Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummers: 08/952171-14, 08/770122-14, 08/730921-13 en 08/100694-14 (gevoegd ter terechtzitting) (P) (+ vordering TUL 08/680024-12) Datum vonnis: 20 april 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] (Pakistan), wonende te [adres 1] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 september 2014, 25 november 2014, 3 februari 2015, 17 maart 2015, 30 april 2015, 6 december 2016, 28 maart 2017, 30 maart 2017 en 6 april 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.J.L. de Valken van wat door verdachte en de raadsman mr. R. van Veen, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan: -inzake parketnummer 08/952171-14: - (medeplegen van) opzettelijk brandstichten en/of (medeplegen van) het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, telkens met levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van anderen en/of gemeen gevaar voor goederen, op of omstreeks 3 maart 2014 in de gemeente Zwolle; -inzake parketnummer 08/770122-14: feit 1 : oplichting, meermalen gepleegd, in of omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot en met 11 maart 2014 in de gemeente Zwolle en/of Amsterdam; feit 2 : opzettelijk gebruik maken van valse/vervalste geschriften, meermalen gepleegd, in of omstreeks de periode van [lunchroom] tot en met 19 juni 2013 in de gemeente Zwolle; feit 3 : (medeplegen van) vernieling in de periode van 11 maart 2014 tot en met 12 maart 2014 in de gemeente Zwolle en/of (medeplegen van) van oplichting in de periode van 11 maart 2014 tot en met 12 maart 2014 in de gemeente Zwolle; feit 4 : opzettelijk aanwezig hebben van 0,55 gram cocaïne op of omstreeks 21 mei 2014 in de gemeente Zwolle; feit 5 : (medeplegen van) onttrekking van een voorwerp aan het strafvorderlijk beslag op of omstreeks 8 april 2014 in de gemeente Zwolle; -inzake parketnummer 08/730921-13: feit 1 : - primair: (medeplegen van) poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] op of omstreeks 15 oktober 2013 in de gemeente Zwolle; - subsidiair: openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] op of omstreeks 15 oktober 2013 in de gemeente Zwolle; feit 2 : - primair: (medeplegen van) poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] op of omstreeks 15 oktober 2013 in de gemeente Zwolle; - subsidiair: openlijk geweld tegen [slachtoffer 2] op of omstreeks 15 oktober 2013 in de gemeente Zwolle; -inzake parketnummer 08/100694-14: feit 1 : mishandeling van [slachtoffer 3] op of omstreeks 9 maart 2014 te Zwolle; feit 2 : het opzettelijk aanwezig hebben van 2,02 gram cocaïne op of omstreeks 9 maart 2014 in de gemeente Zwolle. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: -inzake parketnummer 08/952171-14: hij op of omstreeks 3 maart 2014 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een pand ( [lunchroom] ) aan de Oude Vismarkt ( [nummer 1] ), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)toen aldaar opzettelijk (in dat pand) doeken besprenkeld met (een) brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine en/of delen van de inboedel in dat pand en/of de vloer in dat pand besprenkeld met (een) brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine en/of (vervolgens) die doeken en/of die/dat brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met doeken en/of (een) brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan de inboedel en/of (delen van) dat pand geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de zich in dat pand bevindende goederen/inboedel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich boven dat pand bevindende personen/bewoners, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was; en/of hij op of omstreeks 3 maart 2014 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in een pand/ [lunchroom] gevestigd aan de Oude Vismarkt [nummer 1] , doeken te besprenkelen met (een) brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine en/of delen van de inboedel in dat pand en/of de vloer in dat pand te besprenkelen met (een) brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine en/of (vervolgens) die doeken en/of die/dat brandversnellend(
- e)middel(
- en)en/of benzine in brand te steken en/of (nadat verdachte en/of zijn mededader(
- s)het pand had(den) verlaten via een verbroken/ingetikte ruit/raam een (brandend) voorwerp (explosief) naar binnen te gooien, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de zich in dat pand bevindende goederen/inboedel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich boven dat pand bevindende personen/bewoners, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was; -inzake parketnummer 08/770122-14: 1. hij op één of meerdere tijdstippen in omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot en met 11 maart 2014 in de gemeente Zwolle en/of Amsterdam (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal ongeveer 14204,20), in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - (nadat op 29 juli 2012 door onbekende daders s'-nachts een fiets door de ruit van de onderneming [bedrijf 1] ( [lunchroom] ) van verzekerde [verdachte] werd gegooid) op 17 augustus 2012 ten overstaan van de Regiopolitie IJsselland aangifte gedaan van diefstal in/uit zijn bedrijf [bedrijf 1] , welke plaats zou hebben gevonden op 29 juli 2012 tussen 03.30 uur en 04.30 uur, bij welke inbraak een laptop zou zijn weggenomen en de omzet van 9 dagen, en/of (vervolgens) bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. de diefstal van de laptop, het tasje met de omzet (ongeveer 2.200 euro), de gebroken ruit en een reclamebord geclaimd, en/of - (nadat op 8 mei 2013 ten gevolge van een kortsluiting in de elektrische bedrading boven het systeemplafond een brand is ontstaan in de [lunchroom] van verzekerde [verdachte] ) een schadeclaim ingediend bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V., en/of ter onderbouwing van die schadeclaim valse facturen ( [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] ) bijgevoegd, en/of - (nadat op 3 maart 2014 ten gevolge van een brandstichting/explosie grote schade is ontstaan in/aan het pand Oude Vismarkt [nummer 1] ( [lunchroom] van verzekerde [verdachte] ) op 3 maart 2014 ten overstaan van de Regiopolitie IJsselland aangifte gedaan van brandstichting en/of (vervolgens) op 11 maart 2014 bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. de brandschade aan zijn pand geclaimd, waardoor Delta Lloyd (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; 2. hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 januari 2013 tot en met 19 juni 2013 in de gemeente Zwolle meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(
- e)of vervalst(
- e)verkoopfacturen, te weten 1. Verkoopfactuur van 25-1-2013 van [bedrijf 4] 5.445,= incl. btw, 2. Verkoopfactuur van 30-1-2013 van [bedrijf 4] 6.655,= incl. btw, 3. Verkoopfactuur van 18-2-2013 van [bedrijf 5] 5.997,= incl. btw, 4. Verkoopfactuur van 22-2-2013 van [bedrijf 4] 4.138,= incl. btw, 5. Verkoopfactuur van 14-5-2013 van [bedrijf 6] 18.847,90 incl. btw, 6. Verkoopfactuur van 16-5-2013 van [bedrijf 7] 10.092,61 incl. btw, 7. Verkoopfactuur van 19-6-2013 van [bedrijf 8] 26.368,80 incl. btw - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij verdachte, genoemde verkoopfacturen heeft opgenomen in zijn administratie en/of van de omzetbelasting van die genoemde verkoopfacturen "aangifte omzetbelasting" bij de Belastingdienst Randmeren heeft gedaan en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die verkoopfacturen niet overeenkomen met de verkoopadministraties van de bedrijven Wijnhandel [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] Service Nederland en/of [bedrijf 6] Installaties B.V. en/of [bedrijf 7] afbouwtechniek/Groep B.V. en/of [bedrijf 8] ; 3. hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2014 tot en met 12 maart 2014 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een voorruit van een auto (merk Mercedes A-klasse, 5 deurs, 180cdi blue efficiency, kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 9] Zwolle en/of [bedrijf 10] Rent-A-Car, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; en/of hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2014 tot en met 12 maart 2014 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 11] Zwolle heeft bewogen tot de afgifte van een (reparatie van een) voorruit, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - (nadat verdachte en/of zijn mededader eerst de voorruit van een huurauto, merk Mercedes A-klasse, kenteken [kenteken 1] heeft/hebben vernield) - die/een huurauto, merk Mercedes A-klasse, kenteken [kenteken 1] , ter/voor ruitreparatie (met een onbekende oorzaak als reden voor de ruitschade) heeft/hebben gebracht naar [bedrijf 11] Zwolle) en/of - ten overstaan van [bedrijf 11] zich heeft/hebben voorgedaan als ware hij [valse naam] en/of dat zijn emailadres is, [e-mail 1] , en/of - [bedrijf 11] Zwolle een opdrachtbon (nummer 201414001818) heeft/hebben laten uitschrijven/opmaken onder de naam [valse naam] met het emailadres, [e-mail 1] , waardoor [bedrijf 11] Zwolle werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; 4. hij op of omstreeks 21 mei 2014 in de gemeente Zwolle opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,55 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. hij op of omstreeks 08 april 2014 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) goed(eren)/voorwerp(
- en)in/uit een auto, Volkswagen Golf, kleur rood, kenteken [kenteken 2] , waarop door de Politie Regio IJsselland, op 3 april 2014, op grond van (betrokkenheid van die auto bij) overtreding van artikel 287 Wetboek van Strafrecht en/of/subsidiair 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht i.v.m./juncto artikel 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht en artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht en/of artikel 94 Wetboek van Strafvordering, in elk geval krachtens de wet, beslag was gelegd, aan dat beslag heeft onttrokken; -inzake parketnummer 08/730921-13: 1. hij op of omstreeks 15 oktober 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)één of meerdere malen (met een vuurwapen, althans een hard en/of zwaar voorwerp) tegen/op het hoofd van deze [slachtoffer 1] geslagen en/of één of meerdere malen op/tegen het lichaam van deze [slachtoffer 1] gestompt en/of geslagen en/of getrapt en/of geschopt (terwijl deze [slachtoffer 1] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 15 oktober 2013 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres 14] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het één of meerdere malen (met een pistool, althans een hard en/of zwaar voorwerp) tegen/op het hoofd van deze [slachtoffer 1] slaan en/of stompen en/of het één of meerdere malen op/tegen het lichaam van deze [slachtoffer 1] stompen en/of slaan en/of trappen en of schoppen; 2. hij op of omstreeks 15 oktober 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)voornoemde [slachtoffer 2] één of meerdere malen (met een momentsleutel, althans een zwaar voorwerp) in/tegen/op het gezicht en/of de arm(
- en)en/of de duim geslagen en/of (vervolgens) één of meerdere malen (met kracht) tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 15 oktober 2013 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres 14] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het één of meerdere malen (met een momentsleutel, althans een zwaar voorwerp) in/tegen het gezicht en/of de duim van voornoemde [slachtoffer 2] slaan en/of (vervolgens) het één of meerdere malen (met kracht) tegen de ribbenkast van deze [slachtoffer 2] trappen en of schoppen en/of (vervolgens) (met een hard en/of zwaar voorwerp) slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] ; -inzake parketnummer 08/100694-14: 1. hij op of omstreeks 9 maart 2014 te Zwolle, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3] ), (met kracht) in/tegen diens gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij op of omstreeks 9 maart 2014 te Zwolle, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor het: - in de zaak met parketnummer 08/952171-14 ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/100694-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde. 4.2 Het standpunt van de verdediging Inzake parketnummer 08/952171-14 De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat: behalve de sporen die van verdachte zijn aangetroffen op de aangetroffen jassen en maskers zich geen enkel bewijsmiddel in het dossier bevindt dat verdachte rechtstreeks in verband brengt met de ontploffing; de overige voor verdachte belastende omstandigheden uitsluitend de status hebben van ‘circumstancial evidence’ en als zodanig geen redengevend bewijs kunnen opleveren voor het ten laste gelegde; de resultaten van het uitgevoerde forensisch onderzoek niet relevant zijn, omdat niet vastgesteld kan worden dat de wegrennende personen - de waarschijnlijke daders - de jassen de maskers hebben achtergelaten in de tuin van de [straat] en dat er meer omstandigheden zijn die er op wijzen dat de jassen en maskers daar reeds lagen voordat