vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/176408 / HA ZA 15-502 Vonnis in incident van 14 juni 2017 in de zaak van [X] , wonende te [woonplaats] , eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. J.J.H. Post te Barneveld, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. M.C. Jonkman te Zaandam. Partijen zullen hierna [X] en [Y] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 24 augustus 2015, de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie van 10 februari 2016, de conclusie van repliek tevens conclusie van antwoord in reconventie van 16 maart 2016, de conclusie van dupliek tevens conclusie van repliek in reconventie van 29 juni 2016, de conclusie van dupliek in reconventie van 20 juli 2016, de akte uitlating producties tevens rectificatie typefout in vordering in reconventie en akte overlegging producties zijdens [Y] van 31 augustus 2016, de akte uitlating zijdens [X] van 14 september 2016, het op 1 maart 2017 gehouden pleidooi, de akte uitlating zijdens [X] van 12 april 2017, - de akte uitlating tevens verzoek ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijdens [Y] van 12 april 2017, - de conclusie van antwoord in het incident van 26 april 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. De beoordeling in het incident Afgifte bescheiden ex artikel 843a Rv 2.1. [Y] verzoekt op grond van artikel 843a Rv dat [X] wordt veroordeeld om de volledige correspondentie over de verkoop of verkooponderhandelingen over met name het project Heerde in het geding te brengen, inclusief de koopovereenkomst, voorlopige koopovereenkomst, en alle mogelijke andere schriftelijke, ook digitale bescheiden waaruit de koopprijs en andere voorwaarden blijken, in de procedure te brengen. 2.2. [Y] stelt daartoe dat [X] weigert desgevraagd om over de verkoop van Heerde informatie te verstrekken. [Y] stelt dat zij ter zitting van 1 maart jl. aan de orde heeft gesteld dat zij van een derde had vernomen dat [X] Heerde voor een hogere prijs heeft verkocht. [X] erkende ter zitting dat er zaken zijn gedaan over Heerde, maar gaf aan dat er nog losse eindjes zijn. Deze informatie is voor de rechtspositie van [Y] , die volgens [X] op moet draaien voor een groot vermogensverlies in Heerde, en voor een juist oordeel in deze zaak, uiteraard van groot belang. [Y] is van mening dat uit het feit van de verkoop voor een hoge prijs blijkt dat, conform het door haar gestelde, er in werkelijkheid geen sprake is van het door [X] gestelde waardevermindering. De opzegging van [X] ontbeert iedere grond, nu [X] als grond voor de opzegging aanvoert dat er geen ontwikkelingen die tot waardevermeerdering leiden zijn en zijn te verwachten. Het is daarom van essentieel belang voor de rechtspositie van [Y] dat boven tafel komt wat de afspraken inzake Heerde tussen [X] als eigenaar en de koper precies zijn. 2.3. [X] concludeert tot afwijzing van het gevorderde ex artikel 843a Rv, kosten rechtens, inclusief de eerder gevorderde nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover binnen veertien dagen. [X] stelt dat hij alleen over zal leggen datgene waartoe de rechtbank hem als procespartij rechtens verplicht acht. [X] voert allereerst aan dat Heerde altijd in eigendom van [A] Vastgoedontwikkeling B.V. (hierna: [A] ) is geweest en dat vast staat dat de samenwerkingsovereenkomst terzake Heerde tussen [X] privé en [Y] is gesloten en niet tussen [Y] en [A] . [X] is van mening dat hij niet gedwongen kan worden om af te geven wat zich nu in het domein van [A] als afzonderlijke rechtspersoon bevindt, dat [A] geen deel uitmaakt van onderhavige procedure en dat [A] geen procespartij is. [X] voert verder aan dat [Y] haar rechtmatig belang niet heeft gesteld en ook niet heeft gemotiveerd waarom zij de bescheiden (nu
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.