgeen daarover in het proces-verbaal van het onderzoek van het inbeslaggenomen vuurwerk staat vermeld, te weten dat het 489 stuks betrof. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich, zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat het bij verdachte aangetroffen vuurwerk niet specifiek is onderzocht en dat derhalve niet vast staat dat het vuurwerk identiek is aan het vuurwerk dat in de rapportages van het NFI is beschreven. Niet vaststaat derhalve dat het bij verdachte aangetroffen vuurwerk als professioneel vuurwerk moet worden aangemerkt. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat voor wat betreft het aantal aangetroffen Bangers uitgegaan moet worden van hetgeen verdachte daarover heeft verklaard, te weten dat het aantal 155 stuks betrof en niet zoals op de tenlastelegging staat vermeld een aantal van
- 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op 6 december 2015 is er bij de politie een anonieme melding binnengekomen dat er aan de [adres] te [woonplaats] dozen met vuurwerk waren ingeladen in bus, merk Fiat. Verdachte is woonachtig op dit adres. Naar aanleiding van deze melding is er op 9 december 2015 een onderzoek ingesteld op het adres [adres] te [woonplaats]. Bij dit onderzoek is zowel in de woning als in de achtergelegen schuur vuurwerk aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het vuurwerk van hem was. De rechtbank overweegt ten aanzien van de op de tenlastelegging vermelde 180 stuks Shells (Mortierbommen) het volgende. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Shells zijn aan te merken als professioneel vuurwerk. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 14 januari 2016, bijlage 02, in samenhang bezien met het rapport van het NFI d.d. 24 maart
- De rechtbank volgt de officier van justitie hierin niet. Uit het proces-verbaal van 14 januari 2016 blijkt dat de verbalisant de Shells die onder verdachte in beslag zijn genomen, uitsluitend heeft beoordeeld op basis van uiterlijke kenmerken waarbij de verbalisant het merk, de artikelbenaming, de vermelde netto explosieve massa (NEM) en het aantal stuks heeft vastgesteld. Een CE markering is door de verbalisant niet aangetroffen. De verbalisant heeft niet zelf onderzocht wat de netto explosieve massa van de Shells is. De rechtbank is van oordeel dat op basis van deze kenmerken onvoldoende kan worden vastgesteld dat de Shells identiek zijn aan het vuurwerk dat het NFI heeft beschreven in het rapport van 24 maart
- Deze rapportage bevat geen aanwijzingen ten aanzien van het merk, de artikelbenaming en de NEM van het door het NFI onderzochte vuurwerk. Nu niet kan worden vastgesteld dat de 180 Shells professioneel vuurwerk betreffen, dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken van het in de tenlastelegging onder het eerste gedachtestreepje vermelde. Ten aanzien van de op de tenlastelegging vermelde 489 stuks Bangers overweegt de rechtbank het volgende. Uit het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 14 januari 2016, bijlage 01, blijkt dat de verbalisant ten aanzien van de Bangers op basis van uiterlijke kenmerken het merk (Di Blasio Elio), het artikel (Super cobra 6), het aantal (489 stuks), de CE markering (0163-F4-1018) en het productiejaar
(2014)heeft kunnen vaststellen. Uit de rapportage van het NFI d.d. 11 februari 2015 blijkt dat het NFI onderzoek heeft verricht aan pakje met 3 stuks Super Cobra 6 waarbij als uiterlijke kenmerken is vastgesteld dat op buitenste laag van de cilinder stond vermeld: Super cobra 6, CE0163, Categorie F4, Reg:0163-F4-1018 en Year of production
(2014). Het NFI is tot conclusie gekomen dat het door haar onderzochte vuurwerk aan te merken is professioneel vuurwerk. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op vorenstaande, de bij verdachte aangetroffen Bangers identiek zijn aan het door het NFI onderzochte vuurwerk en professioneel vuurwerk was. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant dat het aantal stuks Bangers 489 betrof. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 9 december 2015 te Hengelo, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten - 489 stuks Bangers (Knalvuurwerk, bestaande uit Super Cobra's 6, merk Di Blasio Elio), voorhanden heeft gehad. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 9.2.2.1 Wet milieubeheer, 1.2.
- Vuurwerkbesluit, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: het misdrijf: overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats is nu verdachte een first offender is. Een werkstraf eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf is volgens de verdediging passender. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk zonder over gespecialiseerde kennis van vuurwerk te beschikken. Het vuurwerk was opgeslagen in de woning van verdachte en in een schuurtje in de achtertuin bij verdachtes woning. De woning van verdachte is gelegen in een woonwijk. Het aanwezige professionele vuurwerk heeft grote risico’s met zich meegebracht voor de bewoners van de woning en voor de omwonenden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij het vuurwerk voorhanden heeft gehad zonder zich rekenschap te geven van het gevaarzettende karakter daarvan. De rechtbank heeft bij beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd in het bijzonder acht geslagen op het feit dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest en op zijn persoonlijke omstandigheden, zoals die naar voren zijn gekomen in het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, rekening houdend met de hoeveelheid Bangers die verdachte voorhanden heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat, alles afwegende, kan worden volstaan met het opleggen van een werkstraf van na te noemen duur. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen teneinde de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen en aan verdachte een duidelijke waarschuwing voor de toekomst mee te geven. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 91 Sr. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde het de volgende strafbare feit oplevert:het misdrijf: overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 160 (honderdzestig) uren; beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen; beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt. Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. Y. Cenik en mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 april
- Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2015601311 d.d. 10 maart
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
- Het proces-verbaal van terechtzitting d.d. 3 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende als verklaring van verdachte: Het vuurwerk dat op 9 december 2015 bij mij thuis is aangetroffen was van mij.
- Het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, d.d. 14 januari 2016, zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant (bijlage 01 bij het proces-verbaal): lk zag dat dit vuurwerk was van het soort knalvuurwerk (bangers). lk zag op het vuurwerk opschriften met betrekking tot het merk en type en netto explosieve massa (NEM). lk heb de lengte opgemeten. Tevens heb ik het aantal stuks geteld. Mijn bevindingen heb ik weergegeven in onderstaande tabel. Merk Di Blasio Elio Taal Engels Artikel Super cobra 6 Productiejaar 2-14 NEM 28 gram Lengte 130 mm Aantal stuks 489 CE markering 0163-F4-1018 lk zag dat het door mij onderzochte vuurwerk was voorzien van de categorie-indeling F
- Dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk.
- Een geschrift zijnde een door het NFI opgemaakt rapport explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van betwist vuurwerk d.d. 11 februari 2015, zakelijk weergegeven, inhoudende (blz. 45 en 47): De buitenste laag van de cilinders was overwegend zwart en voorzien van opdrukken. Onder andere de opdrukken `Super"Cobra 6', 'CE0163', 'Category: F4', `Generic Type: Report', 'REG:0163-F4-1018, 'Year of production: 2014'. De aanduiding 'Category: F4' is een categorie indeling conform EG Richtlijn 2007/23 en artikel 1A.1.3 derde lid van het Vuurwerkbesluit is, dan is het vuurwerk van de categorie 4, zoals omschreven in artikel 1.1.1 eerste lid van het Vuurwerkbesluit en daarmee professioneel vuurwerk.