de explosie plaatsvond; er geen voor het bewijs bruikbaar motief is vast te stellen en dat daarnaast ook geen sprake is van voor het bewijs bruikbare leugenachtige verklaringen, terwijl sprake is van een alternatief scenario dat wordt ondersteund door de omstandigheden (zoals weergegeven in het pleidooi). Inzake parketnummer 08/770122-14 Feit 1: De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte onder 1a en 1c ten laste gelegde (1a: aangifte diefstal 29 juli 2012 en 1c: aangifte brandstichting 3 maart 2014) en heeft daartoe aangevoerd dat: (primair ad 1a) de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring niet wordt weersproken door het beschikbare bewijsmateriaal en dat de videobeelden de mogelijkheid openlaten dat de laptop en de envelop met geld op een eerder tijdstip door een ander dan verdachte zijn weggenomen; (subsidiair ad 1a) als omzetschade een bedrag van € 1.000,-- is uitgekeerd; (ad 1c) niet bewezen kan worden dat verdachte de aangifte van brandstichting en de schadeclaim in strijd met de waarheid heeft gedaan. De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1b ten laste gelegde (aangifte schade 8 mei 2013) aangevoerd dat de facturen van Leq en van Janssen valselijk opgemaakt lijken te zijn en heeft zich ten aanzien van de bedragen in die facturen (€ 1.500,- respectievelijk € 117,--) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft bepleit dat niet bewezen kan worden dat het resterende bedrag van € 9.983,-- ten onrechte zou zijn uitgekeerd. Feit 2: De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank inzake het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde. Feit 3: De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde. De verdediging heeft ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde aangevoerd dat de ruit reeds stuk was en dat de gebruikswaarde niet is verminderd door het handelen van verdachte, aangezien de ruit al onbruikbaar was voorafgaand aan dat handelen. De verdediging heeft ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde aangevoerd dat het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling ontbreekt, aangezien een causaal verband tussen het verergeren van de schade en de vervanging van de ruit door [bedrijf 11] ontbreekt en de ruit ook zonder het verergeren van de schade - zij het op een later moment - zou zijn vervangen. Feit 4: De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank inzake het aan verdachte onder 4 ten laste gelegde. Feit 5: De verdediging heeft primair en subsidiair vrijspraak bepleit van het aan verdachte onder 5 ten laste gelegde wegens gebrek aan bewijs. Primair ontbreekt het bewijs voor betrokkenheid van verdachte en subsidiair blijkt niet dat er iets uit de auto is weggnomen. De verdediging heeft meer subsidiair aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt van een zodanige betrokkenheid van verdachte dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het wegnemen van een goed uit de in beslag genomen auto.. -inzake parketnummer 08/730921-13: Feit 1 en feit 2: De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde wegens gebrek aan bewijs. -inzake parketnummer 08/100694-14: Feit 1: De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde wegens gebrek aan bewijs. Feit 2: De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank inzake het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank inzake parketnummer 08/952171-14 (brand/explosie shoarmazaak/ [lunchroom] ) Inleiding Op 3 maart 2014 heeft in het pand van [lunchroom] , gelegen aan de Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle, in de vroege ochtend (omstreeks 05.47 uur) een ontploffing plaatsgevonden en daarop een uitslaande brand gewoed, ten gevolge waarvan meerdere bewoners van de boven het pand gelegen studentenwoningen op 1e, 2e en 3e verdieping zich in veiligheid hebben moeten brengen dan wel geëvacueerd moesten worden. Het interieur van [lunchroom] is volledig uitgebrand en de voorgevel van het pand is door de kracht van de explosie volledig weggeblazen. De inboedel van meerdere boven het pand van [lunchroom] gelegen woningen heeft roetschade opgelopen. Voorts is schade ontstaan aan de belendende percelen. Het pand van [lunchroom] werd gehuurd en geëxploiteerd door verdachte. Verdachte heeft op 3 maart 2014 aangifte gedaan van opzettelijke brandstichting. Overwegingen ten aanzien van de afzonderlijke bewijsmiddelen Aangetroffen sporendragers in pand [lunchroom] en NFI-onderzoek De politie heeft naar aanleiding van de explosie en de brand in lunchroom/shoarmazaak [lunchroom] op 7 maart 2014 een sporenonderzoek verricht waarbij diverse sporendragers zijn veiliggesteld. Bij het daarop door het NFI uitgevoerde onderzoek naar ontbrandbare vloeistoffen (verkorte rapportage d.d. 24 maart 2014) op de veiliggestelde sporendragers zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine. Aangetroffen jassen en maskers en NFI-onderzoek Tijdens het door de politie op 3 maart 2014 uitgevoerde buurtonderzoek zijn in de tuin van de woning aan de [straat] te Zwolle een zwart jack (met op de achterzijde een deels zichtbaar logo van “Loekie’s gym”), een bidamulet en een paar handschoenen (in een van de jaszakken van voornoemd jack), een zwart jack met grijze schouderstukken, een zwarte bodywarmer en 2 scream-maskers, aangetroffen en veiliggesteld. Het NFI heeft uitgebreid onderzoek verricht en gerapporteerd in de vorm van meerdere deelrapporten. Door het NFI zijn DNA-profielen aangetroffen, waaronder DNA-profielen matchend met verdachte (jas AAGP8628NL) en medeverdachte [medeverdachte 1] (jas AAGP8624NL en masker AAGP8623NL). Op het masker AAGP8623NL is een dactyloscopisch spoor (#D02) van een linkerpink aangetroffen dat mogelijk afkomstig is van verdachte. Op het masker AAGP8623NL is een drietal dactyloscopische sporen (#D01, #D04 en #D05) aangetroffen die overeenkomsten vertonen met de referentieafdrukken van medeverdachte [medeverdachte 1] . Uit de bemonstering #02 van de kubus van het bidamulet AAGP8627NL dat zich in de zak van de zwarte jas AAGPS628NL bevond, is een DNA-profiel gekomen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Op 1 november 2016 heeft het NFI een Interdisciplinair Forensisch Onderzoek (IDFO)-rapport uitgebracht naar aanleiding van een benoeming door de rechter-commissaris d.d. 26 augustus 2016 om de uitkomsten van het DNA- en dactyloscopisch onderzoek te combineren. In dit IDFO-rapport zijn de conclusies van de deskundigen van de verschillende onderzoeken samengebracht. Het NFI heeft op 22 maart 2017 een verbeterde versie uitgebracht van voornoemd IDFO-rapport. Het IDFO-rapport houdt onder meer het navolgende in: “De hieronder weergegeven interdisciplinaire conclusie is tot stand gekomen door het combineren van de resultaten van de op het NFI uitgevoerde onderzoeken betrekking hebbende op de in dit rapport beschreven hypothesen. Op basis van de contextinformatie is de evaluatie uitgevoerd onder de volgende aannamen: - beide jassen en maskers zijn door de daders gedragen; - de maskers en jassen zijn minimaal 55 minuten gedragen (van 04.50 tot aan het moment van de explosie 05.45 uur); - één van de maskers en één van de jassen is voorafgaand aan het delict tegen de verdachte [verdachte] aangedrukt. Het is niet bekend op welke wijze of hoe lang voorafgaand aan het delict. Er wordt vanuit gegaan dat dit contact dat heeft plaatsgevonden met de blote huid van verdachte [verdachte] , kort voorafgaand aan het delict en vluchtig was; - verdachte [medeverdachte 1] heeft geen relatie tot één van de maskers of jassen. Ten aanzien van verdachte [verdachte] zijn de DNA- en Dacty-bevindingen onder de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese A1. De verdachte [verdachte] was één van de twee personen die de maskers en de jassen droegen ten tijde van het delict. Hypothese A2. Twee andere personen droegen de maskers en de jassen ten tijde van het delict en iemand heeft van tevoren één van de jassen en één van de maskers tegen de verdachte [verdachte] aangedrukt. De verdachte [verdachte] heeft geen van de maskers en jassen ooit gedragen. Combinatie van de DNA- en Dacty-bevindingen zijn waarschijnlijker wanneer hypothese A1 juist is dan wanneer hypothese A2 juist is. Bovenstaande conclusie is volledig gebaseerd op het DNA-onderzoek omdat het dactyloscopisch spoor #D02 niet onderscheidend was voor de gestelde hypothesen. Tevens zijn de DNA-sporen op het bidamulet door de DNA-deskundige hierin niet meegenomen (zie 4.4.4.). Ten aanzien van verdachte [medeverdachte 1] zijn de DNA- en Dacty-bevindingen onder de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese B1. De verdachte [medeverdachte 1] was één van de twee personen die de maskers en de jassen droegen ten tijde van het delict. Hypothese B2. Twee andere personen droegen de maskers en de jassen ten tijde van het delict. Combinatie van de DNA- en Dacty-bevindingen zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese B1 juist is dan wanneer hypothese B2 juist is. In de conclusie van het vingersporenonderzoek ten aanzien van verdachte [medeverdachte 1] werd al de term ‘extreem veel waarschijnlijker’ gebruikt. Dit is de hoogste verbale conclusieterm die het NFI hanteert. Om die reden is de extra bijdrage van het DNA-onderzoek (conclusieniveau ‘zeer veel waarschijnlijker’) aan de gecombineerde bewijswaarde niet inzichtelijk geworden. Het DNA-onderzoek geeft daarentegen wel een extra onderbouwing aan de conclusie met betrekking tot de aanwezigheid van de jassen in de hypothesen.” Opgenomen camerabeelden plaats delict en omgeving Op de van het strafdossier deel uitmakende camerabeelden (en/of screenshots), die in de nacht van 2 op 3 maart 2014 zijn gemaakt door de in de binnenstad van Zwolle geplaatste beveiligingscamera’s, zijn vanaf 04.22 uur gedurende meerdere tijdstippen twee mannen waarneembaar die beiden een donkerkleurig jack dragen en op dan wel voor hun hoofd een wit masker lijken te dragen. De vragen die de rechtbank met het oog op een eventuele bewezenverklaring van het tenlastegelegde moet beantwoorden zijn: is sprake geweest van opzettelijke brandstichting en/of het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing; is de brand gesticht door de zeer kort voor de ontploffing wegrennende mannen ; zijn de in de tuin aan de [straat] te Zwolle aangetroffen jassen en maskers door de wegrennende mannen/daders tijdens hun vlucht daar neergegooid; is verdachte (al dan niet samen met medeverdachte [medeverdachte 1] en/of een of meer anderen) de dader geweest van de brandstichting en/of ontploffing. Ad a: Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen voldoende komen vast te staan dat in elk geval sprake is geweest van brandstichting. De rechtbank acht daartoe in het bijzonder redengevend dat blijkens het sporenonderzoek door de politie vanaf de voorzijde naar de achterzijde in het pand brandversnellende middelen zijn aangetroffen en dat een zogenaamd V-brandpatroon is aangetroffen dat vaak ontstaat op een plek waar een brandhaard heeft gezeten, terwijl op de plek waar de vermoedelijke brandhaard is aangetroffen geen elektrische aansluitingen zijn aangetroffen. Een brand ontstaan door een technisch mankement wordt daarom, blijkens het onderzoek van de politie, uitgesloten geacht. Op welke wijze de brand is aangestoken, in het bijzonder op welke wijze en op welk moment met brandversnellende middelen is gesprenkeld, kan naar het oordeel van de rechtbank niet met zekerheid worden vastgesteld. De rechtbank overweegt ten aanzien van het bewijs voor het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing dat op de camerabeelden is waargenomen dat de glazen pui van de voorzijde het pand met kracht en in slechts enkele seconden naar de overzijde van de weg wordt verplaatst (weggeblazen), en dat door de politie is geconstateerd dat de glazen pui die aan de overkant van de weg is aangetroffen alleen was beroet en niet was aangetast door het vuur. Bij een door de EOD verricht onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat er echte explosieven zijn gebruikt om de boel op te blazen, terwijl ook een aardgasexplosie is uitgesloten door de brandweer. Op grond van het vorenoverwogene staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat behalve de brand ook een ontploffing heeft plaatsgevonden (die niet is veroorzaakt door een technisch defect). Uit de bevindingen van de politie en de inhoud van andere bewijsmiddelen kan echter niet met zekerheid worden afgeleid dat sprake is geweest van het door toedoen van menselijk handelen opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, aangezien niet kan worden vastgesteld op welke wijze de ontploffing is ontstaan. Ad b, c en d: Aangezien het onderzoek in belangrijke mate gericht is geweest op het vaststellen van de identiteit van de mannen die donkere jassen en witte maskers dragen en hun rol bij het ten laste gelegde, zal de rechtbank ook ingaan op de navolgende vragen. De officier van justitie heeft het bewijs voor het daderschap van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gebaseerd op de aannames dat de brand moet zijn gesticht door de kort voor de explosie wegrennende mannen die witte maskers en donkere jassen dragen, dat de aangetroffen witte maskers en jassen zijn achtergelaten door die mannen en dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] de dragers zijn geweest van de witte maskers en de jassen. Deze aanname is ook als exclusief uitgangspunt genomen bij (onder meer) het door het NFI uitgebrachte IDFO-rapport d.d. 22 maart 2017 (zijnde de verbeterde versie van het IDFO-rapport d.d. 1 november 2016). De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat op grond van de inhoud van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brand is gesticht door de kort na de explosie twee wegrennende mannen en dat de aangetroffen witte maskers en jassen zijn achtergelaten door die mannen, aangezien het sluitend bewijs hiervoor ontbreekt. