RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/910037-16 (onderzoek Travee) Klaagschriftnummer: 17/305 Datum beschikking: 31 mei 2017 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster] , geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Zuid Afrika), wonende in [woonplaats] , verder te noemen: klaagster. 1Het verloop van de procedure Het klaagschrift, gedateerd 12 april 2017, is op dezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klaagster, door mr. E.D. Breuning ten Cate, advocaat te Almelo. Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een onroerend goed, zijnde een woonhuis staande en gelegen aan de [adres] Almelo, groot 7 are en 10 centiare, kadastraal bekend gemeente Ambt-Almelo, [kadastrale gegevens] . Zakelijk weergegeven wordt geklaagd over de rechtmatigheid van de beslaglegging en het uitblijven van een last tot opheffing van het beslag. Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 31 mei 2017. Bij de behandeling zijn de officier van justitie en de raadsman namens klaagster gehoord. Tevens is in de zittingszaal aanwezig de heer [verdachte 1] , ex-echtgenoot en partner van klaagster. De belanghebbende [verdachte 2] is bij aanvang van de behandeling nog niet verschenen, maar is aan het eind van de behandeling in de zittingszaal verschenen. De rechtbank heeft kennis genomen van het op 23 mei 2017 ter griffie ontvangen verweerschrift van de officier van justitie bij bijlagen tegen het klaagschrift. 2De standpunten van de raadsman en de officier van justitie Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen de inbeslagneming. De raadsman heeft ter zitting het klaagschrift toegelicht. De raadsman heeft samengevat weergegeven gesteld dat er geen aanwijzingen zijn voor strafbaar handelen van klaagster. De aan het onroerend goed gedane verbouwingen en aanpassingen zijn gedaan met toestemming van klaagster en de verbouwingen zijn via en met behulp van onder andere personeel van het bedrijf van klaagsters partner [verdachte 1] gerealiseerd terwijl de investeringen door klaagster en haar partner grotendeels zelf zijn bekostigd. Van andere inkomstenbronnen van [verdachte 2] dan die uit zijn autobedrijf is klaagster niets bekend. Tot slot heeft de raadsman gesteld dat klaagster als gevolg van de beslaglegging grote schade dreigt te lijden. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. De officier van justitie is voornemens om later bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen klaagster de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen woning te vorderen al dan niet met compensatie ex artikel 33c Wetboek van Strafrecht (Sr). 3De bevoegdheid van de rechtbank De raadkamer in de rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4De ontvankelijkheid Het klaagschrift is ontvankelijk. 5De feiten In dit geding wordt van de volgende feiten uitgegaan. De onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] Almelo, groot 7 are en 10 centiare, kadastraal bekend gemeente Ambt-Almelo, [kadastrale gegevens] , is eigendom van klaagster. De ten laste van de onroerende zaak afgesloten hypotheek staat op naam van klaagster en [verdachte 1] . Klaagster verhuurt de woning sinds 1 juni 2013 aan [naam 2] en [verdachte 2] . [verdachte 2] is de broer van [verdachte 1] , partner van klaagster. [verdachte 2] wordt verdacht van georganiseerde hennepteelt en witwassen van opbrengsten van hennepteelt. Klaagster wordt er van verdacht dat zij samen en in vereniging met [verdachte 1] zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling door [verdachte 2] toe te staan substantieel crimineel vermogen in haar eigendom te investeren over de periode van 1 juni 2013 tot en met 6 maart 2017. Op 6 december 2016 is in opdracht van de rechter-commissaris voor strafzaken in deze rechtbank voornoemd onroerend goed getaxeerd door J. Nuijts en A.C.R. Duijst, beiden taxateur. Uit het taxatierapport van 18 januari 2017 volgt het volgende: het object is per 1 juni 2013 getaxeerd op € 375.000,--; na 1 juni 2013 zijn de volgende wijzigingen aangebracht: -aanleg van een buitenzwembad; -plaatsen van een badkamer op de begane grond en vernieuwen van een badkamer op de eerste verdieping; -bouwen van een tuinhuis met overkapping, cv en zuiveringsruimte zwembad, een buitenkeuken en een café; -dichtmaken van de loggia op de eerste verdieping; - deze verbouwing heeft volgens de taxateurs € 135.000,-- gekost; - per waardepeildatum is het object getaxeerd op een marktwaarde van € 460.000,--. Rekening houdende met handhaving door de gemeente van een tuinhuis dat zonder omgevingsvergunning is gebouwd, kan de marktwaarde gesteld worden op € 425.000,--. Op 9 maart 2017 is op verzoek van de officier van justitie klassiek ex artikel 94 Sv beslag gelegd op de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] Almelo. 6De beoordeling Maatstaf Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.