Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/960150-15 (P) Datum vonnis: 11 juli 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 september 2016 en 27 juni 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. van Doorn en van wat door verdachte en haar raadsman mr. W.R. Jonk, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 29 september 2016, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan: feit 1: (medeplegen) van gewoontewitwassen c.q. (schuld)witwassen; feit 2: (medeplegen) van valsheid in geschrift c.q. opzettelijk gebruik maken van een vals/vervalst huurcontract dan wel opzettelijk een dergelijk huurcontract voorhanden hebben. Voluit luidt de tenlastelegging - na wijziging van de tenlastelegging van 29 september 2016 - aan verdachte, dat: 1. zij, in of omstreeks de periode van 01 februari 2013 tot en met 12 augustus 2015, te Amsterdam, althans (elders) in Nederland, en/of te Ibiza, althans in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft zij, verdachte en/of (één of meer van) haar mededader(s), van meerdere (contante) geldbedragen en/of (contante) huurpenningen van 29 woningen, althans van één of meerdere woningen, voor een totaalbedrag van EUR 355.675, althans van enige (contante) geldbedragen en/of (contante) huurpenningen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is en/of enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of goed(eren) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl zij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze (contante) geldbedragen en/of (contante) huurpenningen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 2. zij, in of omstreeks de periode van 01 augustus 2014 tot en met 12 augustus 2015, te Amsterdam (althans elders in Nederland), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een huurcontract betreffende het perceel aan de [adres] te Amsterdam, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, doordat zij en/of haar mededader(
- s)opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven - voormeld huurcontract op schrift hebben gesteld en/of hebben opgemaakt met als naam van de huurder ' [naam] ' niet zijnde de huurder van voornoemd perceel en/of van een valse handtekening hebben voorzien en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van voornoemd huurcontract als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk voornoemd huurcontract voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemd huurcontract bestemd is voor zodanig gebruik. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is. De verdediging heeft zich ter terechtzitting van 27 juni 2017 (wederom) op het standpunt gesteld dat de rechtbank Overijssel niet bevoegd is. De rechtbank overweegt dat zij bij beslissing van 29 september 2016 gemotiveerd heeft geoordeeld dat zij bevoegd is. Deze beslissing is neergelegd in een proces-verbaal, dat onderdeel uitmaakt van het dossier. De verdediging heeft geen (nieuwe) argumenten naar voren gebracht die de juistheid van dit oordeel ter discussie zouden kunnen stellen. Zodanige argumenten acht de rechtbank evenmin ambtshalve aanwezig. De rechtbank handhaaft derhalve de eerder genomen beslissing, alsmede de gronden waarop zij berust en acht zich bevoegd tot kennisneming van deze zaak. De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 en 2. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van feit 1 De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat de criminele herkomst van de contante geldbedragen die verdachte ontving (huurpenningen en de borg van de woningen die zij in beheer had) onvoldoende is komen vast te staan. Daar waar in het dossier aanwijzingen te vinden zijn dat de huurders van een aantal woningen zich bezig hielden met strafbare feiten – en in het verlengde daarvan de inkomsten van die huurders van misdrijf afkomstig moet zijn geweest – is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Daarnaast zijn geen zodanig concrete feiten en omstandigheden aannemelijk geworden waaruit geconcludeerd moet worden dat verdachte dermate onvoorzichtig heeft gehandeld dat zij haar (nadere) onderzoeksplicht heeft geschonden, waardoor zij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat sprake was van een criminele herkomst van de geldbedragen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het haar onder 1 tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 2 De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte wetenschap had van de valsheid van de huurovereenkomst. Voorts kan niet worden gezegd dat zij bewust de aanmerkelijke kans op valsheid van de huurovereenkomst heeft aanvaard door te weinig voorzorgsmaatregelen te nemen. Van het opzettelijk gebruik maken van dat huurcontract en het voorhanden hebben van dat huurcontract met als doel dat als echt en onvervalst te gebruiken kan dan ook geen sprake zijn. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het haar onder 2 tenlastegelegde. 5De beslissing De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. W. Foppen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2017. Mr. Taalman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.