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat op grond van de verklaring van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] niet kan worden uitgesloten dat tussen het tijdstip waarop zij twee mannen met witte maskers hebben gezien en het tijdstip van de explosie nog andere personen dan de twee wegrennende mannen in het pand van [lunchroom] aanwezig zijn geweest. Immers, getuige [getuige 1] heeft onder meer verklaard dat zij twee gemaskerde mannen (het portiek bij of naast) [lunchroom] heeft zien uitlopen in de richting van het Gasthuisplein. Blijkens de camerabeelden heeft getuige [getuige 1] om omstreeks 04.49 uur nabij [lunchroom] gelopen. De getuige [getuige 2] heeft onder meer verklaard dat hij bij [lunchroom] drie personen in het pand heeft gezien. Blijkens de camerabeelden heeft getuige [getuige 2] om omstreeks 04.53 uur nabij [lunchroom] gelopen. De in het dossier beschikbare camerabeelden en/of screenshots daarvan tonen niet dat de door [getuige 2] waargenomen personen het pand van [lunchroom] op enig moment daarna hebben verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank laten de verklaringen van getuige [getuige 1] en getuige [getuige 2] , in onderling verband en samenhang bezien met de inhoud van de camerabeelden ten tijde van de waarnemingen door beide getuigen, de mogelijkheid open dat een of meer andere personen dan de twee mannen met de witte maskers vóórdat de ontploffing ontstond in het pand aanwezig zijn geweest, op grond waarvan daderschap van een ander of anderen dan de mannen met de witte maskers niet kan worden uitgesloten. Verder kan naar het oordeel van de rechtbank niet met zekerheid worden vastgesteld dat de twee mannen die op de camerabeelden van onder meer 05.40 uur te zien zijn dezelfde mannen zijn als de mannen die omstreeks 05.47 uur kort voor de ontploffing wegrennen van de plaats delict. Dat geldt evenzeer voor de beelden van omstreeks 04.22 uur respectievelijk 05.37 uur waarop twee mannen in donkere kleding waarneembaar zijn die vanaf het Kerkbrugje in de richting binnenstad lijken te lopen en de beelden van omstreeks 05.41 uur waarop twee mannen in donkere kleding zijn te zien die in de richting van [lunchroom] lopen. Daar komt bij dat op grond van de camerabeelden ten tijde van de ontploffing niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de direct na de ontploffing wegrennende mannen op dat moment een wit masker droegen, zoals ook door de officier van justitie ter terechtzitting van 30 maart 2017 (bij repliek) is erkend. De rechtbank heeft bij haar afwegingen verder betrokken dat op grond van de in de processen-verbaal van bevindingen vermelde tijdstippen die betrekking hebben op de aangetroffen jassen en maskers in de tuin van perceel [straat] te Zwolle niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de politie die jassen en maskers op maandag 3 maart 2014 gedurende de middag heeft aangetroffen. De op de jassen en maskers aangetroffen DNA-en Dacty-materialen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] leveren op zichzelf aanwijzingen op voor daderschap, maar deze aanwijzingen leveren nog geen sluitend bewijs op. Om verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 1] in directe relatie te brengen met de brand moet in ieder geval vaststaan dat die jassen en maskers na de brand in de tuin zijn gegooid. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, aangezien de verklaring van de getuige [getuige 3] de mogelijkheid openlaat dat de jassen en maskers al op 2 maart 2014, dus voor de brand, in de tuin zijn achtergelaten. Het vorenstaande geeft de rechtbank voldoende reden tot twijfel aan de juistheid van de veronderstelling dat die jassen en maskers door de feitelijke daders van de brand/ontploffing zijn achtergelaten. De door de officier van justitie in dit verband gegeven uitleg en toelichting ter terechtzitting van 30 maart 2017, kort samengevat inhoudende dat sprake moet zijn van een fout in de processen-verbaal voor zover is gerelateerd dat de verbalisanten de jassen en kleding in de vroege ochtend van 3 maart 2014 hebben aangetroffen in de tuin van getuige [getuige 3] doet daaraan niet af. Gelet op het belang van de verklaring van de getuige [getuige 3] had het in dat geval voor de hand gelegen om in ieder geval voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting elke onduidelijkheid over het tijdstip weg te nemen door middel van nader onderzoek en/of een aanvullend proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank stelt tot slot vast dat behoudens het in de jassen en maskers aangetroffen DNA-materiaal en dactyloscopische sporen van verdachte (en medeverdachte [medeverdachte 1] ) uit de inhoud van de bewijsmiddelen en wat tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen niet is gebleken van andere sporen of aanwijzingen die verdachte en/of medeverdachte in direct verband brengen met de brandstichting. De rechtbank kan in het licht van het vorenoverwogene niet anders dan vaststellen dat het door de officier van justitie gepresenteerde bewijs op een aantal aannamen is gebaseerd, die onvoldoende steun vinden in de voorhanden zijnde bewijsmiddelen. De mogelijkheid dat een onbekende, niet in het opsporingsonderzoek betrokken persoon of personen de dader is geweest is naar het oordeel van de rechtbank niet zo onwaarschijnlijk dat die mogelijkheid in redelijkheid moet worden uitgesloten. Bij deze stand van zaken bestaat gerede twijfel aan het daderschap van de verdachte. De rechtbank acht het ten laste gelegde daarom niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Inzake parketnummer 08/770122-14 Feit 1 (oplichting Delta Lloyd Schadeverzekering): De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd voor zover betrekking hebbend op de verdenking dat hij naar aanleiding van de aangifte van brandstichting in het pand van [lunchroom] Delta Loyd heeft opgelicht, zoals omschreven onder het derde gedachtenstreepje, aangezien verdachte zal worden vrijgesproken van opzettelijke brandstichting. De in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, leveren wel wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte in de periode van 29 juli 2012 tot en met mei 2013 Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. meerdere keren heeft opgelicht. De rechtbank concludeert uit de inhoud van de bewijsmiddelen dat naar aanleiding van de schadeclaim inzake vernieling en diefstal op 29 juli 2012 een bedrag van € 2.504,20 exclusief BTW (waaronder 1.000 euro omzetgeld) aan verdachte is vergoed. Verdachte heeft verklaard dat sinds de vernieling van de ruit van zijn zaak een laptop en een zwart tasje met daarin de omzet zijn verdwenen. Uit camerabeelden kan echter niet worden afgeleid dat na de vernieling van het raam iemand met een laptop het pand heeft verlaten. Ook is niet te zien dat iemand met een zwart tasje het pand verlaat. Hiermee geconfronteerd heeft verdachte bij de politie en ter zitting een onaannemelijke verklaring afgelegd over het tijdstip waarop de goederen zouden zijn verdwenen. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is geweest van een diefstal, die verdachte als zodanig heeft geclaimd bij zijn verzekering. De verdenking ten aanzien van oplichting naar aanleiding van de schadeclaim inzake de kortsluiting op 8 mei 2013 ziet op de facturen van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] . De rechtbank leidt uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in het bijzonder het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2014 (ordner 5, dossierpagina 55 en 56) af dat Delta Lloyd naar aanleiding van de factuur van [bedrijf 2] een bedrag van € 1.500,-- aan verdachte heeft uitgekeerd, alsmede een bedrag van € 141,57 (inclusief BTW) naar aanleiding van de factuur van [bedrijf 3] . Uit het politieonderzoek is gebleken dat de bij Delta Lloyd ingediende facturen van [bedrijf 2] niet door dit bedrijf zijn afgegeven en dat het bedrijf [bedrijf 3] niet bestaat. Verdachte heeft dus valse facturen ingediend, die hebben geleid tot het uitgekeerde schadebedrag. Feit 2 (valsheid in geschrift): De in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, leveren wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte zich omstreeks de periode van [lunchroom] tot en met 19 juni 2013 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door valse verkoopfacturen op te nemen in zijn administratie en van de omzetbelasting van die facturen aangifte te doen bij de Belastingdienst. Feit 3 (vernieling en/of oplichting): De in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, leveren wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte de voorruit van een personenauto, merk Mercedes, met kenteken [kenteken 1] , met een hockeystick heeft vernield. Verdachte heeft verklaard hij met een hockeystick tegen de ruit heeft geslagen. Volgens verdachte was de ruit al beschadigd toen hij de auto huurde. De rechtbank overweegt dat - hoewel getuige [getuige 4] verklaard heeft dat de ruit bij aanvang van de huur onbeschadigd was - het zo kan zijn dat een beschadiging is opgetreden nadat verdachte de auto in gebruik heeft genomen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat dit een dusdanige beschadiging was dat de ruit door reparatie niet meer in de oude staat had kunnen worden hersteld. Vastgesteld kan wel worden - onder andere op grond van de in de computer van [getuige 4] voornoemd aangetroffen filmbeelden - dat verdachte de ruit dusdanig heeft beschadigd dat deze niet meer gerepareerd kon worden: hij heeft de ruit finaal kapotgeslagen, wat als vernieling is te kwalificeren. Feit 4 (opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne): De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank zal daarom in de bijlage volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid. Feit 5 (onttrekking van een voorwerp aan het strafvorderlijk beslag): Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, in het bijzonder het proces-verbaal van bevindingen inzake de camerabeelden, komen vast te staan dat een persoon op 8 april 2014 op het afgesloten terrein van de politie aan de Koggelaan te Zwolle in de aldaar geparkeerde auto met kenteken [kenteken 2] is geweest en uit die auto een voorwerp heeft weggenomen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze bij de uitvoering van dit feit betrokken is geweest. Voor zover al enige betrokkenheid van verdachte valt af te leiden uit de inhoud van het opgenomen telefoongesprek d.d. 8 april 2014 omstreeks 05.00 uur tussen verdachte en [getuige 4] ziet deze betrokkenheid meer op behulpzaamheid van verdachte na afloop van het door de politie op de camerabeelden waargenomen feit. Gelet op de overige naar voren gekomen feiten en omstandigheden kan de betrokkenheid van verdachte niet als het ten laste gelegde medeplegen worden aangemerkt. De rechtbank acht dus niet bewezen wat aan verdachte onder 5 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 08/730921-13 Feit 1 primair: poging tot zware mishandeling [slachtoffer 1] en feit 2 primair: poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe dat op basis van de bewijsmiddelen onvoldoende kan worden vastgesteld over de ernst van het bij aangevers toegebrachte letsel. Een letselverklaring ontbreekt en bovendien niet kan worden vastgesteld hoe hard tegen het lichaam van de slachtoffers is geslagen. Dat geldt in het bijzonder voor de klap met de momentsleutel tegen het voorhoofd van [slachtoffer 2] . Gelet op de foto van het letsel van [slachtoffer 2] en de foto van de inbeslaggenomen momentsleutel in combinatie met de aangifte kan naar het oordeel van de rechtbank slechts worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] met de momentsleutel is geslagen, maar kan het (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet worden vastgesteld. Dit geldt ook ten aanzien van [slachtoffer 1] . Feit 2 subsidiair: openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] en feit 2 subsidiair: openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] : De in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, leveren wel wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte zich op 15 oktober 2013 heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] (feit 1 subsidiair) en [slachtoffer 2] (feit 2 subsidiair). De rechtbank ziet het bewijs daartoe in de aangifte van [slachtoffer 1] , de aangifte van [slachtoffer 2] , de door de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] afgelegde verklaringen en de verklaring van verdachte tegenover de politie en de rechter-commissaris. Volgens vaste jurisprudentie is sprake van het in vereniging plegen van openlijk geweld indien een verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Daarbij is niet vereist dat elk van de deelnemers aan het openlijk geweld zich schuldig heeft gemaakt aan alle onderdelen van de tenlastelegging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de gewelddadigheden, die op 15 oktober 2013 nabij de garage van [naam 1] aan de [adres 14] te Zwolle hebben plaatsgevonden. [slachtoffer 2] heeft onder meer verklaard dat hij, toen hij samen met [slachtoffer 1] bij de garage kwam aanrijden, een groepje van 6 à 7 mannen bij de inrit zag staan die hem de weg blokkeerden, dat verdachte en (medeverdachte) [medeverdachte 2] het portier van zijn auto dichtduwden toen hij wilde uitstappen, dat verdachte en [medeverdachte 2] naar zijn portier renden, dat hij het portier wilde openen wat hem niet lukte, dat hij van zowel [medeverdachte 2] als verdachte een aantal vuistslagen in zijn gezicht kreeg en dat dit hem veel pijn deed. Daarna zag hij dat [slachtoffer 1] inmiddels uit de auto was en op de grond lag. Hij zag dat een andere man rechts bij hem in de auto stapte en hem met een momentsleutel tegen zijn voorhoofd sloeg. Toen hij probeerde de momentsleutel uit de hand van die andere man weg te trekken merkte hij dat [medeverdachte 2] en verdachte en de momentsleutel ook vastpakten en uit zijn hand trokken, waarna [medeverdachte 2] hem met de momentsleutel tegen de rechterzijde van zijn voorhoofd sloeg. Daarna sloeg [medeverdachte 2] hem nogmaals met de momentsleutel tegen zijn linkerduim. