RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/952602-15 Klaagschriftnummer: 17/186 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv van: [klager], geboren op [geboortedag] 1952, wonende in [woonplaats], aan de [adres], verder te noemen: klager. 1Het verloop van de procedure Het klaagschrift, gedateerd 6 maart 2017, is op dezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klager, door mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal. Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op de volgende pakketten contant geld: € 2.150,-- (beslagnr. E.03.01.001), € 8.850,-- (beslagnr. E.03.01.003) en € 24.000,-- (beslagnr. E.03.01.004). Zakelijk weergegeven wordt geklaagd over het uitblijven van een last tot teruggave. Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 26 april 2017. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, klager en de raadsman gehoord. De belanghebbende [belanghebbende], onder wie genoemde geldbedragen in beslag zijn genomen, is behoorlijk opgeroepen maar niet verschenen. De raadkamer heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen verdachte [belanghebbende] voornoemd, naar aanleiding waarvan de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De raadkamer heeft ook kennisgenomen van de op 20 april 2017 gedateerde schriftelijke reactie van de officier van justitie op het klaagschrift alsmede van de brief van 30 november 2016 van de officier van justitie aan de raadsman van klager in reactie op eerdere e-mailberichten van de raadsman aan de officier van justitie. 2De standpunten van klager, de raadsman en de officier van justitie Het standpunt van klager en de raadsman houdt samengevat in dat klager in augustus 2016 een bedrag van € 35.000,= in bewaring heeft gegeven aan zijn zoon [belanghebbende]. Klager had dit geld tot 1 augustus 2016 gedeponeerd in een kluisje bij de ABN-AMRO Bank. Omdat de bank per 1 augustus 2016 deze dienst heeft beëindigd, heeft klager zijn safeloket leeggehaald en het geld om veiligheidsredenen (bij zijn zoon in Amsterdam is het geld met het oog op inbraken veiliger dan in het zomerhuisje van klager op een recreatiepark in [woonplaats]) in bewaring gegeven aan zijn zoon in Amsterdam. Het geld was oorspronkelijk verkregen in 2008 uit een hypotheekverstrekking op de woning van klager voor de overwaarde. Klager heeft van het oorspronkelijke bedrag van € 50.000,= in de periode van 19 december 2008 tot 26 februari 2010 een bedrag van € 38.000,= opgenomen in contanten teneinde met dit geld een hoger rendement te realiseren dan de door de bank geboden spaarrente middels investeringen in zogenoemde young-timers (auto’s tussen de 15 en 30 jaar oud). De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de belangen van de strafvordering nopen tot het voortduren van het beslag nu het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend over de strafzaak tegen verdachte [belanghebbende] het inbeslaggenomen geldbedrag verbeurd zal verklaren. In reactie op het standpunt van klager dat het geld aan hem toebehoort, heeft de officier van justitie als primair standpunt naar voren gebracht dat contant geld uitwisselbaar is. In de onderhavige zaak was het geclaimde bedrag bij aantreffen door de opsporingsdienst niet fysiek afgescheiden van het eventuele eigen vermogen van de beslagene ([belanghebbende]), nu het op verschillende plekken in de woning is aangetroffen. Klager heeft een vordering op zijn zoon tot de omvang van het in bewaring gegeven bedrag, aldus de officier van justitie. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het verhaal van klager over het geld niet aannemelijk is en dat klager om die reden niet redelijkerwijs als rechthebbende van dat geld moet worden beschouwd. Daartoe heeft de officier verwezen naar zijn schriftelijke standpunt in de brief van 20 april 2017. De officier van justitie heeft in de eerdere brief van 30 november 2016 in reactie op e-mailberichten van de raadsman van klager nog opgemerkt dat beslagene [belanghebbende] bij gelegenheid van de inbeslagneming van het geld heeft geweigerd mede te delen van wie het geld was. Hij ontkende slechts dat het geld van hem was en wilde eerst met de raadsman overleggen alvorens de naam van de eigenaar te noemen. Volgens de officier van justitie is dit een eigenaardige reactie indien beslagene inderdaad geld voor zijn vader in bewaring had. Dat had hij gewoon kunnen melden. Daarbij komt dat het geld bij doorzoeking in gedeelten en op verschillende plekken in de woning van beslagene [belanghebbende] is aangetroffen. De officier van justitie heeft daarom geconcludeerd dat het beklag ongegrond dient te worden verklaard. 3De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4De ontvankelijkheid Het klaagschrift is ontvankelijk. 5De beoordeling Maatstaf Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.