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat hij, nadat hij was uitgestapt en bij [slachtoffer 1] was gaan zitten die bewusteloos op de grond lag, plotseling een harde trap tegen de linkerzijde van zijn ribbenkast voelde. Daarna voelde hij dat hij van achter twee keer met een zwaar voorwerp tegen zijn rug werd geslagen. [slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat een van de overige personen “ [naam 2] ” is. [slachtoffer 1] heeft onder meer verklaard dat hij zag dat [medeverdachte 2] uit de auto stapte samen met [naam 2] en dat zij in zijn richting liepen, dat [medeverdachte 2] iets in zijn hand en dat hij een klap op zijn hoofd kreeg toen hij uit zijn auto stapte, waardoor hij veel pijn op zijn voorhoofd had, tussen zijn ogen. Hij had last van zijn neus en zijn gezicht was links en rechts opgezwollen. Zowel getuige [getuige 5] als getuige [getuige 6] hebben verklaard dat zij hebben gezien dat verdachte heeft deelgenomen aan het gevecht. De getuige [getuige 5] heeft onder meer verklaard dat hij zag dat twee personen naar de bestuurderskant liepen, dat deze twee personen [slachtoffer 2] aanvielen toen hij in de auto zat en dat zij [slachtoffer 2] met gebalde vuisten sloegen. Getuige [getuige 5] heeft voorts verklaard dat hij zag dat het broertje van [slachtoffer 2] uit de auto werd getrokken en op de grond werd gegooid waarna ze hem met gebalde vuisten sloegen en hem schopten. Getuige [getuige 5] heeft één persoon met een ijzeren staaf gezien. Hij zag dat drie personen wegreden in een auto en dat twee personen wegliepen. De getuige [getuige 6] heeft onder meer verklaard dat hij vijf jongens bij de auto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zag staan, dat hij zag dat [slachtoffer 2] de bestuurder was, dat [slachtoffer 1] ernaast zat, dat [slachtoffer 1] uit de auto werd getrokken en dat [slachtoffer 2] door het openstaande raam werd geslagen terwijl hij nog in de auto zat. Getuige [getuige 6] heeft voorts verklaard dat hij zag dat verdachte aan de kant van de auto van [slachtoffer 2] stond en dat verdachte [slachtoffer 2] door het openslaande raam sloeg, dat verdachte een momentsleutel had en dat [medeverdachte 2] aan de kant van [slachtoffer 1] stond, dat [slachtoffer 1] werd geslagen en geschopt door [medeverdachte 2] . Aangever [slachtoffer 1] en aangever [slachtoffer 2] hebben consistent verklaard. De rechtbank gaat uit van de betrouwbaarheid van hun verklaringen, nu de verklaringen van de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] de verklaringen van aangevers op essentiële onderdelen ondersteunen en aanvullen. De rechtbank merkt in dit verband op dat beide getuigen als onafhankelijk zijn aan te merken. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verdachte en zijn broer [medeverdachte 2] grote gelijkenis vertonen en dat zij door derden regelmatig worden verwisseld. Uitgaande van de aangifte van [slachtoffer 2] , de verklaring van verdachte bij de politie en de verklaring van de getuige [getuige 6] - die mogelijk de broers [verdachte] heeft verwisseld - houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte aan de bijrijderszijde van de auto stond en [slachtoffer 1] tegen de grond heeft geslagen, en vervolgens heeft geschopt, en dat [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] met een momentsleutel tegen het hoofd heeft geslagen. De rechtbank houdt het ervoor dat de getuige [getuige 6] , voor zover hij heeft verklaard dat verdachte tijdens het gevecht de momentsleutel in handen had, zich moet hebben vergist. Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 08/100694-14 Feit 1: De in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, leveren wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte op 9 maart 2014 te Zwolle [slachtoffer 3] tegen zijn gezicht heeft geslagen. De rechtbank ziet het bewijs daartoe in het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , de door verbalisanten in het proces-verbaal van aanhouding gerelateerde waarnemingen omtrent het letsel van aangever, de foto van verdachte op dossierpagina 5, de verklaring van getuige [getuige 7] en de verklaring van verdachte. Feit 2: De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv. De rechtbank zal daarom in de bijlage volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: -inzake parketnummer 08/770122-14: 1. hij op meerdere tijdstippen in de periode van 29 juli 2012 tot en met 11 maart 2014 in de gemeente Zwolle en/of Amsterdam (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - (nadat op 29 juli 2012 door onbekende daders ’s-nachts een fiets door de ruit van de onderneming [bedrijf 1] ( [lunchroom] ) van verzekerde [verdachte] werd gegooid) op 17 augustus 2012 ten overstaan van de Regiopolitie IJsselland aangifte gedaan van diefstal in/uit zijn bedrijf [bedrijf 1] , welke plaats zou hebben gevonden op 29 juli 2012 tussen 03.30 uur en 04.30 uur, bij welke inbraak een laptop zou zijn weggenomen en de omzet van 9 dagen, en (vervolgens) bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. de diefstal van de laptop, het tasje met de omzet (ongeveer 2.200 euro), geclaimd, en - (nadat op 8 mei 2013 ten gevolge van een kortsluiting in de elektrische bedrading boven het systeemplafond een brand is ontstaan in de [lunchroom] van verzekerde [verdachte] ) een schadeclaim ingediend bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V., en/of ter onderbouwing van die schadeclaim valse facturen ( [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] ) bijgevoegd; 2. hij op tijdstippen omstreeks de periode van [lunchroom] tot en met 19 juni 2013 in de gemeente Zwolle meermalen (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(
- e)of vervalst(
- e)verkoopfacturen, te weten 1. Verkoopfactuur van 25-1-2013 van [bedrijf 4] 5.445,= incl. btw, 2. Verkoopfactuur van 30-1-2013 van [bedrijf 4] 6.655,= incl. btw, 3. Verkoopfactuur van 18-2-2013 van [bedrijf 5] 5.997,= incl. btw, 4. Verkoopfactuur van 22-2-2013 van [bedrijf 4] 4.138,= incl. btw, 5. Verkoopfactuur van 14-5-2013 van [bedrijf 6] 18.847,90 incl. btw, 6. Verkoopfactuur van 16-5-2013 van [bedrijf 7] 10.092,61 incl. btw, 7. Verkoopfactuur van 19-6-2013 van [bedrijf 8] 26.368,80 incl. btw - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij verdachte, genoemde verkoopfacturen heeft opgenomen in zijn administratie en/of van de omzetbelasting van die genoemde verkoopfacturen "aangifte omzetbelasting" bij de Belastingdienst Randmeren heeft gedaan en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die verkoopfacturen niet overeenkomen met de verkoopadministraties van de bedrijven Wijnhandel [bedrijf 4] en [bedrijf 5] Service Nederland en [bedrijf 6] Installaties B.V. en [bedrijf 7] afbouwtechniek/Groep B.V. en [bedrijf 8] ; 3. hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2014 tot en met 12 maart 2014 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een voorruit van een auto (merk Mercedes A-klasse, 5 deurs, 180cdi blue efficiency, kenteken [kenteken 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 9] Zwolle en/of [bedrijf 10] Rent-A-Car, heeft vernield en onbruikbaar heeft gemaakt; 4. hij op 21 mei 2014 in de gemeente Zwolle opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,55 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; -inzake parketnummer 08/730921-13: 1. hij op 15 oktober 2013 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres 14] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het één of meerdere malen tegen/op het hoofd van deze [slachtoffer 1] slaan en/of stompen en/of het één of meerdere malen op/tegen het lichaam van deze [slachtoffer 1] slaan en/of schoppen; 2. hij op 15 oktober 2013 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres 14] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het één of meerdere malen (met een momentsleutel, althans een zwaar voorwerp) in/tegen het gezicht en/of de duim van voornoemde [slachtoffer 2] slaan; en/of (vervolgens) het één of meerdere malen (met kracht) tegen de ribbenkast van deze [slachtoffer 2] trappen en of schoppen en/of (vervolgens) (met een hard en/of zwaar voorwerp) slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] ; -inzake parketnummer 08/100694-14: 1. hij op 9 maart 2014 te Zwolle opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3] ) met kracht tegen diens gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij op 9 maart 2014 te Zwolle, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,02 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 1, 2, 3 en 4, in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 08/100694-14 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 141, 225, 300 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikel 2 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: Parketnummer 08/770122-14: feit 1 het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd. feit 2 het misdrijf: opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd. feit 3 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en onbruikbaar maken. feit 4 het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Parketnummer 08/730921-13: feit 1 en feit 2 telkens het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Parketnummer 08/100694-14: feit 1 het misdrijf: mishandeling. feit 2 het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar en 6 maanden, met aftrek van voorarrest van 262 dagen, voor het: - in de zaak met parketnummer 08/952171-14 ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde; - in de zaak met parketnummer 08/100694-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer 08/952171-14 gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis bij de uitspraak op te heffen. 7.2 Het standpunt van de verdediging Parketnummer 08/770122-14: Feit 2: De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat het fraudebedrag niet op het totaalbedrag van de facturen, maar op het totaalbedrag van de btw, in casu € 13.458,--, dient te worden gesteld, voor welk bedrag de LOVS-oriëntatiepunten een gevangenisstraf van 2 maanden aangeven. De verdediging heeft voorts aangevoerd dat sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoel in artikel 6 van het EVRM, om welke reden een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf niet geïndiceerd is. Feit 4: De verdediging heeft ingeval van een bewezenverklaring verzocht om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Daartoe is aangevoerd dat sprake is van een zeer beperkte hoeveelheid cocaïne, overschrijding van de redelijke termijn en omdat verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Parketnummer 08/100694-14: Feit 2: De verdediging heeft verzocht om mee te wegen dat het om een relatief kleine hoeveelheid cocaïne gaat en dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn; er is sprake van een tijdsverloop van ruim drie jaar. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere geweldsmisdrijven: twee gevallen van openlijke geweldpleging en een mishandeling. Bij de openlijke geweldpleging is fors geweld gebruikt tegen de broers [slachtoffers 1 en 2] . Verdachte heeft voorts zijn verzekeringsmaatschappij meerdere keren opgelicht. Op basis van onjuiste schadeclaims heeft hij geldbedragen uitgekeerd gekregen. Door deze handelwijze ondermijnt verdachte het verzekeringssysteem in Nederland, omdat hierdoor niet zonder meer kan worden uitgegaan van de juistheid van claims, wat kan leiden tot aanscherping van regels en nadere controle. Die nadere controle kan voor burgers te goeder trouw als gevoel van overlast worden ervaren en leidt voor de verzekeringsmaatschappij vanwege de noodzakelijk extra controle tot een extra kostenpost. De kosten daarvan zullen uiteindelijk worden verhaald op de premiebetalers die daardoor als indirecte slachtoffers kunnen worden beschouwd. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het meermaals opzettelijk gebruik maken van valse/vervalste facturen waardoor de Belastingdienst onder valse voorwendselen is bewogen tot het toepassen van aftrek van BTW. Op deze manier is ten onrechte belastinggeld teruggevraagd en vervolgens door de Belastingdienst uitgekeerd. Door zo te handelen heeft verdachte de verantwoordelijkheden die de wet aan een ondernemer stelt niet serieus genomen en de integriteit van het financiële en economische verkeer en het vertrouwen dat in hem mocht worden gesteld geschonden. Ook heeft hij het door de Belastingdienst gehanteerde systeem van een snelle belastingteruggave, dat berust op de juistheid van de gedane aangiften ondergraven. Verdachte is kennelijk enkel erop uit geweest geldelijk gewin te behalen. Verdachte heeft zich tenslotte schuldig gemaakt aan vernieling en aan het opzettelijk aanwezig hebben van een meer dan geringe gebruikershoeveelheid harddrugs. Het is algemeen bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. De rechtbank rekent de verdachte deze reeks van feiten ernstig aan. Verdachte geeft met deze reeks feiten er onder meer blijk van geen enkel respect te hebben voor andermans lijf en/of eigendommen. Verdachte heeft laten zien dat hij niet schroomt om, als hij zijn zin niet krijgt, geweld te gebruiken tegen zowel personen als goederen. Gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr brengt de rechtbank bij het opleggen van de hierna te melden straf in rekening de straf die aan de verdachte: - bij onherroepelijk vonnis d.d. 2 september 2014 van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank ter zake van 1. mishandeling, meermalen gepleegd, 2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwetwet gegeven verbod en 3. bedreiging - bij vonnis d.d. 17 oktober 2016 van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank ter zake van 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en 2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwetwet gegeven verbod, is opgelegd. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde landelijke oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van (onder meer) openlijke geweldpleging, fraude en Opiumwetdelicten. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij openlijke geweldpleging met enig lichamelijk letsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat echter rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten en met artikel 22b Sr. De rechtbank zal bij de bewezenverklaarde oplichting uitgaan van een benadelingsbedrag van € 15.630,-- (€ 11.715,-- en 3.915,--) en wat betreft het opzettelijk gebruikmaken van valse/vervalste facturen van een benadelingsbedrag van € 13.458,--, zijnde de totale btw-aftrek. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij een benadelingsbedrag € 10.000,00 tot € 70.000,00 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 tot 5 maanden. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat in de zaak met parketnummer 08/100694-14 sprake is overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. De rechtbank verwerpt het beroep van de verdediging op overschrijding van de redelijke termijn in de zaak met parketnummer 08/770122-14, aangezien in deze zaak sprake is van samenhang met de zaak onder parketnummer 08/952171-14. In voornoemde zaak is, mede op verzoek van de verdediging, uitgebreid forensisch onderzoek verricht waardoor de inhoudelijke behandeling van de zaak vertraging heeft opgelopen. Alle hiervoor genoemde omstandigheden afwegende acht de rechtbank in dit geval oplegging van een gevangenisstraf voor de tijd van tien maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. 7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen Inzake parketnummer 08/952171-14 De officier van justitie heeft verzocht om ten aanzien van de onder verdachte inbeslaggenomen personenauto, merk Volkswagen Golf, met kenteken [kenteken 2] , de bewaring te bevelen ten behoeve van de rechthebbende. De rechtbank leidt uit de inhoud van de dossierstukken af dat [getuige 4] de eigenaar van voornoemde personenauto is. Nu voortzetting van het beslag geen enkel strafvorderlijk belang meer dient zal de rechtbank de teruggave van voornoemde personenauto aan [getuige 4] gelasten. 8De schade van benadeelden Inzake parketnummer 08/952171-14 8.1 De vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V. (gemachtigde de heer [gemachtigde] ), gevestigd te Hilversum, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.500,-- (vijfentwintighonderd euro) inzake het voor eigen rekening gekomen eigen risico van de uitgekeerde brandschade (€ 129.904,40). Mevrouw [benadeelde 1] , wonende te Zwolle, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.095,85 (drieduizendvijfennegentig euro en vijfentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit/de strafbare feiten is/zijn gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 2.795,85. Terzake van immateriële schade wordt een bedrag van € 300,-- gevorderd. Mevrouw [benadeelde 2] , wonende te Zwolle, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.776,88 (vierduizendzevenhonderdzesenzeventig euro en achtentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit/de strafbare feiten is/zijn gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 3.676,88. Terzake van immateriële schade wordt een bedrag van € 1.100,-- gevorderd. Inzake parketnummer 08/730921-13 De heer [slachtoffer 2] , wonende te Zwolle, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.258,57 (twaalfhonderdachtenvijftig euro en zevenenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit/de strafbare feiten is/zijn gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 508,57. Terzake van immateriële schade wordt een bedrag van € 750,-- gevorderd. De heer [naam 1] , voorheen wonende te Zwolle, thans wonende te Turkije, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 29.248,78 (negenentwintigduizendtweehonderdachtenveertig euro en achtenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit/de strafbare feiten is/zijn gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 28.648,78. Terzake van immateriële schade wordt een bedrag van € 1.000,-- gevorderd. 8.2 Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V. , [benadeelde 1] en [benadeelde 2] inzake parketnummer 08/952171-14 De officier van justitie heeft volledige toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V., [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , met telkens tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr voor de door hen gevorderde bedragen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [naam 1] inzake parketnummer 08/730921-13 De officier van justitie heeft volledige toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , met tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr voor het gevorderde bedrag. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, aangezien de gevorderde schade geen verband houdt met de aan verdachte tenlastegelegde feiten. 8.3 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V. , [benadeelde 1] en [benadeelde 2] inzake parketnummer 08/952171-14 De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V., [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering in verband met de bepleite vrijspraak van verdachte. De verdediging heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] subsidiair aangevoerd dat die vordering wat betreft de in rekening gebrachte kosten voor studievertraging onvoldoende onderbouwd is. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [naam 1] inzake parketnummer 08/730921-13 De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering in verband met de bepleite vrijspraak van verdachte. De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering en heeft daartoe aangevoerd dat de gevorderde schade geen verband houdt met de ten laste gelegde feiten. 8.4 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V., [benadeelde 1] en [benadeelde 2] inzake parketnummer 08952171-14 Nu verdachte van deze feiten wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen [bedrijf 12] B.V., [benadeelde 1] en [benadeelde 2] op de voet van artikel 361, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] inzake parketnummer 08/730921-13 Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] . De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.258,57, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 15 oktober 2013. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 1] inzake parketnummer 08/730921-13 De rechtbank stelt vast dat de in de rekening gebrachte schade betrekking heeft op geleden schade ter zake van afpersing en/of chantage. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van rechtstreekse schade die voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit (openlijke geweldpleging). De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 8.5 De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , aangezien verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 2 bewezenverklaarde feit toegebracht. 9De vordering tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer 07/680024-12 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis d.d. 7 maart 2013 van de Politierechter te Arnhem aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaar. De verdediging heeft zich niet uitgelaten omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. 10De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op: - de artikelen 10, 22b, 27, 47, 57, 63 en 91 Sr; - artikel 10 van de Opiumwet. 11De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/952171-14, het in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 5 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer zaak met parketnummer 07/730921-13 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde, alsmede het in de zaak met parketnummer 08/100694-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de zaak met parketnummer 08/770122-14 onder 1, 2, 3 en 4 5, in de zaak met parketnummer 08/730921-13 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 08/100694-14 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: Parketnummer 08/770122-14: - feit 1: oplichting, meermalen gepleegd - feit 2: opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd - feit 3: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en onbruikbaar maken - feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod Parketnummer 07/730921-13: - feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair telkens: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen Parketnummer 08/100694-14: feit 1: mishandeling feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder de parketnummers 08/770122-14, 08/730921-13 en 08/100694-14 bewezenverklaarde; straf veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden; bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding Inzake parketnummer 08/952171-14 bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 12] B.V. in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; Inzake parketnummer 08/730921-13 bepaalt dat de benadeelde partij [naam 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.258,57 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2013) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan; veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van onder 2 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.258,57, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2013 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 22 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet; bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; de inbeslaggenomen voorwerpen - gelast de teruggave van de personenauto, merk Volkswagen Golf, met kenteken [kenteken 2] aan eigenaar [getuige 4] ; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op; tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf - gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 7 maart 2013 met parketnummer 08/680024-12 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een maand. Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2017. Mr. Taalman voornoemd is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit: - het dossier van Regiopolitie IJsselland met registratienummer PL0400-201485253 inzake parketnummer 08/770122-14; - het dossier van Politie IJsselland met registratienummer PL04ZN 2013098727 inzake parketnummer 08/730921-13; - het dossier van de Regiopolitie IJsselland met nummer PL04ZO-2014020350 inzake parketnummer 08/100694-14. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Parketnummer 08/770122-14 Feit 1 1. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 augustus 2012 gesloten proces-verbaal aangifte (zaak 1, dossierpagina 21-22), voorzover inhoudende als verklaring van aangever [verdachte] : “Ik ben eigenaar van “ [bedrijf 1] ”, gevestigd aan de Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle. Op 29 juli 2012 werd ik (opmerking griffier: “ik” toegevoegd, zijnde ontbreken een kennelijke verschrijving) omstreeks 05.00 uur gebeld door de politie dat ruit van mijn bedrijf “ [bedrijf 1] ” was vernield. De gehele ruit aan de voorzijde van het pand lag eruit. Vermoedelijk heeft men een fiets door ruit gegooid en er flink tegenaan getrapt. De ruit heeft een afmeting van 2.17- breed bij 2.13 m. De ontstane schade bedraagt 1.800 euro exclusief arbeidskosten. Toen ik ter plekke kwam en weer de zaak in mocht zag ik dat mijn zwarte tasje, welke op de pizzatafel lag verdwenen was, ook de laptop die op de pizzatafel lag was verdwenen. In dit tasje zat de opbrengst van circa negen dagen, ik had die daar neergelegd omdat ik die maandag de huur wilde betalen. Het was de ramadan maand, ik was gehaast om voor zonsopgang thuis te zijn, in mijn haast heb ik het tasje met geld en de laptop laten liggen in de zaak. In het zwarte tasje zaten 44 biljetten van 50 euro. De weggenomen laptop is van liet merk Toshiba, type Satellite L650, waarde 600 euro. Het serienummer heb ik niet meer. 2. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 september 2012 gesloten proces-verbaal van bevindingen (zaak 1, dossierpagina 26-27), voorzover inhoudende als relaas van verbalisant: Naar aanleiding van de aangifte van vernieling en diefstal van [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , eigenaar van [bedrijf 1] gelegen aan de Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle heb ik, verbalisant [verbalisant] , de opgenomen videobeelden van de bewakingscamera op de Oude Vismarkt te Zwolle bekeken. Ik, verbalisant [verbalisant] , zag het volgende op de opgenomen videobeelden van de bewakingscamera: De opgenomen videobeelden starten op 29 juli 2012 omstreeks 05:00:00 uur. Het raam van [bedrijf 1] is nog intact en dat er staat een groot reclamebord aan de binnenzijden tegen het raam. Naast dit reclamebord staat een klein bord. Dit betreft vermoedelijk ook een reclamebord. Er zijn geen statafels in de zaak te zien. Omstreeks 05:06:43 uur komt er vanuit de richting Grote Markt te Zwolle een manspersoon aanlopen. Deze manspersoon loopt over het trottoir en loopt langs [bedrijf 1] . Na het passeren van [bedrijf 1] loopt deze manspersoon terug en doet de onderzijde van zijn overhemd over zijn hoofd en gezicht. Hierdoor wordt zijn blote buik en een witte rand van zijn boxershort zichtbaar. Het signalement van deze manspersoon is: - kort donker haar, zijkanten weggeschoren, bovenop een baan langer haar - donker kleurige broek - donker kleurige schoenen - licht gekleurd overhemd met korte mouw Omstreeks 05:06:55 uur pakt deze jongeman, met zijn overhemd over zijn hoofd getrokken, een fiets vast die voor [bedrijf 1] staat. De jongeman probeert de fiets weg te nemen, maar de fiets staat vast in het fietsenrek. Hierop loopt de manspersoon met het overhemd over zijn hoofd getrokken, naar een andere fiets. De manspersoon haalt het overhemd van zijn hoofd af en wacht hier. Omstreeks 05:07:18 uur loopt de manspersoon naar de ondergrondse afvalcontainer die gelegen aan de doorgaande weg, Oude Vismarkt te Zwolle. Hierna komt er een opvallende politiebus vanuit de richting Gasthuisplein te Zwolle en gaande in de richting Grote Markt te Zwolle langs rijden. Deze opvallende politiebus passeert de manspersoon. Deze manspersoon steekt, vlak nadat de opvallende politiebus is gepasseerd, de straat de Oude Vismarkt over. Omstreeks 05:23:26 uur komt deze manspersoon wederom over het trottoir aan de Oude Vismarkt aanlopen, komende uit de richting Grote Markt te Zwolle. Hij loopt direct naar de fiets die hij in tweede instantie ook wilde pakken. De manspersoon trekt de onderkant van zijn overhemd weer over zijn hoofd en gezicht. Omstreeks 05:23:33 uur pakt deze manspersoon de fiets op en loopt met de fiets naar het raam van [bedrijf 1] . Omstreeks 05:23:44 uur gooit deze manspersoon de fiets tegen liet raam van [bedrijf 1] . Hij houdt hierbij de voorzijde van de fiets vast en gooit de achterzijde tegen liet raam. In totaal gooit hij de fiets drie keer tegen het raam. De eerste twee keer breekt liet raam en vallen de reclameborden om. Bij de derde keer gooien valt het hele raam en de fiets naar binnen. Omstreeks 05:23:51 uur rent deze manspersoon, direct na de derde keer met de fiets gegooid te hebben, richting de Grote Markt te Zwolle. Tijdens liet wegrennen doet hij zijn overhemd, die over zijn hoofd zit, weer naar beneden. Omstreeks 05:25:12 uur komt er een vrouwspersoon over liet trottoir aanlopen vanuit de richting Grote Markt. Deze vrouwspersoon heeft een mobiele telefoon tegen haar oor. Omstreeks 05:25:24 uur komt er een manspersoon over het trottoir aanlopen vanuit de richting Grote Markt. Deze manspersoon heeft een mobiele telefoon tegen zijn oor. Deze vrouwspersoon en manspersoon blijven voor [bedrijf 1] staan en kijken richting liet vernielde raam. Omstreeks 05:25:42 uur komt de politie ter plaatse en deze co1legas praten met deze vrouws- en manspersoon die voor [bedrijf 1] staan. De politie vertrekt hierna weer. Omstreeks 05:25:52 uur komen nog een mans- en vrouwspersoon aanlopen vanuit de richting Grote Markt. Ook zij blijven voor [bedrijf 1] staan. Omstreeks 05:25:58 uur komt er een vrouwspersoon over het trottoir aanlopen vanuit de richting Grote Markt. Deze vrouw draagt een rode jas en heeft een jas over haar arm geslagen. Deze vrouwspersoon loopt direct naar [bedrijf 1] , kijkt naar het vernielde raam en loopt direct weer terug richting Grote Markt. Omstreeks 05:25:08 uur komt er een manspersoon met witte sportschoenen aanlopen. Ook hij blijft voor [bedrijf 1] staan. Omstreeks 05:26:17 uur staan er dus 5 personen voor [bedrijf 1] . Omstreeks 05:29:25 uur komen er twee bikers van de politie ter plaatse en vertrekken weer. Omstreeks 05:34:51 uur komt de eigenaar in een rode auto ter plaatse. Ik, (3 verbalisant [verbalisant] , ken de eigenaar ambtshalve en ik herken hem op de opgenomen videobeelden als de eigenaar [verdachte] van [bedrijf 1] . De eigenaar draagt een roze overhemd en draagt een zwart schoudertasje, diagonaal over zijn borst. Tot op het moment dat de eigenaar ter plaatse komt, is op de vastgelegde videobeelden te zien dat er niemand bij [bedrijf 1] naar binnen is gegaan. Omstreeks 06:05:37 uur komt er vanaf de Nieuwe Markt een donkerkleurige Volkswagen Toureq voorzien van het kenteken [kenteken 3] aanrijden. Deze Volkswagen stopt op de Oude Vismarkt te Zwolle en hier stappen drie manspersonen uit. De drie manspersonen praten met de eigenaar van [bedrijf 1] . De vijf personen die na de vernieling voor [bedrijf 1] bleven staan, vertrekken. Omstreeks 06:08:27 uur wordt de fiets, die door liet raam van [bedrijf 1] is gegooid van buitenaf, door de inzittenden van de Volkswagen opgepakt en op het trottoir gezet. Omstreeks 06:08:33 uur gaan de drie inzittenden van de Volkswagen en de eigenaar van [bedrijf 1] liet pand binnen. Omstreeks 07:00:18 uur vertrekt de rode auto waar de eigenaar van [bedrijf 1] mee is gekomen. Twee inzittenden van de Volkswagen en de eigenaar van [bedrijf 1] blijven ter plaatse. Omstreeks 07:05:24 uur komt de glaszetter van [bedrijf 13] ter plaatse. Op de vastgelegde videobeelden is te zien dat er twee witte barkrukken tegen de bar aan staan. Deze bar bevindt zich aan de rechterzijde van het pand. Omstreeks 07:23:46 uur komt de rode auto weer ter plaatse. Hier stapt een manspersoon uit die eerder die ochtend inzittende was van de Volkswagen die ter plaatse kwam. Omstreeks 08:27:26 uur worden er aan de binnenzijde van het pand twee witte statafels voor het nieuwe raam gezet. Omstreeks 08:35:27 uur vertrekt de glaszetter. Hierna sluit de eigenaar van [bedrijf 1] de toegangsdeur van het pand af. Alle aanwezige personen vertrekken. Omstreeks 08:35:52 uur is iedereen vertrokken. Ik, verbalisant [verbalisant] , heb niet op de vastgelegde videobeelden van de bewakingscamera gezien dat er een persoon met een laptop het pand van [bedrijf 1] verlaat. Ook heb ik niet gezien dat er iemand die pand met een zwart tasje verlaat, anders dan liet zwarte tasje dat de eigenaar van [bedrijf 1] al om had. 3. Een geschrift, te weten een schade-aangifteformulier d.d. 29-07-2012 (zaak 1, dossierpagina 28-29), voorzover inhoudende: Tussenpersoonnummer : [bedrijf 14] [adres 3] Verzekerd bij : Delta Lloyd Schadeverz. N.V. Schadenummer maatschappij : F8-01-1204503 Schadenummer adviseur : 120710 Soort verzekering : Inventaris/goederen-geld-glas-huurdersbelang-lichtreclame Polisnummer(
- s):155429 Verzekeringnemer : [bedrijf 1] (clientnummer 418) Adres : Oude Vismarkt [nummer 1] Postcode en woonplaats : [adres 4] (…) Schadedatum: 29-07-2012 (…) Plaats/adres van de schade: Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle (,,,) Oorzaak van de schade: inbraakschade (fiets door ruit) (…) Gegevens beschadigde en/of vermiste voorwerpen: Openingsbord, bouwjaar 2010, aanschafdatum 2010, aankoopbedrag € 150,-- Lichtreclame gebroken, zie foto, aanschafdatum 2010, offerte volgt (…) Kasgeld € 2.400,-- ontvreemd, 1 handtas Toshiba Satellite L655, € 900,-- incl. BTW (…) Zwolle, 30-7-2012 Handtekening verzekeringnemer/verzekerde [bedrijf 1] (…) Verzekeringsadviseur: Zwolle, 31-7-2012, Handtekening [naam 3] 4. Een geschrift, te weten een brief d.d. 21-9-2012 van [naam 4] namens Delta Lloyd aan de heer [naam 3] (zaak 1, dossierpagina 32), voorzover inhoudende: Geachte heet [naam 3] , U hebt namens onze klant [bedrijf 1] een schade gemeld. Deze schademelding hebben wij afgehandeld. Graag laten wij u weten dat wij € 2.504,20 van de schade vergoeden. Berekening schadebedrag Wij hebben de vergoeding gebaseerd op het expertiserapport ad. € 3.004,20 excl. BTW. Van het schadebedrag hebben wij tweemaal het eigen risico van € 500,- afgetrokken. Specificatie - laptop € 504,20 - raamfolie/reclamestickers € 500,00 - geld/geldwaardige papier € 1.000,00 - lichtreclame (vandalisme) € 1 .000,00 + subtotaal excl. BTW € 3.004,20 eigen risico inventaris € 250,00 eigen risico € 250,00 totaal excl. BTW € 2.504,20 [bedrijf 13] Daarnaast hebben wij een bedrag van € 1.277,75 excl. BTW rechtstreeks aan de glaszetter [bedrijf 13] overgemaakt. Schadevergoeding is overgemaakt Wij hebben vandaag in totaal € 2.504,20 rechtstreeks overgemaakt aan de klant. (…) 5. Een geschrift, te weten een brief d.d. 21-09-2012 van Delta Lloyd Schadeverzekering NV aan [bedrijf 1] (zaak 1, dossierpagina 34), voorzover inhoudende: BETALINGSAANKONDIGING Delta Lloyd Schadeverzekering NV (…) Datum 21.09.2012 ONDERWERP: Schade van 29.07.2012 (…) ONZE REFERENTIE: 1204563 [bedrijf 1] Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Geachte heer, mevrouw, U heeft van ons onderstaande betaling tegoed. Dit bedrag is aan u overgemaakt op rekeningnummer 4892703. SCHADENUMMER OMSCHRIJVING BEDRAG 1204563 Schade van 29.07.2012 uitk schade lichtreclame € 750,00 TOTAAL TE ONTVANGEN € 750,00 Met vriendelijke groet, Delta Lloyd Schadeverzekering NV [naam 5] Directeur 6. Een geschrift, te weten een brief d.d. 21-09-2012 van Delta Lloyd Schadeverzekering NV aan [bedrijf 1] (zaak 1, dossierpagina 35), voorzover inhoudende: BETALINGSAANKONDIGING Delta Lloyd Schadeverzekering NV (…) Datum 21.09.2012 ONDERWERP: Schade van 29.07.2012 (…) ONZE REFERENTIE: 1204563 [bedrijf 1] Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Geachte heer, mevrouw, U heeft van ons onderstaande betaling tegoed. Dit bedrag is aan u overgemaakt op rekeningnummer 4892703. SCHADENUMMER OMSCHRIJVING BEDRAG 1204563 Schade van 29.07.2012 uitk braakschade € 1.754,20 TOTAAL TE ONTVANGEN € 1.754,20 Met vriendelijke groet, Delta Lloyd Schadeverzekering NV [naam 5] Directeur 7. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 juni 2014 gesloten proces-verbaal aangifte (zaak 1, dossierpagina 36-38), voorzover inhoudende als verklaring van aangever [naam 6] namens Delta Lloyd: Feit : verzekeringsfraude Plaats delict : Oude Vismarkt [nummer 1] , [adres 4] Pleegdatum/tijd : Tussen zondag 29 juli 2012 te 00:00 uur en donderdag 5 juni 2014 te 09:32 uur (…) “Ik ben tactisch onderzoeker en werkzaam op de afdeling Speciale Zaken van de Group Integrity van Delta Lloyd Groep. In die hoedanigheid ben ik bevoegd tot het doen van aangifte namens Delta Lloyd Groep. Op 7 en 20 maart 2014 is door de politie op vorderingen van de officier van justitie Mr. Drs. M.A.P.J.J. Lousberg, het zakelijke schadedossier van de verzekerde [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1993 bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. opgevraagd. Naar aanleiding van deze vorderingen is door de Group Integrity van Delta Lloyd het gehele verzekerings- en schadedossier met onderliggende stukken, alsmede de in onze opdracht door onderzoeksbureau Interseco op 10 maart 2014 opgenomen verklaring van verzekerde [verdachte] , uitgeleverd aan de politie. In dit schadedossier zitten (…) schade-incidenten: 1. op 29 juli 2012 werd er door onbekende daders s’ nachts een fiets door de ruit van de onderneming “ [lunchroom] ’ van verzekerde [verdachte] gegooid. Hierbij zouden een laptop en een tas met geld ontvreemd zijn. In de tas zat volgens de verzekerde [verdachte] een bedrag van 2.200 euro. 2. Op 8 mei 2013 is er ten gevolge van een kortsluiting in de elektrische bedrading boven het systeemplafond een brand ontstaan in de onderneming ‘ [lunchroom] ” van verzekerde [verdachte] . (…) De politie heeft onderzoek gedaan naar deze (…) schade-incidenten. U deelt mij mede dat uit politie-onderzoek het volgende is gebleken: Schadedossier 1: Op 17 augustus 2012 doet [verdachte] aangifte van diefstal in/uit bedrijf welke plaats zou hebben gevonden op 29 juli 2012 tussen 03:30 uur en 04:30 uur, bij de inbraak zou een laptop weggenomen zijn en de omzet van 9 dagen.Door een politiemedewerker zijn de beelden van een openbare bewakingscamera gelegen aan de Oude Vismarkt te Zwolle bekeken. Uit de beelden blijkt dat er op 29 juli 2012 omstreeks 05:23:44 uur een manspersoon drie keer een fiets tegen het raam aan gooit. Omstreeks 05:34:51 uur komt [verdachte] ter plaatse, deze wordt ambtshalve herkend. De politiemedewerker constateert dat op de vastgelegde camerabeelden te zien is dat er geen goederen uit de onderneming “ [lunchroom] ’ worden weggenomen. De verzekerde [verdachte] heeft bij Delta Lloyd de diefstal van de laptop, het tasje met de omzet, de gebroken ruit en een reclamebord geclaimd. Delta Lloyd heeft voor al deze goederen een bedrag van 10.981 euro uitgekeerd. Door het onterecht claimen van de schade van de diefstal maakt de verzekerde [verdachte] zich schuldig aan oplichting. [verdachte] heeft Delta Lloyd ten onrechte bewogen tot het doen van een schade-uitkering ter hoogte van 10.981 euro. Om deze reden doen wij, bij deze aangifte ter zake oplichting en/of valsheid in geschrifte. Schadedossier 2: Op 08 mei 2013 is er ten gevolge van een kortsluiting in de elektrische bedrading een brand ontstaan. Naar aanleiding van deze brand heeft [verdachte] schade geleden en een schadeclaim ingediend bij Delta Lloyd. In het schadedossier zijn ter onderbouwing van de schade een aantal facturen opgenomen. Door de politie werden twee facturen aangetroffen welke opgemaakt bleken te zijn. Factuur 1: [bedrijf 2] (bijlage1) Factuur2: [bedrijf 3] (bijlage2) U heeft mij de betreffende facturen getoond en mij de kenmerken laten zien waarop u constateert dat de facturen valselijk zijn opgemaakt. Ik kan u mededelen dat ik tot dezelfde constatering kom, kennelijk is dit bij het beoordelen van de claim niet door ons opgemerkt. Door het onterecht claimen van een hogere schade middels valse facturen heeft [verdachte] , Delta Lloyd ten onrechte bewogen tot het doen van een totale schade-uitkering ter hoogte van 11.700 euro. Om deze reden doen wij, bij deze aangifte ter zake valsheid in geschrifte en oplichting. (…) Delta Lloyd was in de eerste en tweede schadeclaim niet overgegaan tot uitkering van de schade indien bekend was dat deze claims geheel of gedeeltelijk valselijk waren opgemaakt. Delta Lloyd is derhalve voornemens om de beide ten onrechte gedane schade-uitkeringen geheel terug te vorderen bij de verzekerde [verdachte] . (…) 8. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 april 2014 gesloten proces-verbaal van bevindingen (zaak 1, dossierpagina 39-40), voorzover inhoudende als relaas van verbalisanten: Op 03 maart 2014 is onder leiding van de officier van justitie van liet Arrondissementsparket Oost-Nederland, mr. drs. M. Lousberg een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 04TG014003 Riviera. Dit naar aanleiding van een brandstichting op 03 maart 2014 bij [lunchroom] , gevestigd aan de Oude Vismarkt [nummer 1] , [adres 4] te Zwolle. Op 20 maart 2014 omstreeks 15:25 uur, hebben wij op verzoek van de teamleiding van dit opsporingsonderzoek een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is bevonden: Op vrijdag 7 maart 2014 werd er middels een vordering conform artikel 126nd eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, afgegeven door de officier van justitie van liet Arrondissementsparket Oost—Nederland mr. drs. M. Lousberg de volgende gegevens opgevraagd bij Delta Lloyd: - Overzicht vanaf 1 maart 2012 van het gehele verzekerings- en schadedossier met onderliggende stukken, met name met betrekking tot de brandschade d.d. 3 maart 2014 van [lunchroom] , Oude Vismarkt [nummer 1] te [adres 4] Zwolle, alsmede van de eigenaar [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1993 Op vrijdag 14 maart 2014 werd door de Group Integrity van Delta Lloyd liet gehele Verzekerings-en schadedossier met onderliggende stukken, met name met betrekking tot de brandschade d.d. 3 maart 2014 van [lunchroom] , Oude Vismarkt [nummer 1] te [adres 4] , alsmede van de eigenaar [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1993, vanaf 01 maart 2012 uitgeleverd. Uit dit verzekerings -en schadedossier blijkt dat er zich twee eerdere schadegevallen hebben voorgedaan. 1. Op 29 juli 2012 werd er door een onbekende dader s’nachts een fiets door de ruit van de verzekerde [verdachte] gegooid. Hierbij zouden een laptop en een tas met geld ontvreemd. In de tas zat volgens de verzekerde [verdachte] een bedrag van 2.200 euro. Verzekerde gaf aan dat hij de omzet wekelijks naar de bank bracht, maar was dit de avond van de inbraak in de haast om naar huis te komen vergeten, de tas bleef in de zaak liggen. Naar aanleiding van deze claim, waarbij de verzekerde naast de materiële schade, tevens een laptop en het geldbedrag claimt, is de verzekeraar over gegaan tot het uitkeren van een schadebedrag van 2.504,- euro. 2. Op 09 mei 2013 is er ten gevolge van een kortsluiting in de elektrische bedrading boven het systeemplafond in het restaurant van verzekerde [verdachte] een brand ontstaan. Op het moment van de schade was de verzekerde nog aanwezig in liet pand. De politie en de brandweer zijn hier ter plaatse geweest. Door het uitvallen van de stroom is de inhoud van de diverse koelvitrines en diepvriezers verloren geraakt. Daarnaast is er schade ontstaan aan de elektrische bedrading en aan het systeemplafond inclusief ledverlichting. Naar aanleiding van deze claim is de verzekeraar over gegaan tot het uitkeren van twee schadevergoedingen één van 3.915 euro excl. BTW en één bedrag van 11.715 euro excl. BTW. Hierbij claimt de verzekerde een vergoeding voor materiele schade en een vergoeding voor reclamekosten en derving van inkomsten. Door Delta Lloyd werden eveneens alle facturen verstrekt die verzekerde heeft aangeleverd met betrekking tot de gemaakte kosten/inkopen in relatie tot de gedane schadeclaims. Op donderdag 20 maart 2014 hebben wij verbalisanten onderzoek gedaan in het schadedossier van 08 mei 2013. Tijdens dit onderzoek vielen ons enkele bijzonderheden op. Op woensdag 05 maart 2014 te 14:30 heb ik verbalisant [verbalisant] een aangifte opgenomen van de Belastingdienst Randmeren ter zake valsheid in geschrifte onder het procesnummer 2014019648. De eerder genoemde [verdachte] heeft valselijk opgemaakte geschriften, zeven facturen, die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, opgenomen in zijn administratie. De op de valselijke opgemaakte facturen vermelde BTW bedragen, heeft hij middels voorbelasting teruggevorderd van de Belastingdienst. Dit is een bedrag van 13.458,13 euro. Door de Belastingdienst Randmeren werden de zeven valselijk opgemaakte geschriften ter beschikking gesteld aan de politie. Eén van de facturen die bij deze aangifte ter beschikking werd gesteld heeft veel overeenkomstigheden met een factuur die wij aantroffen in het schadedossier van 08 mei 2013. De facturerende bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 8] komen niet overeen. De factuur van 3000 euro incl. BTW die in het schadedossier van 08 mei 2013 is opgenomen betreft een factuur van [bedrijf 2] . Het bestelnummer is JQQWUGHS, de factuur heeft als kenmerk #000089 en als datum 2013-06-19. Het rekeningnummer op de factuur betreft een ABN-Amro rekening met als kenmerk 55.22.92.966. Zowel het bestelnummer, factuurkenmerk, datum en rekeningnummer staan ook opgenomen op een factuur van [bedrijf 8] , welke de Belastingdienst Randmeren aan de politie ter beschikking heeft gesteld. De factuur van [bedrijf 2] voldoet niet aan de wettelijke vormvereisten waaraan een factuur dient te voldoen. Op een factuur dienen onder andere de volgende kenmerken te worden opgenomen: BTW-nummer, een KvK-nummer en de officiële adresgegevens. Van deze factuur klopt de BTW berekening niet. In het schadedossier van 08 mei 2013 is nog een factuur opgenomen van 141,57 incl. BTW. Deze voldoet eveneens niet aan de wettelijke vormvereisten. Dit betreft een factuur van [bedrijf 3] , [adres 5] . Telefoonnummer 06- [nummer 2] . Uit een onderzoek in het handelsregister blijkt dat dit bedrijf niet bestaat. Het telefoonnummer komt voor in het politie-systeem Basis Voorziening Handhaving onder het procesnummer 2009092470. In dit proces blijkt dat [vader verdachte] met dit telefoonnummer een melding doet bij de politie. [vader verdachte] is de vader van [verdachte] . Tevens blijkt dat de straatnummering van de [adres 5] te Zwolle loopt tot 12 en nummer 24 niet bestaat. Van deze factuur klopt eveneens de BTW berekening niet. Kennelijk betreft dit een geheel valselijk opgemaakte factuur. De betrokken facturen, worden bij dit proces verbaal van bevindingen gevoegd. Betrokkene : [verdachte] (man), geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] in Pakistan Bedrijf : [lunchroom] , Oude Vismarkt [nummer 1] , [adres 4] 9. Een geschrift, te weten een kopie-factuur d.d. 19 juni 2013 van LEQ Relame & Druk (zaak 2, dossierpagina 46), voorzover inhoudende: [bedrijf 2] [website 1] 2013-06-19 Factuur #000089 Factuur en leveradres [verdachte] [lunchroom] oude vismarkt [nummer 1] [adres 4] zwolle Netherlands Bestelnummer: Product/referentie Eenheids Hoeveelheid Totaal JQQVVUGHS Prijs excl. ________________________________________________________________________ Ontwerp / Model € 380,00 1 € 380,00 Pakket 4/4 A4 10.000 st. kleur € 2.990,00 1 € 2.990.00 ________________________________________________________________________ Besteldatum 2013-06-19 Betaalmethode: IDEAL: € 3.000,00 - Actiekorting € 370,00 Product totaal (ex. btw) € 2.370,00 Product totaal (incl btw) € 3.000,00 Totaal btw € 630,00 Totaal € 3.000,00 btw detail btw tarief Totaal ex btw Totaal btw Product €. 21.000% € 2.370,00 € 3.000,00 10. Een geschrift, te weten een kopie-factuur d.d. 16 mei 2013 van [bedrijf 3] (zaak 2, dossierpagina 47), voorzover inhoudende: [bedrijf 3] [adres 5] T: 06- [nummer 2] E : [e-mail 2] [lunchroom] lunchroom Factuur BETAALD Oude vismarkt [nummer 1] [adres 4] Zwolle Nummer: 201300516 Datum: 16-05-2013 Omschrijving Aantal Prijs Totaal __________________________________________________________________________ Installatie & Onderhoud 3 39,00 117,00 Totaal incl. BTW 141,57 Informatie -Diepvries -Koeling vitrine -Koeling pizzatafel -Frituur professioneel Horeca Schade Waterschade -Kabelschade -Koelairco beschadigd Door de kortsluiting is de apparatuur beschadigd. Door de grote stroomsterkte zijn de elektrische draden te warm geworden waar door er grote kans is dat er weer een kortsluiting komt te ontstaan. 11. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] d.d. 10 oktober 2014 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (zaak 2, dossierpagina 55-56), voorzover inhoudende als relaas van verbalisant: betreft dossier : TGO-Riviera nummer/kenmerk : 2014018556-04 onderwerp : aanvulling aangifte Delta Lloyd In het kader van het onderzoek naar aanleiding van een brandstichting op 3 maart 2014 bij [lunchroom] , gevestigd aan de Oude Vismarkt [nummer 1] , [adres 4] te Zwolle, heb ik, [verbalisant] , inspecteur van politie Oost Nederland, als financieel rechercheur werkzaam in het district lJsselland, een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een door Delta LIoyd Schadeverzekeringen NV gedane aangifte, nummer 2014047211, d.d. 5 juni 2014. Uit de door Delta Lloyd overlegde bescheiden bleek dat de door [verdachte] geclaimde schades waren getaxeerd door onderzoeksbureau Dekra Experts BV. Uit het expertise rapport blijkt dat de schade met betrekking tot een claim inbraakschade, d.d. 29 juli 2012 bij [lunchroom] , Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle was getaxeerd op € 4.281,95 excl. BTW en als volgt gespecificeerd: • Laptop : € 405,20 • Raamfolie: € 500,00 • Geld : € 1.000,00 • Glas: € 1.277,75 • Lichtreclame € 1.000,00 ________ € 4.281,95 Van dit bedrag was € 1.277,75 overgemaakt aan de glaszetter. Aan verzekerde [verdachte] was rechtstreeks een bedrag van € 2.504,20 overgemaakt. Dit was de rest van het schadebedrag minus € 500,00 eigen risico. Abusievelijk is in de aangifte van Delta Lloyd een bedrag van 10.981 euro aan uitgekeerde schade vermeld. Dit is echter het schadebedrag van de materiële schade van de 2e claim, hieronder beschreven. Uit de expertise rapporten blijkt dat de schade met betrekking tot een claim brandschade, d.d. 9 mei 2013 bij [lunchroom] , Oude Vismarkt [nummer 1] te Zwolle was getaxeerd op € 10.981,00 excl. BTW . aan materiële schade en een bedrag van € 11.715,00 excl. BTW aan bedrijfsschade. Dit was als volgt gespecificeerd: Materiële schade: • Levensmiddelen € 3.949,00 • Inventaris € 3.000,00 • Onderzoekskosten (Janssen) € 117,00 • Systeemplafond ( [bedrijf 7] ) € 1.515,00 • Elektrische installatie ( [bedrijf 6] ) € 2.400,00 __________ € 10.981,00 Bedrijfsschade: • Derving winst en vaste kosten € 10.215,00 • Extra kosten reclame (LEQ) € 1.500,00 __________ € 11.715,00 Abusievelijk is in de aangifte van Delta Lloyd alleen het bedrag van de bedrijfsschade als uitgekeerde schade vermeld. 12. Een geschrift, te weten een kopie van een Eindverslag van Expertise d.d. 5 december 2013 opgemaakt door DEKRA Expertise B.V. (zaak 2, dossierpagina 57-59), voorzover inhoudende: Behandelaar De heer [naam 7] Dossiernummer 013018885/RG Polisnummer : 860-155429 Schadenummer : F8-06-1304756 Opdrachtnummer 28277 EINDVERSLAG VAN EXPERTISE Betreft : Brandschade Verzekerde : [lunchroom] Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Verzekerde belangen : EUR 50.000,00 op bedrijfsuitrusting/inventaris en goederen EUR 14.900,00 op huurdersbelang EUR 70.000,00 op bedrijfsschade Schadeadres : Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Schadedatum : 9 mei 2013 Schadebedrag : EUR 11.715,00 exclusief btw Btw : Verrekenbaar IBAN : [rekeningnummer] t.n.v. verzekerde (…) Schade Wij hebben de schade als volgt begroot: Bedrijfsschade - Derving van netto winst- en vaste kosten EUR 10.215,00 - Extra kosten voor reclame EUR 1.500,00 ____________ - Totaal, exclusief btw EUR 11.715,00 13. Een geschrift, te weten een kopie van een Eindverslag van Expertise d.d. 11 juni 2013 opgemaakt door DEKRA Expertise B.V., (zaak 2, dossierpagina 60-62), voorzover inhoudende: Behandelaar De heer [naam 7] Dossiernummer 013018885/RG Polisnummer : 860-155429 Schadenummer : F8-06-1304756 Opdrachtnummer 28277 EINDVERSLAG VAN EXPERTISE Betreft : Brandschade Verzekerde : [lunchroom] Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Verzekerde belangen : EUR 50.000,00 op inventaris goederen EUR 14.900,00 op huurdersbelang EUR 70.000,00 op bedrijfsschade Schadeadres : Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Schadedatum : 8 mei 2013 Schadebedrag : EUR 10.981,00 exclusief btw Btw : Verrekenbaar IBAN : [rekeningnummer] t.n.v. verzekerde (…) Schade Wij hebben de schade als volgt begroot: Goederen - Levensmiddelen, kaas, salami, shoarma, brood ed. exclusief btw EUR 3.949,00 Inventaris - Inventaris EUR 3.000,00 - Onderzoekskosten, ten behoeve van diverse apparatuur EUR 117,00 ___________ - Totaal exclusief btw EUR 3.117,00 Huurdersbelang - Kosten vervangen systeemplafondplaten, type: steenwolplaten EUR 1.515,00 - Kosten herstel elektrische installatie EUR 2.400,00 ___________ - Totaal exclusief btw EUR 3.915,00 14. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2014 gesloten proces-verbaal verhoor getuige (zaak 2, dossierpagina 63), voorzover inhoudende als verklaring van getuige R. den Boer: U geeft mij aan, dat u van mij een verklaring wilt afnemen aangaande een factuur van [bedrijf 2] . Ik ben eigenaar van deze onderneming samen met mijn partner. U laat mij een factuur zien waarop mijn bedrijfsnaam staat. Ik kan u vertellen dat wij een factuur niet op deze wijze opmaken. Het logo van onze onderneming staat overigens rechts op de factuur en niet links. Als je het logo van onze website download krijg je een zwart kader, zoals op de factuur die u laat zien. De opbouw van het factuurnummer klopt niet. Wij bankieren met de onderneming bij de Rabobank en niet bij de ABN AMRO, zoals op de factuur staat die u aan mij laat zien. Er staat op de factuur die u laat zien dat er een bedrag van euro 3.000,- betaald is per Ideal. Ik kan u vertellen dat ik dat bedrag niet ontvangen heb. Op de facturen zoals wij deze versturen, staat een KvK-nummer en een BTW-nummer vermeld. Deze staat niet op de factuur die u ons laat zien. Verder wil ik opmerken dat ik de naam [verdachte] nog nooit gehoord heb. In het belang van liet onderzoek geef ik u een blanco factuur mee, zoals wij deze al 4 jaar naar onze klanten versturen. 15. Een geschrift, te weten een kopie van een blanco factuur van [bedrijf 2] (zaak 2, dossierpagina 65), voorzover inhoudende: Het logo van [bedrijf 2] rechtsboven afgedrukt op de blanco factuur: LEQ reclame & druk De bedrijfsgegevens en het bankrekeningnummer rechtsonder afgedrukt op de blanco factuur: [bedrijf 2] v.o.f. [adres 6] (…) [nummers] Feit 2 16. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 maart 2014 gesloten proces-verbaal verhoor aangifte (zaak 3, dossierpagina 128-130), voorzover inhoudende als verklaring van aangever H.H. Schror: “Namens de Belastingdienst, kantoorhoudende aan de Burgemeester Drijbersingel 27 te Zwolle, doe ik aangifte van een overtreding van artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. In mijn functie als contactambtenaar Algemene Wet Rijksbelastingen, ben ik bevoegd om namens de Belastingdienst aangifte te doen. De hieronder genoemde belastingplichtige [verdachte] heeft vermoedelijk valselijk opgemaakte geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, opgenomen in zijn administratie, hiermee heeft hij de op de vermoedelijk valselijke facturen vermelde BTW bedragen, middels voorbelasting teruggevorderd van de Belastingdienst. De teruggevorderde BTW bedragen zijn door de Belastingdienst aan belastingplichtige [verdachte] deels overgedragen. De aanleiding. Op donderdag 30 januari 2014 is door een collega van mij genaamd [naam 8] , werkzaam als veldtoetser bij de Belastingdienst Randmeren een boekenonderzoek ingesteld bij [verdachte] handelend onder de naam [lunchroom] . [verdachte] betreft: Voornamen : [verdachte] Achternaam : [verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum] -1993 te [geboorteplaats] , Pakistan Adres : [adres 2] [lunchroom] betreft: Naam : [lunchroom] Adres : Oude Vismarkt [nummer 1] , 8O11TA Zwolle KvK nummer : [nummer 3] Activiteiten : Horecabedrijf, broodjeszaak annex lunchroom. Voordat dit boekenonderzoek plaats vond, is er op 29-07-2013 een vragenbrief naar belastingplichtige [verdachte] gestuurd. Naar aanleiding hiervan zijn op 13-08-2013 stukken opgestuurd door de adviseur van belastingplichtige [verdachte] . Waaronder de facturen genoemd onder de nummers 5 t/m 7 onderaan de aangifte. De Belastingdienst heeft vervolgens de factuur genoemd onder 7 geverifieerd bij [bedrijf 8] , deze factuur kwam niet overeen met de verkoopadministratie van [bedrijf 8] . Ook factuur vijf werd geverifieerd, deze kwam eveneens niet overeen met de verkoopadminstratie van in dit geval [bedrijf 6] . Naar aanleiding van deze bevindingen, heeft de Belastingdienst een zogenoemd derdenonderzoek ingesteld. Dit derdenonderzoek houdt in dat de Belastingdienst onderzoek doet bij de bedrijven om te zien of de verkoopfactuur overeenkomt met de verkoopadminstratie bij het betreffende bedrijf. Uit dit onderzoek is gebleken dat de facturen genoemd onder de nummers 5 t/m 7 niet voorkomen in de verkoopadministraties van de bedrijven. Op 18-12-2013 is er door de Belastingdienst een bezoek gebracht aan de adviseur van de belastingplichtige. Deze adviseur is genaamd de heer [naam 9] . De heer [naam 9] was gemachtigd om de aangiften omzetbelasting van de belastingplichtige in te dienen. Tijdens dit gesprek zijn de facturen genoemd onder de nummers 5 t/m 7 getoond aan de heer [naam 9] . Na bestudering van deze facturen trok de heer [naam 9] de conclusie dat er kennelijk iets niet goed was aan de facturen. Op 30-1-2013 is een boekenonderzoek bij [verdachte] / [lunchroom] gestart. Het boekenonderzoek vond plaats op het kantoor van de adviseur, de heer [naam 9] . De belastingplichtige [verdachte] was tijdens het onderzoek niet aanwezig. De Belastingdienst heeft de administratieve bescheiden meegenomen. De heer [naam 9] verzorgt vanaf 1-1-2013 de administratie van belastingplichtige. De Belastingdienst heeft de administratie voor zover aanwezig van de heer [naam 9] ontvangen. Tijdens het onderzoek zijn ook de hieronder genoemde facturen onder de nummers 1 t/m 4 aangetroffen in de administratie. Naar deze facturen is eveneens een derdenonderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek is eveneens gebleken, dat deze niet voorkomen in de verkoopadminstratie van de bedrijven. 1. Verkoopfactuur van 25-01-2013 van [bedrijf 4] 5.445,- incl. btw 2. Verkoopfactuur van 30-01-2013 van [bedrijf 4] 6.655,- incl. btw 3. Verkoopfactuur van 18-02-2013 van [bedrijf 5] 5.997- incl. btw 4. Verkoopfactuur van 22-02-2013 van [bedrijf 4] 4.138,- incl. btw 5. Verkoopfactuur van 14-05-2013 van [bedrijf 6] 18.847,90,- mcl. btw 6. Verkoopfactuur van 16-05-2013 van [bedrijf 7] 10.092,61,- mcl. btw 7. Verkoopfactuur van 19-06-2013 van [bedrijf 8] 26.368,80 mcl. btw Van de omzetbelasting van deze facturen is aangifte omzetbelasting gedaan. De facturen genoemd onder de nummers 1 t/m 4 zijn verwerkt in de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal in 2013. De facturen 5 t/m 7 zijn verwerkt in de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2013. In belang van het onderzoek, wil k u graag deze 7 valse facturen overhandigen. Op 19-2-2014 is er wederom een gesprek geweest met de adviseur van de belastingplichtige [verdachte] . De beer [naam 9] vertelde tijdens dit gesprek dat hij in maart 2013 door [verdachte] is benaderd om zijn administratie te verzorgen. [naam 9] heeft de administratie vanaf 1-1-2013 verzorgd en de aangiften omzetbelasting van het 1e t/m 3e kwartaal 2013 ingediend. De administratie werd door belastingplichtige op de volgende wijze aangeleverd: de kassabonnen in een plastic zak, de inkoopfacturen ( [bedrijf 15] ) in een ordner, de facturen van Thuisbezorgd zijn via de mail verstuurd en vervolgens door [naam 9] geprint, de facturen 1 t/m 4 zijn via de iphone van belastingplichtige verstuurd, [naam 9] ontving een app met daarin een foto van de factuur, [naam 9] verstuurde het bericht naar zijn computer om vervolgens de foto van de factuur te printen. [naam 9] heeft belastingplichtige niet om de originele factuur gevraagd maar genoegen genomen met de foto’s. (…) De heer [naam 9] vertelde ook nog dat hij na het bezoek van de Belastingdienst op 18-12-2013, de heer [verdachte] heeft gevraagd of hij wist dat de facturen vals waren. De heer [verdachte] antwoordde dat hij wist dat de facturen vals waren (…) 17. Een geschrift, te weten een kopie-verkoopfactuur d.d. 25 januari 2013 van Wijnhandel [bedrijf 4] (zaak 3, dossierpagina 13), voorzover inhoudende: Wijnhandel [bedrijf 4] Wijnhandel [bedrijf 4] [adres 7] [verdachte] [adres 2] Factuurdatum 25 januari 2013 Factuurnummer 20032069 Aan u geleverd: 900 flessen rode wijn à € 5,00 € 4.500,00 BW 21% € 945 Totaal € 3.445,00 18. Een geschrift, te weten een kopie-verkoopfactuur d.d. 30 januari 2013 van Wijnhandel [bedrijf 4] (zaak 3, dossierpagina 132), voorzover inhoudende: Wijnhandel [bedrijf 4] Wijnhandel [bedrijf 4] [adres 7] [verdachte] [adres 2] Factuurdatum 30 januari 2013 Factuurnummer 2003899 Aan u geleverd: 100 st. Wijnglazen set 6 stuks Pols Petten € 55,00 per set € 5.500,00 BTW 21% € 1.105 Totaal € 6.655,00 19. Een geschrift, te weten een kopie-verkoopfactuur d.d. 18-02-2013 van [bedrijf 5] (zaak 3, dossierpagina 133), voorzover inhoudende: [bedrijf 5] [bedrijf 16] B.V. Archimedesbaan 3 3439 ME Nieuwegein (…) KvK: 30246468 BTW: NL839909538 (…) [verdachte] Oude Vismarkt [nummer 1] [adres 4] Zwolle Factuur Factuurdatum: 18-02-2013 Vervaldatum: 03-03-2013 Factuurnummer: 3278586 Omschrijving Bedrag Totaal BTW 3 stuks TGB Delivery incl. DRAGER/HELM € 1.999 € 5.997 21% 3 stuks Dragerconstructies 3 stuks Helmen Subtotaal € 5.997 incl. BTW 21% BTW € 1.259,37 Totaal € 5.997 20. Een geschrift, te weten een kopie-verkoopfactuur d.d. 21 februari 2013 van Wijnhandel [bedrijf 4] (zaak 3, dossierpagina 134), voorzover inhoudende: Wijnhandel [bedrijf 4] Wijnhandel [bedrijf 4] [adres 7] [verdachte] [adres 2] Factuurdatum 21 februari 2013 Factuurnummer 2090056 Aan u geleverd: 900 flessen witte wijn à € 4,00 € 3.600,00 BW 21% € 756 -5% korting € 180,00 Totaal € 4.138,20 BTW € 718,20 21. Een geschrift, te weten een kopie-verkoopfactuur d.d. 14 mei 2013 van [bedrijf 6] BV technische installaties (zaak 3, dossierpagina 146), voorzover inhoudende: [bedrijf 6] BV technische installaties [adres 9] [lunchroom] T.a.v.: dhr. [verdachte] Oude Vischmarkt [nummer 1] [adres 4] Projectnummer 20130126 Factuurnummer 20130365 Datum dinsdag 14 mei 2013 Behandeld door : dhr. [naam 10] Betreft: Brandschade Geachte heer [verdachte] , Naar aanleiding van u verzoek ontvangt u hierbij de factuur voor het herstellen van de brandschade en elektrische installatie in uw pand